De
bezetting en de nederzettingen
De
Palestijnse gebieden op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook die
in 1967 door Israël werden bezet en de Joodse nederzettingen.
(laatste
update 28-2-2008)
Israël
bezette na de Zesdaagse
Oorlog in 1967 land dat - inclusief de Sinaï woestijn - meer dan 3 keer zo groot
was
dan het
eigen grondoppervlak. De regering van nationale eenheid (die
vanwege de oorlogsdreiging was gevormd) bood aan de
Sinaï en de Golan
terug te geven aan Egypte respectievelijk Syrië in ruil voor
erkenning
van Israël en vredesverdragen, wat deze afwezen.
Israël wilde het
herenigde Jeruzalem
houden als hoofdstad, en was verdeeld over wat te doen met de
Westelijke Jordaanoever.
Veel politici achtte die van groot militair-strategisch belang, om een
nieuwe dreiging zoals men voor de Zesdaagse Oorlog ervoer, te
vermijden. De revisionisten en rechts-religieuzen vonden dat de
Westoever bij Israël hoorde vanwege de historische en
religieuze connecties van de Joden met dit gebied.
Zij meenden dat het gebied al conform het mandaat van de
Volkenbond aan
Groot-Brittannië
bij het Joodse thuisland had moeten komen, en beschouwden de
afsplitsing van Trans-Jordanië in 1922 als de Palestijnse
staat (iets waar de revisionisten het overigens toen ook al
niet
mee eens waren). Anderen daarentegen vonden dat
Israël bereid
moest zijn ook de gehele Jordaanoever terug te geven aan de Arabieren
in ruil voor vrede, en niet het recht had hier civiele nederzettingen
te bouwen. Sommige politici wezen toen al op de problemen met de
internationale gemeenschap die kolonisatie van (delen van) de Westoever
zou opleveren, en de practische en morele problemen van het regeren
over bijna een miljoen vijandige Palestijnen.
Het Allon
plan van
juli 1967 was
een compromis dat voorzag in een deling van de Westoever, waarbij de
strategische en dunbevolkte gebieden (vooral de Jordaanvallei en de
zuidelijke woestijn) bij Israël zouden komen,
en de
dichtbevolkte gebieden aan Jordanië zouden worden
teruggegeven.
Jordanië wilde
hier echter niets van weten.
De
Westelijke Jordaanover en de Gazastrook
De
Palestijnse bevolking en de economie
De
eerste Joodse kolonies
Nederzettingen onder de
Likoed regering
Nederzettingen
vanaf Oslo
Israëlische soldaat in
discussie met de Palestijnse bevolking
____________________________________________________________
De
Westelijke Jordaanover en de Gazastrook
De
Westelijke Jordaanoever (6.000 km2, exclusief Oost-Jeruzalem) en de
Gazastrook (360 km2) vormen het hoofd-onderwerp van dit
artikel.
Deze gebieden waren in het VN-delingsplan van 1947 bestemd als
onderdelen van een te vestigen Palestijns-Arabische staat. In de oorlog
van 1948 was de Gazastrook in handen van Egypte gekomen en de Westoever
onder controle van Jordanië. Beiden hadden in 1948 een
'Palestijnse regering' in het door hen bezette gebied geinstalleerd,
die beiden echter geen lang leven waren beschoren. Jordanië
annexeerde de Westoever officieel in 1950
(slechts door Groot-Brittanië erkend) en gaf de
Palestijnen
Jordaans staatsburgerschap, terwijl Egypte een militair bestuur over de
Gazastrook behield. Toen in 1964 de PLO werd opgericht, had deze niet
tot doelstelling deze gebieden te bevrijden, doch slechts het
Palestijnse gebied waarop de staat Israël was gevestigd. Na
1967
werd het PLO-handvest aangepast en sprak van de bevrijding van 'heel
historisch Palestina'.
Egypte deed met de Camp David akkoorden van 1978 en het vredesverdrag
van 1979 met Israël, definitief afstand van de Gazastrook,
nadat
was afgesproken dat er multilaterale besprekingen zouden komen over
zelfbestuur voor de Palestijnen. Zonder deelname van de PLO liepen deze
besprekingen echter op niets uit, terwijl de Israëlische
regeringen van nationale eenheid tussen 1984 en 1990 verlamd werden
door onenigheid tussen de coalitiepartners Likoed en Arbeiderspartij.
