Israël,
Palestina en etnische
zuiveringen
(laatste
update 13-6-2010)
In
discussies over
Israël op internet wordt binnen de kortste keren een van beide
partijen voor nazi's uitgemaakt (meestal de Israëli's) en van
nazi-praktijken beschuldigd. Ook de begrippen 'etnische zuivering' en
'genocide' vallen veelvuldig. Wat is er waar van deze beschuldigingen?
En waarom worden ze zo veelvuldig gebruikt?
A. Etnische
zuiveringen en de 'nazi-connectie'
B. Aantijgingen van etnische
zuiveringen in de geschiedenis van het conflict
1. Het
Britse mandaatgebied Palestina 1917-1948
2. De
Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog in 1948
3. Israëlisch beleid tegenover de Arabieren in Israël
vanaf 1948
4. De bezetting en de Palestijnen op de Westoever en Gazastrook vanaf
1967
===========================================
Etnische zuiveringen
en de 'nazi-connectie'
Volgens sommigen is Israël tot stand gekomen middels massale
en
systematische verdrijving van Arabieren, en hebben de
zionisten het
land etnisch gezuiverd voor of ten tijde van de uitroeping van de
Joodse staat. Het zou hierbij om een bewust en vooropgezet plan gaan,
niet om iets dat spontaan gebeurde in het heetst van de strijd. De
zionisten zouden vanaf het begin hebben gestreefd naar een zo etnisch
zuiver mogelijke Joodse staat, oftewel zoveel mogelijk land met zo min
mogelijk Arabieren. Volgens deze mensen is dat de reden dat
Israël de Arabische vluchtelingen niet wilde laten terugkeren, en is
Israël sinds de bezetting van de Westelijke Jordaanoever en de
Gazastrook erop uit om ook daar zoveel mogelijk Palestijnen aan te
sporen te vertrekken, door landconfiscaties, geen vergunningen te
verlenen, hun huizen af te breken en talloze pesterijen en
vernederingen. De bouw van de nederzettingen zou tot doel hebben de
Palestijnen op een steeds kleiner stuk land te dringen om ze
uiteindelijk geheel te verdrijven. Israël zou bovendien de
Arabieren uit Jeruzalem weren om hier een zuiver Joodse stad van te
maken.
Dergelijke ideeën worden door een toenemend aantal mensen
verwoord, niet alleen in radikaal antizionistische kringen, maar door
allerlei vredes- en ontwikkelingsorganisaties en zogenaamde
deskundigen, alsook door een reeks journalisten, politici en
commentatoren. In
discussies over Israël in de media of op internet wordt dit
veelvuldig beweerd, waarbij Israël vaak ook met de nazi's
wordt vergeleken en haar bestaansrecht ontkend. Sommigen gaan zelfs
zover te beweren dat Israël eigenlijk de Bijbelse grenzen van
de Nijl tot de Eufraat nastreeft, en dat al haar oorlogen daarom
expansionistisch van aard waren en de Arabieren slechts uit zelfverdediging
handelden.
Al dergelijke beweringen worden niet door de feiten gestaafd;
integendeel. De Arabische bevolking in Palestina/Israël is in de 20ste eeuw
ongeveer vertienvoudigd:
Rond 1900: 400 of 500 duizend
Jaren '30: 800 tot 900 duizend
1944-1946: ruim 1, 2 miljoen
1950: ruim 1 miljoen, waarvan 160 duizend in Israël
(de meeste Arabische vluchtelingen bleven binnen het vroegere mandaatgebied)
1970: 1 miljoen, waarvan ongeveer 450 duizend in Israël incl. Oost-Jeruzalem
1980: ruim 2 miljoen, waarvan bijna 700 duizend in Israël
1995: 3,5 miljoen, waarvan 1 miljoen in Israël
2004-2008: ruim 5 miljoen, waarvan 1,3 miljoen in Israël (telling 2004) en meer dan
3,7
miljoen op de Westoever, in Oost-Jerualem en de Gazastrook (telling PA 2008).
Deze bevolkingstoename is niet
in weerwil van Israëlische
pogingen, maar was daar vaak een direct gevolg van. Zionistische (en Britse)
investeringen trokken in de jaren '20 en '30 Arabische arbeiders uit de
omliggende landen aan. Door betere voorzieningen nam de levensstandaard
toe. En na de bezetting
van de Westoever en Gaza bouwde Israël daar
gezondheidsklinieken, scholen en zelfs universiteiten, als onderdeel
van een beleid dat erop gericht was de fricties met de Palestijnen zo
laag mogelijk te houden door een 'humane bezetting'. Wat je daar ook
van mag denken, feit is dat daardoor de gemiddelde leeftijd en het
opleidingsniveau van Palestijnen hoger waren dan in de omringende
landen, en bijvoorbeeld de kindersterfte en analfabetisme lager.
