Beeldvorming over Israël
en de Palestijnen
en mythes en
misconcepties
over het
Israëlisch-Palestijnse conflict
(laatste
update 14-12-2007)
Er doen nogal wat mythes de ronde over het
Israëlisch-Palestijnse
conflict, zaken die op het eerste gezicht vaak plausibel klinken omdat
ze aan bepaalde populaire noties of sentimenten refereren, of zaken die
zo vaak worden herhaald door de media dat men op een gegeven moment
niet beter weet dan dat ze waar zijn. Voorvechters van beide kanten
maken vaak gebruik van populaire sentimenten, en versimpelen de
complexe geschiedenis tot een simpel goed-fout verhaal, waarin hun kant
altijd al het slachtoffer was van de gemene vijand. Sommige van deze
misconcepties dragen een kern van waarheid in zich, anderen zijn geheel
gebaseerd op onwaarheden.
A. De beeldvorming
B. De mythes en misconcepties
_______________________________________________________________
A. De beeldvorming
Sympathie voor
Israël
Met name in Nederland hebben tot in de jaren '80 Zionistische mythen en
interpretaties van de geschiedenis de bovenhand gehad, zoals dat de
Joden in een verlaten en verwaarloosd land kwamen, waar zij het land
tot bloei brachten wat ook de weinige Arabieren die daar woonden ten
goede kwam, en daar verlichting, welvaart en hoogstaande idealen in de
praktijk brachten. De vluchtelingen in 1948 waren allen vrijwillig
vertrokken nadat zij hier door hun eigen leiders toe waren opgeroepen,
en in Israël, de enige democratie van het Midden-Oosten,
hebben
Arabieren volledig gelijke rechten. Israël werd bewonderd om
zijn
linkse idealen en de kibboets beweging, en om zijn vermetelheid in de
strijd tegen de vijandige buurlanden, die van het begin af op haar
vernietiging uit waren. Bij velen speelde waarschijnlijk ook
(schuldgevoelens over) de Holocaust een rol in de beeldvorming over
Israël. Kritiek op Israël werd dan ook vaak als
ongepast
beschouwd, en criticasters van Israël van antisemitisme
beschuldigd.
"Ik heb eens machteloos
moeten toekijken toen ze werden weggevoerd; nu ben ik in een positie
waarin ik wat kan doen",
verklaarde Vredeling, minister van defensie in het kabinet Den Uyl in
1973, ter rechtvaardiging van zijn besluit aan het Israëlische
verzoek om wapens te voldoen tijdens de Yom Kippoer-oorlog. Dit vormt
een goede illustratie van de beeldvorming over Israël in die
tijd.
Omslag
De Libanon oorlog, de bombardementen op Beiroet die live op de TV te
zien waren, en met name de slachtpartij in de vluchtelingenkampen Sabra
en Shatilla, waarvoor Sharon als minister van defensie
medeverantwoordelijk werd gehouden, vormde waarschijnlijk het begin van
de omslag. Dit was ook de tijd dat de nederzettingen zich gestaag
uitbreidden, en de regering hier grote sommen geld in pompte met als
doel zo - nadat de Sinaï aan Egypte was teruggegeven in ruil
voor
een vredesverdrag - de Westoever te kunnen behouden. Israëls
harde
repressie van de eerste intifada eind jaren '80, en de erkenning van
Israël door de PLO, plaatsten Israël meer en meer in
de rol
van de agressor, en de Palestijnen in die van het slachtoffer, dat
niets anders dan stenen had om tegen Israëlische tanks te
vechten.
Mensen die het altijd voor Israël hadden opgenomen voelden
zich
mogelijk ook verraden; de Joden bleken niet zo aardig als gedacht, en
tot dezelfde wreedheden in staat als andere volkeren nu zij eenmaal de
macht hadden. Het Oslo vredesproces en de Palestijnse
zelfmoordaanslagen in de jaren '90 stelden Israël weer in een
wat
gunstiger daglicht, maar in linkse kringen bleef men haar grotendeels
als de bezetter en agressor beschouwen. Het vastlopen van het
vredesproces en de tweede intifada versterkten het beeld van
Israël als
de wrede agressor en bezetter. Voor de vroegere Zionistische 'mythen'
kwamen nu Palestijnse in de plaats: Israël had slechts
'Bantoestans' aangeboden tijdens de onderhandelingen in 2000, en
misbruikte de Palestijnse zelfmoordaanslagen - wanhoopsdaden van
enkelen - als alibi om de Palestijnen van hun land te verdrijven, te
mishandelen en vermoorden. Waar de Palestijnen bereid waren
Israël
te erkennen op 78% van hun oorspronkelijke land, weigerde
Israël
ieder compromis, als sterkste land in de regio telkens maar weer op
zijn veiligheid hamerend. De bouw van de muur, de opsluiting van Arafat
in de Muqata (regeringsgebouw) waar nog slechts
één
ruimte door het leger ongemoeid was gelaten, en de grootschalige
vernieling van (deels met EU-geld gefinancierde) Palestijnse
infrastructuur deden bij velen het laatste beetje sympathie voor
Israël verdwijnen, kapotgeschoten in een van de vele
'represailles'.
B. De mythes
en misconcepties
De
belangrijkste mythes en misconcepties op een rij.
Hieronder zullen we een aantal populaire misconcepties en mythes
bespreken en (deels) weerleggen. Omdat in de huidige
beeldvorming
het Palestijnse narratief nogal centraal staat, zullen de meeste
hierover gaan. We zullen echter ook het 'klassieke' Zionistische
narratief bespreken.
EEN LAND ZONDER VOLK
DE ZIONISTEN VERDREVEN DE
ARABIEREN
DE PALESTIJNEN BOETEN VOOR
EUROPESE ZONDEN
ISRAEL IS OPGERICHT
VANWEGE DE HOLOCAUST
MISBRUIK HOLOCAUST
VOLK EN RELIGIE - WIE
HEEFT RECHT OP EEN STAAT?
ISRAEL IS EEN KUNSTMATIGE STAAT
DE ARABIEREN IS NOOIT OM
TOESTEMMING GEVRAAGD VOOR EEN JOODSE STAAT OP HUN GRONDGEBIED
ZIONISME = RACISME EN APARTHEID
VLUCHTELINGEN
DE BEZETTING IS HET PROBLEEM
HET ZIONISME IS EXPANSIONISTISCH
ISRAEL IS EEN JOODS GETTO EN EEN
FORT
ISRAEL IS SCHULD AAN HET LIJDEN
VAN DE PALESTIJNEN
ETNISCHE ZUIVERINGEN
ZELFMOORDAANSLAGEN
DE PALESTIJNEN HEBBEN AL 78% VAN
HUN LAND AFGESTAAN
HET GENEREUZE AANBOD OP CAMP DAVID
BEZOEK SHARON AAN DE TEMPELBERG
DE MUUR OF HET HEK
WIE WIL VREDE?
KRITIEK OP ISRAEL KAN NIET
DE JOODSE LOBBY
_______________________________________________________________
EEN LAND ZONDER VOLK
* Joden kwamen in een leeg en verwaarloosd land; de Arabieren moeten
hen dankbaar zijn voor de ontwikkeling ervan.