Jordanië deed in 1988 afstand van de Westoever, toen de PLO
vanuit
Algiers formeel een Palestijnse staat uitriep. Nadien erkenden
Israël en de PLO elkaar wederzijds, en begonnen in de jaren
'90
onderhandelingen over de Palestijnse gebieden.
Israël wilde lange tijd niet verder gaan dan enige vorm van
autonomie voor de Palestijnen, al dan niet in een confederatie met
Jordanië (waarvan de bevolking grotendeels nauw
verwant is
aan de Palestijnen). Ook tijdens het Oslo-vredesproces
werd het vestigen
van een geheel onafhankelijke Palestijnse staat door veel
Israëli's afgewezen, vanwege het veiligheidsrisico voor
Israël en wantrouwen tegen het Palestijnse leiderschap. Tevens
waren er (ook internationaal) twijfels over de levensvatbaarheid van
zo'n staat.
De
Palestijnse bevolking en de economie
Door het hoge
geboortecijfer is de bevolking in de bezette gebieden
sterk gegroeid. De Westelijke Jordaanoever telde in 1967 bijna 600.000
inwoners (meer dan 90% moslims en 5% christenen), wat 30 jaar later
gegroeid was tot ruim 1.500.000. De Gazastrook telde in 1967 ruim
355.000 inwoners (waarvan bijna 99% moslims), 30 jaar later gegroeid
tot bijna 1.000.000 inwoners. Daarnaast woonden in 1995
totaal 138.000 Joodse kolonisten in de Palestijnse gebieden.
De Israëli's vestigden een militair bestuur en traden met
harde
hand op tegen verzet. Tot aan de eerste Intifada was het beleid
desondanks relatief liberaal. De Jordaanse en Egyptische
bestuursinstellingen (inclusief personeel) en wetten werden zover
mogelijk gehandhaafd door Israël, en in de jaren '70 vonden
burgemeestersverkiezingen plaats.
Onder de Israëlische bezetting kenden de Palestijnse gebieden
aanvankelijk een grote economische groei, vanwege de economische
integratie met Israël en de economische groei in de hele
regio vanwege hogere olie-opbrengsten. Mede vanwege de hoge
bevolkingsgroei, waarmee de groei van de werkgelegenheid geen gelijke
tred kon houden, gingen veel Palestijnen werken in Israël
(meer
dan 30% van de beroepsbevolking) of als gastarbeider in de Golfstaten.
De economische groei nam af met de economische recessie in de
jaren '80, daarna door de eerste Intifada en de maatregelen die
Israël daartegen nam, en tenslotte door de Palestijnse steun
aan
Irak tijdens de Golfcrisis, waardoor veel Arabische landen de
financiële steun aan de Palestijnen staakten en gastarbeiders
naar
huis stuurden.
Buiten de landbouw en gastarbeid werkten de Palestijnen ook in (meestal
kleine) eigen bedrijven in de bezette gebieden, hoofdzakelijk voor de
eigen markt. Tot de Intifada werd er behalve met Israël vooral
met
Jordanië handel gedreven, door de relatief open grenzen. De
Palestijnen kampten echter toen al met een groot handelstekort.
Het
aantal Palestijnse
huishoudens met electriciteit steeg van 30% in 1970 tot 90% in 1991,
waarbij de meerderheid ook de beschikking kreeg over een koelkast,
wasmachine en tv.
Onder
Israëlisch
bestuur werden in de bezette gebieden naast scholen en ziekenhuizen ook
7 universiteiten opgericht, waarop bijna 2% van de Palestijnen een
academische graad haalde. Tijdens de Intifada
liet Israël
deze universiteiten tijdelijk sluiten. Met een analfabetisme van 40% in
1991 staken de Palestijnen gunstig af tegenover Egypte, maar
Jordanië kende toen slechts 20% analfabetisme (cijfers
volgens website CIDI). In
het Human Development Report 2005 van de VN staan de
Palestijnse
gebieden op een relatief gunstige 7de plaats van 103
ontwikkelingslanden, met een analfabetisme van 9.1% in
2003
(lager dan Jordanië, terwijl Egypte nog steeds boven de 40%
zit).