In het Human Development Report 2005 van de VN stonden de Palestijnse
gebieden op een relatief gunstige 7de plaats van 103
ontwikkelingslanden, met een analfabetisme van 9,1% in 2003 (lager dan
Jordanië, terwijl Egypte boven de 40% zat). De Human Development
Index van 2006 vermeldde nog 7,6% analfabetisme boven de 14 jaar (iets
meer dan Jordanië). Met een levensverwachting van 73,1 jaar
scoorden de Palestijnse gebieden hetzelfde als Hongarije. In een lijst
van 179 landen stonden ze in 2006 qua ontwikkeling op de 106de plaats,
achter Jordanië, Tunesië en Syrië, maar voor Egypte en
Marokko.
Tijdens de intifada's en de
repressie daartegen is een deel van deze ontwikkeling teniet gedaan, maar met name de laatste jaren trekt de
Palestijnse economie weer flink aan.
Ondanks de relatieve achterstelling van Arabieren in Israël
(dit komt o.a. omdat zij niet in het leger hoeven te dienen en daaruit vloeien
een aantal privileges voort) hebben zij het in veel opzichten beter dan
Arabieren in de omliggende landen, zowel economisch en qua levensstandaard als wat betreft politieke rechten en vrijheden.
Tegenover deze claims staan claims door Israël en sommige
sympathisanten dat juist de Arabieren uit waren op het uitmoorden van
alle Joden en in feite een tweede Holocaust wilden uitvoeren. Toen en
nu zou Israël vechten tegen moderne nazi's die Hitlers werk
willen afmaken, als zij er maar de kans voor zouden krijgen. Deze
claims worden ondersteund door diverse uitspraken van Arabische leiders
en geestelijken, hun steun voor de nazi's tijdens de Tweede
Wereldoorlog en het virulente antisemitisme dat nog steeds bijna
dagelijks van de krantenpagina's en televisieschermen spat en van de
vrijdagsdiensten in de moskeeën neerdaalt. Antizionisme en
antisemitisme gaan daarbij naadloos in elkaar over. Zo sprak een Hamas
vice minister in april 2010 de
volgende woorden:
The Jews, the brothers of apes and pigs, have gathered from all corners
of the world, in order to defile the Al-Aqsa Mosque. They have come to
rob it of its purity, and they replaced it with their impurity, their
filth, and their abomination. The Al-Aqsa Mosque... Along come the
criminal Zionists, and open the so-called Hurva ("destruction")
synagogue. May Allah bring their homes down on them.
[...]
You cannot go on living, oh Arab and Islamic nation, while the Al-Aqsa
Mosque is being defiled by the Jews, the most despicable people on this
Earth. By Allah, they are not human beings. They are not men who
deserve to live, as long as we are alive.
As for the so-called "peace" or "peace process" – these are
empty words, which constitute betrayal of the people and Allah's
religion.
[...]
The Jews, just like a cancer, operate via dormant cells, until the body
collapses. We must stop this swelling, criminal, Zionist cancer.
Volgens veel Israëli's zouden de Arabieren, als zij de kans
hadden, hun al lang uit het land hebben verdreven. Dat er zoveel minder
Israëlische doden vallen in het conflict komt niet door een gebrek
aan motivatie bij de Arabieren, maar aan middelen. Omgekeerd heeft
Israël de middelen om de Palestijnen in no time massaal te doden
of verdrijven, maar doet dat niet en probeert zelfs om de
burgerbevolking te ontzien. Er staat dan ook continu een vergrootglas
op het doen en laten van Israël gericht: een fatale vergissing en
de volgende dag ligt er een VN Veiligheidsraad resolutie en tientallen
veroordelingen van wereldleiders. Geen enkel ander conflict wordt zo
nauwlettend gevolgd. Aan Israël worden daarbij hoge eisen gesteld,
terwijl men relatief mild is tegenover de Palestijnse gewapende
groepen. Het internationale recht voorziet in onvoldoende mate in
adequate regelgeving voor de strijd tegen niet-statelijke groeperingen,
die zich niet houden aan de Geneefse Conventies en andere
internationale afspraken.
Of de gewapende groepen waartegen Israël vecht en de Arabische
staten waarmee het in oorlog was (en wat betreft sommige landen
officieel nog steeds is) daadwerkelijk 'Hitlers werk zouden willen
afmaken' zouden we pas te weten komen wanneer zij in de positie zouden
zijn dit te kunnen doen, en zover zal het hopelijk nooit komen. Het mag
zo zijn dat sommige Israëli's wat erg snel in al hun vijanden
nazi's zien, feit is dat hun retoriek vaak even extreem is.
'Etnische zuivering'
De term 'etnische zuivering' kwam pas in zwang tijdens de burgeroorlog
in Joegoslavië, hoewel de praktijk al zeker sinds de oudheid
voorkomt. Wikipedia vermeldt de officiële definitie van de Verenigde Naties als: "rendering
an area ethnically homogeneous by using force or intimidation to remove
from a given area persons of another ethnic or religious group."
