Tijdlijn: chronologie Israël-Palestina en
het Midden-Oosten conflict
(laatste
update 21-1-2010)
_________________________________________________
Voorgeschiedenis
Palestina en Zionisme
1517
Het Ottomaanse (Turkse) Rijk verovert Palestina (en het grootste deel
van de Arabische wereld), en zal het 400 jaar
blijven besturen met enkele korte onderbrekingen.
Sefardische joden, die enkele decennia eerder Spanje en Portugal hadden
moeten ontvluchten, worden uitgenodigd zich er te vestigen, en de
bestaande joodse gemeenschappen in o.a.
Jeruzalem,
Hebron en vooral Safed groeien.
Tussen 1537 en 1541
krijgt Jeruzalem nieuwe stadsmuren.
1799
Napoleon Bonaparte verovert delen van Palestina, en
biedt de
Joden hier een eigen staat aan onder Franse bescherming. In
1801 moet hij zich echter uit het gebied terugtrekken.
1831
Egyptische
opstand tegen het Ottomaanse Rijk. Egypte verovert Palestina en voert
een moderner, centralistisch systeem in. Joden en christenen krijgen
meer rechten, maar de invloed van lokale elites en Bedoeïenen neemt af
door het centrale belastingstelsel, en ook de invoering van de
dienstplicht zet veel kwaad bloed. In 1834 breekt een opstand uit, die
zich naast de Egyptenaren ook op 'collaborateurs' en joden en
christenen richt. In
Safed
vindt een bloedige pogrom plaats.
De Egyptenaren slaan de opstand hard neer.
1840
Egypte
moet zich uit Palestina terugtrekken onder druk van Europese
bondgenoten. Nadien laten de Ottomanen meer Europese handelaren en
pelgrims toe en begint de gebied zich langzaam te ontwikkelen, vooral
de voorheen schaars bevolkte kuststrook.
1843
Eerste proto-zionistische artikelen geschreven door twee rabbi's.
1844
Bij de eerste Ottomaanse volkstelling wonen in Jeruzalem 7.120 joden,
5.760 moslims en 3.390 christenen. Andere Joodse gemeenschappen leven
onder meer in Hebron en Safed; in heel Palestina wonen zo'n 17.000
joden. Jeruzalem en Safed tellen in 1880 een Joodse
meerderheid. Ongeveer een half miljoen Arabieren wonen tegen die tijd
in Palestina.
1860
Eerste Joodse nederzetting (Mishkenot Sha'ananim) gesticht buiten de
stadsmuren van het overbevolkte Jeruzalem.
Het
begin van de Zionistische beweging en de immigratie naar Palestina
1862
De
Duits-Joodse socialist Moses Hess schrijft het boek
"Rom und
Jerusalem"
en roept op tot het vormen van een Joods-nationale beweging.
1878
Eerste Zionistische nederzetting (Petah Tikwa).
1882
1 januari: Leon Pinsker, een Pools-Russische Joodse arts, schrijft het
pamflet
"Autoemanzipation"
(Zelf-Emancipatie, lees
Duitse
of
Engelse
tekst), waarin hij de Joden oproept zichzelf te bevrijden van
discriminatie en vervolging door vestiging in een eigen land.
1882-1903
Eerste grote immigratiegolf ('
Aliya')
van met name Russische Joden naar Palestina.
1890
De Oostenrijkse journalist Nathan Birnbaum introduceert het woord
'
Zionisme'
in zijn
tijdschrift "Selbstemanzipation".
1896
De Oostenrijks-Hongaarse journalist
Theodor
Herzl publiceert zijn boek
"Der
Judenstaat"
(
The
Jewish State), waarin hij pleit voor
een eigen
land voor het Joodse volk als oplossing voor het antisemitisme.
1897
29-31 augustus:
Eerste
Zionistische Congres te Bazel, bijeengeroepen
door Theodor Herzl, waarbij de Zionistische Wereldorganisatie (WZO)
wordt opgericht. Herzl zelf overlijdt in 1904.
1904-1914
Tweede immigratiegolf, voornamelijk vanuit Rusland en Polen;
onder deze
vaak socialistisch georiënteerde Joden bevinden zich veel van
de
leiders van het latere Israël. In Poltava (Oekraine) vindt in
1906
het eerste congres plaats van de socialistische beweging
Poalei
Tziyon.
1909
De eerste moderne Joodse stad (Tel Aviv) en eerste kibboets (Degania)
worden gesticht.
Eerste
wereldoorlog en mandaatgebied Palestina
1914-1918
28 juli 1914: de Eerste Wereldoorlog breekt uit tussen enerzijds
Oostenrijk-Hongarije en Duitsland (de 'centralen') en anderzijds
Rusland, Frankrijk en Groot-Brittannië (de 'geallieerden').
Het
Ottomaanse Rijk en Italië sluiten zich nadien bij de centralen
aan; in 1917 sluiten de Verenigde Staten zich bij de geallieerden aan,
wat de doorslag geeft bij de geallieerde overwinning in november 1918
(ondanks dat de Sovjetunie zich na de Russische revolutie uit de oorlog
heeft teruggetrokken).
De oorlog eist vele miljoenen levens, en de Ottomaanse genocide op de
Armeniërs (naar schatting meer dan een miljoen) in 1915-1917
zou
een inspiratiebron voor Hitler zijn geweest. Het Verdrag van Versailles
zal een zware hypotheek leggen op de Weimarrepubliek die het Duitse
Keizerrijk opvolgt, en zal één van de factoren
vormen die
Hitler in 1933 aan de macht helpen.
Ook het Ottomaanse Rijk wordt in 1920 formeel ontbonden; de Britten en
Fransen nemen het voorlopige bestuur van het Midden-Oosten op zich.
1915-1917:
drie tegenstrijdige Britse beloften
1915
Oktober: Groot-Brittannië wint de
steun van de
Arabische sherif
Hoessein ibn Ali van Mekka tegen het Ottomaanse Rijk met de
belofte de
Arabieren na de overwinning onafhankelijkheid te geven.
De kuststrook van Libanon wordt daarvan uitgezonderd omdat de bevolking
daarvan maar ten dele Arabisch is. De opzettelijk vage aanduiding van
het uitgezonderde gebied laat ruimte voor de bewering dat ook de
westoever van de Jordaan daaronder valt. Hoessein legt zich alleen
voorlopig neer bij die uitzondering.
1916
Mei: de
Sykes-Picot
Overeenkomst - Groot-Brittannië en Frankrijk
verdelen in het geheim het Midden-Oosten in invloedssferen middels
protectoraten: Frankrijk krijgt o.a. Libanon en noord-Galilea ('Franse
zone') en Syrië (Frans protectoraat), en
Groot-Brittannië
o.a. Trans-Jordanië en de Negev woestijn (Brits protectoraat).
Het
overige Palestijnse gebied moet onder gedeeld Brits-Frans-Russische
'protectie' komen.
1917
2 november: Groot-Brittannië geeft de
Balfour
Verklaring af,
waarin de Britse regering haar steun verklaart aan het vestigen van een
"Joods nationaal thuis" in Palestina (waaronder in die tijd ook de
oostoever van de Jordaan wordt verstaan). Kort daarna veroveren Britse
troepen het gebied; Jeruzalem wordt ingenomen op 10 december.
1919
Op de Vredesconferentie van Parijs wordt de Volkerenbond opgericht en
haar handvest vastgesteld. Ook het Verdrag van Versailles wordt hier
opgesteld. Tevens tekent
Chaim
Weizmann van de zionistische beweging
een overeenkomst met Faisal I, zoon van sherif Hoessein, waarin zij
elkaar steun toezeggen voor hun nationale aspiraties. Faisal maakt zijn
deel van de overeenkomst afhankelijk van het nakomen van de Britse
toezegging betreffende Syrië, die niet wordt nagekomen.
1920
25 april: op de San Remo conferentie krijgt Groot-Brittannië
het mandaat over Palestina toegewezen.
April: 46 Joden komen om bij rellen in Jeruzalem die mede door moefti
Haj
Amin el Husseini worden geleid.
April-september: Vier Joodse dorpen in Galilea en op de Golan moeten
worden ontruimd na herhaalde Arabische aanvallen sinds februari.
Juni: de
Haganah
wordt formeel opgericht als Joodse zelfverdedigingsorganisatie.
Eén van de oprichters is
Vladimir
(Ze'ev) Jabotinsky.
Vanaf januari waren lokale groepen begonnen met opbouw en training, en
in april waren deze betrokken bij de verdediging tijdens de Arabische
rellen.
December: oprichting Joodse vakbond
Histadrut.
(Vanaf de jaren 1960 worden ook niet-Joden toegelaten.)
1921
1-8 mei: Joodse gemeenschappen worden opnieuw door Arabieren
aangevallen, met name in Jaffa.
Er komen 47 Joden en 48 Arabieren om, de laatsten vooral door Brits
politieoptreden.
10 mei: de Britten proberen Arabisch verzet in te kapselen door de
extremistische
Haj
Amin el Husseini
tot 'groot'-moefti van Jeruzalem te benoemen. Dit ondanks dat hij
veroordeeld was tot 10 jaar gevangenis voor zijn rol in de rellen van
1920 en hij maar op de 4de plaats stond op het lijstje in de voordracht
door de Arabieren.In januari 1922 wordt hij tevens benoemd tot
voorzitter van de Hoge Raad van Moslims.
Mei: Met instemming van de Volkerenbond wordt het gebied ten oosten van
de Jordaan afgesplitst als toekomstige Arabische staat
(Trans-Jordanië), waar Joden zich niet langer mogen vestigen.
Emir
Abdullah (zoon van sherif Hoessein) krijgt in 1923 het bestuur onder
Brits
toezicht. Trans-Jordanië omvat 78% van het mandaatgebied en
blijft er formeel onderdeel van.
1922
24 juli: De Volkerenbond bekrachtigt het Britse mandaat om Palestina te
besturen en daar het Joodse nationale thuis te vestigen zoals vermeld
in de Balfourverklaring, maar tevens de uitzondering van
Trans-Jordanië van dat gebied. Het mandaat wordt formeel van
kracht op 23 september 1923.
Frankrijk krijgt officieel het mandaat over
Syrië en de Libanon.
1923
Groot-Brittannië draagt de Golan Hoogvlakte over aan het
Franse mandaatgebied Syrië.
1925
De Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem wordt officiëel
opgericht.
Martin Buber en anderen stichten
Brit
Shalom, dat pleit voor een bi-nationale staat.
Zeev Jabotinsky sticht de
revisionistisch-zionistische
beweging.
1929
23-26 augustus: 133 Joden worden vermoord en 339 verwond bij
Arabische
rellen en pogroms, nadat de moefti het valse gerucht heeft
verspreid dat de Joden de Al Aqsa moskee willen vernietigen. Uit verschillende plaatsen moeten de Joodse inwoners
wegvluchten, o.a. de eeuwenoude gemeenschap in
Hebron,
waar op 24
augustus 67 doden zijn gevallen. Ook uit de oude Joodse wijk van
Jeruzalem vluchtten duizenden weg. Er komen 116 Arabieren om: 110 door
Britse troepen en 6 bij een Joodse tegenaanval in Tel Aviv.
