Vluchtelingen
Palestijnse en Joodse
vluchtelingen in het Midden-Oosten
(laatste
update 11-1-2008)
Tijdens Israëls onafhankelijkheidsoorlog zijn ca.
700.000 Palestijnen (ongeveer de helft van alle Palestijnen) gevlucht
c.q. verdreven (zie ook Geschiedenis
van het Israëlisch-Arabische conflict), door de
Palestijnen de 'Nakba'
(ramp) genoemd. Inmiddels is dit aantal, met name vanwege hun hoge
geboortecijfer, gestegen tot over de 4 miljoen. Volgens de Palestijnen
hebben deze allen het recht om terug te keren naar Israël.
Israël brengt hier verschillende zaken tegenin, waarvan de
belangrijkste is dat dit de Joodse meerderheid in Israël, en
daarmee Joodse zelfbeschikking, in gevaar brengt. Dit noemen
Palestijnen op hun beurt een racistisch argument. Israël wijst
er
tevens op dat ongeveer evenveel Joden uit Arabische landen zijn
weggevlucht vanaf eind jaren '40, waarvan het merendeel zich in
Israël heeft gevestigd, en spreekt van een
bevolkingsuitwisseling
tussen Israël en de Arabische wereld, zoals die ook
plaatsvonden
tussen bijv. Turkije en Griekenland en India en Pakistan.
A.
Palestijnse
Vluchtelingen
Het ontstaan
van de Palestijnse vluchtelingen
Waarom
vluchtten zij?
Wie zijn
Palestijnse vluchtelingen, hoeveel zijn er, en waar en hoe
leven ze?
Het recht op terugkeer
Oplossingen
UNRWA
Links over
Palestijnse vluchtelingen
B.
Joodse
Vluchtelingen
en Emigranten uit Moslimlanden
Vergeten
vluchtelingen
Achtergronden
Moderne exodus
Marokko /
Egypte /
Tunesië
/
Jemen /
Irak /
Syrië
/
Algerije /
Libanon /
Libië
/
Bahrein
Links over
Joodse vluchtelingen
Oude foto van een school met daarachter
vluchtelingenkamp Al-Shati aan het strand van Gaza.
____________________________________________________________________________
A. Palestijnse
Vluchtelingen
Het
ontstaan van de Palestijnse vluchtelingen
De vluchtelingen zijn een gevolg van de
1948
oorlog, waarin
Israël de onafhankelijkheid uitriep en de Arabieren, die de
nieuwe
staat aanvielen, vernietigend werden verslagen.
Deze oorlog bestond in feite uit twee fases: de eerste fase was een
burgeroorlog tussen de Joden en Arabieren in Palestina, en deze begon
direct nadat de VN in november 1947 voor
deling van het
mandaatgebied Palestina
hadden gestemd. De tweede fase begon met de aanval door de
omliggende Arabische staten nadat Israël in mei 1948 de
onafhankelijkheid had uitgeroepen. Beide fasen zijn door de Joden c.q.
Israël gewonnen, en gedurende beide fasen zijn grote aantallen
Palestijnse Arabieren gevlucht en verdreven.
In november 1947 stelden de VN voor het Britse mandaatgebied Palestina
te verdelen in twee ongeveer even grote gebieden voor de Joden en de
Arabieren. Jeruzalem zou onder internationaal bestuur komen. De Joden
accepteerden het plan, terwijl de Arabieren, die de meerderheid vormden
in Palestina (ca. tweederde van de bevolking), het verwierpen. In hun
ogen verloren zij van de ene op de andere dag ruim de helft van hun
grondgebied. Hoewel zij hier nooit zelfbeschikking hadden gehad,
beschouwden zij Palestina als Arabisch gebied en de Joden als Europese
kolonisten die er niet thuishoorden, laat staan de dienst uitmaken.
Direct na de stemming over het delingsplan begonnen zij een soort
guerrillaoorlog tegen de Joodse gemeenschap in Palestina (
Yishuv),
overvielen Joodse konvooien en blokkeerden de wegen naar Jeruzalem,
waar 100.000 Joden woonden. De belangrijkste Palestijns-Arabische
leider,
Hai
Amin Al Husseini,
had zich openlijk uitgesproken voor verdrijving van de Joden uit
Palestina. Tijdens de Tweede Wereldoorlog had hij actief met de Nazi's
gecollaboreerd, waarvoor hij was aangeklaagd door het Neurenberg
Tribunaal.
Na aanvankelijk succes van de Palestijnse Arabieren ging de Yishuv over
tot de aanval en viel Arabische dorpen aan van waaruit de aanvallen
plaatsvonden, waarbij de inwoners soms met geweld werden verdreven en
de dorpen verwoest. Bijzonder bloedig was de inname van
Deir Yassin
in april 1948 door de revisionistische Irgoen, een radicale afsplitsing
van de Hagana, het Joodse ondergrondse leger. Hierbij werden meer dan
honderd onschuldige burgers vermoord. Hoewel de strategie van de Hagana
er op was gericht dorpen aan te vallen van waaruit Joodse konvooien
werden aangevallen en die actief in de gevechten betrokken waren,
werden in sommige plaatsen ook Arabieren verdreven nadat zij zich
hadden overgegeven, zoals in Ramleh en Lydda. Dit leidde tot
verontwaardiging bij sommige leiders van de Yishuv, die een onderzoek
eisten. Vooral na de inname van Deir Yassin kwam een grootschalige
vluchtelingenstroom op gang. Tijdens de 1948 oorlog zijn in totaal meer
dan
400
Arabische dorpen ingenomen en verwoest.
Zij werden verwoest om te voorkomen dat Arabische troepen ze konden
gebruiken voor aanvallen tegen Joodse doelen, maar ook om terugkeer van
de vluchtelingen te voorkomen.
Arabische vluchtelingen verlaten Galilea (bron: Jerusalem Post)
Waarom vluchtten zij?
Israëli's en Palestijnen vertellen hier een heel verschillend
verhaal over. Volgens de Israëlische versie vielen de
Palestijnen
de Joden aan, en vluchtten ze daarna vrijwillig, daartoe aangemoedigd
en opgeroepen door de Arabische leiders, die hun een spoedige terugkeer
beloofden nadat zij de Zionisten zouden hebben verslagen. Volgens de
Palestijnse versie werden zij zomaar aangevallen en verdreven, en
gebruikte Israël de 1948 oorlog om te doen wat zij vanaf het
begin
van plan waren, namelijk Palestina etnisch zuiveren van de Arabieren.
De waarheid ligt in het midden: de Arabieren zijn uit verschillende
plaatsen met geweld verdreven, niet alleen uit plaatsen van waaruit
aanvallen op Joodse doelen werden uitgevoerd; anderzijds waren er veel
plaatsen waar de Arabieren vluchtten zonder dat zij een
Israëlische soldaat hadden gezien. Uit angst voor het geweld,
omdat de leiders uit hun gemeenschap reeds waren gevlucht, en/of omdat
Arabische leiders hen inderdaad opriepen het gebied tijdelijk te
verlaten totdat de Zionisten waren overwonnen. In sommige plaatsen,
zoals Haifa, riep de Joodse gemeenschap de Arabieren op te blijven,
maar vluchtten zij toch, vooral uit angst voor verraders te worden
uitgemaakt als zij bleven en Joodse protectie aanvaarden.
Verschillende Zionisten spraken zich al voor 1948 uit voor '
transfer'
(verplaatsing) van de Arabieren; zij hadden echter veelal een
vrijwillige transfer met compensatie voor ogen. Zelfs de revisionist
Jabotinski was tegen gewelddadige verdrijving van de Arabieren uit
Palestina. Transfer (van beide volken) was voor het eerst door de
Britten voorgesteld in het
delingsplan
van de Peel commissie
in 1937, dat voorzag in een kleine Joodse staat (ca. 20% van het
mandaatgebied) en een transfer van beide bevolkingsgroepen. De
Zionisten waren hierover verdeeld, en felle debatten ontstonden over de
moraliteit van transfer.
Eli'ezer Kaplan, hoofd van de financiële en administratieve
afdeling van de Jewish Agency, zei:
"I
shall not enter now into the details of the question of the 'transfer'
of the Arabs. But it is not fair to compare this proposal to the
expulsion of Jews from Germany or any other country... The
question here is one of organised transfer of a number of Arabs from a
territory which will be the Hebrew state, to another place in the Arab
state, that is, to the environment of their own people."
(Verklaring op de Conventie van Ihud Po'alei Zion in Augustus 1937.
Al Darchei Mediniyutenu,
pag. 82-83.)