Etnische zuivering is het systematisch verdrijven of vermoorden
van een complete etnische of religieuze gemeenschap, zoals bijvoorbeeld
in Rwanda en Joegoslavië gebeurde, of tot op de dag van
vandaag in
Soedan gebeurt. Niet ieder dorp dat wordt verlaten of waaruit men wordt
verdreven is een vorm van etnische zuivering. Het gaat om de bewuste
intentie om uit een heel gebied een bevolkingsgroep te verdrijven om zo
een etnisch homogene gemeenschap over te houden. Het begrip wordt, net
als overigens andere begrippen, zoals 'slachtpartij' (massacre)
en 'oorlogsmisdaad' wel erg snel gebruikt in het
Israëlisch-Palestijns conflict, zeker in vergelijking met
andere
conflicten. Men verwart het feit dat een flink deel van de bevolking
aan beide kanten eigenlijk het liefst zou zien dat de ander plotsklaps
op een mysterieuze wijze zou verdwijnen, met een doelbewuste politiek
van verdrijving.
In relatie tot andere conflicten doet Israël-Palestina het
niet zo slecht: "Volgens
de directeur van het Genocide Instituut in Bremen, Gunnar Heinsohn,
figureert het Israëlisch-Arabische conflict op de lijst met
slachtoffers van gewelddadige conflicten op plaats 49. En het
Israëlisch-Palestijnse conflict, dat daarvan onderdeel is, op
plaats 67. In een stuk uit 2007 schrijft hij: 'De doden in het
Arabisch-Israëlische conflict sinds 1950 bedragen 0,06 procent
van
het totale aantal doden in alle conflicten in die periode.'"
(bron: Leon de Winter, Elsevier, 17 april 2010).
Dat is niet per se een garantie dat er geen etnische zuiveringen plaats
kunnen hebben gevonden, maar doorgaans gaan die gepaard met grote
aantallen doden, zoals in voornoemde conflicten.
Dat juist wat betreft Israël-Palestina zo scheutig met de term 'etnische zuivering'
wordt gesmeten, heeft te maken met de grote emotionele lading van dit
conflict. Dat de Joden in de Arabieren en in het Iraanse regime soms
'de nieuwe nazi's' zien is begrijpelijk: zij zijn het slachtoffer
geweest van de grootste en meest omvattende genocide in de
geschiedenis. Een genocide die niet op zichzelf stond maar een gevolg
was van eeuwenlange Jodenvervolgingen in Europa. Een deel van de
nazi-ideologie is in
de jaren '30 naar de Arabische wereld overgebracht,
door honderden propaganda-uitzendingen in het Arabisch vanuit Berlijn.
De vroegere moefti van Jeruzalem, Hai Amin Al Husseini, speelde daarin een
belangrijke rol, en onder Palestijnen was de sympathie voor Hitler
groot (zie bijvoorbeeld: Palestina,
de moefti en de nazi's ).
Toch wil dat niet zeggen dat zij dezelfde ideologie aanhingen of hun
Jodenhaat dezelfde wortels en intensiteit had. Een en ander voert te
ver voor dit artikel, en verschillende mensen hebben op zowel
parallellen als verschillen gewezen tussen het fascisme en de
jihadistische ideologie, die overigens zeker niet door alle Palestijnen
werd gedeeld. Er zijn bovendien verschillende vormen van fascisme en
jihadisme en islamisme; het is goed voorzichtig te zijn met het over
een kam scheren van deze zaken, maar feit is wel dat antisemitisme een
onderdeel is van veel totalitaire bewegingen, en ook in de Arabische wereld
sterk ontwikkeld was en is.
Waarom de Arabieren en ook Westerse antizionisten juist de Joden van
genocide en nazi-praktijken beschuldigen, lijkt wat moeilijker te
begrijpen. Buiten de vlucht en verdrijving van circa 700.000
Palestijnen tijdens de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog in
1948 (waarover verderop meer), is er niets dat daar ook maar in de
verste verte aan doet denken. Irreële angsten spelen een rol,
zoals dat de zionisten het hele Midden-Oosten zouden willen
overheersen, en dit wordt vaak gecombineerd met antisemitische
stereotypen over de Joodse almacht, sluwheid en rijkdom. Voor linkse
intellectuelen symboliseert Israël het rijke kapitalistische
westen tegenover de 'primitieve' weerloze Derde Wereld, de
Israëlische technologie tegenover Palestijnse stenen als enige
wapen.