* De meeste Arabieren die in 1948 in Palestina woonden zijn, net als de
Joden, geïmmigreerd vanwege de werkgelegenheid die door de
Joden
werd gecreëerd.
Zowel Zionisten als anti-Zionisten manipuleren de gegevens over
bevolkingsaantallen in Palestina voor de stichting van Israël,
om
er hun claims op het land mee te rechtvaardigen. Dit maakt het lastig
om feit van fictie te onderscheiden, en, zonder gedetailleerde studie
van alle cijfers en statistieken, te bepalen wie gelijk heeft. Het is
overigens de vraag hoeveel het er precies toe doet: ons inziens zijn de
morele claims van beide volken niet afhankelijk van percentages. De
beschikbare data geven geen uitsluitsel over de precieze omvang van de
Arabische bevolking in Palestina onder de Ottomanen of het Britse
Mandaat. Het is echter wel duidelijk dat de eerste Zionisten niet in
een leeg land arriveerden aan het einde van de 19e eeuw. Het is ook
aannemelijk dat er enige Arabische immigratie naar Palestina was
(vanwege werkgelegenheid en betere leefomstandigheden).
Er zijn weinig betrouwbare gegevens over de bevolking in Palestina
onder de Ottomanen (tot 1914). De volkstellingen die door de Ottomanen
werden uitgevoerd zijn onnauwkeurig, en zowel Arabieren als Joden
probeerden onder de tellingen uit te komen om bijvoorbeeld militaire
dienstplicht of belastingen te vermijden. De nieuw gearriveerde Joodse
migranten aan het einde van de 19e eeuw hadden voor een groot deel de
Russische nationaliteit en werden om die reden niet meegeteld, en het
is niet altijd duidelijk in hoeverre rondtrekkende Bedoeïen
werden
meegeteld. De meer redelijke schattingen variëren van 400.000
tot
600.000 Arabieren aan het einde van de 19e eeuw. Alleen Joan Peters
(From Time Immemorial) claimt dat er minder dan 100.000 Arabieren in
Palestina leefden in die tijd. Dat is om verschillende redenen zeer
onwaarschijnlijk: de Ottomaanse censi telden meer dan het dubbele
aantal; de Britse censi van 1922 en 1931, waarvan met name die van 1931
als redelijk betrouwbaar wordt beschouwd, tellen respectievelijk
590.000 en 760.000 Arabieren. (Zie voor nadere bespreking van de
diverse cijfers:
Population
of Ottoman and Mandate Palestine.)
Immigratie:
Economische analyses laten zien dat de levensstandaard van de Arabieren
in Palestina in de jaren '30 twee keer zo hoog was dan in de omliggende
landen, terwijl deze onder de Ottomanen lager was. Dit trok zonder
twijfel immigranten aan. De bevolkingstoename in gebieden waar veel
Joden woonden was ca.10% hoger dan in andere gebieden. Daarbij moet
worden bedacht, dat deze gebieden een hogere urbanisatiegraad kenden
wat altijd mensen van meer rurale regio's aantrekt. Het is absurd te
stellen dat een meerderheid van de Arabieren was geïmmigreerd,
en
dit wordt zelfs door de meeste Zionisten dan ook niet beweerd.
De Arabieren hoeven uiteraard niet dankbaar te zijn voor iets waar ze
niet om hebben gevraagd. Iedereen zoekt de plaats op waar zijn
overlevingskansen en toekomstperspectieven het beste zijn.
DE
ZIONISTEN VERDREVEN DE ARABIEREN
* Het Zionisme ging vanaf het begin ten koste van de Arabieren en
verdreef hen van hun land.
Het Zionisme als internationale politieke beweging ontstond aan het
einde van de 19e eeuw, maar al eeuwen daarvoor hadden Joden het
verlangen terug te keren naar het land van hun voorouders, en
ondernamen zij (veelal onsuccesvolle) pogingen hiertoe. Vanaf de
eeuwwisseling vestigden grotere groepen Joden zich in Palestina, wat
werd vergemakkelijkt onder het Britse mandaat dat als expliciete
doelstelling had een Joods thuis in Palestina te creëren,
zonder
dat dit overigens ten koste van 'de rechten van de Arabische bewoners'
mocht gaan. In de jaren '20 en '30 bouwden de Zionisten in Palestina
staatsinstituties op en de Joodse gemeenschap ging meer en meer als een
soort 'staat in een staat' functioneren (zie
artikel Zionisme).
Zij was volledig zelfvoorzienend geworden, en creëerde
bovendien
werkgelegenheid waar ook de Arabische bewoners van profiteerden. Er
zijn naar schatting enkele duizenden Arabieren van hun land verdreven
nadat dit door Joden was gekocht, waarvoor zij deels compensatie kregen
(zie
Zionism
and its Impact ).
Het is begrijpelijk dat de Arabieren bang waren door de Joden in
Palestina gedomineerd te worden en zich daarom verzetten tegen zowel
het mandaat als Joodse immigratie, maar het is niet correct te stellen
dat deze immigratie ten koste van hen ging. Integendeel, in de periode
tussen 1917 en 1948 verdubbelde de Arabische bevolking in Palestina.
Dit was gedeeltelijk het gevolg van een hogere levensstandaard, en
gedeeltelijk van immigratie uit omliggende regio's. In 1948 woonden er
meer dan twee keer zoveel mensen in Palestina dan in 1917; de angst dat
Joodse immigratie de Arabieren zou schaden bleek dus ongegrond. Door de
industrialisering en zowel Joodse als Britse investeringen in het land
ging een toename van zowel de Joden als de Arabieren niet ten koste van
hun levensstandaard.
Arabieren werden pas uit hun land verdreven tijdens de burgeroorlog van
1947 en de navolgende onafhankelijkheidsoorlog van Israël. In
deze
oorlog hebben beide partijen zich schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden,
maar omdat de Joden/Israëli's wonnen, hebben de Arabieren het
meeste geleden. Zie ook onder
vluchtelingen.
DE
PALESTIJNEN BOETEN VOOR EUROPESE ZONDEN
* De Palestijnen moeten voor de Holocaust boeten, terwijl zij hier niks
mee te maken hadden
Het is niet helemaal waar dat de Palestijnen niks met de Holocaust te
maken hadden. Een van hun belangrijkste leiders, de Moefti van
Jeruzalem Haj Amin Al Husseini, stond achter de nazi's en speelde een
actieve rol tijdens de Tweede Wereldoorlog (zie
Dictionary
Haj Amin el Husseini ).
Hij maakte geen geheim van zijn antisemitische ideeën en zette
de
Arabieren in verschillende opstanden op tegen de Joodse gemeenschap in
Palestina. Zo werd de Joodse gemeenschap in Hebron, die daar eeuwenlang
in vrede met de Arabieren had geleefd, in 1929 aangevallen door door de
Moefti opgehitste menigten, waarbij 60 Joden werden vermoord. (zie
The
Hebron Massacre of 1929 ).
Sommige Arabische bewoners van Hebron boden de Joden onderdak om aan
deze pogrom te ontkomen. (NB: de extremistische Joodse kolonisten die
nu in Hebron wonen zijn geen afstammelingen van deze gemeenschap, maar
gebruiken de geschiedenis om hun claim op deze stad te rechtvaardigen).