De meeste discussies en citaten van Zionisten wat betreft transfer van
Arabieren betreffen het Britse Peel commissie plan, hoewel
sommige
Zionisten zich ook daarvoor al voor transfer van Arabieren uitspraken.
Deze ideeën zijn echter nooit onderdeel van het
officiële
beleid van de Zionistische gemeenschap geworden. Over het algemeen
dacht men een Joodse meerderheid te kunnen verkrijgen door massale
immigratie van Joden, met name uit Europa. De verdrijving van de
Palestijnen tijdens de 1948 oorlog was dan ook geen vooropgezet plan,
en Zionistische leiders waren oprecht verbaasd over de massale vlucht
van de Palestijnen.
Als bewijs van de geplande verdrijving van de Arabieren uit Palestina
door de Zionisten wordt vaak
plan D van de
Hagana
aangehaald. Echter dit plan bepleitte de verdrijving van Arabieren uit
strategisch gelegen dorpen, van waaruit Joodse gemeenschappen of
doorgangswegen werden bedreigd, en niet verdrijving van alle Arabieren
uit Palestina.
Dit laat onverlet dat sommige Zionisten niet ongelukkig waren met de
vlucht van de Palestijnen. Door zowel Zionistische als Arabische
leiders werden geruchten verspreid over vermeende wreedheden van de
Zionisten: de Arabieren om de bevolking tegen de Zionisten op te
zetten, de Zionisten om de Arabieren 'aan te moedigen' te vluchten.
Deze geruchten bevorderden de vlucht van de Arabieren.
Deze vlucht werd ook bevorderd door de Arabische leiders. In
de
eerste plaats doordat de leiders vaak als eersten vluchtten uit een
plaats, waardoor de rest van de bevolking 'gedemoraliseerd' raakte,
maar ook doordat zij de Arabieren aanmoedigden te vluchtten. Enkele
voorbeelden:
Edward Atiyah, de secretaris van het Arabische Liga kantoor in Londen,
schreef in zijn boek The Arabs:
"This
wholesale exodus was due partly to the belief of the Arabs, encouraged
by the boastings of an unrealistic Arabic press and the irresponsible
utterances of some of the Arab leaders that it could be only a matter
of weeks before the Jews were defeated by the armies of the Arab States
and the Palestinian Arabs enabled to reenter and retake possession of
their country."
Habib Issa schreef in het New Yorkse Libanese dagblad Al Hoda op 8 juni
1951:
"The
Secretary General of the Arab League, Azzam Pasha, assured the Arab
peoples that the occupation of Palestine and of Tel Aviv would be as
simple as a military promenade... He pointed out that they were already
on the frontiers and that all the millions the Jews had spent on land
and economic development would be easy booty, for it would be a simple
matter to throw Jews into the Mediterranean. -- Brotherly advice was
given to the Arabs of Palestine to leave their land, homes, and
property and to stay temporarily in neighbouring fraternal states, lest
the guns of the invading Arab armies mow them down."
De vluchtelingen vluchtten dus om verschillende redenen, gedreven door
zowel Zionistische misdaden als Arabische leiders die hen hiertoe
opriepen. Israël heeft altijd geweigerd ze te laten
terugkeren,
hoewel men kort na de 1948 oorlog een compromis voorstelde waarin
Israël 100.000 vluchtelingen zou accepteren. De
Palestijnen
en Arabische landen hebben altijd volledig 'recht op terugkeer'
geëist.
Wie
zijn Palestijnse vluchtelingen, hoeveel zijn er, en
waar en hoe leven ze?
Volgens Israëlische bronnen vluchtten in 1948 zo'n 500.000
Arabieren, volgens Palestijnse bronnen waren het er meer dan 800.000.
De VN kwam op basis van schattingen en berekeningen uit op 711.000
vluchtelingen. Na de Zesdaagse Oorlog in 1967 vluchtten wederom circa
200.000 Palestijnen uit de toen bezette gebieden (waarvan een deel
later weer terugkeerde).
De
UNRWA
(
United Nations Relief
and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East,
speciaal belast met de opvang van Palestijnse vluchtelingen), vermeldt
dat het aantal geregistreerde Palestijnse vluchtelingen van 870.000 in
1953 gegroeid is naar 3,7 miljoen in 2000. Ongeveer een derde hiervan
woont in vluchtelingenkampen. Inmiddels bedraagt dit totaal
4,3
miljoen. Hiervan zijn naar schatting nog zo'n 200.000 oorspronkelijke
vluchtelingen uit 1948.
Het aantal dat UNRWA vermeldt is waarschijnlijk te hoog geschat. In
totaal waren er 1,35 miljoen Arabieren in Palestina in 1948, waarvan
ongeveer 135.000 binnen het grondgebied van Israël bleven, en
grote aantallen bleven in hun huizen op de Westoever, in Jeruzalem en
de Gazastrook. Volgens Israëlische en Zionistische bronnen was
het
feitelijke aantal vluchtelingen zo'n 520.000, maar de meeste
observanten houden hogere aantallen voor aannemelijk. Het VN-getal van
711.000 is gebaseerd op schattingen en berekeningen die moeilijk te
verifiëren zijn. Het zou betekenen dat er in totaal 846.000
Arabieren geweest moeten zijn in het gebied dat Israël werd.
Een
erg hoge schatting, al is bekend dat de industriële
ontwikkeling
in het Joodse gebied en de haven van Haifa veel arbeidsmigranten uit
het achterland aantrokken. Het is tevens moeilijk te schatten hoeveel
illegale (en dus ongeregistreerde) Arabieren in het mandaatgebied
verbleven. Anderzijds heeft de UNRWA herhaaldelijk haar aantallen naar
beneden bijgesteld nadat bleek dat mensen dubbel geregistreerd waren en
ook niet-vluchtelingen zich als vluchteling hadden laten registreren om
steun van de UNRWA te krijgen.
Er waren bij de UNRWA
eind
2005
in totaal 4,35 miljoen vluchtelingen geregistreerd. Hiervan leven er
1,83 miljoen in Jordanië, 986.000 in de Gazastrook, 700.000 op
de
Westelijke Jordaanoever, 432.000 in Syrië en 404.000 in
Libanon.
Daarnaast leven er nog zo'n 240.000 Palestijnse vluchtelingen
in
Saoedi-Arabië,
70.000 in
Egypte, 34.000
in Koeweit, 105.000 in andere Golfstaten (volgens cijfers van
de PA) en ca.250.000 Palestijnen in de
VS
(die over het algemeen economisch en sociaal goed zijn
geïntegreerd). Deze zijn niet geregistreerd bij de
UNRWA en
vallen buiten haar werkterrein.
De UNRWA beschouwt iedere Arabier die tenminste vanaf juni
1946 in
Palestina leefde, en zijn huis en andere eigendommen verloor als gevolg
van de 1948 oorlog, en al zijn nakomelingen, als vluchtelingen. (
link),
en zij kunnen allen vluchtelingenstatus krijgen van de UNRWA. Zo kan de
zoon van een Arabier uit Egypte of Jordanië die in 1945 naar
Haifa
trok om daar in de haven te werken, een vluchteling zijn. Als een
gevluchte Palestijn met een Mexicaanse vrouw trouwt en bij haar
intrekt, kunnen de kinderen evengoed aanspraak maken op de
vluchtelingenstatus. In Israël wordt deze ruime definitie van
wie
voor de status van vluchteling in aanmerking komt, fel bekritiseerd, en
sommigen beweren dat veel Palestijnse vluchtelingen afstammen van
immigranten die pas kort voor de 1948 oorlog naar Palestina waren
gekomen. Hoewel de industriële ontwikkeling en werkgelegenheid
die
de Zionisten maar ook de Britten creëerden Arabieren uit de
omliggende landen aantrokken, betrof dit slechts een minderheid.
Bovendien is het een beetje vreemd dat juist Israel dit argument
gebruikt, daar zij zelf zo sterk gebaseerd is op immigratie.
Meer dan een miljoen vluchtelingen
leven in vluchtelingenkampen die door de UNRWA worden onderhouden. Zij
leven allen in armoede. Er zijn
59
door UNRWA erkende vluchtelingenkampen, verspreid over de
Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever, Jordanië, Libanon en
Syrië. (Voor
landkaart
met vluchtelingenkampen en cijfers zie hier.) Een
vluchtelingenkamp
is
een stuk land waarop de UNRWA voorzieningen heeft opgezet om in de
basisbehoeften van de vluchtelingen te voorzien, zoals huizen, voedsel,
medische zorg en scholen. Deze voorzieningen zijn ook voor
vluchtelingen buiten de kampen toegankelijk. In de Gazastrook woont
bijvoorbeeld ongeveer de helft van de vluchtelingen buiten de kampen.