Aantijgingen van etnische
zuiveringen in de geschiedenis van het conflict
1. Het
Britse mandaatgebied Palestina 1917-1948
Tijdens de mandaatperiode
namen de vijandigheden tussen Joden en Arabieren in Palestina toe. Er
kwamen meer Joodse immigranten en de Arabische bevolking groeide
eveneens:
Table 3: Approximate
population growth in Mandatory Palestine
| Year |
Source
|
Total |
Moslems |
Jews |
Christians |
Others |
| (No.) |
(%) |
(No.) |
(%) |
(No.) |
(%) |
(No.) |
(%) |
| 1922 |
Census |
752,048 |
589,177 |
78.34 |
83,790 |
11.14 |
71,464 |
9.50 |
7,617 |
1.01 |
| 1931 |
Census |
1,033,314 |
759,700 |
73.52 |
174,606 |
16.90 |
88,907 |
8.60 |
10,101 |
0.98 |
| 1937 |
Estimate |
1,383,320 |
875,947 |
63.32 |
386,084 |
27.91 |
109,769 |
7.94 |
11,520 |
0.83 |
| 1945 |
Survey |
1,845,560 |
1,076,780 |
58.35 |
608,230 |
32.96 |
145,060 |
7.86 |
15,490 |
0.84 |
| 1947 |
Projection |
1,955,260 |
1,135,269 |
58.06 |
650,000 |
33.24 |
153,621 |
7.86 |
16370 |
0.84 |
Bron: http://www.mideastweb.org/palpop.htm
De Arabieren waren bang dat de zionisten hen zouden
onteigenen en verdrijven, en deze angst werd bewust aangewakkerd door
extreme leiders als de moefti Al Husseini. Daarnaast ontstond wrijving
door de modernere opvattingen en leefwijze van de Joodse immigranten.
Vanaf de jaren '20 waren er verschillende Arabische rellen die soms de
vorm van pogroms aannamen. Met name in 1929 waren ze hevig, en leidden
tot de verdrijving van de meeste Joden uit Hebron en velen uit
Jeruzalem. Door sympathisanten van Israël wordt dit, in
reactie op de vele aantijgingen van etnische zuiveringen door
antizionisten, ook wel als etnische zuiveringen aangeduid. Omgekeerd
beweren antizionisten dat de zionisten toen al bezig waren de Arabieren
te onteigenen en hun land inpikten, en de etnische zuiveringen toen al
begonnen. Dat is echter (van beide kanten) wat overdreven gezien
de beperkte schaal waarop een en ander gebeurde. Er vonden toen nog geen grootschalige conflicten
plaats, en zowel de Joden als de Arabieren hadden aanvankelijk geen
georganiseerde en getrainde milities die dergelijke zuiveringen konden
uitvoeren. Ook de landaankopen
door de Joden, vaak van elders wonende grootgrondbezitters,
hadden slechts gevolgen voor een betrekkelijk kleine groep Arabische
pachters (in totaal ongeveer 1% van de Arabische families die land
bezaten of pachtten) en meestal werden zij gecompenseerd.
Door moderne irrigatietechnieken en waterwinning werd vooral voorheen
onbruikbaar land geschikt gemaakt voor cultivering, waardoor een
toenemend aantal mensen van de opbrengsten van het land kon leven.
Tijdens de Arabische
opstand van 1936 tot 1939 vond voor het eerst geweld op grotere schaal plaats, en kwamen in totaal 3 tot 6 duizend
Arabieren, bijna 2.400 Joden en ruim 600 Britten om; de meeste
Arabieren werden door rivaliserende Arabische clans en door de Britten gedood, de meeste Joden door Arabieren.
In reactie op een artikel van Ann Lesch over 'zionism and its impact',
dat betoogt dat het zionisme uit was op en gepaard ging met het
onteigenen en verdrijven van de Arabische bevolking in Palestina, somt
Ami Isseroff harde
cijfers op die het tegendeel aantonen:
In 1922, at the start of
the British Mandate there were some 589,000 Muslim Arabs and
71,000 Christian Arabs in Palestine, a number that is probably an
overestimate. By 1945, there were well over 1.2 million Arabs in
Palestine and perhaps over 1.3 million by 1948. The Arab population of
Palestine had about doubled during the years of the mandate. If the
Zionists were plotting and planning to evict the Arabs of Palestine,
the supposed Zionist policy would have to be judged a miserable
failure. At the same time, the Jewish population grew to over 600,000.
The land that had held 753,000 people in 1922, held about 1.9 million
in 1948. [zie tabel hierboven]
The people of Palestine
enjoyed a far higher standard of living in 1945 than they did in 1922.
The standard of living and the welfare of the Arabs of Palestine rose
much more quickly than they did in neighboring countries. In 1922-25,
average infant mortality for Muslims was 190.39 per thousand infants.
By 1938, this figure was 127.58 per thousand. By way of comparison,
infant mortality in neighboring Egypt was 163 per thousand. In Rumania
in that year, the report of the League Mandates commission tells us
that infant mortality was 183 per thousand, and in Poland it was 140
per thousand.