Na de oorlog verklaarde de Moefti aan de Britten dat Hitlers 'oplossing
van het Jodenvraagstuk' ook in Palestina toegepast zou moeten worden.
Naast de Moefti waren er andere Arabische leiders, veelal van dezelfde
radicale Hoesseini-clan, die er dergelijke ideeën over de
Joden op
na hielden, en deze ook niet onder stoelen of banken staken, zoals Musa
Kazim El Husseini, voormalige burgemeester Jeruzalem, in 1921:
"De
Joden behoren tot de actiefste voorsprekers van vernietiging in veel
landen... Het is bekend dat het uiteenvallen van Rusland geheel of
grotendeels door de Joden veroorzaakt werd, en een groot deel van het
verlies van Duitsland en Oostenrijk moet hen ook aangerekend worden."
(Benny Morris, Righteous Victims, Knopf 1999, pag. 99)
Onder druk van de Arabieren, en met name na de Arabische opstand van
1936-1939, werd Joodse immigratie naar Palestina drastisch ingeperkt.
Dit gebeurde juist in een periode waarin veel Joden in Europa wanhopig
op zoek waren naar een veilige haven. Nadat ook de VS haar poorten had
gesloten voor vluchtelingen zaten zij als ratten in de val. Waren de
poorten van Palestina open gebleven, dan had dit vele Joden kunnen
redden.
Door de Joodse immigratie waren de Arabieren niet in de knel gekomen.
Pas nadat zij in 1947 het VN delingsplan verwierpen en een oorlog
begonnen, werden ze hard getroffen door de gevolgen daarvan. Zonder de
verschillende Arabische opstanden in de jaren '20 en '30 was er
waarschijnlijk geen delingsplan gekomen, en hadden de Arabieren zich er
bij moeten neerleggen dat Palestina niet een puur Arabische staat zou
worden maar waarschijnlijk uiteindelijk een Joodse meerderheid had
gekregen.
De Joden wilden geen eigen nationaal thuis in Palestina vanwege de
Holocaust, maar vanwege het groeiende antisemitisme in Europa en een
verlangen naar het land van hun voorvaderen terug te keren en weer een
natie te vormen. Voorzover dit ten koste van de Arabieren ging, hebben
zij niet moeten 'boeten' voor de Holocaust, maar voor het feit dat er
naast het Arabische nationalisme nog een andere, even legitieme
nationale beweging in het Midden-Oosten kwam die een stukje van 'de
koek' opeiste.
ISRAEL
IS OPGERICHT VANWEGE DE HOLOCAUST
* Israël is vanwege de Holocaust aan de Joden gegeven.
Israëli's moeten hier dankbaar voor zijn en zich wat
bescheidener
opstellen
Deze bewering is niet terecht. De Joden hebben hun staat niet op een
presenteerblaadje aangeboden gekregen, maar hier hard voor gewerkt door
zich er te vestigen en land te ontginnen, en een gemeenschap en de
noodzakelijke staatsinstituties op te bouwen. De Yishuv (pre-1948
Joodse gemeenschap in Palestina) kreeg geen internationale steun
behalve van Joden in de diaspora. In de jaren '20 en '30, dus ruim voor
de Holocaust functioneerde de Yishuv in veel opzichten al als een soort
staat.
De Holocaust (Shoah) speelde wel mee in de VN-beslissing uit 1947 om
het land in twee staten te delen, maar was niet de enige motivatie.
Vanwege het aanhoudende geweld en verzet van beide volken tegen de
Britten, hadden zij in 1947 het mandaat teruggegeven aan de VN. Het was
inmiddels duidelijk geworden dat beide volken niet vreedzaam in
één staat konden leven.
Het is vreemd om het recht van de Joden op zelfbeschikking met de
Holocaust te rechtvaardigen: dit impliceert dat zij hier zonder de
Holocaust geen recht op hadden gehad. Echter het Britse Mandaat, dat
voorzag in een Joods thuis, was door de Volkenbond in 1922 toegekend.
Het Zionisme, en Joodse aanwezigheid in Palestina, bestonden al lang
voor de Holocaust. (Zie ook
Israel
and the Holocaust II.)
De Holocaust toonde definitief aan dat de Joden als minderheid in
andere landen niet veilig waren, en bevestigde op tragische wijze de
noodzaak van een eigen staat. Dit heeft zeker bijgedragen aan de
populariteit van het Zionisme onder Joden, en sympathie van andere
landen. Anderzijds beroofde de Holocaust de Joodse gemeenschap in
Palestina van een enorm potentieel aan immigranten. Sommige mensen
menen dan ook dat Israël een succes is geworden
ondanks
de Holocaust.
MISBRUIK HOLOCAUST
* Israël misbruikt de Holocaust voor politieke doeleinden,
terwijl
de Zionisten juist heel weinig deden om de slachtoffers te redden.
De Holocaust wordt - helaas- aan beide kanten misbruikt voor politieke
doeleinden. Sommige Palestijnen en Arabieren, en ook hun westerse
sympathisanten, vergelijken graag de situatie van de Palestijnen met
die van de Joden tijdens de Holocaust. Gaza wordt 'een groot
concentratiekamp' genoemd, en Israëlische soldaten worden met
de
kampbewakers vergeleken. Sommige kolonisten vergeleken diezelfde
soldaten tijdens de ontruiming van de Gazastrook met de Nazi's, die de
Gazastrook
'Judenrein'
maakten door alle kolonisten te 'deporteren'. Deze vergelijkingen zijn
misselijkmakend en een belediging voor de slachtoffers van de Nazi's.
Sommige anti-Zionisten beschuldigen de Zionisten en Israël
ervan
te weinig voor de (potentiële) slachtoffers te hebben gedaan
voor,
tijdens maar ook na de Holocaust, en zelfs dat de Holocaust hen wel
goed uitkwam om meer steun voor een Joodse staat te kunnen krijgen. De
macht en mogelijkheden van de Zionisten vóór de
stichting
van Israël wordt hierbij zwaar overdreven, en de
beschuldigingen
zijn vaak gebaseerd op onjuiste informatie. Zowel onder Joden als
niet-Joden, Zionisten en anti-Zionisten, waren er mensen die met de
Nazi's collaboreerden, ofwel uit nobele motieven om zoveel mogelijk
levens te redden, ofwel om zijn eigen hachje te redden. De Zionisten
speelden in op het antisemitisme van de Nazi's en probeerden hun
medewerking te krijgen voor de emigratie van Duitse Joden naar
Palestina. Hier is de zogenaamde Havara of Hesder overeenkomst uit 1933
uit voort gekomen, die Duitse Joden toestond naar Palestina te
emigreren in ruil voor de waarde van hun bezittingen in cash. Deze
overeenkomst heeft zeker 60.000 Joden gered.