Vooral sinds de jaren '90 hebben de Palestijnen miljarden aan
financiële steun ontvangen van met name Europa en de VS om
staatsinstituties en een betere economische basis op te bouwen. De
Palestijnse Autoriteit heeft een deel van dit geld echter misbruikt
voor haar eigen politieke doeleinden. (Zie ook het lange essay "In a Ruined Country - How Yasir
Arafat destroyed Palestine".)
Israëlische acties tegen de Palestijnse terreur hebben veel
van de
opgebouwde structuren in de jaren na Oslo weer vernield.
Tenslotte verblijft een aanzienlijk deel (in de Gazastrook zelfs de
meerderheid) van de Palestijnen in vluchtelingenkampen, waar ze al
decennialang door de UNWRA worden ondersteund. Deze 'kampen' bestaan
sedert de jaren '50 niet meer uit tenten maar uit goedkope betonnen
woonwijken die niet van de omliggende Palestijnse woningen te
onderscheiden zijn. UNWRA levert voedsel, onderwijs, medische en
sociale voorzieningen voor de vluchtelingen. Het personeel van de UNWRA
bestaat vrijwel geheel uit Palestijnen. Met meer dan 8.000 medewerkers
is de zij de grootste werkgever in de Gazastrook.
De
eerste Joodse kolonies
De overwinning in
de Zesdaagse Oorlog had ongekende gevoelens van
nationalisme losgemaakt onder de Israëli's, en de
religieus georiënteerden zagen hierin de
directe hand van God, die de 'kinderen Israëls' had
teruggevoerd
naar hun oorspronkelijke land. De resolute afwijzing van de Arabische
landen om met Israël te onderhandelen en vrede te sluiten,
zoals
verwoord op de Kartoem-conferentie
op 1 september 1967,
versterkte de nationalistische beweging in Israël, die ijverde
voor Joodse vestiging in de veroverde gebieden, om deze later te kunnen
annexeren.
De eerste nederzettingen werden in 1967 en 1968
gebouwd op plaatsen waar voor 1948 ook Joden hadden gewoond, die hier
met geweld waren verdreven, zoals in Oost-Jeruzalem (in 1967 meteen
geannexeerd), Gush Etzion en
Hebron. Daarna
volgden nederzettingen in de nauwelijks door Arabieren bewoonde
Jordaanvallei, waarvan de regering (conform het Allon plan) had
besloten dat die om militair-strategische
redenen in Israëlische handen moest blijven. Ook op de op
Syrië veroverde Golan hoogvlakte (in 1981 geannexeerd) werden al in 1967
nederzettingen gebouwd. In 1970 volgde de eerste nederzetting in de
Gazastrook.
De stichting van nederzettingen werd door de regering gesteund in o.a. de Jordaanvallei, waar ze een strategische
functie hadden nabij militaire bases.
Nederzettingen in de dichtbevolkte
Palestijnse gebieden werden verboden, zowel om spanningen met de
Palestijnen
te voorkomen alsook omdat men dit gebied in een toekomstig
vredesverdrag aan de Arabieren wilde kunnen teruggeven. De
nederzettingenbeweging, Gush Emoniem ('Blok der Getrouwen'),
legde zich niet bij deze beperkingen neer, en hanteerde een agressieve
strategie om ook hier nederzettingen te stichten. Dit gebeurde het
eerst in Hebron, waar eeuwenlang een joodse gemeenschap had geleefd, en
later in Sebastia bij Nabloes. Men vestigde zich er illegaal, maar
kreeg doorgaans stroom en andere faciliteiten door de steun van
sympathiserende ambtenaren of politici. De regering wist niet goed wat
te doen: het lag gevoelig om Joden het recht te ontzeggen zich in voor
hen historisch gezien zo belangrijk gebied te vestigen, laat staan
geweld tegen de eigen bevolking te gebruiken. In Hebron stemde zij dan
ook met tegenzin toe in hun aanwezigheid, maar de regering Rabin heeft
in 1974, nadat onderhandelingen met de kolonisten mislukten, meermaals
de illegale nederzetting bij Sebastia ontruimd. De beelden van het
leger dat ideologisch bevlogen en ongewapende kolonisten wegvoerde,
vergrootte de sympathie voor de kolonisten, en uiteindelijk stemde de
regering toe in hun 'tijdelijke verblijf' aldaar. De sfeer van crisis
na de Yom Kippoer oorlog, en het groeiende internationale isolement
(veel Afrikaanse landen hadden de banden verbroken, de PLO kreeg in
1974 waarnemerstatus bij de VN, waar Arafat een agressieve toespraak
hield voor de algemene vergadering, en in 1975 werd de
'Zionisme=racisme' resolutie aangenomen door de VN) versterkte rechts
en de nederzettingenbeweging in Israël.