De Haganah boekt enige successen bij de verdediging van de Joodse
gemeenschap, en besloten wordt de organisatie uit te bouwen tot een
landelijk verdedigingsnetwerk.
1930-1931
Naar aanleiding van de rellen van 1929 stelt een Britse
onderzoekscommissie voor om de Joodse immigratie te beperken (de
Passfield
White Paper). In 1931 wordt dit weer ingetrokken na druk van
het Lagerhuis, de Zionisten en de Volkenbond.
1931
De IZL (Irgoen of
Etzel)
splitst zich onder leiding van Jabotinsky af van de Haganah. Deze
revisionistische groep wil niet alleen defensief optreden maar in
de aanval gaan, en pleegt ook aanslagen op burgerdoelen. De Irgoen wil
ook de afsplitsing van Transjordanië van het mandaatgebied
ongedaan maken.
1932-1939
De
Vijfde
Aliya, immigratiegolf van vooral Joodse vluchtelingen uit
Nazi-Duitsland en buurlanden.
1933
31 maart: In Duitsland nemen de Nazi's de macht over en voeren vrijwel
meteen anti-Joodse maatregelen in, die geleidelijk worden opgevoerd.
Steeds meer Joden proberen uit Duitsland weg te komen, maar vrijwel
alle landen houden hun poorten gesloten, en schepen met vluchtelingen
worden teruggestuurd naar Duitsland. Na de Kristalnacht van november
1938 groeit de vluchtelingenstroom verder.
1936-1939
Grote Arabische opstand in het mandaatgebied met stakingen en rellen,
aangesticht door de moefti van Jeruzalem
Haj
Amin Al-Husseini.
Aanhangers van de moefti doden naar schatting 500 Joden maar ook veel
leden en
meer gematigde leiders van rivaliserende clans. Bij onderling geweld en
het beteugelen van de opstand door de Britten zouden 4.000 tot
5.000 Arabieren zijn gedood. Ook honderden Britten komen om. In
oktober 1937 vlucht Husseini met een aantal getrouwen naar Beiroet, in
oktober 1939 naar Bagdad en in 1941 naar Berlijn, waar hij tot het
einde van de oorlog verblijft.
1937
De Britten stellen de Peel Commissie in, die voorstellen moet doen om
het conflict tussen de Joden en Arabieren in Palestina op te lossen. De
commissie komt met een
delingsvoorstel,
waarbij de Joden een kleine
eigen staat zouden krijgen in het noordelijke kustgebied, en de
omgeving van Jeruzalem in internationale handen zou komen. De rest zou
een Arabische staat moeten worden. Joden en Arabieren zouden gedwongen
verplaatst worden naar het grondgebied van hun eigen staat. De
Zionistische organisatie stemt er
met grote moeite mee in, maar de Arabieren wijzen het voorstel af.
1939
De Arabische opstand komt pas ten einde nadat de Britten weer een
zogenaamde
"
White Paper"
uitgeven, dat inhoudt dat er nog 5 jaar beperkte Joodse
immigratie zou zijn (in totaal 75.000 personen), en daarna alleen nog
met Arabische toestemming. Ook landaankopen door Joden worden sterk
beperkt. Noch de Arabieren, noch de Zionisten stemmen met het White
Paper in, om tegengestelde redenen. De Volkerenbond veroordeelt het
eveneens, omdat het de voorwaarden van het Britse mandaat schendt.
Tienduizenden Joden weten in de daaropvolgende jaren illegaal Palestina te bereiken (
Aliya
Bet) met hulp van ondergrondse organisaties waaronder de
Irgoen en de Haganah.
Tweede
wereldoorlog en nasleep
1939-1945
1 september: met de Duitse inval in Polen begint de Tweede
Wereldoorlog, die nog bloediger wordt dan de eerste, met een geschat
dodental van 72 miljoen, waaronder 23 miljoen inwoners van de
Sovjetunie, 20 miljoen Chinezen en 7 miljoen Duitsers. Met 6 miljoen
doden in de Holocaust zijn de Joden procentueel de zwaarst getroffen
groep. Het systematisch uitmoorden van het Joodse volk was
één van de hoofddoelen van het Nazi-regime en haar
rassenwaan.
1940
Oprichting van de
LEHI
of Stern-groep, extremistische Joodse splintergroep onder leiding van
Abraham Stern.
1941
April-juni: een coup in Irak onder aanvoering van de moefti van
Jeruzalem, leidt tot een pro-Nazi regering in Bagdad; de Britten
heroveren Irak en de moefti vlucht naar Nazi-Duitsland. Na de Britse
overwinning vindt er in Bagdad een pogrom tegen de Joden plaats.
1942
6-11 mei: in het
Biltmore hotel
in New York breken de Zionistische leiders met hun beleid om onder
Brits patronage een Joods thuis op te bouwen, en besluiten na de oorlog
beëindiging van het
Britse mandaat na te streven en de vestiging van een Joodse gemenebest
in haar plaats. De immigratiebeperkingen moeten stoppen en de Zionisten
moeten zelf de controle over de Joodse immigratie krijgen. David
Ben-Gurion volgt Chaim Weizmann op als leider van
de Zionistische
beweging.
Oktober: de Duitse dreiging in het Midden-Oosten wordt definitief
afgewend door de nederlaag van Rommel's Afrika Korps tegen de Britse
troepen van Montgomery.
1944
25 september - 7 oktober: de Arabische leiders komen bijeen in
Alexandria
en leggen de basis voor de oprichting van de
Arabische
Liga.
Doel is de onderlinge verhoudingen te regelen en samenwerking
te bevorderen, en Palestina voor de Arabische wereld te
behouden.
Op 22 maart 1945 wordt de Liga opgericht met 8 leden, inclusief een
vertegenwoordiger voor de Palestijnse Arabieren. De Arabische Liga
kondigt een boycot af van de Zionisten en later de staat
Israël.
1945-1947
Na afloop van de Tweede Wereldoorlog proberen tienduizenden Joodse
overlevenden naar Palestina te komen, maar de Britten laten hen niet
toe en sturen schepen terug of interneren de vluchtelingen op Cyprus
(vanaf aug. 1946). Er geldt een maximum van 1.500 Joodse
immigranten per maand. Soms worden schepen tot zinken gebracht. De internationale
verontwaardiging is groot, en het gewapende Joodse verzet tegen de
Britten in Palestina neemt toe. Groot-Brittannië is ten einde
raad
en geeft haar mandaat terug aan de
Verenigde Naties,
die in 1945 de
Volkerenbond heeft opgevolgd. Per 15 mei 1948 zullen de Britse troepen
en bestuur Palestina verlaten.
1947
17 november: geheime ontmoeting tussen Golda Meir en de Jordaanse
koning Abdullah in Naharayim. Abdullah wil dat het Joodse nationale
thuis een onderdeel van Trans-Jordanië wordt, wat Meir
afwijst.
Dan stelt hij voor het Arabische deel in het aankomende
VN delingsplan over te nemen en te annexeren.
Meir zegt dat de Joodse staat dat niet actief zal
steunen maar zich er voorlopig bij neer zal leggen.
29 november: de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties neemt met
tweederde meerderheid
resolutie
GA 181
aan, die het mandaatgebied
Palestina opdeelt in twee staten, te weten 3 Joodse en 3 Arabische
delen die via corridors onderling worden verbonden. Jaffa wordt
daarnaast een Arabische enclave en Jeruzalem met Bethlehem komen onder
internationaal bestuur. Het plan houdt geen gedwongen verplaatsing van
bevolkingsgroepen in zoals het Peel plan. De Zionisten aanvaarden de
resolutie, maar de Arabische Liga en
islamitische landen wijzen
haar af en dreigen met oorlog.
Palestijnse
burgeroorlog: 29 november 1947 tot 15 mei 1948
1-3 december: Arabische rellen in Jeruzalem en begin van Arabische
blokkade van Jeruzalem. Tot mei 1948 zijn er door het hele land talloze
rellen, overvallen, bloedbaden en aanslagen van beide kanten,
georganiseerd en spontaan. Vooral de Irgoen pleegt verschillende
bomaanslagen op Arabische burgers. Arabische groepen vallen Joodse
burgers en doelen aan, overvallen konvooien naar Joodse nederzettingen en
belegeren Joods Jeruzalem.
1948
Januari: met Britse toestemming komen troepen van het Arabische
Bevrijdingsleger (ALA) het mandaatgebied binnen. Tegen de afspraken in
vallen zij Joodse nederzettingen aan.
De Arabische buurlanden bewapenen zich, maar voor het Palestijnse
mandaatgebied geldt een wapenembargo. De Zionistische organisaties
proberen dit te omzeilen met illegale wapenimport en het opknappen van
als oud ijzer afgedankt materieel. Tsjecho-Slowakije sluit een
wapendeal met de Zionisten, maar de meeste wapens - inclusief
gevechtsvliegtuigen - worden pas in de zomer van 1948 geleverd.
Maart: in Tel Aviv wordt een provisorische Joodse regering gevormd.
Begin april: de Haganah gaat in het offensief met Operatie Nachshon en
doorbreekt tijdelijk de blokkade van Jeruzalem door een aantal
Arabische dorpen langs de weg in te nemen.
9 april:
Deir
Yassin bloedblad. De Irgoen en Lehi veroveren het
Palestijnse dorp Deir Yassin nabij Jeruzalem. Meer dan 100 Palestijnse
Arabieren komen om, meest burgers. Aangedikte berichten over het
bloedbad zetten veel Arabieren elders tot vluchten aan.
Israëlische
Onafhankelijkheidsoorlog/Eerste Israëlisch-Arabische
Oorlog: 1948-1949
14 mei: De provisorische regering roept de
onafhankelijkheid van
Israël uit.
15 mei: de laatste Britten verlaten het mandaatgebied en legers van 5
Arabische buurlanden (Egypte, Jordanië, Syrië, Irak
en
Libanon) vallen het voormalige mandaatgebied binnen. Ook
Saoedi-Arabië verklaart de oorlog, maar stuurt geen troepen.
Het
Jordaanse leger wordt mede geleid door Britse officieren en is het best bewapend en getraind.
28 mei: het Jordaanse leger neemt de Joodse wijk in de Oude Stad van
Jeruzalem in; de bewoners worden naar West-Jeruzalem verdreven, en de
Arabische menigte vernielt vrijwel alle synagogen.
28 mei: het IDF wordt officieel opgericht uit
de Haganah, Irgoen en Lehi.
11 juni-8 juli: eerste wapenstilstand na bemiddeling door de VN. Het
Israëlische leger weet zich beter te bewapenen en troepen te
organiseren en trainen.
23 juni: De Irgoen onder leiding van Begin brengt wapens naar Tel Aviv
via het schip de Altalena, maar wil ze zelf houden om een afzonderlijke
strijdmacht te blijven. Ben-Goerion eist dat de Irgoen in het IDF
opgaat en de wapens overdraagt. Hij geeft opdracht de Altena tot zinken
te brengen.
28 juni: VN bemiddelaar Graaf Folke Bernadotte
stelt voor om Palestina
bij Trans-Jordanië te voegen met in het noorden een Joodse
enclave
(op ongeveer het grondgebied dat het op dat moment in handen had - het
noordelijke deel, zonder de Negev of Jeruzalem), die eveneens onder
Jordaanse soevereiniteit zou vallen, en slechts beperkte immigratie.
