mei 302016
 

Israel-poster1986-2008_IMG_2370= IMO Blog = 

In het vorige deel ging ik vooral in op het beeld binnen links van niet Westerse culturen en minderheden, die men enerzijds als slachtoffer ziet van de dominante cultuur en anderzijds ook wil emanciperen, zodat ze gelijkwaardig aan ons kunnen meedraaien en praten. Dat laatste streven steun ik van harte. Helaas ziet men de Palestijnen voornamelijk als slachtoffer zonder veel eigen verantwoordelijkheid, wat een van de redenen is van het eenzijdig negatieve beeld dat men van Israel heeft. Maar hoe kijkt men binnen links naar Joden?

De Joden vallen bij links een beetje buiten de kaart. Ze zijn weliswaar een minderheid en in het verleden zwaar onderdrukt, maar ze voldoen niet (meer) echt aan het plaatje dat bij een onderdrukte minderheid past. Een staat die de VS als belangrijkste bondgenoot heeft en die met het modernste wapentuig en een afscheidingshek met controle posten en metershoog prikkeldraad zijn veiligheid bewaakt, dat is op een of andere manier toch niet helemaal wat links zich bij een geëmancipeerde en mondige minderheid voorstelt. Ze zijn, kortom, te machtig geworden om nog als kwetsbare minderheid te worden gezien en op sympathie van de progressieve Europeaan te kunnen rekenen.

Tegelijkertijd voelen velen zich nog altijd ongemakkelijk over de oorlog en de dubieuze rol die ook Nederlandse organisaties als de NS en de politie daarin speelden. Soms wordt daarom een scherp onderscheid gemaakt tussen de Joden van toen, die net zo goed als andere minderheden toen en nu puur slachtoffer waren van een walgelijke op racisme gebaseerde ideologie, en de Joden van nu, waarbij de zaken wat ingewikkelder liggen. Volgens sommigen is de Jood van toen de moslim van nu, en deze visie klinkt door op bijvoorbeeld de alternatieve Kristallnachtherdenking, waar nauwelijks nog aandacht is voor wat de Joden toen overkwam en alle aandacht gaat naar wie nu wordt gediscrimineerd. Dat wil zeggen naar de moslims die nu worden gediscrimineerd, want voor hedendaags antisemitisme is opvallend genoeg geen aandacht. Wanneer daar ook nog eens felle anti-Israel retoriek bij komt krijgt het geheel een onaangename lucht.

Onderscheid

Om niet als antisemiet te worden gezien maakt men vaak een nogal kunstmatig onderscheid tussen Joden en zionisten. Zionisten zijn de Joden die in Israel de Palestijnen onderdrukken, die hechten aan hun leger en van slachtoffer dader zijn geworden. Over zionisten mag je vervolgens de meest vreselijke dingen zeggen, ze van de meest vreselijke zaken beschuldigen en ze verwensen. Het gaat dan immers niet om Joden, het gaat dan alleen om Joden die Israel steunen, en dat is heel wat anders. Dat de hier wonende Joden in grote meerderheid achter Israels bestaansrecht staan (waarmee ze volgens radikale antizionisten ook medeschuldig zijn aan al het kwaad dat de zionisten op deze wereld aanrichten), wordt voor het gemak genegeerd. Dit onderscheid en vooral ook de steun van enkele Joodse antizionisten, zoals Harry de Winter, Jaap Hamburger en radikale Israeli’s als Ayala Levinger, vrijwaart ze van de antisemitisme aantijging. Soms wordt de Nederlands-Joodse gemeenschap verweten dat ze zich niet sterker uitspreekt tegen Israel, en wordt dit als medeplichtigheid gezien.

Feit is dat veel Joden, ook zij die felle kritiek hebben, zich ook met Israel verbonden voelen, via familie en vrienden, religie, geschiedenis en cultuur, en velen hebben ooit in hun leven bewust nagedacht over de vraag waar men een leven en gezin wil opbouwen. Het bestaansrecht van Israel staat voor hen buiten kijf, hoe fel ze ook tegen bepaalde zaken kunnen ageren. In die zin zijn zij allemaal zionist, een klein groepje mensen daargelaten waarvoor Israel en alles wat het fout doet een ware obsessie is geworden. Juist deze mensen krijgen in de media geregeld een podium en worden gretig aangehaald door niet Joodse, veelal linkse Israel critici en antizionisten. Wanneer zij Israel bekritiseren is het niet langer vanzelfsprekend dat ze achter haar bestaansrecht staan. Hoewel de gewraakte uitspraken van Britse Labour kopstukken en parlementariërs bij ons ondenkbaar zouden zijn, wordt de kritiek ook hier feller en vooral eenzijdiger. Partijen als de PvdA en D66 zijn van een evenwichtig standpunt met kritiek en begrip voor beide kanten opgeschoven naar een eenzijdig Israel kritisch standpunt. De roep om eenzijdige maatregelen tegen en druk op Israel neemt binnen deze partijen toe. Palestijns geweld wordt weliswaar afgekeurd maar vooral gezien als reactie op de bezetting en op Israelisch onrecht. Met name binnen de PvdA is er een actieve en fanatieke pro-Palestina lobby actief die terrein wint. Ook de steeds belangrijker allochtone stem draagt hieraan bij.