Het is logisch dat de Holocaust een grote rol speelt in het denken en
handelen van veel Joden en Israëli's. In een van
Israëls
eerste toespraken voor de VN zei de Israëlische afgevaardigde
dat
Israël had besloten dat zoiets als de Holocaust nooit meer zou
gebeuren. Velen schrijven Israëls successen op het slagveld
toe
aan een sterke en diepgewortelde motivatie 'zich niet meer als makke
schapen naar de slachtbank te laten leiden'. Aangezien vele
overlevenden en hun kinderen in zowel de 1948 als 1967 oorlog
meevochten, en de Arabieren openlijk spraken over de vernietiging van
Israël en de vele slachtoffers die ze zouden maken, is dit
niet zo
vreemd. Tegelijkertijd is de Holocaust ook een inspiratiebron voor
Joodse vredesactivisten, die menen dat een volk dat als geen ander weet
wat het is vervolgd, vertrapt en uitgemoord te worden, juist het goede
voorbeeld zou moeten geven en een 'licht onder de naties' zou moeten
zijn.
Israël (alsmede Zionistische organisaties in de VS), speelt
een
beetje de rol van waakhond tegen antisemitisme en spreekt andere landen
hierop aan. Men is hierin soms behoorlijk assertief. Zo riep Sharon in
2005 de Franse Joden op naar Israël te emigreren vanwege het
sterk
toegenomen antisemitisme aldaar, tot irritatie van de Franse regering.
Sommige mensen vinden het hypocriet dat Israël andere landen
de
les leest over antisemitisme terwijl het zelf de Palestijnen
onderdrukt. Zij vergeten dat veel landen die Israël de les
lezen
over de bezetting, het zelf ook niet even nauw nemen met de
mensenrechten en hun eigen minderheden onderdrukken. Sommige
Israëli's storen zich er op hun beurt aan dat Europeanen hun
de
les lezen terwijl die de Joden eeuwenlang hebben vervolgd en uitgemoord
tijdens de Holocaust. Ieder land komt op voor zijn eigen volk en
belang, en Israël is hierop geen uitzondering. De notie dat
Israël in het bijzonder zich bescheidener zou moeten opstellen
is
besides the point.
Er is meer voor te zeggen dat wij, Europeanen ons wellicht wat
bescheidener moeten opstellen. Waar is immers meer gevochten en meer
bloed vergoten dan in Europa?
VOLK EN RELIGIE - WIE HEEFT
RECHT OP EEN STAAT?
* De Joden zijn geen volk maar een religie, en Israël is een
religieuze staat waar andere religies en minderheden stelselmatig
worden gediscrimineerd.
* De Palestijnen zijn geen apart volk, en hebben derhalve ook geen
recht op een eigen staat. Er zijn al 20 Arabische staten, en
Jordanië bezit al een Palestijnse meerderheid.
Beide volkeren hebben legitieme claims op het land. De Joden hebben een
meer dan 3000 jaar oude band met het land, zowel in fysiek, cultureel
als religieus opzicht. De Arabische inwoners vormden er eeuwenlang de
meerderheid. Het feit dat beiden geen nationale aspiraties hadden in
vroegere eeuwen, wil niet zeggen dat zij geen volk zijn of er geen
rechten hebben.
De Joden zijn niet slechts een religie, aangezien veel Joden niet
religieus zijn. De Zionistische beweging werd aanvankelijk vooral door
seculiere, grotendeels socialistisch georiënteerde Joden
gevormd.
Hoewel de religie een belangrijk bindmiddel is voor het Jodendom, en
zeker in vroeger tijden de gemeenschap bij elkaar hield en identiteit
verleende, is het merendeel van de Joden in zowel Israël als
de VS
tegenwoordig seculier. Men voelt zich verbonden door de
gemeenschappelijke geschiedenis, cultuur en taal. Veel feestdagen,
zoals
Pesach en
Chanoekka,
zijn zowel religieus als nationaal van aard, en hebben door
de
eeuwen heen ook de band met Palestina (met name Jeruzalem) benadrukt.
Zo wenst men elkaar met Pesach 'volgend jaar in Jeruzalem'.
Israël is geen religieuze staat, maar een democratie met een
regering, parlement en onafhankelijke rechtspraak zoals wij die ook
kennen. Wel drukken de religieuzen een groot stempel op met
name
huwelijks- en scheidingsrecht, en gaat er veel geld naar religieuze
scholen (Yeshiva's). Dit is een voortdurende bron van frictie, daar
veel seculieren hier niet blij mee zijn. Een van de oorzaken hiervan
is, dat de religieuze partijen vaak nodig waren om de Arbeidspartij of
Likoed aan een meerderheid te helpen. Israël is in geen enkel
opzicht te vergelijken met een religieuze staat zoals Iran of
Saoedi-Arabië, waar een soort van religieuze politie toeziet
op de
naleving van religieuze wetten, en bijvoorbeeld vrouwen verplicht zijn
in een sluier te lopen en allerlei zaken niet mogen zoals auto rijden.
Slechts een klein percentage van de bevolking in Israël pleit
voor
invoering van de religieuze Joodse wetgeving, de Halacha.
In de meeste Arabische landen is het slecht gesteld met de rechten en
vrijheden van minderheden. De Arabische minderheid (ruim 1 miljoen
mensen) in Israël heeft voor de wet gelijke rechten en geniet
alle
religieuze vrijheden, maar wordt in de praktijk wel behoorlijk
gediscrimineerd. Dit heeft meer met het voortdurende conflict met de
Arabieren te maken dan met religie: voor veel Israëli's zijn
de
Israëlische Arabieren toch min of meer de vijand, en op hun
beurt
kiezen Israëlisch-Arabische Knessetleden vaak ronduit voor de
Palestijnen en noemen Zionisme racisme. Desondanks zijn veel
Israëlische Arabieren loyaal aan de staat, en zij verdienen
het
als gelijkwaardig en met respect behandeld te worden.
Aan het begin van de vorige eeuw voelden veel Palestijnen zich in de
eerste plaats verbonden met hun woonplaats en stam. Men was een
'Nablusi (uit Nablus) Al Qudi (uit Jeruzalem), een Husseini of een
Nashashibi (vooraanstaande families waaruit een groot deel van het
leiderschap is voortgekomen). Voor zover men nationalistische gevoelens
had, waren die algemeen Arabisch. De naam 'Palestina' duidt pas vanaf
het Britse Mandaat na de afsplitsing van Trans-Jordanië in
1922,
op het gebied dat nu Israël en de bezette gebieden omvat; in
de
tijd ervoor duidde het op een geografische niet duidelijk afgebakende
regio, niet op een land of autonoom gebied.
De Arabieren in Palestina wilden niet in een door Joden gedomineerde
staat leven. Men ervoer de Joden, en met name de Zionistische
immigranten, als vreemdelingen, Europese kolonialisten zonder respect
voor hun cultuur en religie. De strijd tegen de Zionisten en hun
nationale aspiraties maakte de Arabische Palestijnen bewust van hun
eigen identiteit. Nadat zij in 1948 waren verslagen, hun dorpen
grotendeels verwoest en zelf grotendeels verdreven, werden deze
nationalistische gevoelens nog versterkt, zoals in 1967 opnieuw
gebeurde, ook omdat toen nog duidelijker bleek dat de Arabische staten
Palestina niet konden bevrijden. Men had het gevoel er alleen voor te
staan. Met uitzondering van Jordanië hebben de Arabische
staten de
vluchtelingen van de 1948 oorlog geen staatsrechten gegeven.