Nederzettingen
onder de
Likoed regering
In 1977, toen de
rechtse
Likoed aan de macht kwam,
leefden ca. 11.000 Israëli's in 80 nederzettingen, met name in
de
Westelijke Jordaanoever, maar ook in de Gazastrook, de Golanhoogte en
de Sinaï-woestijn. (In Oost-Jeruzalem hadden zich inmiddels
40.000
Joodse Israëli's gevestigd.) De Likoed-regering gaf actieve
steun
aan de
nederzettingenbeweging en begon met het gesubsidieerde bebouwen van de
dichtbevolkte
delen van de Westoever, waardoor de Palestijnen steeds meer in de knel
kwamen te zitten. Ook werden grote nederzettingenblokken gebouwd dicht
bij de Groene Lijn, de pre-1967 grens.
De meeste nederzettingen werden gebouwd op grond die eerder op
militaire gronden tijdelijk was geconfisceerd om veiligheidsredenen en
waar aanvankelijk militaire bases waren geweest. Na een uitspraak in
1979 van het Israëlische Hooggerechtshof besloot de regering Begin
alleen nog op grond in staatseigendom nederzettingen te bouwen, maar
nochtans kwam deze praktijk nog jaren later voor. Uit een in februari 2008 bekendgemaakt rapport
bleek dat een derde van de nederzettingen, met tienduizenden inwoners,
op grond was gebouwd die voorheen Palestijns privé-bezit was.
Mensen werden naar de
nederzettingenblokken gelokt door de huizen onder zeer gunstige voorwaarden
aan te bieden. In de jaren '80 en '90 gingen dan ook steeds meer mensen
in de bezette gebieden wonen omdat ze daar goedkoop aan een mooie
woning in het groen konden komen, terwijl er in de Israëlische
steden woningnood was, en niet uit ideologische gronden.
Ariel Sharon was als Likoed-minister van landbouw (1977-1981) een
belangrijke promotor van de nederzettingen, en werd als patroon van de
kolonistenbeweging gezien.
De regering bouwde, onder zware internationale druk, geen nieuwe
nederzettingen tijdens de onderhandelingen met Egypte.
Nederzettingen
vanaf Oslo
Tijdens
het Oslo vredesproces in de jaren '90 probeerde premier
Rabin de groei van de nederzettingen te beperken tot alleen de
grote blokken (vooral om Jeruzalem heen) die men wou houden. Nadat
Rabin in 1995 was
vermoord werden de nederzettingen onder Peres en Netanyahu weer verder
uitgebreid. Premier Barak wilde in 1999-2000 tijdens de
onderhandelingen met de Palestijnen ook tenminste de grote blokken
houden en ruilen voor andere grond, maar stemde ermee in om de vooral
kleinere nederzettingen die dieper in Palestijns gebied lagen te
ontruimen. Die onderhandelingen mislukten, en de nederzettingenpolitiek
ging door.
In augustus
2005 trok Israël zich onder leiding van premier Sharon terug
uit
de
Gazastrook en liet de nederzettingen daar en een
paar kleintjes op de Westoever ontruimen. Sharon ontkende
dat er verdere ontruimingen in het verschiet lagen, maar zijn opvolger
Ehud Olmert stelde bij de verkiezingen van maart 2006 duidelijk verdere
eenzijdige ontruimingen op de Westoever in het vooruitzicht.
De
regering leek bereid om de route van de in aanbouw zijnde
afscheidingsbarriere
als provisorische grens van Israël te gaan hanteren. De
ontwikkelingen in de Gazastrook en de oorlog in Libanon in de zomer van
2006, leidden er echter toe dan deze plannen in de ijskast werden gezet.