Met name de vluchtelingen in Gaza en
in Libanon leven in schrijnende armoede. De Libanese vluchtelingen
hebben geen Libanees staatsburgerschap, en hebben daardoor nauwelijks
recht op werk en sociale voorzieningen in Libanon. Velen verlaten de
kampen zelden of nooit. Mede hierdoor zijn zij sterk geradicaliseerd.
Schoolkinderen
in een vluchtelingenkamp.
Het recht op terugkeer
Israël beschouwt de vluchtelingen als een vijandige
bevolkingsgroep die actief betrokken was in een oorlog tegen de Joodse
gemeenschap in Palestina. Zij waren de oorlog begonnen omdat zij niet
in een Joodse staat wilden leven, en geen enkele vorm van Joodse
zelfbeschikking accepteerden. Direct na de 1948 oorlog werd een wet
uitgevaardigd die hun terugkeer onmogelijk maakte en hun eigendommen
aan de staat liet toekomen. Jordanië had een dergelijke wet
gemaakt wat betreft land dat Joden toebehoorde op de door haar
veroverde Westoever, maar hier ging het om veel kleinere aantallen
betroffenen.
De Palestijnen eisen recht op terugkeer van alle vluchtelingen naar
Israël en claimen dat dit is verankerd in internationaal
recht,
zoals
VN
resolutie 194, waarin wordt gesteld dat:
"the
refugees wishing to return to their homes and live at peace with their
neighbours should be permitted to do so at the earliest practicable
date."
Israël brengt hier tegenin dat dit geen Veiligheidsraad
resolutie
is, en daarmee dus niet bindend, en bovendien zijn ook
honderdduizenden Joden gevlucht uit Arabische landen na de stichting
van Israël. Ook zij hebben huis en haard moeten achterlaten,
en
ook hun eigendommen werden door de betreffende staten gekonfiskeerd, en
ook zij leefden in Israël aanvankelijk in tentenkampen, totdat
de
Israëlische regering voor fatsoenlijke huisvesting had
gezorgd.
Bovendien is het niet eerder voorgekomen dat na een oorlog
honderdduizenden mensen van de aanvallende partij konden terugkeren
naar land dat zij had verloren. De Sudetenduitsers waren nadat de
Duitsers waren verslagen verdreven uit hun land, evenals Duitsers uit
Oost-Pruisen. Polen zijn verdreven uit gebied dat de Sovjet-Unie
opeiste, en nadat Pakistan was gevormd vluchtten vele Indiase moslims
daarheen en hindoes uit het nieuwe Pakistan naar India. Hoe
onrechtvaardig hun verdrijving ook moge zijn, deze mensen zijn allen
door landen van hun etnische groep of religie opgenomen.
Alleen de
Palestijnse vluchtelingen leven na bijna 60 jaar nog in
vluchtelingenkampen, en de Arabische landen, met uitzondering van
Jordanië, weigeren ze fatsoenlijk te huisvesten en volledige
rechten te geven.
De Palestijnen brengen hier tegenin dat de vlucht
en verdrijving
van Joden uit Arabische staten niet hun verantwoordelijkheid is.
Bovendien zijn deze niet op dezelfde wijze (door vijandige legers)
verdreven als de Palestijnse vluchtelingen, en wilde Israël ze
graag opnemen omdat het Joodse immigratie nodig had om een
levensvatbare staat te kunnen worden.
De Palestijnen voeren naast resolutie 194 ook resolutie 242 aan, die
wel is aangenomen door de VN Veiligheidsraad, om te bewijzen dat 'recht
op terugkeer' is verankerd in internationaal recht.
Resolutie 242,
aangenomen kort na de 1967 oorlog, spreekt echter niet over recht op
terugkeer, slechts over 'een rechtvaardige oplossing van het
vluchtelingenprobleem'.
Hoewel de overgrote meerderheid van de vluchtelingen zelf niet zijn
gevlucht in 1948, voelen zij nog altijd een sterke band met de plaatsen
van waaruit hun voorouders zijn gevlucht. Velen hebben nog de sleutels
en de eigendomsbewijzen van hun voormalige huizen, die van vader op
zoon worden doorgegeven. Palestijnen die hun hele leven in
Syrië
of Jordanië wonen voelen zich nog steeds Palestijn en
koesteren de
oprechte wens terug te keren naar het land van hun voorouders. Uit
polls blijkt dat de meesten (
ruim 80%)
inderdaad willen terugkeren naar waar nu
Israël is.
Volgens Israël gebruiken de Arabische landen de vluchtelingen
als
politiek wapen tegen haar, en wordt de wens terug te keren bewust
aangewakkerd. Zo heeft de Arabische Liga
Arabische
staten geïnstrueerd om de vluchtelingen geen
staatsburgerschap te geven,
"om
het verliezen van hun identiteit te verhinderen en hun recht op
terugkeer naar hun thuisland te beschermen".
Ook initiatieven van Israël om vluchtelingen in de
bezette
gebieden permanente huisvesting te bieden zijn door de PLO en later de
PA met hetzelfde argument gedwarsboomd. In de jaren '70 en '80
probeerde Israël met name de vluchtelingen
in de overvolle kampen in de Gazastrook te hervestigen in permanente
woningen in Gaza of op de Westoever, om daarmee het
vluchtelingenprobleem in het door haar gecontroleerde gebied op te
lossen en het Palestijnse verzet te doen afnemen.
1977, aanleg van Sheik Radwan in
Gaza
De Verenigde Naties ondersteunden de Palestijnse en Arabische
bezwaren.
VN
Algemene Vergadering Resolutie 31/15 van 23 november 1976
riep Israël op om:
"(a) Onmiddelijk
effectieve stappen
te ondernemen voor de terugkeer van de betreffende vluchtelingen naar
de kampen in de Gazastrook waaruit zij verwijderd waren en om in
adekwate onderkomens voor hen te voorzien.
(b) Af te zien van
verdere verwijdering van vluchtelingen en vernieling van hun
onderkomens."
Insgelijk verklaarde
VN
Algemene Vergadering Resolutie 34/52 van 23
november 1979 dat:
"maatregelen om
Palestijnse
vluchtelingen in de Gazastrook te hervestigen buiten hun thuis en
eigendommen vanwaar zij verwijderd waren, vormen een schending van hun
onvervreemdbare recht op terugkeer;
1. Roept wederom
Israël op om af
te zien van verwijdering en hervestiging van
Palestijnse
vluchtelingen in de Gazastrook en van vernieling van hun
onderkomens".
Tienduizenden Palestijnse vluchtelingen werden nochtans door
Israël gehervestigd,
bijvoorbeeld in Sheikh Radwan bij Gaza Stad. In tegenspraak met
de Israëlische verwachtingen bleken deze echter
tijdens de
eerste Intifada minstens even aktief in de opstand als de vluchtelingen
die in de kampen waren gebleven (
link).
Terwijl de PA hervestiging van vluchtelingen buiten de kampen
afwees, ondernam zij zelf weinig om de leefomstandigheden in de kampen
te verbeteren. Vluchtelingen die in Rafah dakloos werden nadat
Israël hun huizen vernielde vanwege wapensmokkel onder de
grens
met Egypte door, werd zelfs verboden om Israëlische
compensatie te
accepteren.
In de Palestijnse gebieden vinden jaarlijks op
Al Nakba Dag
grote demonstraties plaats waarbij men met grote symbolische sleutels
loopt en leuzen voor Palestina's bevrijding worden gescandeerd. In
hoeverre dit propaganda is of een oprecht verlangen terug te keren naar
het land van hun voorouders, is moeilijk te zeggen; waarschijnlijk
beide. Feit is, dat deze mensen vooral terugverlangen naar iets wat er
al lang niet meer is, en dit heeft niet alleen met hun veelal beroerde
situatie te maken.
Een vluchteling uit Jaffa en zijn zoon vertellen waarom ze willen
terugkeren:
Jaffa is a distant
memory in the life
of Ahmed Jarmi, who is now 67 and still in "active service" in the
Palestinian police. He remembers only that he lived close to the sea
and that the house was somewhere in the center of the city.
Nevertheless, Jarmi says, he will never give up his right of return to
his Jaffa home, not under any conditions or circumstances. And, he
says, it's not just a matter of sentiment.