Het voorstel lijkt sterk op dat van de Jordaanse koning in november is
wordt door beide partijen afgewezen.
8-18 juli: Egypte verbreekt de wapenstilstand, en er wordt 10 dagen
vooral aan het zuidelijke front gevochten. Daarnaast verovert
Israël Lydda (Lod) en Ramla, boekt vooruitgang in het noorden,
en
breekt de Arabische belegering van Jeruzalem. Israël kan voor
het
eerst enkele bommenwerpers en tanks inzetten (de
Arabieren hadden vanaf het begin van de oorlog
de beschikking over zwaarder materieel en vliegtuigen).
18 juli-15 oktober: tweede wapenstilstand. Van 22-24 juli houdt
Israël een 'politie aktie' waarbij 3 Arabische plaatsen
langs
de kust bij Haifa worden ingenomen. Op 27 juli schendt Egypte de
wapenstilstand waarna ook de IDF een (mislukte) operatie uitvoert.
16 september: Bernadotte presenteert een
tweede voorstel dat sterk
lijkt op het eerste, waarbij Israël nu wel een min of meer
zelfstandige staat
zou zijn, maar met recht op terugkeer voor de Palestijnse
vluchtelingen. Beide partijen wijzen ook dit voorstel af, en een dag
later wordt Bernadotte door de radicale Lehi (Stern) groep vermoord.
Israël verbiedt de Lehi en arresteert haar leiders.
26 september: de Israëlische regering besluit niet verder
tegen
Trans-Jordanië te vechten. Daarmee geeft zij de Oude Stad van
Jeruzalem op, maar kan zich concentreren op de strijd tegen Egypte.
Eind september: met instemming van de Arabische Liga zet Egypte in het
door haar bezette Gaza
een Palestijnse regering op onder leiderschap van moefti Al-Husseini,
met als doel de Jordaanse annexatieplannen van het door haar
gecontroleerde gebied (de Westelijke Jordaanoever, voorheen Judea en
Samaria genoemd) tegen te houden.
Trans-Jordanië zet echter eveneens een Palestijnse regering
op.
Beide zijn machteloze marionettenregeringen die na een aantal jaren
weer ontbonden worden: Trans-Jordanië annexeert de Westoever in
1950 en Nasser heft de Palestijnse regering, die al eerder is
verplaatst van Gaza naar Cairo, in 1959 formeel op.
15-22 oktober: De tweede wapenstilstand wordt verbroken en de strijd om
de Negev wordt hervat. Israël slaagt erin overwicht in de
lucht te
krijgen en grote delen van de Negev onder controle te krijgen. Ondanks
een nieuwe wapenstilstand op 22 oktober vinden er tot maart 1949 nog
geregeld gevechten plaats op verschillende fronten.
11 december:
VN resolutie 194 roept onder meer op tot een einde van de
vijandigheden en terugkeer van de
vluchtelingen
'die in vrede met hun
buren willen leven'. De
resolutie wordt door zowel Israël als de
Arabische staten afgewezen.
1949
7-10 maart: Israël verovert het zuiden van de Negev inclusief
Eilat.
Februari-juli: met bemiddeling van de VN sluit
Israël afzonderlijke bestanden met de
Arabische staten (24 februari met Egypte, 23 maart met Libanon, 3 april
met Trans-Jordanië en 20 juli met Syrië). Egypte
houdt
controle over de
Gazastrook
en Trans-Jordanië over de Westoever en
Oost-Jeruzalem. Tegen de afspraak in krijgen Israëli's geen
toegang tot Joodse heilige plaatsen in de Oude Stad of de begraafplaats op de Olijfberg.
Israël heeft nu 50% meer gebied in handen dan volgens het
delingsplan. Meer dan
6.000 van de 600.000 Israëlische Joden zijn om het leven
gekomen.
De schattingen over het aantal Arabische doden varieert tussen de 5.000
en 15.000.
Aan het eind van de oorlog zijn er naar VN schattingen zo'n 711.000
Palestijnen gevlucht of verdreven uit het gebied waar Israël
is
gesticht, en enkele duizenden Joden uit Oost-Jeruzalem en andere
plaatsen onder Arabische controle.
27 april-12 september: een verzoeningsconferentie in Lausanne
mislukt grotendeels. De Arabieren weigeren over vrede met
Israël
te onderhandelen, en Israël wil slechts een deel van de
Arabische
vluchtelingen laten terugkeren op haar grondgebied. Jeruzalem blijft
gedeeld.
11 mei: Israël wordt toegelaten als lidstaat tot de Verenigde
Naties.
8 december: de Algemene Vergadering van de VN besluit de UNRWA op te
richten als organisatie om de Palestijns-Arabische vluchtelingente
ondersteunen, die in kampen in de Gazastrook, Jordanië
(inlcusief
Westoever), Syrië en Libanon worden opgevangen. De UNRWA
blijft
gescheiden van de een jaar later opgerichte UNHCR, die zich om alle
andere vluchtelingen bekommert, heeft een afwijkend mandaat en hanteert
een afwijkende definitie van vluchtelingen.
1950-1967: Israël tot de Zesdaagse Oorlog
1950
24 april: Jordanië annexeert de Westelijke Jordaanoever en
Oost-Jeruzalem. De annexatie wordt alleen erkend door Pakistan en
Groot-Brittannië, dat echter niet de annexatie van Oost-Jeruzalem
erkent. De Britten erkennen ook officieel Israël.
5 juli: de Knesset neemt de
Wet op de Terugkeer
aan, die alle Joden die naar Israël komen het recht op
staatsburgerschap geeft. In 1949-1951 vindt massale immigratie plaats.
Economische problemen dwingen tot het afremmen van de
immigratie. De wet wordt in 1970 verruimd.
Jaren '50 en '60
Gewapende Arabische groepen steken regelmatig de bestandslijnen over
vanuit de buurlanden om aanslagen te plegen op Israëlische doelen.
De terroristen worden gesteund door Egypte, Jordanië en
Syrië. Ook vluchtelingen steken heimelijk de grens over om naar
hun voormalige woonplaatsen terug te keren. Israël treedt hard op
tegen deze infiltratie en aanslagen, soms met vergeldingsacties op
burgerdoelen. Honderden Israëli's en duizenden Arabische
Palestijnen komen om bij deze grensconflicten.
1951
20 juli: de Jordaanse koning Abdullah komt om bij een aanslag door een
lid van de Hoesseini-clan in de Rotskoepel moskee in Jeruzalem. Er
waren geruchten dat hij vrede wilde sluiten met Israël.
Zijn kleinzoon Hoessein wordt in 1952 als opvolger gekroond na een korte regeerperiode van zijn zoon Tallal.
1953
In reactie op een Palestijnse aanval op Tirat Yehuda, valt paratroeper
eenheid 101 onder leiding van Ariel Sharon het Jordaanse dorp Qibieh
aan en doodt 69 burgers.
1954
Juli:
Lavon Affaire: Israëlische spionnen proberen aanslagen te
plegen op Britse doelen in Egypte, om zo de aanstaande Britse evacuatie
van het Suez kanaal tegen te houden. Egypte wreekt zich op Egyptische Joden.
De affaire heeft de
Israëlische politiek en vooral de leidende Mapai partij ernstig
verdeeld. In september treedt David Ben-Goerion af als premier, om ruim een jaar later weer aan te treden.
1955
Egypte blokkeert de Straat van Tiran en dus de Israëlische havenstad Eilat, en schendt daarmee het wapenstilstandsverdrag.
20 oktober. Egypte en Syrië sluiten een defensieverdrag.
1956
April: toenemende spanning tussen Israël en Egypte (en
Syrië). Na veelvuldige aanvallen vanuit Gaza op Israël in de
voorgaande maanden, voert Israël zware beschietingen uit op Gaza
stad, waarna de aanvallen op Israël verder toenemen. De VN
secretaris-generaal weet de gemoederen te sussen.
Juni: laatste Britse troepen verlaten hun basis bij het Suez kanaal. In
juli trekt de VS haar financiering van de Aswan dam terug en
nationaliseert Nasser het Suez kanaal, met goedkeuring van de Arabische
Liga.
25 oktober: Egypte, Syrië en Jordanië stellen een gezamenlijk militair commandocentrum in onder leiding van Nasser.
29 oktober: begin Suez campagne. In geheime samenwerking met Engeland
en Frankrijk valt Israël de Sinaï binnen, in reactie op
toenemende aanvallen vanuit Egypte en de afsluiting van de Straat van
Tiran en het Suez kanaal voor Israëlische scheepvaart. Eind
oktober valt ook een Engels-Frans leger binnen. Op 6 november volgt een
staakt-het-vuren.
Israël trekt haar troepen terug uit Gaza en de Sinaï onder
zware druk van de VS en na garanties te hebben gekregen voor vrije
scheepvaart. Er komt een VN troepenmacht in de Sinaï.
1957
Maart: het Suezkanaal wordt heropend en direct weer voor Israëlische scheepvaart afgesloten.
Juni: De Arabische Liga kondigt een 'secundaire boycot' van Israël
af, waarbij Westerse bedrijven die zaken doen met Israël op een
zwarte lijst worden geplaatst.
? Met Franse steun begint Israël (vermoedelijk in 1957) aan de bouw
van een nucleaire reactor. In 1960 ontdekt de VS de reactor.
? Yasser Arafat en anderen richten (onofficieel) Fatah op in Koeweit,
met als doel
de vernietiging van Israël en het vestigen van een seculiere
Arabische staat in haar plaats. Andere bronnen vermelden 1954
(sabotage-acties door voorlopers),
1958 (naam Fatah), 1959 (organisatiestructuur) of 1965
(eerste bomaanslag) als officieus of officieel oprichtingsjaar. Ook het
handvest van Fatah (gewijzigd in 1968) is niet gedateerd.
1959
Egypte blokkeert het Suezkanaal voor alle schepen naar Israël.
1960
Mei: Israëlische geheimagenten pakken Adolf Eichmann op in
Argentinië en ontvoeren hem naar Israël, waar hij na een
spraakmakende rechtszaak in 1962 de doodstraf krijgt. Eichmann was
medeverantwoordelijk voor de dood van honderdduizenden Joden in de
Holocaust.
1963
Ben-Goerion treedt af als premier, vooral uit frustratie over de afwikkeling van de Lavon affaire uit 1954.
1964
Oprichting in Oost-Jeruzalem van de PLO (Palestine Liberation
Organisation) op initiatief van Egypte en met steun van de Arabische
Liga. Het betreft een koepelorganisatie van verschillende
guerrillabewegingen met als doel de vernietiging van Israël.
Egypte hoopt met de PLO Al Fatah, dat anti-Nasser is, de wind uit de
zeilen nemen. Fatah sluit zich in 1967 bij de PLO aan.
De Arabische Liga besluit het water van de Jordaan om te leiden om
Israël zijn watervoorraad te ontnemen. Ook wordt het doel om
Israël te vernietigen bekrachtigd en worden de Arabische legers
versterkt.
1965
De eerste militaire operatie van Fatah is een mislukte bomaanslag op de
Israëlische watervoorziening. Een reeks van gewapende aanvallen op
Israëlische civiele doelen volgen.