De Palestijnse identiteit is dus voor een groot deel gevormd door de
strijd tegen de Zionisten, en het gevoel door de Arabische buurlanden
in de steek te zijn gelaten. Dit alles doet echter niet af aan de
legitimiteit van de nationale aspiraties van de Palestijnen. Al in 1947
was door de VN besloten tot een aparte Arabische staat in Palestina.
Die is er toen door eigen schuld niet gekomen, maar dat is geen
rechtvaardiging voor een eeuwigdurende bezetting. Er zijn overigens
meer volken wiens identiteit vooral is gevormd door de strijd tegen
andere volken. Het feit dat er al 20 Arabische staten zijn is eveneens
geen rechtvaardiging voor de militaire bezetting van de Palestijnen. Er
zijn ook veel staten met een min of meer christelijke identiteit.
Relevant is niet hoeveel Arabische staten er zijn (alsof daar een
maximum voor is), en of de Palestijnen 100 jaar geleden al een volk
waren, maar dat zij nu onder een vijandige bezetting leven. Om tot
vrede (en dus een eigen staat) te komen, zullen zij echter ook het
recht op zelfbeschikking van de Joden moeten erkennen, en dus
Israël als Joodse staat.
Het is waar dat Jordanië een Palestijnse meerderheid heeft.
Zij
hebben echter maar beperkte macht. Belangrijker nog is dat
Jordanië de Westelijke Jordaanoever, dat het in de 1967 oorlog
verloor, niet terug wil hebben, en in het vredesverdrag dat in 1994 met
Israël werd gesloten, heeft Israël de 'Jordaanse
optie'
expliciet opgegeven. Israëlische plannen de Westoever te
verdelen
tussen Israël en Jordanië zijn daarmee van de baan.
Hoewel
Israël een punt heeft waar het wijst op het feit dat de
Palestijnen onder Jordaans bestuur niet streefden naar een eigen staat
op de Westoever, is dit wederom geen rechtvaardiging voor een militaire
bezetting.
ISRAEL IS
EEN KUNSTMATIGE STAAT
* Israël is een kunstmatige staat, die eigenlijk niet in de
regio thuishoort.
Israël is inderdaad een beetje vreemde eend in de bijt in de
Arabische wereld, en contrasteert in vele opzichten met de omliggende
staten. Er is echter geen wet die bepaalt dat er alleen maar Arabische
staten in het Midden-Oosten kunnen zijn.
Een aantal andere staten in het Midden-Oosten zijn minstens zo
'kunstmatig' tot stand gekomen als Israël. Jordanië
en
Saoedi-Arabië zijn door de Europeanen aan Arabische elites
geschonken in ruil voor hun steun tijdens de Eerste Wereldoorlog en
daarna. Libanon is gecreëerd om de christenen in de kuststrook
een
gelijkwaardige positie in de politiek te kunnen geven.
De Joden zijn van oorsprong een Midden-Oosters volk, en hebben een rol
van betekenis gespeeld in de Arabische wereld en aan haar bloeitijd
bijgedragen. Er hebben ook altijd Joden in Palestina gewoond, met name
in Jeruzalem, met uitzondering van de tijd dat de christelijke
kruisvaarders er de dienst uitmaakten en alle Joden en moslims hadden
verdreven. In het huidige Israël leven meer dan een miljoen
Joden
van Arabische afkomst. Hoewel andere voorstellen de revue zijn
gepasseerd, heeft de Zionistische beweging in grote meerderheid voor
Palestina als Joods thuisland gekozen, vanwege de zowel spirituele als
fysieke band met het land.
Het 'kunstmatige' zit hem er vooral in dat Joden nergens in de
meerderheid waren, en volgens bovengenoemd 'argument' zouden zij
nergens recht hebben op een staat. Moet je een volk dat door
verdrijving en vervolging gedwongen verspreid over de wereld leefde, om
die reden zijn recht op zelfbeschikking ontzeggen?
DE
ARABIEREN IS NOOIT OM TOESTEMMING GEVRAAGD VOOR EEN JOODSE STAAT OP HUN
GRONDGEBIED
* Een Joodse staat had nooit mogen worden opgericht zonder toestemming
van de lokale Arabische bevolking, en hen werd nooit iets gevraagd.
Toen het Zionisme tot wasdom kwam, was democratie nog een zeldzaamheid
in de wereld; men zocht dan ook vooral goedkeuring bij de toenmalige
machthebbers en internationale erkenning van het Zionistische streven.
Tijdens het Britse mandaat is er veel onderhandeld met
Palestijns-Arabische leiders en andere Arabische leiders, maar afgezien
van een
overeenkomst
met de Arabische prins Feisal in 1919, werd
steeds de immigratie van Joden naar Palestina en enige
autonomie voor hen
door de Arabieren afgewezen.
De meeste Zionisten waren pragmatisch ingesteld en bereid tot
een
compromis, en zij hebben dan ook de verschillende delingsplannen
gesteund,
en meegewerkt aan de gemeenschappelijke instituties die de Britten voor
Joden en Arabieren probeerden op te zetten.
De meningen over de relatie tot de lokale Arabische bevolking waren van
meet af aan verdeeld. Een minderheid van de Zionisten streefde naar een
bi-nationale of
federale staat samen met de Arabieren, wat waarschijnlijk ook het
Britse idee was. Het Arabische verzet en de gewelddadige opstanden
tijdens het mandaat maakten deze optie echter irreëel. Sommige
Zionisten, zoals de
filosofe
Hannah Arend keerden
zich daarna af van het Zionisme, daar ze een Joodse staat die in
animositeit met haar Arabische buren leeft als onhaalbaar en
'collectieve zelfmoord'
beschouwden.
Een meerderheid was echter van mening dat een Joodse staat ook zonder
de instemming van de lokale Arabische bevolking legitiem en haalbaar
was. De noodzaak van haar oprichting was meer dan aangetoond door de
Shoah, en nadien nog door het probleem van de overlevenden die
niet tot Palestina werden toegelaten. Het delingsplan van de VN leek
voldoende basis te vormen voor de internationale erkenning van de
Joodse staat. Dat ook de Arabieren zich hiermee zouden verzoenen, bleek
echter vooralsnog ijdele hoop.
De Joden hadden nooit ergens een staat kunnen stichten als ze zich
afhankelijk hadden moeten maken van toestemming van de lokale
bevolking, daar immers overal ter wereld al mensen woonden en de Joden
overal in de minderheid waren. Dat is juist de oorzaak van het hele
conflict. Ze hadden geen enkele vorm van zelfbeschikking in
Palestina kunnen krijgen als hiervoor Arabische
goedkeuring nodig was. Een beroemde reaktie van de Arabieren op het
eerste delingsplan in 1937, waarbij de Joden een eigen staat zouden
krijgen op 25% van het mandaatgebied, was:
"zelfs niet ter grootte van een postzegel".
Dit argument komt er dus op neer dat
men de
Joden het recht op zelfbeschikking ontzegt, en het
als vanzelfsprekend beschouwt
dat alleen de Arabieren recht hebben op zelfbeschikking in het hele
Midden-Oosten.