Antisemitisme is links ook in het verleden niet geheel vreemd geweest. Zowel binnen links als rechts, religieus als seculier waren antisemitische noties gangbaar. Het antisemitisme van Maarten Luther heeft recent veel aandacht gekregen en de kerk heeft hier na de nodige worstelingen duidelijk afstand van genomen. Maar ook een groot denker als Erasmus kon er wat van, zo blijkt uit een nieuw boek van godsdienstgeleerde Hans Jansen. Ook Voltaire, die in zijn tijd als links werd beschouwd, deed de nodige antisemitische uitspraken. Er zijn veel meer voorbeelden van weldenkende, in hun tijd progressieve mensen die zich hier schuldig aan maakten.

Complottheorieën, populair binnen antisemitische kringen, heb je zowel in linkse als rechtse varianten en kun je moeiteloos aanpassen aan de gewenste politieke situatie. Door niet van Joden maar zionisten te spreken die teveel macht hebben, teveel geld, teveel connecties en de grootste misdaden plegen, voorkom je dat men je voor antisemiet uitmaakt. Je strijdt dan niet tegen Joden maar slechts tegen een staat waar heel toevallig de Joden in de meerderheid zijn en zichzelf besturen. Dat is althans de nogal doorzichtige smoes die helaas juist binnen links vaak makkelijk geaccepteerd wordt.

Lobby

Zo is er opvallend veel aandacht voor de zogenaamd zo invloedrijke en goed georganiseerde pro-Israellobby. Verschillende (vooral links georiënteerde) media besteden hier van tijd tot tijd aandacht aan. In 2003 had Zembla een walgelijke insinuerende uitzending over hoe slinks deze lobby te werk ging, en hoe zij ervoor zorgde dat alleen pro-Israel visies in de media werden gehoord. Kleine obscure brievenschrijfgroepjes werden als invloedrijke clubs neergezet. De trotse woorden van toenmalig directeur van het CIDI Ronny Naftaniel, dat men echt wel gehoord wordt in Den Haag, werden als bewijs gebruikt dat men met een zeer machtige lobby van doen had. Never mind dat iedere lobby- of belangengroep zoiets kan zeggen, never mind dat de pro-Palestina lobby minstens zo invloedrijk is, dat het CIDI weliswaar gehoord wordt maar men niettemin steeds minder naar de verstandige woorden van deze deskundige en zeer gematigde club luistert. Never mind dat Naftaniel steeds minder in de media kwam, ten voordele van het radikaal Israelkritische Een Ander Joods Geluid. En never mind dat de mediaberichtgeving en al het gefoeter op de Israellobby juist het ongelijk van deze bewering aantoont. Een echt invloedrijke lobby werkt immers achter de schermen en wordt niet opgemerkt.

Zoiets als de pro-Palestina lobby dus wellicht, die ons steeds weer voor voldongen feiten plaatst wanneer er weer een bedrijf ‘om’ is gegaan en zich terugtrekt uit Israel (er is als je het breed genoeg neemt altijd wel ergens een link met de bezetting te vinden, om zo de schijn te vermijden dat het je om Israel zelf is te doen). Ook de NRC kan er wat van. Zij pakte flink uit naar aanleiding van de directeurswisselingen bij het CIDI de laatste jaren, met steeds weer de centrale stelling dat het CIDI zeer invloedrijk en zeer pro-Israel (dat wil zeggen: ongenuanceerd en activistisch) zou zijn. Ook andere media besteden van tijd tot tijd aandacht aan de Israellobby in Nederland. Daarnaast krijgen ook Israelische campagnes om het eigen imago te verbeteren onevenredig veel aandacht. Hoewel zelden succesvol, wordt de indruk gewekt dat de Israelische regering professioneel en gewiekst te werk gaat om de berichtgeving in het buitenland te beïnvloeden en naar haar hand te zetten. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, heeft de Israelische ambassade niet eens het personeel om de Nederlandse media fatsoenlijk bij te houden, laat staan erop te reageren of met journalisten aan te pappen.

Deze overtrokken aandacht voor de macht van de Israellobby leidt tot een vertekend beeld bij het publiek, dat het CIDI en ook de ambassade groter en rijker inschat dan het is. Pro-Israel activisme wordt daarom al snel in verband gebracht met deze zogenaamd zo machtige lobby terwijl anti-Israel activisme geldt als idealistisch en gedreven door linkse idealen van rechtvaardigheid en opkomen voor de zwakkere. De media zouden hierin een meer neutrale rol moeten spelen en activisme voor beide kanten op eenzelfde manier benaderen. Daarbij is het CIDI een stuk genuanceerder dan pro-Palestina organisaties als DocP, het Palestina Komite, Palestine Link of Een Ander Joods Geluid. Het CIDI pleit vaak voor vrede, voor twee staten en vraagt van beide partijen stappen daartoe; de pro-Palestina organisaties hebben enkel kritiek op Israel en wijzen haar bestaansrecht vaak (direct of indirect) af. Hoewel linkse partijen wat betreft hun officiële standpunt dus in feite dichterbij het CIDI staan dan bij de pro-Palestijnse clubs, hebben ze daar veel nauwere banden mee. Soms zijn leden van deze partijen zelfs aanwezig bij demonstraties waar Israels bestaansrecht expliciet wordt ontkend.

Ratna Pelle

Share