De Arabieren in Palestina verdienden meer dan in Syrië of
Irak. Er was meer werk, en daarom kwamen immigranten uit de omliggende
landen naar Palestina. Dat is dus precies omgekeerd aan de bewering dat
de zionisten uit waren op de etnische zuivering van Palestina en hun
beleid daarop gericht was.
Het Peel plan uit 1938
In 1938 kwam de Britse Peel Commissie, die was ingesteld om de oorzaken
van de Arabische opstand te onderzoeken, met een aantal aanbevelingen
en plannen. Naast het voorstel om de Joodse immigratie drastisch in te
perken, evenals het Joodse recht om nieuwe nederzettingen te stichten
en land aan te kopen (Beide voorstellen waren in strijd met de
mandaatprovisies.), stelde zij voor het eerst voor het land te delen,
in een kleine Joodse staat en een grotere Arabische. In opeenvolgende
voorstellen werd de Joodse staat steeds kleiner gemaakt, totdat zij
niet veel meer omvatte dan Tel Aviv en een smalle kuststrook (circa 15%
van Palestina ten westen van de Jordaan), maar de Arabieren bleven de
voorstellen afwijzen. Naast een deling stelde de commissie ook een
bevolkingsuitwisseling voor: de Arabieren uit de voorgestelde Joodse
staat zouden naar de Arabische worden overgebracht, en de Joden uit de
Arabische naar de Joodse staat. Jeruzalem en een groot gebied
daaromheen zou onder internationaal bestuur komen. De Joden waren
verdeeld over het delingsplan: men vond de Joodse staat te klein en
wilde dat Jeruzalem er onderdeel van zou uitmaken, maar was ook
wanhopig op zoek naar een plek om de Joden uit Europa vrijelijk heen te
kunnen laten emigreren. Een deel van het zionistische leiderschap
juichte het idee van transfer bovendien toe: het zou de staat van een
grote en deels vijandige Arabische minderheid verlossen. De linkse
zionisten van Mapam vonden deze transfer echter inhumaan. Vanwege het
Peel plan begon het zionistische leiderschap openlijk over transfer na
te denken, waarbij geweld doorgaans werd afgewezen. De Arabische
opstand en de eerdere pogroms hebben daaraan ontegenzeggelijk
bijgedragen.
Was het Arabische leiderschap vanaf het begin tegen iedere samenwerking
en compromis dat Joodse autonomie zou inhouden, aan Joodse kant groeide
het besef dat men niet met de Arabieren in vrede in een land kon leven.
Men hoopte echter met name door massale Joodse immigratie een
duidelijke Joodse meerderheid te kunnen bereiken, niet door
verdrijvingen.
2.
De Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog in 1948
In 1948 zouden de
zionisten volgens sommigen dan eindelijk de gelegenheid
hebben gekregen om uit te voeren wat ze altijd al wilden: het op grote
schaal verdrijven van de Arabieren in Palestina, om plaats te maken
voor de miljoenen te verwachten Joodse migranten. Ami Isseroff wees er
in
voornoemd artikel al op dat de onderliggende idee vaak is dat
Palestina een
'full box' was en dat er geen plaats zou zijn voor zowel
grote groepen Joodse immigranten als de Arabische bevolking. Dat was
echter niet het uitgangspunt van de zionisten en het bleek ook niet te
kloppen. De zionisten gingen er vanuit dat door ontginning en
ontwikkeling van het land deze een groeiende bevolking zou kunnen
onderhouden, en namen dat voortvarend ter hand.
De oorlog in 1948
werd dan ook niet veroorzaakt door zionistische
landhonger maar door Arabische vijandigheden nadat de VN het
delingsplan voor Palestina aannam. De Arabieren in Palestina en de
omliggende staten hadden vanaf het begin geweigerd met de VN commissie
die dit onderzocht mee te werken en spraken zich vanaf het begin uit
tegen een deling van het gebied. Men dreigde ook met oorlog en
verdrijving van de zionisten als het toch zou worden aangenomen. Kort
na aanname in de Algemene Vergadering op 29 november 1947 braken er
onlusten uit en pleegden de Arabieren aanslagen op Joodse doelen. Al
snel escaleerde dat tot een burgeroorlog, en werden de Joden in het
defensief gedrongen. Dit leidde er ook toe dat de internationale steun
voor deling en dus voor een Joodse staat afnam. De Joden zouden die
niet kunnen verdedigen, zo dacht men, en er was weinig animo om
internationale troepen ter bescherming naar het gebied te sturen. De
Britten waren ook geen warme voorstanders van deling, en hoopten hun
invloed te kunnen behouden wanneer Jordanië delen van
Palestina toegewezen zou krijgen. De zionisten begrepen dat zij snel
moesten handelen om het tij te doen keren; bovendien was het duidelijk
dat wanneer de Britten op 15 mei zouden vertrekken, de Arabische staten
binnen zouden vallen.