ZIONISME =
RACISME EN APARTHEID
* Zionisme is gelijk aan racisme, imperialisme en/of kolonialisme, en
leidt tot een Apartheidsstaat.
Niemand buiten de Nazi's beweert dat Joden een ras zijn, dus letterlijk
is de vergelijking sowieso onzinnig. Dat in Israël niet-Joden
gediscrimineerd worden is iets anders. De meeste volken hebben van
oudsher een eigen gebied, waarin niet-autochtonen in min of meerdere
mate gediscrimineerd worden.
De Joden bevonden zich in een vrijwel unieke situatie: zij leefden al
eeuwenlang als etnische groep verspreid over de wereld, en vormden
overal een gediscrimineerde en soms actief vervolgde minderheid. De
(mogelijkheid tot) terugkeer naar hun oude thuisland is een
overlevingsstrategie voor de Joden, als groep en als individuen. Voor
de Joden is het Zionisme een nationale bevrijdingsbeweging tegen de
onderdrukking waar ze elders als minderheid onder leden. Daarnaast is
het Zionisme de verwezenlijking van de wens weer een natie te vormen
daar waar zij dat ooit waren. Deze wens is niet
alléén
door de vervolging ingegeven, maar ook door het eeuwenoude verlangen
terug te keren naar het land van hun voorvaderen. Veel Joodse
feestdagen zijn niet alleen religieus van aard, maar ook nationaal. Zo
wenst men elkaar bij
Pesach
'volgend jaar in
Jeruzalem'.
Kolonialisme is gericht op het uitbuiten van een vreemd, veroverd
gebied en haar bevolking ten bate van een moederland. Israël
heeft
geen 'moederland' en is maar tot op zekere hoogte vreemd gebied voor de
Joden, daar zij hier oorspronkelijk vandaan komen en er altijd Joden
hebben geleefd. Zij zijn er dan ook niet op uit om de Arabieren uit te
buiten; de bedoeling van het Zionisme is juist altijd geweest dat de
Joden zelfvoorzienend zouden worden. Hoewel Israël in de
laatste
decennia te afhankelijk is geworden van de VS, is het geen vazalstaat
die de belangen van Amerika dient.
De terugkeer van de Joden naar Palestina leidde tot een conflict tussen
twee legitieme belangen, die van de Joden en van de autochtone
Arabieren.
De Arabieren die in Israël zijn gebleven dienen als gelijke
burgers behandeld te worden, en voor de Palestijnse vluchtelingen moet
eindelijk een humane oplossing gevonden worden. Het voortdurende
conflict tussen Israël en de Palestijnen en haar buurlanden
heeft steeds belemmerd
dat haar Arabische burgers als volwaardige Israëlis konden
meedoen
in alle facetten van de maatschappij, ondanks formele gelijke rechten
op bijna elk gebied. Het conflict heeft ook verhinderd dat er een
definitieve oplossing voor het vluchtelingenprobleem kon worden
gevonden.
De beschuldiging van racisme en imperialisme komt mede uit de koker van
de voormalige Sovjet-Unie, die aanvankelijk het bestaansrecht van
Israël erkende, maar tijdens de Koude Oorlog de kant koos van
Israëls tegenstanders zoals Egypte en Syrië, en
Israël
kapittelde als vazalstaat van het kapitalisme en Westers imperialisme.
De Oostbloklanden en de Arabische landen kregen met steun van een
aantal derde-wereldlanden in 1975 een
resolutie
aangenomen door de
Algemene Vergadering van de VN, die het Zionisme als vorm van Racisme
veroordeelde. Na de val van het IJzeren Gordijn werd deze resolutie in
1991 herroepen.
Zie ook in artikel Israël boycot:
De Apartheidsvergelijking
VLUCHTELINGEN
* De vluchtelingen in 1948 vertrokken uit eigen wil, of daarvoor
opgeroepen door eigen leiders.
* Alle vluchtelingen zijn door de Israëli's verdreven, en dit
maakte onderdeel uit van een vooropgezet plan om een zuiver Joodse
staat te creëren.
In november 1947 stelden de VN voor het Britse mandaatgebied Palestina
te verdelen in twee ongeveer even grote gebieden voor de Joden en de
Arabieren. Jeruzalem zou onder internationaal bestuur komen. De Joden
accepteerden het plan, terwijl de Arabieren, die de meerderheid vormden
in Palestina (ca. tweederde van de bevolking), het verwierpen. In hun
ogen verloren zij van de ene op de andere dag ruim de helft van hun
grondgebied. Hoewel zij hier nooit zelfbeschikking hadden gehad,
beschouwden zij Palestina als Arabisch gebied en de Joden als Europese
kolonisten die er niet thuishoorden, laat staan de dienst uitmaken.
Direct na de stemming over het delingsplan begonnen zij een soort
guerillaoorlog tegen de Joodse gemeenschap in Palestina (Yishuv),
overvielen Joodse konvooien en blokkeerden de wegen naar Jeruzalem,
waar 100.000 Joden woonden. Na aanvankelijk succes van de Palestijnse
Arabieren ging de Yishuv over tot de aanval en viel Arabische dorpen
aan van waaruit de aanvallen plaatsvonden, waarbij de inwoners soms met
geweld werden verdreven. Bijzonder bloedig was de inname van
Deir Yassin
in april 1948, waarbij meer dan honderd onschuldige burgers werden
vermoord. Deze en andere gewelddadige verdrijvingen vormen
voor de
Palestijnse Arabieren het bewijs dat de Zionisten vanaf het begin uit
waren op hun verdrijving. In de ogen van de Zionisten echter was Deir
Yassin een tragische uitzondering, uitgevoerd door de revisionistische
Irgoen, en een reactie op de penibele situatie in Jeruzalem en andere
geïsoleerde nederzettingen. Zij beweren dat de Arabieren
slechts
zijn verdreven uit plaatsen van waaruit zijzelf Joodse gemeenschappen
of konvooien aanvielen, en vooral door Arabische leiders zijn
opgeroepen om te vertrekken totdat zij 'de klus geklaard hadden'.
De waarheid ligt in het midden: de Arabieren zijn uit verschillende
plaatsen met geweld verdreven, niet alleen uit plaatsen van waaruit
aanvallen op Joden waren uitgevoerd, anderzijds waren er veel plaatsen
waar de Arabieren vluchtten uit angst voor het geweld, omdat de leiders
uit hun gemeenschap waren gevlucht, en/of omdat Arabische leiders hen
opriepen het gebied tijdelijk te verlaten totdat de Zionisten waren
overwonnen. In sommige plaatsen, zoals Haifa, riep de Joodse
gemeenschap de Arabieren op te blijven, maar vluchtten zij toch, vooral
uit angst voor verraders te worden uitgemaakt als zij bleven en Joodse
protectie aanvaarden.