Jarmi: "It is a sacred
principle. I
have lived in many countries and everywhere I went, I was treated as a
refugee. Here, too, in Balata, I am treated as a refugee. I hear it at
every opportunity. Sometimes I think it would have been better to have
stayed in Iraq. There, at least, I got used to the surroundings I lived
in. I still have not got used to Balata. The whole peace process was a
deception and a bluff. What do we get out of it if I can't go back to
Jaffa?"
You live in harsh
conditions. If you
get financial compensation, will that persuade you to remain in Balata
and give up the right of return?
"Even if I will have
enough money to
buy half of Nablus, that would still not solve the problem. Even if I
had a million dollars, I would still be treated as a refugee. What good
will money do me?"
Where exactly in Jaffa
would you return to?
"I don't know. It's not
important. The main thing is to return to Jaffa."
Bassem, Jarmi's son, who
is 25, also
serves in the Palestinian police. He has never been to Jaffa. Yet he
clings to the right of return even more tenaciously than his father.
"In every Arab country I
studied in I
was treated like a stranger. One day, in Iraq, I had a quarrel with
another student over a pencil. He said the pencil was his, I said it
was mine. And then he said, 'Isn't it enough that you are a refugee, do
you want my pencil, too?'"
Asked if returning to
Jaffa will
solve the problem, and whether it would be better to make do with
compensation, Bassem answers: "Who will compensate me and my family for
all the suffering we went through? Financial compensation cannot
replace the right of return. I prefer to live in a tent in Jaffa than
to stay here. The main thing is to go back to where I belong."
(Bron:
http://www.mideastweb.org/refugees3.htm
)
Het belangrijkste argument van Israël tegen 'recht op
terugkeer'
is echter dat dit, vanwege het grote aantal vluchtelingen en hun hoge
geboortecijfer, hoogstwaarschijnlijk binnen afzienbare tijd tot een
Arabische meerderheid in Israël zou leiden, en daarmee een
einde
zou maken aan Joodse zelfbeschikking, iets wat ook door Arabische
leiders soms expliciet wordt gezegd:
"... our principles in
"Fateh" has
always been to liberate all our Palestinian national land and to set up
a democratic state on it. This clearly demonstrates that there has been
no room for the 242, 194 and 181 resolutions in our literature.
However, we to our surprise, have to begin rethinking them.
In our literature, all
resolutions
which deny the Palestinians their right in their homeland are false and
completely rejected. This is a principle each of us abides by until we
realize our return, I personally hold that we have to stick to the
principle, and at the same time we must attempt to arrive at periodic
solutions as a step toward attaining the principle viz. Tactic
flexibility versus principle adamancy. This, I believe, is the closest
approach to the refugees issue.
Fateh stance which
should be adhered to in the final solution negotiations calls for
abiding by the international resolutions.
To us, the refugees
issue is the winning card which means the end of the Israeli state."
(Bron:
http://www.fateh.net/e_public/refugees.htm )
Niet alleen Fatah, maar Arabische leiders en media hebben openlijk
toegegeven dat het vluchtelingenprobleem en recht op terugkeer gebruikt
worden als middel om Israël te vernietigen. De
Egyptische
president Gamal Abdel Nasser zei tegen een interviewer op 1
september 1961:
"If
the refugees return to Israel, Israel will cease to exist."
(Bron:
http://www.mideastweb.org/refugees1.htm
)
Israël wijst er dan ook op dat recht op terugkeer, in
tegenstelling tot wat de Palestijnen beweren, indruist tegen het
internationaal recht, bijvoorbeeld tegen artikel 2, paragraaf 1 van het
VN handvest dat zegt:
"The organization is
based on the principle of the sovereign equality of all its members."
Aangezien Israël een VN lidstaat is, zijn alle pogingen haar
te
ontmantelen in tegenspraak met het internationale recht (zoals dat voor
pogingen tot ontmanteling van iedere andere VN lidstaat zou gelden).
Hier kan tegenin gebracht worden dat recht op terugkeer Israël
niet zou ontmantelen, maar slechts het karakter van de staat zou
veranderen, zoals na een wisseling van de macht binnen een staat wel
vaker gebeurt. Het zou hier echter niet slechts om een machtswisseling
gaan, maar om een fundamentele verandering van de staat.
Israël is
gecreëerd als een nationaal thuis voor de Joden, waar zij hun
recht op zelfbeschikking kunnen uitoefenen, en iedere Jood vrijelijk
naartoe kan emigreren. Als Israël een Arabische meerderheid
zou
krijgen is het geen Israël meer. Daarom ook is een
twee-staten-oplossing, zoals die in verschillende door de VN
voorgestelde of ondersteunde plannen wordt voorgestaan, niet compatibel
met een onbeperkt recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen.
Volgens de Palestijnen is het echter onrechtvaardig dat een Jood uit
Rusland of Ethiopië, wiens familie daar eeuwenlang heeft
gewoond,
wel naar Israël mag 'terugkeren', maar de Palestijnse
vluchtelingen, wiens directe voorouders er hebben geleefd en voor een
deel met grof geweld zijn verdreven, niet. Naast de Joodse
vluchtelingen valt hier tegenin te brengen dat ook
Israël
pijnlijke concessies zal moeten doen voor een twee-staten-oplossing.
Israël zal gebied moeten opgeven waar Joden een oprechte,
duizenden jaren oude binding mee hebben, en waar zij ook voor 1948
gemeenschappen hadden. In Israëls ogen is het onrechtvaardig
dat
Joden niet in een toekomstige Palestijnse staat kunnen leven, terwijl
er wel meer dan een miljoen Arabieren in Israël
leven.
Oplossingen
Israël heeft tot nu toe zo'n 50.000 vluchtelingen opgenomen in
het
kader van familie hereniging, maar weigert een substantieel deel van de
vluchtelingen op te nemen en hun (principiële) recht op
terugkeer
te erkennen.
De Palestijnen hebben officieel altijd aan een onbeperkt recht op
terugkeer vastgehouden, en uitspraken tijdens de Camp David
onderhandelingen dat het grootste deel gecompenseerd zouden kunnen
worden zijn later weer ingetrokken. De officiële positie van
de
Palestijnen tijdens de Camp David/
Taba
onderhandelingen wat betreft de vluchtelingen is onbeperkt recht op
terugkeer. Politici die hiervan afwijken worden veelal als
verraders gebrandmerkt, zoals gebeurde met de onderhandelaars van het
zogenaamde Geneefse Akkoord, volgens welk het aantal vluchtelingen dat
naar Israël kan terugkeren door Israël wordt bepaald.
Sari
Nusseibeh is een van de weinige Palestijnse politici die voorstelde het
recht op terugkeer op te geven om tot een oplossing van het conflict te
komen. Hij is hiervoor bedreigd en ontslagen uit zijn functie bij de
PA, en heeft samen met Ami Ayalon een vredesinitiatief opgezet (
The People's Voice).
Sommige linkse vredesorganisaties, zoals Gush Shalom, stellen voor dat
Israël gedurende een aantal jaren een flink aantal
vluchtelingen
opneemt, bijvoorbeeld 100.000, en de rest wordt gecompenseerd. Ook zou
Israël de morele verantwoordelijkheid voor de Palestijnse
vluchtelingen moeten erkennen. Echter het aantal Palestijnse
vluchtelingen groeit, door hun hoge geboortecijfer, met meer dan
100.000 per jaar, dus hun aantal zou dan blijven toenemen. Zo waren er
in 1997 3,3 miljoen bij de UNRWA geregistreerde vluchtelingen tegenover
bijna 4 miljoen in 2002. Bovendien is
de impact van, zeg 500.000 Palestijnse vluchtelingen, op de
Israëlische samenleving groot. Volgens Israël willen
deze
mensen niet een onderdeel worden van de Israëlische
samenleving,
maar verlangen zij terug naar een Arabisch Palestina. Veel
vluchtelingen zijn, mede vanwege de slechte omstandigheden waarin zij
leven, behoorlijk radicaal en staan achter 'gewapend verzet' tegen
Israël. Bovendien maakt Israël zich zorgen over de
demografische gevolgen van zo'n maatregel: er leven momenteel ca. 20%
Arabieren in Israël, en hun geboortecijfer is hoger dan dat
van de
Joodse Israëli's. Het aantal vluchtelingen verdubbelt per
generatie, dus 500.000 mensen nu betekent 2 miljoen over 50 jaar. Hier
valt tegenin te brengen dat ook de huidige Arabische bevolking in
Israël binnen 3-4 generaties een meerderheid zal vormen als de
huidige demografische ontwikkeling zich doorzet, en dat het racistisch
is als een staat zich laat leiden door dergelijke statistieken. De
oplossing van dit 'demografische probleem' ligt ons inziens in een
goede integratie van Israëlische Arabieren waardoor zij zich
loyale staatsburgers voelen van een staat die ook de hunne is. Op dit
gebied valt er nog veel te verbeteren; zowel op sociaal-economisch
gebied als wat betreft discriminatie van Arabieren in Israël.