Plan Dalet
Daarom werd in april 1948 besloten om het
zogenaamde
plan Dalet uit
te
voeren, dat eigenlijk was bedoeld voor nadat de Britten waren
vertrokken. Hierin zou men voor het eerst als een conventioneel leger
opereren en delen van het gebied veroveren en indien nodig de Arabische
bevolking verdrijven.
Plan D wordt algemeen aangehaald door antizionisten als
Ilan Pappe
en enkele andere 'nieuwe historici' om te bewijzen dat Israël
tijdens de onafhankelijkheidsoorlog welbewust de Arabische bevolking
zou hebben verdreven. Volgens Pappe werd van bovenaf opdracht gegeven
tot de systematische verdrijving van de Arabische bevolking uit gebied
dat de Joden voor hun staat wilden hebben. Hij benadrukt dat dit voor
het merendeel gebeurde voor de stichting van de staat en de invasie van
de omliggende Arabische staten in mei 1948, en beweert dat daarom de
militaire noodzaak ontbrak (Hij negeert dat er een burgeroorlog was
voorafgaand aan de Arabische invasie). Dit alles zou uit
oorspronkelijke documenten blijken die eerder nog niet beschikbaar
waren. Ilan Pappe is echter een omstreden historicus, die heeft
gesteld dat
feiten ondergeschikt zijn
aan de ideologie en het hem er in de eerste plaats om te doen is op te
komen voor de onderliggende partij. Omdat voor hem al vastligt wie
dader en wie slachtoffer is, en hij vooral bevestiging zoekt van
hetgeen waarvan hij al overtuigd is, negeert en mist Pappe cruciale
informatie en interpreteert hij zaken overeenkomstig zijn radicale
denkbeelden (Hij is overtuigd communist). Zo steunde hij een student
die getuigenissen van Israëlische soldaten over een vermeende
etnische zuivering in 1948 had vervalst. Zelfs bepleitte Pappe een
boycot van zijn eigen universiteit in Haifa, waarna hij naar
Groot-Brittannië verhuisde.
Onder andere historicus Benny Morris heeft Pappe
fel bekritiseerd op
zijn subjectieve interpretaties en gewezen op veel slordigheden en
onjuistheden in zijn werk. Nochtans vind Pappe de laatste jaren veel
gehoor in het buitenland, en worden onder meer in Nederlandse media
zijn omstreden opvattingen kritiekloos weergegeven.
Plan Dalet voorzag in een agressievere
oorlogsvoering: had men de eerste maanden van de burgeroorlog zich
vooral verdedigd tegen steeds fellere Arabische aanvallen (ook van een
buitenlands Arabisch bevrijdingsleger dat sinds januari in het
mandaatgebied opereerde), in het voorjaar van 1948 ging men tot de
aanval over. De meest acute nood was er in Jeruzalem, dat al maanden
was afgesloten van de rest van de Joodse gemeenschap. Tientallen
konvooien met voedsel en andere noodzakelijkheden werden overvallen en
geconfisceerd of verbrand. Langs de wegen die Joodse gemeenschappen met
elkaar verbonden lagen overal Arabische dorpen die deze overvallen
organiseerden of waar zich strijders schuilhielden die dit deden. Begin
april veroverde de Haganah, het Joodse ondergrondse leger, een aantal
dorpen op de weg naar Jeruzalem en wist de weg tijdelijk open te
breken. Ook in andere delen van het land werden dorpen langs
strategische routes veroverd en de bevolking meestal verdreven, en ook
in de gemengde steden (Haifa, Tiberias) en het Arabische Jaffa braken
grootschalige gevechten uit en sloegen de Arabieren op de vlucht. In
Haifa werden zij door zowel de Britten als de Joden opgeroepen om te
blijven, in Jaffa hadden velen de stad al voor de gevechten verlaten
uit angst en vanwege de verslechterende omstandigheden. Daar waar de
bevolking werd verdreven -enkele tientallen plaatsen- gebeurde dat om
verschillende redenen, onder ander vanwege de strategische ligging; de
Haganah was niet in staat om honderden dorpen te bezetten en te
voorkomen dat zich daar weer Arabische strijders zouden vestigen. Een
andere reden was de verwachte Arabische invasie; langs de routes
waarvan men verwachtte dat zij die zouden nemen werden alle dorpen
vernietigd om hen een dekking te ontnemen, en dit heeft die invasie ook
inderdaad ernstig bemoeilijkt. Maar ook de angst dat een grote
Arabische minderheid als een vijfde colonne zou fungeren en de te
stichten staat blijvend kon destabiliseren, speelde een rol, en dit
idee groeide door de oorlog.
(Zie ook: Israel War of Independence.)