Verschillende Zionisten spraken zich al voor 1948 uit voor 'transfer'
van de Arabieren; zij hadden echter veelal een vrijwillige
transfer met compensatie voor ogen. Zelfs de radicale Jabotinski was
tegen gewelddadige verdrijving van de Arabieren uit Palestina. Transfer
(van beide volken) was voor het eerst door de Britten voorgesteld in
het
delingsplan
van de Peel commissie
in 1937, dat voorzag in een kleine Joodse staat (ca. 20% van
het
mandaatgebied) en een transfer van beide bevolkingsgroepen. De
Zionisten waren hierover verdeeld, en felle debatten ontstonden over de
moraliteit van transfer. De meeste discussies en citaten van Zionisten
wat betreft transfer van Arabieren betreffen het Peel Commissie plan
van de Britten, hoewel sommige Zionisten zich ook hiervoor al voor
transfer van Arabieren uitspraken. Deze ideeën zijn echter
nooit
onderdeel van het officiële beleid van de Zionistische
gemeenschap
geworden.
De kwestie of Palestijnse Arabieren al dan niet door Arabische leiders
waren opgeroepen om te vluchten, is niet relevant voor het
internationale recht, behalve om de Palestijnse beschuldigingen van
gewelddadige verdrijving door de Zionisten te ondersteunen of
weerleggen. Er zijn geen gevallen bekend van radio-uitzendingen waarin
de Arabieren werden opgeroepen hun dorpen te verlaten. Wel zijn er
bronnen en getuigenissen die aangeven dat op verschillende tijden en
plaatsen lokale Arabische leiders de bevolking opriepen te
vluchten, terwijl in andere gevallen leiders de bevolking probeerden
over te halen om te blijven. Enkele voorbeelden op MidEast Web (
The
Palestinian Refugees):
Edward Atiyah, de secretaris van het Arabische Liga kantoor in Londen,
schreef in zijn boek 'The Arabs':
"This
wholesale exodus was due partly to the belief of the Arabs, encouraged
by the boastings of an unrealistic Arabic press and the irresponsible
utterances of some of the Arab leaders that it could be only a matter
of weeks before the Jews were defeated by the armies of the Arab States
and the Palestinian Arabs enabled to reenter and retake possession of
their country."
Nimr el Hawari, de Commandant van de Palestijns Arabische
Jeugd Organisatie, citeerde in zijn boek
'Sir Am Nakbah'
('Het geheim achter de ramp', gepubliceerd in Nazareth in 1955) de
Irakese Premier Nuri Said als volgt:
"We
will smash the country with our guns and obliterate every place the
Jews seek shelter in. The Arabs should conduct their wives and children
to safe areas until the fighting has died down."
Habib Issa schreef in het New Yorkse Lebanese dagblad
Al Hoda op 8 juni
1951:
"The
Secretary General of the Arab League, Azzam Pasha, assured the Arab
peoples that the occupation of Palestine and of Tel Aviv would be as
simple as a military promenade... He pointed out that they were already
on the frontiers and that all the millions the Jews had spent on land
and economic development would be easy booty, for it would be a simple
matter to throw Jews into the Mediterranean. -- Brotherly advice was
given to the Arabs of Palestine to leave their land, homes, and
property and to stay temporarily in neighbouring fraternal states, lest
the guns of the invading Arab armies mow them down."
Zowel Joodse als Arabische leiders verspreidden geruchten over
vermeende wreedheden van de Zionisten: de Arabieren om de bevolking
tegen de Zionisten op te zetten, de Zionisten om de Arabieren 'aan te
moedigen' te vluchten. Deze geruchten bevorderden de vlucht van de
Arabieren. Ben Goerion was overigens oprecht verbaasd dat zoveel
Arabieren vluchtten. Als bewijs van de geplande verdrijving van de
Arabieren uit Palestina door de Zionisten wordt vaak
plan D van de
Hagana
aangehaald. Echter dit plan bepleitte de verdrijving van
Arabieren
uit strategisch gelegen dorpen, zoals langs de weg naar Jeruzalem, en
niet verdrijving van alle Arabieren uit Palestina. Arabieren werden
(conform dit plan) met name verdreven uit die plaatsen die Joodse
konvooien aanvielen en dus actief in gevechten betrokken waren. In
sommige plaatsen werden de Arabieren echter ook verdreven nadat zij
zich hadden overgegeven, zoals in Ramleh en Lydda. Dit leidde tot
verontwaardiging bij sommige leiders van de Yishuv, die een onderzoek
eisten.
De vluchtelingen vluchtten dus om verschillende redenen, gedreven door
zowel Zionistische misdaden als Arabische leiders die hen hiertoe
opriepen. In totaal vluchtten zo'n 700.000 Palestijnen, en volgens de
UNRWA zijn er nu meer dan 4 miljoen, waarvan meer dan 1 miljoen in
erbarmelijke omstandigheden leven in vluchtelingenkampen in met name
Libanon en de Gazastrook. Israël heeft altijd geweigerd ze te
laten terugkeren, hoewel men kort na de 1948 oorlog een compromis
voorstelde waarin Israël er 100.000 zou accepteren. De
Palestijnen
en Arabische landen hebben altijd volledig 'recht op terugkeer'
geëist. Het vluchtelingenprobleem is een van de meest
schrijnende
en moeilijkst oplosbare onderdelen van het
Israëlisch-Palestijnse/Arabische conflict.
Zie ook in artikel Israël boycot:
Het recht op zelfbeschikking
Zie ook artikel
Vluchtelingen
DE BEZETTING
IS HET PROBLEEM
* De oorzaak van het conflict is de bezetting van 1967.
Het conflict gaat terug tot ver voor de
bezetting,
en zonder het conflict was er juist geen bezetting geweest. Er was al
Palestijns/Arabisch geweld voordat Israël de Westoever en
Gazastrook bezette en ook voordat de staat Israël werd
gesticht.
De oorzaak van het conflict is dat twee nationale bewegingen allebei
hetzelfde land claimen en hier zelfbeschikking willen hebben. Er waren
verschillende Arabische opstanden in de jaren '20 en '30, gericht tegen
de immigratie van de Joden naar Palestina en landaankopen door hun.
Deze opstanden richtten zich niet alleen tegen Zionisten, maar ook
tegen eeuwenoude religieuze joodse gemeenschappen zoals in Hebron en
Jeruzalem. De 1948 oorlog is begonnen door de Palestijnse Arabieren
nadat zij het VN delingsplan verwierpen. De
Zesdaagse
Oorlog in 1967 was
het gevolg van Nassers oorlogsdreiging en provocaties zoals het sluiten
van de Straat van Tiran en het wegsturen van de VN troepenmacht uit de
Sinaï, die op hun beurt weer een gevolg waren van een soort
van
'competitie' onder de Arabische staten: Nasser, die de leider van de
Arabische wereld wilde zijn, kon niet achterblijven bij bijvoorbeeld
Syrië in de Arabische 'missie' om Palestina te bevrijden van
de
'Zionistische entiteit'. Overigens viel Israël pas aan nadat
een
aanvalsplan van Egypte, Operation Dawn, was verijdeld een week eerder.
Mag de Zesdaagse Oorlog gerechtvaardigd, wellicht zelfs noodzakelijk
geweest zijn voor Israëls overleven, dat wil niet zeggen dat
de
bezetting, laat staan de nederzettingenpolitiek, dat ook is. De
bezetting en nederzettingen hebben, evenals de vlucht van
honderdduizenden Palestijnen in 1948, het conflict complexer en
schrijnender gemaakt.