1966
Israël valt het dorpje As-Samu aan vlakbij Hebron en doodt 15
Jordaanse soldaten. Dit is een reactie op de dood van drie
Israëlische soldaten door een mijn. Jordanië reageert niet,
waardoor Palestijns verzet en steun voor de PLO toeneemt.
1967-1986: Zesdaagse Oorlog tot Libanon Oorlog
1967
Mei: Egypte blokkeert de Straat van Tiran en stuurt de VN troepenmacht
in de Sinaï weg. Egypte mobiliseert zijn strijdkrachten en trekt
de Sinaï binnen. Eind mei sturen ook Jordanië, Syrië en
Irak (via Jordanië) troepen naar de wapenstilstandsgrens met
Israël. Op 29 mei sluit Jordanië een defensiepact met Egypte. Het Israëlische leger is gemobiliseerd.
5-10 Juni:
Zesdaagse Oorlog.
Israël vernietigt in een verrassingsaanval de Egyptische
luchtmacht en verovert de Gazastrook en de Sinaï. Na Jordaanse
beschietingen op West-Jeruzalem en andere plaatsen, valt Israël
ook de Westoever binnen en verovert op 7 juni de oude stad in
Oost-Jeruzalem. Op 9 en 10 juni wordt de Golan hoogvlakte veroverd,
vanwaar Syrië Israël met artillerie bestookte. Per 11 juni gaat een staakt-het-vuren in.
19 juni: Israëlische regering besluit om via Amerikaanse
diplomaten aan Syrië en Egypte teruggave van de Golan en
Sinaï aan te bieden in ruil voor vrede. Over een aanbod aan
Jordanië wordt men het niet eens.
27 juni: Israël verklaart de Israëlische wet van toepassing
in Oost-Jeruzalem en biedt de inwoners van Oost-Jeruzalem het
Israëlische staatsburgerschap aan, wat de meesten afwijzen. Het
Jordaanse ministerie van religieuze zaken houdt de verantwoordelijkheid
over islamitische gebouwen op de Tempelberg en de Westoever.
Israël garandeert bescherming van de heilige plaatsen en vrije
toegang voor de aanhangers van de verschillende religies.
September: op een top van de Arabische Liga in Khartoem worden vrede,
onderhandelingen met en erkenning van Israël afgewezen (de "
drie nee's").
22 november: De veiligheidsraad van de VN neemt
resolutie 242
aan. Deze roept op tot een rechtvaardige en duurzame vrede, erkende en
veilige grenzen en respect voor de territoriale integriteit van alle
landen in de regio. Israël moet zich uit 'bezette gebieden'
terugtrekken, wat door de Arabische staten als 'alle bezette gebieden'
en door Israël als 'sommige bezette gebieden' is
geïnterpreteerd.
1968
Maart: slag bij Karameh in Jordanië. Israël valt dit dorp aan
van waaruit de PLO en Fatah diverse aanvallen op Israël
uitvoerden. Israël lijdt hierbij relatief zware verliezen, waarop
Fatah dit tot een grote overwinning uitroept. Het geeft de Palestijnen
na de Zesdaagse Oorlog hernieuwd zelfvertrouwen, en de slag wordt nog
jaarlijks als triomf gevierd.
1969
Maart: Golda Meir wordt premier nadat Levi Eshkol is overleden.
23 April: Nasser zegt het bestand langs het Suez kanaal op en Egypte
voert felle artilleriebeschietingen uit, die door Israël op 20
juli worden vergeld door het bombarderen van doelen in Egypte.
(Deze "Uitputtingsoorlog" begon in juni 1968 en duurt tot augustus
1970.)
Mei: Na Israëlische waarschuwingen en vergeldingsactie verbiedt
Jordanië aanvallen vanaf haar grondgebied door Palestijnse
guerrillabewegingen.
December: De minister van buitenlandse zaken van de VS Rogers
presenteert voorstellen voor een vredesverdrag tussen Egypte en
Israël, die door beide zijden worden verworpen.
1970
7 Augustus: nieuw staakt-het-vuren langs het Suez Kanaal beëindigt de Uitputtingsoorlog tussen Egypte en Israël.
7 en 9 september: het Palestijnse PFLP kaapt 4 vliegtuigen van
Amerikaanse, Britse en Zwitserse maatschappijen, en landt 3 daarvan op
Jordaans grondgebied. De gijzelaars worden vrijgelaten nadat de
betreffende regeringen ermee instemmen om Palestijnse gevangenen vrij
te laten. Het Duitse Lufthansa zou kapingsdreiging met beschermingsgeld
hebben afgekocht, terwijl Air France gevrijwaard zou blijven door een
toezegging van Frankrijk om haar anti-Israël van na de Zesdaagse
Oorlog voort te zetten.
16 september: "Zwarte September": Het Jordaanse leger opent de aanval
op de steeds machtiger wordende Palestijnse guerrillaorganisaties in
Jordanië, die een staat binnen een staat dreigen te worden en
openlijk de soevereiniteit van de koning tarten. Duizenden Palestijnen
komen om. Syrië valt Jordanië binnen om de Palestijnen te
helpen, maar trekt zich terug na dreigende Israëlische
interventie. De Palestijnen verliezen de strijd en worden verdreven
naar Libanon. Pas in juni 1971 keert de rust terug in Jordanië.
28 september: de Egyptische president Gamal Abdel Nasser overlijdt aan
een hartaanval en wordt opgevolgd door zijn vice-president Anwar
El-Sadat. De PLO heeft daarmee zijn beschermheer verloren, die een dag
eerder Jordanië nog tot een akkoord met de Palestijnse guerrilla's
had gedwongen. De Jordaanse koning kan daarop zijn campagne tegen de
PLO in zijn land hervatten.
1971
28 november: in Cairo wordt de Jordaanse premier vermoord door Palestijnse terroristen.
1972
Mei: bij een aanval van de PFLP en het Japanse Rode Leger op Israëls grootste luchthaven worden 27 mensen gedood.
September: de aan de PLO gelieerde "Zwarte September" beweging doodt de
Israëlische Olympische ploeg in München, waarna Israël
jarenlang de daders zal blijven achtervolgen.
1973
6 oktober: begin Jom Kipoer Oorlog. In een verrassingsaanval op de
Joodse 'Grote Verzoendag', herovert Egypte het Suez kanaal en een
strook van de Sinaï, terwijl gelijktijdig Syrië (met Iraakse
steun) de Golan binnenvalt. Na enkele dagen in het defensief te zijn,
weet Israël de overhand te krijgen, mede dankzij wapenleveranties
door o.a. de VS en Nederland. Op 12 oktober rukken Israëlische
troepen op richting Damascus. Onder leiding van Ariel Sharon weet een
Israëlische tankdivisie op 15 oktober het Suez kanaal over te
steken en het Egyptische derde leger te isoleren.
22 oktober: VN Veiligheidsraad resolutie 338 roept op tot een
staakt-het-vuren en vredesonderhandelingen. Nochtans wordt nog enkele
dagen verder gevochten. Egypte zegt rechtstreekse vredesbesprekingen
met Israël toe als Israël bevoorrading van het derde leger
toestaat.
1974
Januari: Troepenscheidingsakkoord tussen Israël en Egypte. VN
troepen worden in de bufferzone op de Sinaï gestationeerd.
10 april: Golda Meir treedt af na protesten over het verloop van de Jom
Kipoer Oorlog, die Israël relatief grote verliezen heeft gekost.
Yitzchak Rabin, voormalig stafchef van het leger en ambassadeur in de
VS, wordt de nieuwe premier.
11 april: Palestijnse PFLP terroristen uit Libanon gijzelen tientallen
jongeren in Qiriat Shmona in Israël om ze voor gevangen genomen
terroristen uit te ruilen. Bij een bevrijdingspoging door het
Israëlische leger worden er 19 door de terroristen gedood.
Later in april voert Israël een wraakactie uit in Libanon die door de VN wordt veroordeeld.
15 mei: PLO terroristen overvallen een school in het
noord-Israëlische dorpje Ma'alot, doodden 25 leerlingen en
verwonden er vele.
31 mei: Troepenscheidingsovereenkomst tussen Israël en Syrië.
Nadat Syrië zegt VN resolutie 338 als een basis voor vrede te
beschouwen trekt Israël zich gedeeltelijk terug en nemen VN
troepen hun plaats in.
Juni: het twaalfde Palestijnse Nationale Congres bepaalt dat de PLO op
alle mogelijke manieren zal strijden om Palestijns land te bevrijden en
op ieder deel van dit bevrijde land haar autoriteit te vestigen. Dit
wordt door Israël als een 'gefaseerde bevrijding' van Palestina
geïnterpreteerd, terwijl anderen dit uitleggen als de acceptatie
van Israël en een tweestatenoplossing door de PLO. De PFLP stapt
om die reden in september uit de PLO, om zich in 1980 opnieuw aan te
sluiten.
13 november: Yasser Arafat spreekt de Algemene Vergadering van de VN
toe met zijn pistool zichtbaar in zijn zak. Zijn speech is 'strijdbaar'
en fel anti-Israëlisch. De Algemene Vergadering erkent op 22
november het Palestijnse recht op zelfbeschikking en geeft de PLO
waarnemersstatus onder de naam 'Palestina'. (Zij is de enige niet-staat
met zo'n status in de VN.)
1975
13 april: begin Libanese burgeroorlog.
Juli: bij een Palestijnse bomaanslag in Jeruzalem worden 13 Israëli's gedood.
November: VN Algemene Vergadering
resolutie 3379 stelt zionisme gelijk aan racisme. (In 1991 wordt deze resolutie ingetrokken.)
1976
27 juni: Palestijnse terroristen kapen een Air France vliegtuig en
landen het in Entebbe in Oeganda. De niet-Joodse passagiers worden
vrijgelaten, 103 Joodse passagiers worden vastgehouden. Op 4 juli
bevrijdt het Israëlische leger in een gedurfde operatie de meeste
gijzelaars.
12 augustus: Libanese milities doden meer dan 2.000 Palestijnen in het
Tel Al-Zaatar vluchtelingenkamp, met schijnbare medewerking van
Syrische troepen.
1977
Mei-juni: voor het eerst in Israëls geschiedenis komt de
Arbeiderspartij in de oppositie en wint de rechtse Likoed de
verkiezingen. Menachem Begin wordt de nieuwe premier. De regering
intensiveert de bouw van nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever.
November: Begin nodigt de Egyptische president Sadat uit naar Israël; deze arriveert op 19 november en
spreekt de dag daarop de Knesset toe als eerste Arabische leider.
1978
11 maart: Palestijnse terroristen (PLO) die vanuit Libanon opereren
kapen twee Israëlische bussen en vermoorden 37 inzittenden. Op 14
maart valt Israël Libanon binnen (operatie Litani) om de PLO aan
te pakken. VN Veiligheidsraad
resolutie 425 roept Israël op zich
terug te trekken. In juni trekt Israël zich terug.
6-17 september: Israëlisch-Egyptisch-Amerikaanse vredestop in
Camp
David. Begin en Sadat bereiken met veel moeite overeenstemming over de
inhoud van een vredesverdrag en Palestijns zelfbestuur.