De
komst van honderdduizenden vluchtelingen zal deze integratie
hoogstwaarschijnlijk bemoeilijken en de tegenstellingen vergroten.
Israël heeft altijd geweigerd om enige morele
verantwoordelijkheid
voor het ontstaan van de Palestijnse vluchtelingen te erkennen.
Anderzijds hebben de Palestijnen en de Arabische staten hun aandeel in
de zaak ook nooit erkend, en presenteren zichzelf als onschuldige
slachtoffers van Israëlische agressie. Een eerste stap naar
een
oplossing zou wellicht een erkenning van beide kanten van hun aandeel
in de ellende en het voortdurende conflict kunnen zijn. Op basis
daarvan kan een rationele oplossing worden gevonden op basis van het
zelfbeschikkingsrecht van beide volken en een gemeenschappelijke
verantwoordelijkheid voor het conflict en een ieder die hier het
slachtoffer van is.
Het maximale gebied voor een toekomstige Palestijnse staat zal ruim
6.000 km2 bedragen, kleiner dan Noord-Brabant en Limburg bij elkaar.
(Israël is ruim de helft van Nederland.) Hier wonen nu al
tussen 3
en 4 miljoen Palestijnen, en de bevolking verdubbelt met iedere
generatie. Dit gebied is waarschijnlijk niet in staat daarbij ook nog
eens miljoenen vluchtelingen te huisvesten en een fatsoenlijk bestaan
te bieden, zelfs als de economie zou aantrekken door internationale
investeringen en open grenzen. De bevolkingsdichtheid van zowel
Israël als de Palestijnse gebieden is erg hoog (meer dan 300
mensen per vierkante km in Israël en meer dan 500 pensen per
vierkante km in de bezette gebieden), en water reserves en natuurlijke
hulpbronnen zijn schaars. Een oplossing is dus waarschijnlijk niet
mogelijk zonder dat de Arabische landen, die medeverantwoordelijk zijn
voor het vluchtelingenprobleem en het Arabisch-Israëlische
conflict, bereid zijn een deel van de vluchtelingen op te nemen.
Daarnaast zou een deel van de vluchtelingen opgenomen kunnen worden in
de VS of Europa. Hun repatriëring zou betaald kunnen worden
uit
een internationaal fonds waaraan zowel Israël als Westerse
landen
en de VN een bijdrage leveren.
UNRWA
De UNRWA is opgezet in 1949, onder VN-resolutie 302, als tijdelijk
onderdeel van de Verenigde Naties met de doelstelling om humanitaire
hulp te verlenen aan Palestijnse vluchtelingen. Haar mandaat is
sindsdien iedere 3 jaar verlengd. Palestijnse vluchtelingen werden
doelbewust uitgesloten van de diensten en hulp van de kort
nadien
opgerichte UNHCR (resolutie 319), aangezien de UNRWA al zorg
voor
hen draagt. Behalve dit verschil, is een belangrijk verschil tussen
beide organisaties dat de UNRWA een beperkter mandaat heeft: het kan
slechts humanitaire hulp bieden, terwijl de UNHCR ook de taak heeft een
permanente oplossing voor het vluchtelingenprobleem te helpen vinden.
UNRWA zelf beschrijft het verschil als volgt:
"Eén
reden voor het onderscheid is dat over het algemeen de UNHCR het
mandaat heeft om vluchtelingen 3 opties aan te bieden,
namelijk lokale integratie of hervestiging in derde landen of
terugkeer naar hun thuisland - opties die vrijwillig moeten
worden
geaccepteerd door vluchtelingen onder de hoede van de UNHCR. Deze
opties zijn niet geschikt voor Palestijnse vluchtelingen
aangezien
de eerste twee opties onacceptabel zijn voor de vluchtelingen en hun
gastlanden en de derde optie wordt afgewezen door Israël.
Gezien
deze context eist de internationale gemeenschap,
middels de
Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, van de UNRWA om door te
gaan met het verlenen van humanitaire hulp in afwachting van
een
politieke oplossing."
(Bron:
http://www.un.org/unrwa/allegations/index.html
)
De UNRWA is een hulpverlenings- en ontwikkelingsorganisatie,
die
onderwijs, gezondheidszorg, sociale voorzieningen en noodhulp
verleent aan meer dan 4,3 miljoen vluchtelingen in
de Gazastrook, de Westoever, Jordanië, Libanon
en Syrië.
Het is de grootste VN-operatie in het Midden-Oosten, met meer dan
27.000 medewerkers, bijna allemaal zelf vluchteling, die als leraar,
dokter, verpleegster of sociaal werker voor hun eigen gemeenschap
werkzaam zijn.
(Bron:
http://www.un.org/unrwa/index.html
)
De UNRWA wordt gefinancierd door vrijwillige bijdragen van donorlanden.
De grootste contributies komen van de VS, de Europese Commissie, het
Verenigd Koninkrijk en Zweden.
Volgens Israël is de UNRWA niet neutraal en kiest zij partij
voor
de Palestijnen. Aangezien UNRWA werkt voor de Palestijnse slachtoffers
van het conflict, en de overgrote meerderheid van haar medewerkers
Palestijnen zijn, is dit niet zo vreemd. Peter Hansen, de voormalig
hoogste commissaris, heeft in een interview openlijk toegegeven
Hamas-leden in dienst te hebben. Gezien de populariteit van de Hamas in
de vluchtelingenkampen, met name in de Gazastrook, is dit niet
verbazingwekkend. Zijn verklaring dat dit de VN standaards voor
neutraliteit niet schaadt klinkt dan ook niet erg overtuigend.
Israël heeft een ambivalente houding naar UNRWA: enerzijds
geeft
het ook geld aan de UNRWA en ondersteunt haar werkzaamheden, omdat het
inziet dat de vluchtelingen deze hulp bitter nodig hebben. Anderzijds
wantrouwt het UNRWA en heeft het UNRWA meermaals beschuldigd van steun
aan terroristische activiteiten, bijvoorbeeld door het gebruik van VN
voertuigen voor de smokkel van wapens. Deze beschuldigingen bleken niet
altijd terecht.
Ook beschuldigt men UNRWA ervan het vluchtelingenprobleem in stand te
houden in plaats van op te lossen, daar niet mee wordt gewerkt aan
herhuisvesting van vluchtelingen binnen de gebieden/landen waar zij nu
leven. Volgens pro-Israëli's is het vreemd dat de missie van
de
UNRWA verschilt van die van de UNHCR, die wel gericht is op het vinden
van een permanente oplossing, en is het sowieso vreemd dat er alleen
voor de Palestijnse vluchtelingen een speciale organisatie is
opgericht.
Men verdenkt de UNRWA ervan het verlangen naar en de mogelijkheid tot
terugkeer naar Israël bewust in stand te houden. Volgens UNRWA
valt herhuisvesting van de vluchtelingen buiten haar mandaat, en kan
dit pas plaatsvinden binnen een politieke oplossing van het conflict,
met instemming van beide partijen.
B. Joodse
Vluchtelingen en Emigranten uit Moslimlanden
Vergeten
vluchtelingen
Naast het knellende probleem van de Palestijnse vluchtelingen, zijn er
- grotendeels eveneens als gevolg van het Israëlisch-Arabische
conflict - minstens even zoveel Joden weggevlucht uit Arabische landen.
Zij worden vaak 'vergeten vluchtelingen' genoemd, omdat er nauwelijks
aandacht is besteed aan hun verdrijving. Enerzijds omdat zij niet
tijdens één oorlog hun geboorteland verlieten,
maar
verspreid over een periode van 20 tot 30 jaar, anderzijds omdat zij
allen een nieuw thuis hebben gevonden: tweederde van hen werd in
Israël opgevangen en de rest vestigde zich in hoofdzakelijk
Westerse landen. Zij worden ook vergeten genoemd omdat de VN hun
verdrijving nooit heeft veroordeeld, zij geen hulp van de VN kregen en
geen erkenning of schadeloosstelling door de Arabische landen of de
internationale gemeenschap.