Deir Yassin
Als bewijs van etnische zuiveringen door de zionisten wordt vaak het
bloedbad van Deir Yassin
aangehaald, een dorp in de buurt van Jeruzalem dat een
niet-aanvalsverdrag had met het Joodse buurdorp en zich daaraan ook
hield. Het werd op 9 april 1948 door de radikale Irgoen aangevallen,
die zich wilde bewijzen na de successen van de Haganah van dat moment,
en meer dan honderd mannen, vrouwen en kinderen werden gedood. De
Haganah veroordeelde dit maar de daders zijn nooit gestraft. Deir
Yassin was echter een uitzondering, geen regel, en wekte ook onder veel
zionisten afschuw. Enkele dagen later overvielen Arabieren een
medisch konvooi in Jeruzalem en doden alle circa 80 inzittenden, studenten, medisch personeel en zieken. Ook het
Kfar Etzion bloedbad
een maand later, met 128 doden die zich al hadden overgegeven, zou een
wraakactie zijn voor Deir Yassin. Behalve bloedige wraakacties
leidde Deir Yassin ook tot een enorme angst onder de Arabische
bevolking. Bovendien hadden beide partijen bewust het aantal
slachtoffers en de wreedheden overdreven. De Arabieren om steun voor
hun zaak en hulp uit de Arabische wereld te genereren; de Irgoen om de
angst onder Arabieren aan te wakkeren.
Etnische zuiveringen van Arabische zijde
Uit alle plaatsen waar de Arabieren wonnen in 1948 (met name Gush
Etzion, Jeruzalem, en enkele kibboetsen rond Jeruzalem en in het
zuiden) werden de Joden verdreven en alles platgebrand. Verschillende
konvooien werden overvallen en met man en al afgebrand. Ook heeft het
Jordaanse leger een paar keer (bijvoorbeeld in Gush Etzion) voorkomen
dat lokale milities een bloedbad aan richtten onder de bevolking. Zowel
de legers van de Arabische staten als de Haganah/IDF hielden zich
volgens Benny Morris redelijk aan het oorlogsrecht, en voorvallen
waarbij krijgsgevangenen of vrouwen en kinderen werden gedood of
gemutileerd kwamen zelden voor. Voornoemde gruwelijkheden waren meestal
het werk van de lokale Arabische milities of de Irgoen en vonden plaats
tijdens de burgeroorlog van december 1947- mei 1948. Arabische milities
hebben overigens meermaals de lichamen van Joodse strijders gruwelijk
verminkt; van een geval zijn later foto's gevonden maar nooit
vrijgegeven.
Mentaliteit van verdrijvingen
Volgens Benny Morris was de mentaliteit van verdrijving het sterkt onder de Arabieren:
"By contrast, expulsionist thinking
and, where possible, behavior, characterized the mainstream of the
Palestinian national movement since its inception."
De moefti Al Husseini zei tegen een interviewer van de Jaffa krant Al Sarih in maart 1948 dat de Arabieren:
"would continue fighting until the zionists were annihilated and the whole of Palestine became a purely Arab state." In 1974 stelde hij nog dat alle Joden van na 1917 het land uit moesten en heel Palestina een Arabische staat moest worden.
Tot minstens eind jaren '80 was ook het officiële standpunt van de
PLO dat alle Joden die na 1917 in Palestina waren gekomen, 'terug'
moesten naar hun land van herkomst.
Ook in de Arabische staten domineerde dit verdrijvingsstandpunt volgens
Morris. Dit gold voor zowel het publiek als de heersende elites, die
allemaal voor de vernietiging van de Joodse staat waren:
"Shouts
of "Idbach al Yahud" (slaughter the Jews) characterized equally street
demonstrations in Jaffa, Cairo, Damascus, and Baghdad both before and
during the war and were, en essence, echoed, usually in tamer language,
by most Arab leaders". (Morris p. 409-410)
Het Britse Peel Plan uit 1937 was het eerste dat voorzag in
grootschalige verplaatsing van bevolkingsgroepen: het stelde deling van
het mandaatgebied voor in een kleine Joodse staat en een veel grotere
Arabische staat, waarbij de beide bevolkingsgroepen verplaatst moesten
worden naar de grenzen van het hen toegewezen gebied. Hierbij werd
verwezen naar de eerdere verplaatsingen van bevolkingsgroepen tussen
Turkije en Griekenland na de Eerste
Wereldoorlog. Het plan werd afgewezen, maar heeft het denken over verplaatsingen van bevolking (transfer) wel aangemoedigd.
Het zionistische verdrijvingsdenken was vooral een reactie op de
Arabische vijandigheid. Men wilde de Joden uit Europa een veilige haven
bieden in Palestina, en dat kon niet met een grote groep haar zo
vijandig gezinde Arabieren die het antisemitisme van de nazi's echoden.