Onderhandelingen over dit zelfbestuur lopen echter vast.
10 december: Begin en Sadat ontvangen de Nobelprijs voor de vrede.
1979
26 maart: Israël en Egypte tekenen een
vredesverdrag.
Enkele weken later kondigt de PLO aan het verdrag te willen ondermijnen
door meer aanslagen te plegen. Vanuit Libanon worden raketten afgevuurd
op Qiriat Shmona. Israël bombardeert daarop PLO bases.
1980
1 maart. De VN Veiligheidsraad eist in resolutie 465 dat Israël
haar nederzettingen in de Palestijnse gebieden ontmantelt en geen
nieuwe meer bouwt. De VS stemmen voor deze resolutie, maar dat zou per
vergissing zijn gebeurd vanwege een communicatiefout.
13 juni: De EEG stelt in de Verklaring van Venetië dat de PLO bij vredesonderhandelingen moet worden betrokken.
30 juli: Aanname
basiswet van Jeruzalem
door de Knesset, waarin wordt bepaald dat Jeruzalem de ondeelbare
hoofdstad van Israël is. Er wordt niet letterlijk van annexatie
gesproken. De VN veroordeelt dit in Veiligheidsraad resolutie 478 en
roept al haar leden op die een ambassade in Jeruzalem hebben om deze
naar Tel Aviv te verplaatsen.
1981
7 juni: Met een verrassingsbombardement vernietigt Israël de
Iraakse kernreactor Osirak. Deze luchtaanval wordt op 20 juni door de
VN Veiligheidsraad veroordeeld.
6 oktober: De Egyptische president Anwar Sadat wordt door
moslimextremisten vermoord tijdens een militaire parade ter ere van de
'overwinning' in de Yom Kippoer oorlog. Hij wordt opgevolgd door zijn
vice-president Hosni Mubarak.
14 december: De Knesset verklaart de Israëlische wet van
toepassing op de Golan hoogvlakte, wat neerkomt op annexatie van het
gebied.
1982
maart: Vanwege de vrede met Egypte ontmantelt Israël de
nederzettingen in de Sinaï woestijn. Op 25 april wordt het laatste
stuk van de woestijn aan Egypte overgedragen.
6 juni: Israël valt Libanon binnen om de PLO te verdrijven. Het
guerrillaleger van de PLO telt dan 15.000 tot 18.000 leden, waarvan een
derde soldaten uit diverse islamitische en derde wereldlanden. Ze
beschikken over tanks, artillerie en afweergeschut. Dezelfde dag nog
neemt de VN Veiligheidsraad resolutie 509 aan, die Israël oproept
zich onmiddellijk terug te trekken, maar Israël geeft daaraan geen
gehoor.
De omvang van de oorlog overvalt ook het Israëlische kabinet, dat
voor een veel beperktere invasie toestemming had gegeven dan die welke
door minister van defensie Ariel Sharon wordt uitgevoerd.
11 juni: Israël en Syrië, dat duizenden troepen in Libanon
heeft en actief meevecht in de burgeroorlog, komen een bestand
overeen nadat het IDF de Syrische luchtmacht heeft verslagen.
13 juni: Het IDF bereikt Beiroet en omsingelt de stad. Tijdens een
wekenlange belegering vinden zware bombardementen plaats op PLO
posities, die ook veel burgerslachtoffers maken.
juli-augustus: Oprichting van de Libanese
Hezbollah terreurbeweging met Iraanse steun.
23 augustus: De christelijke Falangistenleider Bashir Gemayel wordt gekozen tot president van Libanon
30 augustus: De PLO wordt door Israël gedwongen uit Libanon te
vertrekken. Met bemiddeling van de VS vertrekken 14.000
guerrillastrijders naar o.a. Tunis.
14 september: De nieuw gekozen president wordt vlak voor zijn aantreden
vermoord in een bomaanslag door de Syrische veiligheidsdienst. Een dag
later trekt Israël Beiroet binnen en omsingelt de Palestijnse
vluchtelingenkampen Sabra en Shatilla om de resterende PLO strijders
uit te schakelen.
16-18 september: Christelijke Falangisten, op wraak belust na de moord
op Gemayel, trekken met Israëlische toestemming de kampen Sabra en
Shatilla binnen om terroristen op de sporen, maar vermoorden tussen de
400 en 800 Palestijnen en Libanezen. Israël onderneemt geen actie
om het bloedbad te stoppen.
19 september: Israël trekt zich terug uit Beiroet, en een internationale troepenmacht neemt haar posities over.
25 september: De Peace Now vredesbeweging in Israël organiseert
een massademonstratie met circa 300.000 mensen tegen de Libanon
Oorlog en eist een onafhankelijk onderzoek naar de bloedbaden in Sabra
en Shatilla. Een paar dagen later stelt de regering zo'n
onderzoekscommissie in.
1983
februari: de
Kahane commissie
presenteert haar eindverslag over Sabra en Shatilla en houdt Sharon
indirect verantwoordelijk voor het geven van toestemming aan de
Falangisten om de kampen binnen te gaan, terwijl moest worden gevreesd
voor wraakacties van hen tegen de Palestijnen. Men bepaalt echter ook
dat dit niet de Israëlische intentie is geweest. Uiteindelijk
blijft Sharon als minister zonder portefeuille in de regering.
18 april: Bij een Hezbollah aanslag op de Amerikaanse ambassade in Beiroet komen meer dan 60 mensen om.
17 mei: Israël en Libanon komen een soort
vredesverdrag
overeen, dat voorziet in de terugtrekking van alle buitenlandse troepen
en het ontwapenen van gewapende milities. Libanon trekt het verdrag een
jaar later in na zware Syrische druk en het uiteenvallen van het
Libanese leger. Syrië houdt een groot deel van midden- en
noord-Libanon bezet, Israel houdt troepen in zuid-Libanon.
23 oktober: Bij een Hezbollah zelfmoordaanslag op de Amerikaanse marine basis in Beiroet komen 241 mensen om.
1985
31 mei: De meeste Israëlische militairen hebben zich
teruggetrokken uit Libanon. In een 15 kilometer brede 'veiligheidszone'
blijven 1.000 IDF soldaten aanwezig samen met het door Israël
bewapende Zuid-Libanese Leger.
1987-2000 Eerste Intifada en Oslo vredesproces
1987
9 december: Begin
eerste intifada,
een spontane opstand in de bezette Palestijnse gebieden, n.a.v. een
vrachtwagenongeluk in Gaza waarbij vier Palestijnen omkomen door
toedoen van een Israëlisch voertuig. De eerste intifada bestaat
vooral uit lokale groepen jongeren die stenen gooien en
Israëlische soldaten aanvallen in de bezette gebieden. Er vinden
ook diverse schietincidenten plaats en langdurige stakingen die de
Palestijnse economie lamleggen. De economische crisis op de Westoever
(onderdeel van de wereldwijde crisis), verminderde aandacht voor de
Palestijnse kwestie bij Arabische regeringsleiders, verzwakking van de
sympathiek tegenover de Palestijnse zaak staande communistische
regimes, het relatieve succes van de Hezbollah beweging in Libanon, de
voortgaande nederzettingenbouw en pogingen van Israël om het
lokale Palestijnse bestuur in te kapselen, zijn oorzaken die worden
aangegeven voor de intifada.
1988
januari: Oprichting van Hamas. In augustus publiceert zij haar
handvest,
waarin tot de vernietiging van Israël door middel van Jihad wordt
opgeroepen, en tot de dood van alle Joden voordat het einde der tijden
kan aanbreken. Ook haalt men de Protocollen van de Wijzen van Zion aan
en houdt men de zionisten verantwoordelijk voor de beide
wereldoorlogen, de Franse en Russische revoluties enz.
juli: Jordanië verbreekt haar juridische en bestuurlijke banden
met de Westoever en doet daarmee afstand van de Jordaanse aanspraken op
het gebied.
november: De Palestijnse Nationale Raad van de PLO roept vanuit Algiers een
onafhankelijke Palestijnse staat uit.
december: De VS gaat de dialoog aan met de PLO nadat Arafat heeft
verklaard het terrorisme af te zweren en resolutie 242 van de VN
Veiligheidsraad uit 1967 te aanvaarden.
1989
14 mei:
Israëlisch vredesplan roept op tot onderhandelingen met de Palestijnen vergelijkbaar met die tijdens het latere Oslo vredesproces.
1990
2 augustus: Irak valt Koeweit binnen en annexeert het oliestaatje. De
PLO stelt zich achter Saddam Hoessein op, en verliest zo de goodwill
van de Arabische staten.
1991
16 januari: een door de VS geleide brede coalitie valt Irak aan, eerst
met een luchtoffensief en op 24 februari met een grondoffensief. Op 27
februari is Koeweit bevrijd. Irak vuurt vanaf 17 januari 42
Scudraketten af op Israël, in de hoop Israël te betrekken en
de coalitie te splijten. In Israël vallen enkele doden en meer dan
200 gewonden; Israël laat een militaire achterwege op aandringen
van de VS.
30 oktober: Madrid conferentie. Voor het eerst voert Israël
directe onderhandelingen met Syrië, Libanon en een
Jordaans-Palestijnse delegatie. De Palestijnen zijn niet apart
vertegenwoordigd. De conferentie loopt op niets uit. In ruil voor de
Israëlische deelname krijgt de VS gedaan dat op 16 december de
gewraakte "zionisme is racisme" resolutie (3379) uit 1975 wordt
herroepen door de VN. De Arabische landen en Iran stemmen daartegen.
1992
23 juni: Yitzchak Rabin van de Arbeidspartij wint de
parlementsverkiezingen en wordt de nieuwe premier in een
coalitieregering die op 13 juli aantreed. Israël bevriest de bouw
van nieuwe nederzettingen op de Westoever en Gazastrook (met
uitzondering van Oost-Jeruzalem) en biedt Syrië aan te
onderhandelen.
1993
13 september: Na maanden van geheime onderhandelingen in Oslo
ondertekenen Yitzchak Rabin en Yasser Arafat in Washington de
'Beginselverklaring van Oslo' (
Oslo Declaration of Principles),
ook bekend als het eerste Oslo-akkoord. In brieven heeft Israël de
PLO als legitieme vertegenwoordiger van de Palestijnen erkend en de PLO
het bestaansrecht van Israël (niet als Joodse staat). De PLO mag
terugkeren naar de Gazastrook. De PLO zegt het geweld te zullen
afzweren en haar handvest (waarin tot de gewelddadige vernietiging van
Israel wordt opgeroepen) aan te zullen passen. Dit laatste heeft men
echter nooit doorgevoerd.
1994
25 februari: de Joodse kolonist en arts Baruch Goldstein opent het vuur
op biddende moslims in de Machpela (moskee van de graven van de
aartsvaderen) in Hebron en vermoordt er 30 voor hij zelf wordt
omgebracht. Hierop wordt de moskee voor een langere periode gesloten.
Goldsteins graf wordt een 'bedevaartsoord' voor extreemrechtse
activisten totdat Israël het in 2000 voor het publiek afsluit.
'Goldstein' vormde het excuus voor verschillende Palestijnse aanslagen.
april: bij zelfmoordaanslagen door Hamas komen 13 mensen om en raken 80 gewond.