Israël wijst er vaak op dat de verdrijving van de Joden uit de
Arabische wereld minder gerechtvaardigd was dan de verdrijving van de
Palestijnen, die tenslotte een burgeroorlog tegen de Joden in Palestina
waren begonnen, en dat de Arabische landen de Palestijnen zouden moeten
herhuisvesten zoals de Israëli's allang met de Joodse
vluchtelingen hebben gedaan. Er was in die optiek sprake van een
uitwisseling van bevolkingsgroepen, zoals dat bij meer conflicten
tussen staten in de 20ste eeuw gebeurd is (India en Pakistan,
Griekenland en Turkije, enz.). Dat neemt niet weg dat het
Israël
op zich van pas kwam om de Joodse vluchtelingen op te nemen: het land
kon de bevolkingsaanwas goed gebruiken, en het bieden van een veilig
toevluchtsoord aan vervolgde Joden was één van de
hoofdredenen voor de oprichting van de Joodse staat. De Arabische
landen bevestigden zo feitelijk het bestaansrecht van Israël.
Onder de Joodse gemeenschappen in de Arabische/islamitische wereld was
aanvankelijk maar een minderheid enthousiast voor de Joodse staat, dus
de Arabische vijandschap tegenover hen had geen objectieve grond.
Alleen vanuit Jemen waren al vanaf eind 19de eeuw duizenden Joden naar
Palestina getrokken.
De meeste Joodse vluchtelingen voelen er niet voor om zich weer in hun
land van herkomst te vestigen, maar voor zover ze worden toegelaten
bezoeken ze die landen wel nog, en ze proberen de herinnering aan hun
verleden en hun specifieke cultuur levend te houden. Organisaties van
Joodse vluchtelingen vechten vooral om erkenning van het leed dat hen
is aangedaan, en daarnaast voor financiële compensatie voor de
achtergelaten bezittingen. Anderen verzetten zich tegen de kwalificatie
'vluchteling' omdat ze een slachtofferrol afwijzen.
De Joodse bevolking in de Arabische wereld en Perzië (Iran)
telde
in 1948 nog 800.000 tot 900.000 personen. Sinds de oprichting van
Israël is dit aantal afgenomen tot minder dan 8.000 in
Arabische
landen en 25.000 in Iran.
Na de oorlog van 1948 tussen Israël en de Arabische landen, de
onafhankelijkheid van Arabische landen die voorheen Franse en Britse
kolonieën of protectoraten waren, en de Zesdaagse Oorlog van
1967,
verslechterde de positie van de Joodse gemeenschappen in de Arabische
wereld door pogroms en vervolging en discriminatie door de overheden,
en vluchtten de meeste Joden weg of werden verdreven.
Israël nam - zonder steun van UNWRA of de VN - zo'n 600.000
Joodse
vluchtelingen uit Arabische landen op. Velen moesten jarenlang
bivakeren in tentenkampen (
ma'abarot)
voor er huisvesting voor hen beschikbaar kwam. De integratie in de door
Ashkenasi Joden van Europese herkomst gedomineerde Israëlische
samenleving verliep aanvankelijk moeizaam, daar deze de nieuwkomers en
hun cultuur als achtergebleven beschouwden.
De overige Joodse vluchtelingen en emigranten trokken overwegend naar
de VS, Canada en Frankrijk.
Joodse
vrouw en kinderen in een opvangkamp in Israël.
Achtergronden
De Joden uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika worden vaak aangeduid
als Sefardische (Spaanse) of Mizrahi (Oosterse) Joden, de eersten
verwijzend naar het Iberische schiereiland van waaruit zij in de
Middeleeuwen waren verdreven, de tweede verwijzend naar de Joodse
gemeenschappen die soms al meerdere millennia woonden in wat in de
zevende eeuw Arabisch en islamitisch gebied werd. De termen Sefardi en
Mizrahi worden tegenwoordig beide wel gebruikt om deze groepen
gezamenlijk aan te duiden, die hun religieuze en culturele tradities
grotendeels gemeen hebben.
De oude Joodse gemeenschappen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika
leefden sinds de islamisering van deze gebieden met de status van
dhimmi,
een ondergeschikte positie die gold voor joden en christenen in
moslimlanden, met beperkte rechten op religieus, wettelijk en
sociaal-economisch gebied.
Vaak hadden Joden (met name de elite) ook een uitzonderlijke positie
doordat ze in de handel aktief waren en relatief mobiel waren; ze
werden als intermediars ingezet door Arabische heersers en later door
de koloniale machten, met name Frankrijk (die bijv. de Algerijnse joden
de Franse nationaliteit gaf) en Engeland. Egypte nodigde in de
negentiende eeuw joden uit zich daar te vestigen om de economische
ontwikkeling (met name de handel) te bevorderen. Deze joden en hun
afstammelingen kregen echter geen Egyptisch staatsburgerschap. De joden
werden ook de dupe van spanningen tussen de Arabische bevolking en de
Europese machthebbers, zoals bij een pogrom in het joodse getto van Fez
(Marokko) in 1912, die 51 joden het leven kostte.
Moderne exodus
De 20ste eeuwse exodus was veelal het gevolg van discriminatie en
vervolging door de moslim meerderheid en/of door de regeringen van de
Arabische landen. Het vertrek van Joden uit islamitische landen nam
massale vormen aan na de vestiging van de staat Israël, de
dekolonisatie van de betreffende landen en de oorlogen tussen
Israël en haar buren in 1948, 1956 en 1967.
Kort voordat de VN in 1947 het delingsplan voor Palestina aannamen,
waarschuwden verschillende woordvoerders van Arabische staten dat er in
hun landen rellen en pogroms zouden uitbreken, en dat zij geweld tegen
hun eigen Joodse minderheden niet zouden kunnen voorkomen als het
delingsplan werd aangenomen. Tijdens de Israëlisch-Arabische
oorlog van 1948 namen veel landen beperkende maatregelen tegen hun
Joodse minderheden, die men deels beschouwde als een "vijfde kolonne"
van Israël.
In 1949 dreigden de Arabische staten hun Joodse minderheden te
verdrijven als de Palestijnse Arabieren niet zou worden toegestaan
terug te keren naar Israël. Ondanks die dreigementen was men
er
beducht voor om de Joden daadwerkelijk te verdrijven, omdat men vreesde
dat zij naar Israël zouden gaan en daarmee de vijand zouden
versterken. Na 1948 hadden verschillende landen daarom emigratie van
hun Joodse inwoners verboden, dan wel voor een beperkt aantal jaren
toegestaan, vaak met als voorwaarde dat zij afstand zouden doen van hun
staatsburgerschap en hun bezittingen zouden achterlaten, en dat zij
zouden verklaren zich niet in Israël te vestigen. In
verschillende
landen hadden Zionistische organisaties de Joden opgeroepen tot
emigratie; soms moesten ze een soort 'losgeld' betalen om hun vertrek
mogelijk te maken (Marokko), regelde Israël de reis (Jemen) of
moesten ze het land worden uitgesmokkeld (Syrië). Egypte zette
haar Joodse inwoners eigenhandig het land uit.
De situatie wordt hieronder per land beschreven.
Marokko
Geschatte Joodse
bevolking: 1948 - 265.000 / 2001 - 5.000 of 17.000?
In Marokko waren al minstens tweeduizend jaar Joodse gemeenschappen.
Uit de vroege Middeleeuwen zijn enkele grote massaslachtingen op Joden
in Marokko bekend, maar nadien scheen hun situatie wat te verbeteren.
Uit Spanje verdreven Joden mochten zich in de 15de eeuw in Marokko
vestigen. Als dhimmi's hadden ze echter een ondergeschikte positie, en
in het begin van de 19de eeuw werden ze gedwongen in ommuurde getto's
te gaan wonen.
De discriminatie werd grotendeels opgeheven toen Marokko in 1912 een
Frans protectoraat werd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog weigerde koning
Mohammed V om zijn Joodse onderdanen aan het met de Nazi's
collaborerende Vichi regime uit te leveren. Nochtans moest hij
antisemitische maatregelen doorvoeren, en werden Joden met Frans
staatsburgerschap wel gedeporteerd.
In juni 1948 braken rellen tegen de Joden uit, waarbij 44 Joden
omkwamen, en een jaar later vielen weer doden bij rellen in
noord-Marokko. Een onofficiële economische boycot werd tegen
de
Joden ingesteld. In 1948-1949 emigreerden 18.000 Joden naar
Israël, waarna de emigratie terugliep tot enkele duizenden per
jaar. Behalve discriminatie en (de dreiging van) geweld, speelde ook de
toenemende armoede een rol bij de emigratie; vooral de verpauperde
Joden uit zuid-Marokko vertrokken als eersten, met steun van Joodse
organisaties en van Israël. In de vroege jaren '50 moedigden
Zionistische organisaties emigratie naar Israël aan, maar die
steeg vooral weer met sprongen toen Marokko in 1955 onafhankelijk werd.