Critici
van Israël stelden dat de ontruiming van Gaza niets
voorstelde, omdat Israël die ontruimingen alleen uit
eigenbelang
deed, omdat de VS ze onder druk zette en omdat het beschermen van die
nederzettingen erg duur was. Dat klopt op zich wel, maar daarmee
ontkennen ze toch het belang ervan, namelijk dat Israël
daarmee
wel definitief de claim op die gebieden opgeeft. Voor het eerst werden,
ondanks felle protesten van de kolonistenbeweging, Joodse
nederzettingen in het historische land van Israël ontruimd, en
de
meeste Israëli's vonden het best. De ontruiming verliep zonder
grote ongeregeldheden, en een burgeroorlog bleef uit. Dit was een
gevoelige nederlaag voor de kolonisten, en een overwinning voor de
gematigden die niet willen vasthouden aan 'Groter Israël'. De
kolonisten weten nu dat zij niet meer automatisch op de steun van de
Israëlische bevolking en politiek kunnen rekenen. De
ontruiming van de Gazastrook is een belangrijke trendbreuk geweest, al
is het natuurlijk nog lang niet genoeg voor de Palestijnen.
Vooral
rechtse Israëli's hebben kritiek op de
ontruimingen: sommigen vinden dat het hele gebied bij Israël
hoort
en niets mag worden opgegeven, anderen vinden dat ze de Palestijnen
daarmee iets kado doen zonder er iets (namelijk vrede of
veiligheid) voor terug te krijgen. Die laatste kritiek wordt ook wel
door linkse Israëli's geuit, die vinden dat de ontruiming in
samenwerking met de Palestijnen had moeten gebeuren, waarmee
Israël Abbas en de gematigde krachten had kunnen ondersteunen.
Sinds 1996
worden er officieel geen nieuwe nederzettingen meer gebouwd, maar er
zijn desondanks meer dan 100 zogenaamde 'buitenposten' verrezen op de
Westoever, meestal bestaande uit enkele tot tientallen woonwagens.
Na de terugtrekking uit de Gazastrook zijn er buiten Oost-Jeruzalemnog 121
officiële Joodse nederzettingen met circa
240.000
inwoners in de
Palestijnse gebieden. In totaal wonen er naar schatting zo'n
450.000 Joden op de Westoever, waarvan bijna de
helft in
Oost-Jeruzalem, in wijken die
Israël beslist wil houden en officieel heeft
geannexeerd. Van
de overigen wonen de meesten in de grote blokken rond Jeruzalem, die
Israël waarschijnlijk ook niet zal afstaan (maar mogelijk wel
ruilt tegen ander gebied). Eén van de meest problematische
nederzettingen is het in 1978 gestichte Ariël, met 18.000
inwoners
de grootste nederzetting die midden op de Westoever ligt.

©
Dit artikel is copyright Israël-Palestina Informatie, afgezien
van onderdelen waarvoor andere bronnen worden vermeld. Voor
overname
gelieve kontakt met ons op te nemen via het e-mail adres. Beperkte
citaten voorzien van een link naar deze webpagina zijn toegestaan.
Engelstalige
artikelen over de nederzettingen op deze website:
The
Accidental Empire: Israel and the Birth of the Settlements, 1967-1977
Free at Last -
Gaza withdrawal
first battle in war for Israel's identity
(article by Amos Oz)
Websites over
Israël-Palestina en het Midden-Oosten Conflict:
* A Brief
History of Israel and Palestine and the Conflict,
The Early
History of Zionism and the Creation of Israel, and many other
articles on
MidEastWeb for
Coexistence
- Middle East news & background, history, maps and opinions
* Wikipedia categories Israel
and Zionism, Palestine
and Middle
East
*
Council for
Peace and Security (Israel) * One Voice Movement
* Ariga's PeaceWatch - on the
Israeli-Palestinian conflict and Middle East peace
*
Middle East Analysis * Israel News * Israel: Like This, As If (blog)
*
Zionism
and Israel Information Center
* ZioNation -
Progressive Zionism and Israel Web Log
* IMO -
Israël & Midden-Oosten Blog (Nederlandstalig)
* Virtuele Encyclopedie van het
Conflict Israël-Palestina (
Nederlandstalig)
*
Israël Informatie Linkpagina (
Nederlands / Engels)
*
Israël & Palestijnen Nieuwsblog (
Nederlands / Engels)