4 mei: Israël en de PLO tekenen het Gaza-Jericho akkoord, dat de
basis legt voor Palestijns zelfbestuur (de Palestijnse Autoriteit).
Later in mei worden de Gazastrook en Jericho aan de Palestijnse politie
overgedragen. Arafat vestigt zich in Gaza.
augustus: Israël draagt civiele bevoegdheden in een groot deel van
de Westoever over aan de Palestijnse Autoriteit van Arafat.
19 oktober: 22 doden bij Hamas zelfmoordaanslag in bus in Tel Aviv.
26 oktober: vredesverdrag tussen Jordanië en Israël.
1995
maart: Vredesbesprekingen tussen Israël en Syrië, worden in juli door Syrië afgebroken.
28 september: Israël en de PLO tekenen interim overeenkomst ('
Oslo 2'),
waarin een aantal Palestijnse steden en dorpen aan de Palestijnse
Autoriteit wordt overgedragen en de procedures voor de Palestijnse
verkiezingen worden geregeld.
4 november: Premier Jitschak Rabin wordt door de Israëlische
extremist Yigal Amir vermoord tijdens een vredesmanifestatie. Shimon
Peres volgt hem op.
1996
5 januari: Israël liquideert de terrorist Yiyeh Ayash ('de
Ingenieur') die verantwoordelijk is voor de dood van meer dan 60
Israëli's. Hij wordt door de Palestijnen als een martelaar
geëerd en een plein in Jericho is naar hem genoemd.
20 januari: Verkiezingen in de Palestijnse gebieden. Arafat wordt
gekozen tot voorzitter van de nieuwe Palestijnse Nationale Raad.
25 februari: Bij een zelfmoordaanslag in een bus in Jeruzalem komen 26 mensen om.
3 maart: Bij een zelfmoordaanslag in een bus in Jeruzalem komen 19 mensen om.
4 maart: Bij een zelfmoordaanslag in het Dizengoff Centrum in Tel Aviv komen 13 mensen om en raken zeker 130 mensen gewond.
29 mei: Likoed leider Benjamin Netanjahoe wint de verkiezingen (tegen de verwachtingen in).
eind september: Tunnel rellen - Israël opent een tweede toegang
tot een archeologische tunnel langs de Klaagmuur in Jeruzalem.
Arabieren beweren dat dit de funderingen van de Al Aqsa Moskee zou
aantasten, waarop er bloedige rellen uitbreken, met circa 80 doden tot
gevolg. In Nabloes wordt een Joodse religieuze school door Arabieren
geplunderd en in brand gestoken.
1997
17 januari: Israël en de Palestijnen komen overeen dat Israël
zich uit 80% van Hebron terugtrekt en dit aan de Palestijnse Autoriteit
overdraagt.
juli: Twee zelfmoordterroristen blazen zich op op de Yehuda markt in
Jeruzalem, waarbij 12 mensen worden gedood en er minstens 150 gewond
raken.
september: Een poging om Hamas leider Khaled Meshaal in Jordanië
te doden mislukt, en in ruil moet Israël Hamas leider Achmed
Yassin uit de gevangenis vrijlaten. Deze wordt in 2004 door Israël
geliquideerd.
1998
23 oktober: Israël en de PLO ondertekenen het
Wye River Memorandum,
waarin grieven en schendingen van de akkoorden door beide zijden werden
geregeld. Israël moet zijn troepen uit meer gebieden terugtrekken
en belooft Palestijnse gevangenen vrij te laten, en de Palestijnen
zeggen toe om excessief politieoptreden, illegaal wapenbezit en
opruiing in media en scholen aan te pakken.
Hierop trekt Israël zich in november uit meer gebied terug en
draagt die over aan de Palestijnen. Meer dan 95% valt vanaf nu onder
het gezag van de PA.
15 december: op een top van Clinton, Arafat en Netanjahoe presenteert
Israël een lijst van verplichtingen die de Palestijnen nog steeds
niet zijn nagekomen; Israël van haar kant heeft afgesproken
overdrachten van gebied meermaals uitgesteld.
december-januari: De regering Netanjahoe valt over de
overheidsbegroting, maar vooral over verdeeldheid over te weinig of
teveel concessies aan de PA.
1999
17 mei: bij parlements- en premierverkiezingen haalt Ehud Barak van de
Arbeidspartij een grote overwinning. Hij belooft hard te werken aan
vrede. Op 5 juli treedt zijn centrum-linkse kabinet aan.
4 september: Israël en de PLO tekenen het Sharm Al-Sheik
Memorandum, dat uitvoering van de nog openstaande verplichtingen van
beide kanten moet bevorderen en tot hervatting van de onderhandelingen
over de 'final status issues' moet leiden (die zouden volgens de Oslo
Akkoorden binnen vijf jaar afgerond moeten zijn).
5 oktober: Israël en de PLO ondertekenen het 'Protocol voor
Veilige Doortocht tussen de Westoever en de Gazastrook', dat de
verbinding tussen de Palestijnse gebieden middels een corridor regelt.
2000
maart: de indirecte Israëlisch-Syrische vredesonderhandelingen
lopen vast nadat Syrië een Israëlisch aanbod weigert dat
president Clinton heeft overgebracht.
Israël draagt opnieuw (en voor het laatst) gebied over aan de PA,
waarmee 97% van de Palestijnen en 40% van het grondgebied onder
volledig Palestijns zelfbestuur vallen.
24 mei: Israël trekt zich eenzijdig terug uit zuid-Libanon, nadat
troepen jarenlang door guerrillastrijders van Hezbollah werden
aangevallen. De VN verklaart dat Israël daarmee aan resolutie 425
heeft voldaan die terugtrekking van Israël achter de zogenaamde
'blauwe lijn' eist, maar Hezbollah zet de strijd voort en kidnapt drie
Israëlische soldaten later in het jaar, binnen het gezichtsveld
van een VN observatiepost.
11-24 juli:
Camp David onderhandelingen
tussen Barak en Arafat onder leiding van Bill Clinton. Israël doet
verschillende voorstellen die de Palestijnen afwijzen. De top wordt
zonder resultaat afgesloten.
2000-2010 Tweede Intifada en daarna
2000
28 september: Begin van de 'Tweede Intifada' - Een bezoek van Ariel
Sharon aan de Tempelberg leidt tot grote rellen. Ondanks dat hij de
moskeeën op het plein niet binnen gaat wordt dit als zeer
provocerend beschouwd.
29 september: De rellen gaan door, en de PLO neemt de leiding. Uit
verschillende citaten blijkt dat de opstand al in de zomer was gepland.
30 september: Vermeende dood van het Palestijnse jongetje Mohammed
Al-Dura door Israëlisch geweervuur in Gaza wordt op film
vastgelegd en gaat de wereld over.
12 oktober: Twee Israëlische reservisten in burger raken de weg
kwijt en belanden bij een controlepost van de Palestijnse politie in
Ramallah. De twee worden naar een politiebureau gebracht en daar
gelyncht.
16 oktober: De Amerikaanse president Bill Clinton organiseert een
crisisoverleg in de Egyptische badplaats Sharm al-Sheik. Na afloop van
de top roepen Barak en Arafat op tot een eind aan het geweld.
9 december: Ehud Barak neemt ontslag als premier en kondigt verkiezingen aan.
december: vredesbesprekingen gaan door in Washington. Clinton doet '
bridging proposals'
oftewel de 'Clinton parameters', een globaal compromis voorstel dat de
hoofdzaken aangeeft waaraan een oplossing zou moeten voldoen.
2001
21-27 januari: onderhandelingen in
Taba met Europese bemiddelaars leveren niets op, al verklaren beide kanten wel elkaar dicht te zijn genaderd (
Moratinos non paper). (Zie ook
landkaarten vredesvoorstellen.)
6 februari: Likoed leider Ariel Sharon wint de verkiezingen en wordt de nieuwe premier. Hij belooft 'vrede en veiligheid'.
30 april: De commissie Mitchell roept op terug te keren naar de
onderhandelingstafel, en verklaart dat de Tweede Intifada niet is
veroorzaakt door Sharons bezoek aan de Tempelberg.
11 september: Terroristen van El Qaida plegen aanslagen op de Twin
Towers in New York en het Pentagon in Washington; bijna 3.000
Amerikanen komen om. De wereldwijde verontwaardiging leidt o.m.
tot een geallieerd ingrijpen in Aghanistan.
17 oktober: De Israëlische minister van toerisme Rechavam
Ze’evi wordt vermoord door terroristen van het Volksfront voor de
Bevrijding van Palestina.
2002
3 januari: Israël onderschept de Karine-A, een Iraans schip met
illegale wapens bedoeld voor de PA, op het moment dat VS gezant Anthony
Zinni in de regio arriveert om een oplossing te vinden.
25 januari: Qassam raketten afgeschoten vanuit Gazastrook.
maart:
Saoedisch vredesvoorstel
wordt gepresenteerd en door de Arabische Liga overgenomen. Voor het
eerst wordt hierin vrede en normale betrekkingen aangeboden, in ruil
voor terugtrekking achter de 1949 wapenstilstandslijnen en ontmanteling
van alle nederzettingen, inclusief de oude stad van Jeruzalem, en een
'rechtvaardige oplossing' van het vluchtelingenprobleem volgens
VN resolutie 194.
Vooral dat laatste - resolutie 194 wordt in de Arabische wereld
algemeen uitgelegd als een onbeperkt recht op terugkeer voor de
vluchtelingen naar Israël - is voor Israël onacceptabel.
maart-april: Operatie Defensive Shield: Israël herbezet delen van
het aan de PA overgedragen gebied, met vooral hevige gevechten in
Jenin, van waaruit in een maand tijd tientallen aanslagen zijn gepleegd
met meer dan 100 Israëlische doden tot gevolg. Volgens de
Palestijnen (en overgenomen door veel journalisten) heeft Israël
een grote slachting aangericht in Jenin waarbij honderden onschuldige
burgers waren vermoord. Uiteindelijk blijkt uit een VN onderzoek en
andere objectieve waarnemers dat er ruim 50 Palestijnen zijn omgekomen,
waarvan minder dan de helft burgers.
Ook omsingelt Israël de Muqata en houdt zo Arafat gevangen in zijn
hoofdkwartier. Marwan Barghouti en andere leiders van de intifada
worden opgepakt.
mei 2002: Eind van de omsingeling van de Muqata, waar Arafat resideerde
met een aantal door Israël gezochte terroristen, en de
Geboortekerk in Bethlehem, waar honderden activisten van de Al Aqsa
Martelaren Brigades zich hadden verschanst. Er is een compromis
gevonden waarbij een deel van de strijders naar buiten de bezette
gebieden worden verbannen. De terroristen uit de Muqata worden in de PA
gevangenis in Jericho vastgezet. Een van hen weet van daaruit echter
een zelfmoordaanslag te coördineren.
12 mei: Israël trekt het leger terug uit de gebieden op de
Westoever die onder de Oslo Akkoorden aan de PA waren overgedragen.
juni: Israël begint met de bouw van de omstreden
veiligheidsbarrière,
voor ca. 95% een hek en 5% een acht meter hoge betonnen muur, om het
plegen van aanslagen te bemoeilijken. Israël herbezet de Westoever.