In 1956 verbood de Marokkaanse regering emigratie geheel, maar illegaal
bleven jaarlijks enkele duizenden Joden naar Israël
vertrekken. In
de jaren '60 werd door de nieuwe koning, Hassan II, tegen betaling weer
emigratie toegestaan, en emigreerden in 4 jaar tijd 100.000 Joden uit
Marokko. Tussen 1948 en 1967 waren bijna 238.000 Joden uit Marokko naar
Israël geemigreerd. Na de oorlog van 1967 namen de spanningen
in
Marokko toe en emigreerden vooral Joden uit de middenklasse naar Europa
en Noord-Amerika; in 1971 waren er nog zo'n 35.000 Joden in Marokko
over. De meerderheid leeft tegenwoordig in Casablanca.
Koning Hassan II nodigde in zijn latere jaren de emigranten uit om
terug te keren naar Marokko, maar hieraan werd vrijwel geen gehoor
gegeven. Wel bezoeken Joodse emigranten tegenwoordig Marokko, en wordt
de Joodse gemeenschap door de overheid beschermd.
Het klimaat voor Joden in Marokko is één van de
tolerantste in de Arabische wereld. Nochtans verschillen de meningen
over de relaties tussen joden en moslims in Marokko aanzienlijk:
Een Amerikaanse jood in Marokko schrijft er zeer mild over in "
Why Jews
emigrated from Morocco".
Een Morokkaanse schrijver had een
ander
oordeel over de houding van zijn mede moslims tegenover hun
joodse buren:
"The worst insult that a
Moroccan
could possibly offer was to treat someone as a Jew.... My childhood
friends have remained anti-Jewish. They hide their virulent
anti-Semitism by contending that the State of Israel was the creature
of Western imperialism.... A whole Hitlerite myth is being cultivated
among the populace. The massacres of the Jews by Hitler are exalted
ecstatically. It is even believed that Hitler is not dead, but alive
and well, and his arrival is awaited to deliver the Arabs from Israel."
(Said Ghallab, "Les Juifs sont en enfer," in Les Temps
Modernes, (April 1965), pp. 2247-2251)
Egypte
Geschatte Joodse
bevolking: 1948 - 80.000 / 2001 - 200
De meerderheid van de Egyptische Joden stamden niet af van de
millenia-oude Joodse gemeenschap daar, maar van immigranten die in de
tweede helft van de 19de eeuw naar Egypte waren gekomen op uitnodiging
van het toenmalige staatshoofd. Onder Brits bestuur was het aantal
Joden in Egypte nog toegenomen tot bijna 100.000 door de toelating van
vluchtelingen uit Oost-Europa.
Diverse nationaliteitenrichtlijnen
vanaf
1869
werden door Egyptische functionarissen uitgelegd als dat Joden geen
Egyptische nationaliteit hadden, en de nationaliteitenwet uit de jaren
'20 sloot 85% van de Joden definitief uit van Egyptisch
staatsburgerschap, doordat deze alleen mensen van Arabische afkomst en
moslims als Egyptenaren erkende.
Begin jaren '40 vonden de eerste pogroms plaats, door toedoen van de
Mufti van Jeruzalem, die de Egyptische bevolking tegen de Joden
ophitste. Mede vanwege de weerstand tegen de Britse overheersing
steunden diverse groeperingen tijdens de oorlog Nazi-Duitsland. (In de
jaren '50 gaf Egypte zelfs asiel en staatsburgerschap aan Duitse
oorlogsmisdadigers.)
De spanningen namen verder toe na de oorlog. In 1947 kostte een
wijziging van de wet op de bedrijven veel Joden en andere etnische
minderheden hun baan, doordat nog maar 10% van het personeel uit
niet-Egyptenaren mocht bestaan. In 1948 stierven minstens 70 Joden door
bomaanslagen op Joodse buurten in Cairo en kwamen velen om bij rellen.
Honderden anderen werden gearresteerd en hun bezittingen in beslag
genomen. Tot midden jaren '50 vertrokken minstens 34.000 Egyptische
Joden naar Israël met achterlating van hun bezittingen. Na de
Lavon Affaire van
1954 (een schandaal waarbij Israëlische spionnen in Egypte
aanslagen tegen Westerse doelen planden) en de Suez Oorlog van 1956,
werden bijna 25.000 Joden uit Egypte verbannen en hun bezittingen
geconfisceerd, en 1.000 anderen gevangen gezet.
Na de Zesdaagse Oorlog in 1967 werd het merendeel van de 15.000
overgebleven Joden gedwongen Egypte te verlaten, sommigen na
maandenlange gevangenschap en mishandeling en marteling. Tweederde van
de Egyptische Joden vestigde zich in Israël.
Nadat Egypte in 1979 vrede sloot met Israël werden de rechten
van
de overgebleven Joden hersteld, maar erkenning van de verdrijvingen en
confiscaties is uitgebleven. Met nauwelijks nog Joden in het land en
ondanks het vredesverdrag met Israël, is antisemitisme in
hedendaags Egypte wijd verbreid en wordt het aangewakkerd in de door de
staat gecontrolleerde media.
Tunesië
Geschatte Joodse
bevolking: 1948 - 105.000 / 2001 - 1.000 tot 2.000
Tijdens de Tweede Wereldoorlog leed de Joodse gemeenschap onder de
Duitse bezetting, die een half jaar duurde, maar na de oorlog bloeide
de Joodse gemeenschap weer op. Na de onafhankelijkheid van Frankrijk in
1956 werden echter alle joodse instituties opgeheven, en werd de oude
joodse wijk van Tunis - waar ruim de helft van de Tunesische Joden
woonde - gesloopt ten behoeve van stadsvernieuwing. Met name de
Suezcrisis en de Zesdaagse Oorlog gingen gepaard met rellen en
aanvallen op de Joodse gemeenschap. De meeste Joden emigreerden naar
Frankrijk en zo'n 40.000 naar Israël. In 1967 waren er nog
20.000
Joden over in Tunesië. De Tunesische regering veroordeelde het
geweld, en riep de Joden op om te blijven. Sinds de jaren '80 biedt de
overheid actieve bescherming aan de resterende Joodse gemeenschap.
Jemen
Geschatte Joodse
bevolking: 1948 - 63.000 / 2001 - 200 tot 1.000
In 1948 telde Jemen 55.000 en Aden (in zuid-Jemen, destijds een Britse
kroonkolonie) 8.000 Joodse inwoners. Ze worden ook wel Temani genoemd.
In Jemen bestond aan het begin van onze jaartelling enkele eeuwen een
Joods koninkrijk, waarna Ethiopische christenen en nadien moslims de
macht overnamen. De Joodse gemeenschap in Jemen was arm en
achtergesteld. Eind 19de eeuw vertrokken al enkele duizenden Joden uit
Jemen naar Jeruzalem. Na de onafhankelijkheid van Jemen in 1918 werden
oude islamitische wetten opnieuw ingevoerd en werden de Joden weer tot
tweederangs burgers gedegradeerd, waarna tot 1945 in totaal 17.000
Joden naar Palestina emigreerden.
Ruim 80 Joden kwamen om bij rellen in Aden in 1947 (na aanname van het
delingsplan van Palestina), waarbij veel Joodse huizen en winkels
vernield werden, en begin 1948 braken er rellen uit in Jemen n.a.v.
vermeende rituele moorden. Van 1949 tot 1950 werden in een geheime
operatie bijna 50.000 Joden uit Jemen en Aden per vliegtuig naar
Israël overgebracht. Duizenden anderen verlieten het land in
de
jaren '50.
Irak
Geschatte Joodse
bevolking: 1948 - 150.000 / 2001 - 100
Na een pro-Duitse couppoging in 1941 kwamen circa 200 Joden om bij
rellen in Bagdad. Na 1948 was emigratie van Joden enkele jaren
verboden, omdat Irak vreesde dat zij naar Israël zouden gaan.
De
toenemende repressie en antisemitisme zette intussen een grote druk en
onzekerheid op de Joodse gemeenschap. Onder diplomatieke druk stond
Irak vanaf maart 1950 een jaar lang emigratie toe, en verlengde die
termijn daarna nog eens. Emigranten raakten hun staatsburgerschap kwijt
en hun bezittingen en tegoeden werden geconfisceerd.
Na enkele bomaanslagen (waarvan sommigen Israël betichtten)
verlieten ongeveer 120.000 Irakese Joden het land met
Israëlische
hulp. In 1951 werden ondergrondse Zionistische groepen ontmaskerd en
gearresteerd, waarvan enkele leden werden veroordeeld voor de
bomaanslagen en werden opgehangen.