Als reden om de Arabische vluchtelingen na 1949 niet te laten
terugkeren werd aangevoerd dat zij de nieuwe staat 'demografisch en
politiek' zouden destabiliseren, en het leger was bang dat zij een
vijfde colonne zouden vormen die aan de kant van de Arabieren stond en
haar in de toekomst zou helpen in de strijd tegen Israël.
Palestijnse vluchtelingen
Aanvankelijk sprak de VN van 726.000 Arabische vluchtelingen die
afkomstig waren uit het gebied dat de staat Israël was geworden,
later werd dit bijgesteld naar 711.000 vluchtelingen.
Het overgrote deel hiervan werd in de daaropvolgende jaren opgevangen
en gehuisvest in door de VN beheerde vluchtelingenkampen in Egyptisch
(Gaza) en Jordaans (Westoever, Oost-Jeruzalem en Jordanië zelf)
gebied en in Libanon en Syrië. De VN richtte daartoe een aparte
organisatie op, de UNRWA. Doelstelling,
werkwijze en definitie van wie als vluchteling werd beschouwd weken
daarbij substantieel af van die bij de korte tijd later opgerichte
UNHCR. Alle nakomelingen van vluchtelingen worden eveneens als
Palestijnse vluchtelingen beschouwd, en de UNRWA wijst een definitieve
hervestiging van de vluchtelingen in andere landen categorisch af,
zodat het vluchtelingenprobleem blijft voortduren tot het moment dat er
een definitief vredesakkoord met Israël, met alle gevolgen van
dien voor de betroffen personen en hun nakomelingen.
Op Jordanië na weigeren ook de Arabische gastlanden om de
vluchtelingen op hun grondgebied burgerrechten toe te kennen, en
krijgen ze maar zeer beperkt werkvergunningen.
Israël heeft na de onafhankelijkheidsoorlog aangeboden om een
beperkt aantal vluchtelingen te laten terugkeren in ruil voor een
vredesakkoord. In verschillende perioden zijn enkele duizenden
Palestijnse vluchtelingen toegelaten in Israël, o.a. in het kader
van gezinshereniging en van de Oslo Akkoorden.
Zie voor meer informatie over de vluchtelingen en de UNRWA:
Vluchtelingen
Verenigde Naties
Mythes & beeldvorming
over het conflict
3.
Israëlisch beleid tegenover de Arabieren in Israël
vanaf 1948
Tot in de jaren '60 vielen de Arabische dorpen die binnen Israël
lagen onder militair bestuur, met alle nadelen en beperkingen van dien.
Daarna kregen ze volledige burgerrechten, maar op een aantal onderdelen
(zoals de verdeling van overheidsgelden) wordt de Arabische sector nog
steeds achtergesteld. Er zijn 3 Arabische partijen vertegenwoordigd in
de Knesset (waarbij de communistische partij ook Joodse leden heeft),
en Arabieren zijn daarbuiten ook lid en volksvertegenwoordiger van een
aantal 'Joodse' partijen, vooral bij links.
Arabische Israëli hoeven niet in militaire dienst maar kunnen wel
op vrijwillige basis een soort vervangende dienst vervullen.
De Arabische bevolking van Israël is in de afgelopen 60 jaar ongeveer vertienvoudigd:
|
Arabische
bevolking in Israël (binnen Groene Lijn)
|
|
Land
|
1949
|
2001
|
|
Israël
|
150.000
|
ca. 1.250.000
|
4. De bezetting en
de Palestijnen op de Westoever en Gazastrook vanaf
1967
© Dit artikel is copyright
Israël-Palestina Informatie, afgezien van onderdelen waarvoor
andere bronnen worden vermeld. Voor overname gelieve kontakt met ons op
te nemen via het e-mail adres. Beperkte citaten voorzien van een link
naar deze webpagina zijn toegestaan.
===================================
Websites
over Israël-Palestina en het Midden-Oosten Conflict:
* A Brief
History of Israel and Palestine and the Conflict,
The
Early
History of Zionism and the Creation of Israel, and many other
articles on
MidEastWeb
for
Coexistence
- Middle East news & background, history, maps and opinions
* Wikipedia
categories Israel
and Zionism, Palestine
and Middle
East
*
Council for
Peace and Security (Israel) * One Voice Movement
* Ariga's PeaceWatch - on the
Israeli-Palestinian conflict and Middle East peace
* Middle East Analysis
*
Israel
News * Israel:
Like This, As If (blog)
* Zionism
and its Impact and other articles
on
Zionism
and Israel Information Center
*
ZioNation -
Progressive Zionism and Israel Web Log
*
IMO -
Israël & Midden-Oosten Blog (Nederlandstalig)
*
Virtuele Encyclopedie van het
Conflict Israël-Palestina (Nederlandstalig)
*
Israël
Informatie Linkpagina (Nederlands
/ Engels)
*
Israël
& Palestijnen Nieuwsblog (Nederlands / Engels)