22 juli: Israël schakelt Saleh Shehadeh uit, leider van de Al
Qassam Brigades, de militaire vleugel van Hamas, en verantwoordelijk
voor talrijke aanslagen in Israël. De methode oogst veel kritiek,
namelijk 'snachts een zware bom op zijn huis gooien; er komen daardoor
nog 14 anderen om, waaronder zijn vrouw en negen kinderen.
30 oktober: de Arbeidspartij stapt uit de regering omdat in de
begroting volgens haar teveel geld wordt toegekend aan de
nederzettingen.
2003
5 januari: Bij een dubbele zelfmoordaanslag in Tel Aviv komen 23 mensen om, waarna het leger hard tegen Hamas optreedt.
28 januari: De Likoed wint de Israëlische verkiezingen en Sharon
wordt opnieuw premier (er zijn voor het eerst sinds geruime tijd geen
directe verkiezingen voor het premierschap).
februari-maart: Bij Israëlische invallen in de Gazastrook en Nabloes komen veel burgers om.
5 maart: Bij een zelfmoordaanslag van Hamas in Haifa komen 17 mensen om.
19 maart: Onder internationale druk stemt Arafat in met de benoeming
van Mahmoed Abbas als nieuwe Palestijnse premier. Men hoopt dat hij de
PA kan hervormen. Israël belooft concessies. In de praktijk houdt
Arafat echter bijna alle macht.
30 april: presentatie door VS van
Routekaart voor Vrede,
een plan dat voorziet in een Palestijnse staat in drie fases, waarbij
naar de volgende fase wordt overgegaan als beide partijen aan de
verplichtingen van de voorgaande fase hebben voldaan.
6 september: Abbas treedt af. Israël doet poging Hamas leider Achmed Yassin te liquideren.
8 september: Achmed Qureia wordt de nieuwe Palestijnse premier.
4 oktober: bij een zelfmoordaanslag in een Arabisch-Joods restaurant in Haifa komen 20 mensen om.
9 oktober: Premier Qureia treedt af vanwege onenigheid met Arafat over
zijn mandaat en met name wie de baas is over de diverse Palestijnse
veiligheidsdiensten, en de samenstelling van zijn kabinet.
1 december: Het
Geneefse Akkoord wordt
gepresenteerd. Dit is een onofficieel vredesakkoord, ondertekend door
o.a. Yossi Beilin en Yasser Abed Rabbo, dat voorziet in een
twee-statenoplossing, een beperkt recht op terugkeer van de
vluchtelingen en Jeruzalem als hoofdstad van beide staten.
8 december: De VN Algemene Vergadering vraagt het Internationaal
Gerechtshof om een uitspraak te doen over de rechtmatigheid van de
Israëlische afscheidingsbarrière.
2004
29 januari: Gevangenenruil met Hezbollah. Israël krijgt de
lichamen van drie in Libanon omgekomen militairen terug en de zakenman
Tannenbaum wordt vrijgelaten. In ruil laat Israël honderden
Palestijnse gevangenen vrij.
23 februari: De hoorzittingen voor het ICJ beginnen; Israël heeft besloten deze te boycotten.
22 maart: Israël liquideert Hamas leider Achmed Yassin.
14 april: Israël krijgt van president Bush via een brief de
garantie dat het zich niet geheel naar de wapenstilstandslijnen van
1949 hoeft terug te trekken. Dit heeft Sharon nodig om in zijn partij
steun te verkrijgen voor zijn plan zich eenzijdig uit de Gazastrook
terug te trekken.
17 april: Israël liquideert Hamas leider Abdel Aziz Rantisi, de opvolger van Yassin.
9 juli: Het ICJ besluit dat de 'muur' die Israël bouwt illegaal is
en moet worden verwijderd. Ook moeten landen in de VN aan dat besluit
meewerken, wat als een verkapte oproep om druk op Israël uit te
oefenen kan worden gezien. Israël verwerpt het besluit. Het
besluit van het ICJ is niet-bindend omdat Israël niet had
ingestemd om haar de zaak voor te leggen, en bindende uitspraken alleen
mogelijk zijn als alle betrokken landen ermee instemmen.
31 augustus: Bij een zelfmoordaanslag in Beerseva komen 16
Israëli's om. Dit is de eerste aanslag sinds maart, ondanks vele
pogingen om de dood van Yassin en Rantisi te wreken.
26 oktober: De Knesset stemt met een krappe meerderheid in met het plan
zich eenzijdig uit de Gazastrook terug te trekken, zowel kolonisten als
militairen.
11 november: Yasser Arafat overlijdt in een Frans ziekenhuis. De
Palestijnen beschuldigen Israël ervan hem te hebben vergiftigd
maar daar zijn geen aanwijzingen voor.
december: Na twee bomaanslagen op grensovergangen bij de Gazastrook en
tientallen Qassamraketten doet het IDF invallen in Gaza en doodt o.a.
Hamas leider Yahya Marzuq.
2005
9 januari: Mahmoed Abbas wordt gekozen tot president van de Palestijnse Autoriteit
8 februari: conferentie in Sharm al Sheikh tussen Ariel Sharon, Mahmoed
Abbas, president Moebarak van Egypte en Koning Abdullah van
Jordanië. Abbas en Sharon kondigen een einde aan het geweld aan,
en Israël zal 900 Palestijnse gevangenen vrijlaten en zich uit
verschillende Palestijnse steden terugtrekken. Jordanië en Egypte
stationeren weer ambassadeurs in Israël (teruggetrokken uit
protest over Israëlisch geweld tijdens de tweede intifada).
20 februari: Het Israëlische kabinet stemt in met de terugtrekking uit de Gazastrook.
16 maart: Cairo conferentie: de verschillende Palestijnse milities
komen een 'tahadiyeh' overeen, een gevechtspauze (dit is minder dan een
staakt-het-vuren of een bestand). Hamas en Islamitische Jihad zullen
zich bij de PLO (die zij tot dan toe hadden geboycot) aansluiten, en
Hamas zal meedoen aan de verkiezingen voor de Palestijnse Wetgevende
Raad.
Israël trekt zich terug uit Jericho en een week later uit Tulkarem.
9 mei: Fatah wint de Palestijnse gemeenteraadsverkiezingen
12 augustus: In Tel Aviv demonstreren zo'n 200.000 mensen tegen de ontruiming van de Gazastrook.
15 augustus: Israëlische ontruiming uit alle 21 nederzettingen op
de Gazastrook en 4 op de Westelijke Jordaanoever. Ook het leger trekt
zich terug. Op 1 september vertrekt de laatste soldaat uit de
Gazastrook. De ontruiming verloopt vreedzaam, maar de Palestijnen
plunderen de kassen die Joodse Amerikaanse filantropen voor ze hebben
gekocht van de kolonisten. De huizen in de nederzettingen worden door
Israël verwoest voor vertrek.
Voor de grensovergangen van de Gazastrook wordt een akkoord gesloten
tussen Israël, Egypte en de PA waarbij Europese waarnemers toezien
op de controle bij de grens met Egypte en Israël haar grenzen een
minimum aantal uren per week moet openen. Vanwege aanslagen houdt
Israël de grenzen geregeld dicht.
16 september: het Israëlische Hooggerechtshof beslist dat de
afscheidingsbarrière wel legaal is, maar eist wel aanpassingen
aan de route zodat een kleiner deel van de Westoever aan de
Israëlische kant van de barrière komt te liggen.
10 november: Amir Peretz wint de leiderschapsverkiezingen van de
Arbeidspartij en stapt uit de regeringscoalitie, waardoor nieuwe
verkiezingen noodzakelijk worden.
21 november: Premier Sharon breekt met de Likoed en begint een nieuwe partij, Kadima.
19 december: Sharon wordt met een lichte beroerte opgenomen in het ziekenhuis.
2006
4 januari: Sharon krijgt voor de tweede keer een beroerte en raakt in
een coma, waaruit hij niet meer ontwaakt. Ehud Olmert neemt het
leiderschap van de Kadima partij over en vervangt Sharon als premier
van Israël.
26 januari: Het radikale en fundamentalistische Hamas wint de
verkiezingen voor de Palestijnse Wetgevende Raad met een absolute
meerderheid. Hamas leiders geven gemengde signalen af, maar zeggen
Israël nooit te zullen erkennen en hun claim voor geheel Palestina
niet op te geven. Het Westen is verdeeld over hoe met de nieuwe
situatie om te gaan, maar volgt de VS en Israël in het boycotten
van de Hamas regering totdat zij geweld afzweert, Israël erkent en
verdragen tussen Israël en PLO naleeft. Ironisch is dat Hamas
volgens de Oslo Akkoorden niet aan de verkiezingen had mogen deelnemen,
maar werd toegelaten onder Amerikaanse druk tegen de wil van
Israël en Abbas.
Hamas wil een regering vormen met Fatah, maar Fatah ziet daarvan af
omdat Hamas de verdragen van de PLO met Israël weigert te
eerbiedigen. De Hamas regering wordt op 20 maart geïnstalleerd.
28 maart: Kadima wint de parlementsverkiezingen en Ehud Olmert wordt de nieuwe premier van Israël.
8 mei: Gevechten tussen Fatah en Hamas in de Gazastrook.
18 juni: Het Kwartet besluit hulp aan de Palestijnen direct aan de
bevolking te geven en de door Hamas gedomineerde regering te omzeilen.
25 juni: Nadat de PA een staakt-het-vuren heeft aangekondigd, kidnapt
Hamas een Israëlische soldaat van zijn legerbasis in Israël
in de buurt van de Gazastrook, en doodt twee andere soldaten.
Israël valt twee dagen later de Gazastrook binnen om de soldaat
terug te krijgen en de raketten op zuid-Israël te stoppen, maar
faalt in beide zaken. Legereenheden blijven tot november in de
Gazastrook opereren.
27 juni: Hamas en Fatah ondertekenen het zogenaamde
gevangenendocument, opgesteld door gevangenen van beide groeperingen in Israël en bedoeld om de eenheid te herstellen.
12 juli: Begin Tweede Libanon Oorlog -
Hezbollah
terroristen steken de grens over en overvallen een Israëlische
patrouille, waarbij drie soldaten omkomen en twee worden gegijzeld.
Gelijktijdig worden raketten op noord-Israël afgevuurd.
Israëlische eenheden achtervolgen de terroristen Libanon in om de
soldaten te bevrijden maar falen. Israël reageert met massale
bombardementen van Hezbollah doelen in zuid-Libanon en Beiroet, alsmede
strategische infrascructuur. Hezbollah bestookt noord-Israël.met
raketten
13 augustus: Staakt-het-vuren in Libanon op grond van VN resolutie
1701. Bepaald wordt dat Hezbollah zich moet terugtrekken uit
Zuid-Libanon en de VN troepenmacht (Unifil) daar wordt versterkt. Zij
moet het Libanese leger assisteren bij het toezien op de terugtrekking
van Hezbollah en bewaren van de orde. Deze resolutie wordt nooit
uitgevoerd, en de VN troepenmacht is niet bereid of in staat haar taak
uit te voeren. Beide partijen houden zich wel aan het staakt-het-vuren.
8 november: Israël wordt internationaal veroordeeld nadat een
verdwaalde tankgranaat in een woonwijk in Beit Hanoen 19 burgers het
leven kost.