Het merendeel van de enkele duizenden overgebleven Joden verliet Irak
in de loop van de jaren '60 en '70, vooral toen de repressie en
vervolging verder toenam na de machtsovername van de Ba'ath partij en
de Zesdaagse Oorlog. In 1968 werden 11 Joden en 3 anderen opgehangen op
beschuldiging van spionage.
Syrië
Geschatte Joodse
bevolking: 1948 - 30.000 / 2001 - 100
In 1943 leefden 17.000 Joden in Aleppo en 11.000 in Damascus. Emigratie
naar Palestina werd vanaf 1945 door de regering beperkt, en er waren
rellen in 1945 en 1947. Bij de pogroms van 1947 kwamen 75 Joden om in
Apello en ontvluchten 7.000 de stad. De regering nam in de
daaropvolgende jaren Joodse eigendommen in beslag, ontsloeg Joodse
overheidsambtenaren en beperkte hun bewegingsvrijheid. De meeste Joden
ontvluchten Syrië illegaal, vaak met hulp van buitenaf. 10.000
Joden emigreerden naar de VS en 5.000 naar Israël. Een
Canadese
Jodin hielp
vanaf de jaren '70 heimelijk meer dan 3.000 Joden uit Syrië te
ontsnappen, vaak tegen betaling van losgeld. Begin jaren '90 woonden er
nog duizenden Joden in Syrië, toen de regering onder
Amerikaanse
druk visa begon te verstrekken (op voorwaarde dat ze niet naar
Israël zouden emigreren). Het merendeel vertrok toen naar de
VS,
van waaruit een aantal later alsnog naar Israël emigreerden.
Algerije
Geschatte Joodse
bevolking: 1948 - 140.000 / 2001 - 0
Vanaf de Franse kolonisatie in 1830 werden de Algerijnse Joden
geleidelijk verfranst. In 1841 vielen zij onder het Franse
rechtssysteem en in 1845 werde Franse Joden in Algerije als
hoofdrabijnen aangesteld. Vanaf 1865 konden Algerijnse Joden en moslims
het Franse staatsburgerschap aanvragen. Onder druk van prominente
Franse Joden kregen in 1870 alle Algerijnse Joden het Franse
staatsburgerschap, met als doel hen de Franse cultuur en beschaving bij
te brengen. De Algerijnse Joden verfransten binnen
één
generatie.
Anti-Joodse rellen vonden alleen plaats in 1934 in Constantine, met 25
doden tot gevolg. Na de Algerijnse onafhankelijkheid in 1962 werd de
Joden hun economische rechten ontnomen, en de nationaliteitenwet van
1963 sloot hen uit van Algerijns staatsburgerschap. Bijna 130.000 Joden
emigreerden daarop naar Frankrijk, waarvan ze wel het staatsburgerschap
hadden. Sinds 1948 zijn meer dan 25.000 Algerijnse Joden naar
Israël geemigreerd. De laatste jaren vertrekken vanuit
Frankrijk
veel Joden van Algerijnse afkomst naar Israël.
Libanon
Geschatte Joodse
bevolking: 1948 - 5.000 tot 7.000 / 2001 - 100
Hoewel er al in de oudheid een Joodse gemeenschap in Beiroet was,
kwamen veel Joden pas in de 20ste eeuw naar Libanon, o.a. vanuit
Turkije en Griekenland. Onder Frans bestuur verbeterde de positie van
de Joden en ook de gemengde bevolkingsopbouw van Libanon zorgde voor
een relatief tolerant klimaat. De Joodse gemeenschap steunde de
onafhankelijkheid van Libanon in 1943 en had gemengde gevoelens over
het Zionisme. In 1948 waren er rellen, en werden de Joden verplicht tot
een financiële bijdrage aan de strijd tegen Israël.
De toegenomen spanningen leidden in de jaren '50 en '60 tot het vertrek
van de meeste Joden uit Libanon. In 1974 waren er nog 1.8000 Joden
over, die grotendeels tijdens de Libanese burgeroorlog alsnog het land
verlieten. In de jaren '80 werden enkele Libanese Joodse zakenmensen
door Hezbollah ontvoerd.
Libië
Geschatte Joodse
bevolking: 1948 - 38.000 / 2002 - 0
Ten tijde van de Italiaanse kolonisatie in 1911 woonden er ongeveer
21.000 Joden in Libië, in 1948 was dit
aantal gegroeid naar circa 38.000; tegenwoordig wonen er geen Joden
meer.
In de late jaren '30 nam de repressie toe door anti-Joodse wetten. De
Joden vormden in 1941 een kwart van de bevolking van Tripoli. Tijdens
de Duitse bezetting van de Joodse wijk in 1942 kregen zij het zwaar te
verduren, maar ook na de bevrijding door de Britten werd het niet veel
beter.
Bij pogroms in 1945 waren in Tripoli meer dan 140 Joden omgekomen en de
meeste synagogen geplunderd. In juni 1948 kwamen weer Joden om bij
pogroms, waarna zo'n 3.000 Joden illegaal het land ontvluchtten naar
Israël. Toen de Britten in 1949 emigratie toestonden,
verlieten in
enkele jaren tijd nog ruim 30.000 Joden het land.
In 1951 werd Libië onafhankelijk. Na de Suez Crisis van
1956 vonden weer pogroms plaats, waarna nog slechts zo'n 100 Joden in
Libië overbleven. De laatste daarvan stierf in 2002.
Na 1956 werden door de Libische regering verschillende wetten
aangenomen die de vluchtelingen hun
staatsburgerschap en bezittingen afnam en alle contacten met
Israël verbood.
Bahrein
Geschatte Joodse
bevolking: 1948 - 600 / 2006 - 36
De kleine Joodse gemeenschap in Bahrein stamde hoofdzakelijk af van
immigranten uit Irak van begin 20ste eeuw. In de decennia na 1948
verlieten de meesten het land, o.a. naar Engeland.
Bahrein is de enige Golfstaat met een synagoge, en de verhoudingen met
de Arabische meerderheid zijn goed te noemen. In 2002 werd een Jood in
het parlement gekozen.
©
Dit artikel is copyright Israël-Palestina Informatie, afgezien
van onderdelen waarvoor andere bronnen worden vermeld. Voor
overname
gelieve kontakt met ons op te nemen via het e-mail adres. Beperkte
citaten voorzien van een link naar deze webpagina zijn toegestaan.
Links
over Palestijnse vluchtelingen:
The
Palestinian Refugees - MidEastWeb
Palestinian refugees and the right of
return (Bitterlemons)
Palestinian Refugees, Expulsion or
Flight? - by Yoav Gelber
UNRWA - United Nations
Reliefs and Works Agency website
UNRWA
op Jewish Virtual Library
Wikipedia:
Palestinian Refugee
Wikipedia:
Palestinian Exodus
Wikipedia:
Estimates of the Palestinian Flight of 1948
The
Population of Palestine Prior to 1948 - MidEast Web
Links over
Joodse vluchtelingen:
Wikipedia:
Jewish exodus from Arab lands
Jewish
Refugees of the Israeli-Palestinian Conflict - MidEastWeb
Jewish Refugees
from Arab Countries
World Organisation of Jews
from Arab Countries (WOJAC)
Jews Indigenous to the
Middle East and North Africa (JIMENA)
Historical Society of Jews
from Egypt (HSJE)
Point of
no return - Information and links about the Middle East's forgotten
Jewish refugees
Aliyah
article on website Israel Ministry of Foreign Affairs
Websites over
Israël-Palestina en het Midden-Oosten Conflict:
* A Brief
History of Israel and Palestine and the Conflict,
The
Early
History of Zionism and the Creation of Israel, and many other
articles on
MidEastWeb for
Coexistence
- Middle East news & background, history, maps and opinions
* Wikipedia
categories Israel
and Zionism, Palestine
and Middle
East
*
Council for
Peace and Security (Israel) * One Voice Movement
* Ariga's PeaceWatch - on the
Israeli-Palestinian conflict and Middle East peace
*
Middle East Analysis
*
Israel
News * Israel:
Like This, As If (blog)
*
Zionism
and Israel Information Center
* ZioNation -
Progressive Zionism and Israel Web Log
* IMO -
Israël & Midden-Oosten Blog (Nederlandstalig)
* Virtuele Encyclopedie van het
Conflict Israël-Palestina (
Nederlandstalig)
*
Israël
Informatie Linkpagina (
Nederlands
/ Engels)
*
Israël
& Palestijnen Nieuwsblog (
Nederlands / Engels)