25 november: Israël trekt het leger terug uit de Gazastrook en komt een staakt-het-vuren overeen.
27 december: ondanks het staakt-het-vuren gaan de raketbeschietingen
vanuit de Gazastrook door en Israël hervat eind december de
gerichte aanvallen op terroristische cellen die raketten afvuren.
2007
februari: Israëlische herstelwerkzaamheden aan de Mugrabi brug bij
de Klaagmuur en archeologisch onderzoek, leidt tot de beschuldiging dat
Israël de Al Aqsa Moskee bewust ondermijnt. Onderzoek van UNESCO
wijst uit dat de moskee geen gevaar loopt, maar toch wordt Israël
gedwongen de werkzaamheden te staken.
8 februari: Hamas en Fatah tekenen een eenheidsovereenkomst in Mekka en
besluiten daarmee de macht te delen. De overeenkomst is bewust ambigu
opgesteld wat betreft lastige kwesties zoals de legitimiteit van de
gewapende strijd en de onderhandelingen met Israël. Hamas leiders
herhalen dat zij Israël nooit zullen erkennen. De VS en EU willen
pas met de regering zaken doen als Hamas Israël erkent en het
geweld afzweert.
19 februari: een ontmoeting tussen Abbas en Olmert onder leiding van
minister van buitenlandse zaken Rice in Jeruzalem eindigt zonder
resultaat.
17 maart: Palestijnse eenheidsregering wordt geïnstalleerd.
13 juni: Shimon Peres vervangt Moshe Katsav als president van Israël.
Katsav moest aftreden vanwege een aanklacht van seksuele intimidatie.
14 juni: Hamas verslaat Fatah in een bloedige coup in de Gazastrook.
Honderden Fatah aanhangers komen om, en honderden anderen vluchten de
grens over naar Israël. Daarop installeert Fatah op de Westoever
een noodkabinet dat alleen uit Fatah ministers bestaat. Hamas erkent
deze regering en Abbas' presidentschap niet en stelt een eigen kabinet
samen onder leiding van Hamas leider Imail Haniyeh.
18 juni: de Europese unie besluit om de Fatah regering op de Westoever weer geld te sturen.
19 september: Israël verklaart de Gazastrook tot vijandig gebied
26-28 november: Annapolis vredesconferentie onder leiding van president
Bush. Meer dan 40 landen nemen deel, waaronder de meeste Arabische
staten, EU lidstaten, verschillende derde wereld- en niet gebonden
staten. Onder grote druk komen Israël en Abbas tot een
gemeenschappelijke verklaring waarin zij verklaren de Routekaart naar
Vrede te zullen implementeren, terwijl de VS de voortgang van beide
partijen controleert. Ook komen zij overeen elkaar elke twee weken te
ontmoeten met het doel voor het einde van 2008 een vredesverdrag te
kunnen sluiten.
november-december: in reactie op de continue raketaanvallen vanuit de
Gazastrook op plaatsen in zuid-Israël sluit Israël haar
grenzen met de Gazastrook steeds verder af voor goederen en personen,
en laat alleen de hoogstnodige humanitaire hulp toe. Ook wordt
tijdelijk de toevoer van diesel en elektriciteit verminderd.
2008
17 januari: Vanwege de vele raketbeschietingen sluit Israël de
grens met Gaza nu helemaal en laat ook geen humanitaire hulp meer toe.
Onder zware internationale druk laat het een paar dagen later toch
eenmalig een konvooi toe.
23 januari: Hamas breekt de grens met Egypte bij Rafah door en
honderdduizenden Palestijnen uit Gaza gaan naar Egypte op zoek naar
voedsel en allerlei andere goederen. Volgens bronnen in de PA en
Israël heeft Hamas voorheen diesel gestolen, bakkers verboden
brood te bakken en de elektriciteitscentrale onnodig gesloten, om een
humanitaire crisis te simuleren. Er is zo internationale sympathie
ontstaan voor de grensdoorbraak.
12 februari: De nummer twee van Hezbollah Imad Mughniyeh wordt gedood
door een autobom in Damascus. Hij zat achter talloze aanslagen op
Amerikanen en Israëli's, alsmede op een Joods centrum in
Argentinië. Israël wordt van zijn dood beschuldigd maar
ontkent iedere betrokkenheid. De ware toedracht blijft onopgehelderd.
29 februari-3 maart: Nadat 2 dagen eerder vanuit de Gazastrook 6 Grad
raketten op Ashkelon waren afgevuurd, begint Israël een militaire
operatie tegen Hamas en de terreurgroepen, bestaande uit gerichte
bombardementen en de laatste 2 dagen de inzet van 2.000 man
grondtroepen in het noorden van Gaza. Enkele Israëli's komen om en
ruim 100 Palestijnen, waarvan ongeveer de helft burgers zouden zijn.
19 juni: Bestand tussen Israël en Hamas in de Gazastrook van 6
maanden. Volgens Israël is dit gekoppeld aan voortgang in de
onderhandelingen over de vrijlating van Gilad Shalit, volgens Hamas is
dit gekoppeld aan opheffing van de Israëlische blokkade van de
Gazastrook.
16 juli: Gevangenenruil met Hezbollah. In ruil voor de dode lichamen
van Eldad Regev en Ehud Goldwasser laat Israël vijf gevangenen
vrij, waaronder de terrorist Samir Kuntar, en draagt de lichamen van
199 Palestijnse en Libanese strijders over aan Hezbollah. Hoewel
vermoed van niet, was het van tevoren niet duidelijk of de twee
Israëlische soldaten nog in leven waren.
17 september: Premier Olmert stapt op als leider van de Kadima-partij vanwege vermoede betrokkenheid bij een corruptieschandaal.
4 november:
Israël doodt 5 Hamas strijders
die via een tunnel probeerden Israël binnen te dringen om soldaten
te ontvoeren. Volgens Hamas heeft Israël daarmee het
staakt-het-vuren geschonden, volgens Israël heeft Hamas die
geschonden. Hamas begint daarop weer met het afvuren van raketten op
Israël.
15 december: Israël laat 227 Palestijnse gevangen, met name
Fatah-aanhangers, vrij als gebaar van goede wil naar
president Abbas.
19 december: Bestand tussen Israël en Hamas loopt formeel af.
24 december: Toenemende raketregen uit de Gazastrook; Israëlische regering besluit tot grote militaire operatie.
27 december: Begin van
Gaza Oorlogonder
codenaam "Cast Lead" (operatie Gegoten Lood). Een week van zware
bombardementen op Hamasdoelen en andere strategische lokaties, waarbij
ook honderden burgers omkomen. Vanaf de tweede week trekken ook
grondtroepen de Gazastrook binnen. Zowel Hamas als de burgerbevolking
krijgen zware klappen te verduren, met een dodental van meer dan 1.000
en een veelvoud aan gewonden. Ook VN gebouwen worden geraakt. Het
uitschakelen van Hamas en stoppen van de raketbeschietingen op
Israël lukt niet. Onder sterke internationale druk moet het leger
zich inhouden, en ziet Israël af van het binnentrekken van de
bevolkingscentra.
2009
17-18 januari: Achtereenvolgens kondigen Israël en Hamas beide een
eenzijdig staakt-het-vuren af, nadat Egyptische bemiddeling faalt om
overeenstemming te bereiken over de voorwaarden. Er vallen de rest van
jaar bijna geen projectielen meer op Israëlische bodem; de
gebombardeerde smokkeltunnels langs de Egyptische grens worden in rap
tempo hersteld en de smokkel van wapens en andere goederen hervat.
1 april: Benjamin Netanjahoe wordt voor de tweede keer premier van
Israël, aan het hoofd van een coalitieregering die naast Likoed,
Shas en de Arbeidspartij van Barak, ook Yisrael Beteinu van Avigdor
Lieberman omvat, die minister van buitenlandse zaken wordt. De grootste
partij, Kadima, gaat in de oppositie.
4 juni: De Amerikaanse president Obama houdt in Cairo een belangrijke
toespraak
over het Midden-Oosten. Nadien eist hij van Israël een volledige
bouwstop in de Joodse nederzettingen op de Westoever en in
Oost-Jeruzalem, en probeert tegelijkertijd van de Arabische staten
concessies of gebaren van goede wil los te krijgen. Dat laatste
lukt vrijwel niet, waarna hij van Israël genoegen neemt met een
gedeeltelijke bouwstop.
PA president Abbas heeft zijn eis echter overgenomen, en weigert aan de
onderhandelingstafel terug te keren totdat Israël een volledige
bouwstop afkondigt, naast andere
voorwaarden.
14 juni: De Israëlische premier Netanjahoe zegt in een
toespraak
de oprichting van een Palestijnse staat onder bepaalde voorwaarden te
accepteren. Hij sluit zich daarmee aan bij zijn voorgangers Peres,
Barak, Sharon en Olmert. Premier Rabin stelde midden jaren '90 nog
dat de Palestijnse autonomie 'minder dan een staat' zou omvatten.
2 juli: Amnesty International brengt een
rapport
uit over oorlogsmisdaden die zouden zijn begaan tijdens de Gaza Oorlog.
Het is een van vele rapporten door diverse organisaties, waaronder de
VN, uitgebracht.
augustus: Na 20 jaar houdt Fatah in Bethlehem weer een algemeen
congres. Er wordt onder meer een nieuw centraal comité gekozen
en een
politiek programma aangenomen.
©
Dit artikel is copyright Israël-Palestina Informatie, afgezien
van onderdelen waarvoor andere bronnen worden vermeld. Voor
overname
gelieve kontakt met ons op te nemen via het e-mail adres. Beperkte
citaten voorzien van een link naar deze webpagina zijn toegestaan.
Bronnen o.a.:
MidEast Web : Timeline of Palestinian Israeli History and the Israel-Arab Conflict
CIDI : Dossiers - Chronologie
Israel & Zionism History Timeline (summary)
Israel, Palestine and Jews - Ancient times to 1897
Zionism and Palestine Timeline - 1897 to 1947
Israel & Zionism - 1948-1966
Israel & Zionism - 1967-1992
Israel & Zionism - 1993 present
Historical source documents: Zionism, Israel and Palestine
--------------------------------------------------------------------------------
Websites over
Israël-Palestina en het Midden-Oosten Conflict:
* A Brief
History of Israel and Palestine and the Conflict,
The
Early
History of Zionism and the Creation of Israel, and many other
articles on
MidEastWeb for
Coexistence
- Middle East news & background, history, maps and opinions
* Wikipedia
categories Israel
and Zionism, Palestine
and Middle
East
*
Council for
Peace and Security (Israel) * One Voice Movement
* Ariga's PeaceWatch - on the
Israeli-Palestinian conflict and Middle East peace
* Middle East Analysis
*
Israel
News * Israel:
Like This, As If (blog)
*
Zionism
and Israel Information Center
* ZioNation -
Progressive Zionism and Israel Web Log
* IMO -
Israël & Midden-Oosten Blog (Nederlandstalig)
* Vrije Encyclopedie van het
Conflict Israël-Palestina (
Nederlandstalig)
*
Israël
Informatie Linkpagina (
Nederlands
/ Engels)
*
Israël
& Palestijnen Nieuwsblog (
Nederlands / Engels)