De bezetting is in de eerste plaats het gevolg van de Zesdaagse Oorlog
en de Arabische wens om Israël van de kaart te vegen. Deze
oorlog,
en het feit dat de Joden voor het eerst sinds tweeduizend jaar
soevereiniteit kregen over voor hun heilige plaatsen (en toegang ertoe,
die door Jordanië was geweigerd in tegenspraak met het
wapenstilstandsakkoord van 1949), maakte ongekende nationalistische
sentimenten los. De nederzettingenbeweging en de politici die deze
steunen misbruiken veiligheidsargumenten ter rechtvaardiging van de
bezetting. Anderzijds is het terecht dat Israël garanties eist
voordat het zich terugtrekt, en heeft het in 2000 vergaande
vredesvoorstellen gedaan die door de Palestijnen werden afgewezen.
HET
ZIONISME IS EXPANSIONISTISCH
* Het Zionisme is een op expansie gerichte ideologie
Veel Zionisten hadden aanvankelijk gehoopt op een grotere staat in
Palestina, maar hun houding was doorgaans pragmatisch, en zij stemden
met alle delingsvoorstellen in die door de Britten of de VN zijn
gedaan. De expansie als gevolg van de 1948 en 1967 oorlogen waren het
directe gevolg van Arabische agressie. Het delingsplan van 1947, dat
door de Arabieren was verworpen, voorzag in ingewikkelde zigzag grenzen
die volkomen onverdedigbaar waren. (zie
kaart VN
delingsplan ).
De Arabieren vielen de Joodse gemeenschap en Israël aan en
blokkeerden Jeruzalem en andere Joodse nederzettingen, met als gevolg
dat de Joden een corridor naar Jeruzalem en andere plaatsen veroverden.
Dit had niet zozeer met expansie maar met zelfverdediging te maken.
In 1967 was het de Egyptische president Nasser, evenals de Syrische
president Assad, die dreigden met de vernietiging van Israël:
"Het
bestaan van Israël heeft al te lang geduurd. Wij verwelkomen
de
Israëlische aggressie. We verwelkomen de strijd waar we al
lang
naar uitzien. Het uur van de beslissing is gekomen. De strijd is
gekomen waarin we Israël zullen vernietigen." (Nasser,
16 mei 1967 op Radio Cairo.)
Enkele jaren ervoor hadden Egypte en de Arabische Liga de PLO
opgericht, eveneens met het doel Israël van de kaart te vegen.
Egypte had in mei 1967 massaal troepen aan de grens met Israël
gemobiliseerd, de VN vredesmacht aldaar weggestuurd en de Straat van
Tiran voor Israëlische scheepvaart afgesloten, wat tegen het
wapenstilstandsakkoord van 1949 indruiste. Bovendien onderschepte
Israël een aanvalsplan van Egypte een week voor het zelf
aanviel.
Op 30 mei 1967 zei koning Hussein van Jordanië, nadat hij een
verdrag met Egypte had gesloten:
"De
legers van Egypte, Jordanië, Syrië en Libanon staan
aan de
grenzen van Israël... om de uitdaging aan te gaan, terwijl
achter
ons staan de legers van Irak, Algerije, Koeweit, Soedan en de hele
Arabische natie. Deze daad zal de wereld versteld doen staan. Vandaag
zullen ze weten dat de Arabieren gereed zijn voor de strijd, het uur
der waarheid is aangebroken. We hebben het stadium bereikt van daden in
plaats van verklaringen." (bron
citaten: http://www.mideastweb.org/briefhistory.htm
)
Nadat de VS en de VN weigerden Egypte tot het openen van de Straat van
Tiran te dwingen of voor Israëls veiligheid garant te staan,
viel
Israël aan en veroverde de Sinaï, de Golan hoogvlakte
en de
Westelijke Jordaanoever. Direct na de oorlog verklaarde Israël
bereid te zijn bijna al dit gebied terug te geven in ruil voor vrede,
maar de Arabische staten weigerden ieder compromis en herhaalden later
dat jaar op een Arabische top hun doel om Israël van de kaart
te
vegen. De overwinning van 1967 had in Israël ongekende
nationalistische gevoelens losgemaakt, en nationalistische en
religieuze groepen, versterkt door de vijandige Arabische reactie,
riepen op de Westoever te bebouwen en te annexeren, waar veel voor het
Jodendom heilige plaatsen lagen. De nederzettingenbeweging was geboren.
ISRAEL IS EEN
JOODS GETTO EN EEN FORT
* Israëli's leiden aan een soort gettomentaliteit: zij zien
overal om zich heen Nazi's, en vertrouwen niemand meer.
* Israël schiet door in het willen verdedigen van zichzelf.
Het
heeft een van de machtigste legers ter wereld maar voelt zich niet
veilig. Het zou eens moeten ophouden veiligheid te willen afdwingen en
in plaats daarvan vrede met zijn buren sluiten door de bezetting te
beëindigen.
Israëlische extremisten zien inderdaad overal om zich heen
Nazi's: zelfs Sharon is vergeleken met de
Judenrat en voor
verrader uitgemaakt, evenals Peres en Rabin tijdens het Oslo
vredesproces.
Veel Israëli's hebben inderdaad weinig vertrouwen in anderen
waar
het hun veiligheid betreft. Dit heeft niet alleen met de Holocaust te
maken, maar ook met concrete zaken in de Israëlische
geschiedenis:
de Britten die tijdens het mandaat niet bereid of in staat waren om de
Joodse gemeenschap beter te beschermen tegen Arabische agressie, wat
hen ertoe noopte een eigen zelfverdedigingsorganisatie op te zetten, de
Hagana, die
uitgroeide tot een ondergronds leger. De internationale gemeenschap
deed vervolgens niks om uitvoering van het aangenomen
delingsplan van de
VN af
te dwingen, en liet het beide partijen onderling uitvechten. In mei
1967 gaf VN secretaris-generaal U Thant onmiddellijk gehoor aan Egyptes
verzoek de vredesmacht uit de Sinaï terug te trekken, wat mede
tot
de
Zesdaagse
Oorlog heeft
geleid. Tot op de dag van vandaag lukt het de VN niet om tot een
eenduidige veroordeling van terrorisme te komen, omdat de Arabische
staten Palestijns terrorisme (legitiem verzet tegen de bezetting)
willen uitsluiten.
Gezien het wijdverbreide antisemitisme in de Arabische wereld, dat voor
een groot deel is ontleend aan Duits en Russische antisemitisme uit het
begin van de vorige eeuw, gecombineerd met anti-Joodse teksten uit de
Koran, is het niet geheel onbegrijpelijk dat sommige Israëli's
zich omringd wanen door Nazi's. De recente Holocaust-ontkenningen van
de Iraanse president Achmadinejad gecombineerd met het Iraanse
atoomprogramma bevestigen dat Israël gevaarlijke vijanden
heeft.
Om te beoordelen of Israël 'doorschiet in het verdedigen van
zichzelf' zou men misschien eens moeten bedenken wat andere landen in
vergelijkbare situaties deden of zouden doen. Arabische landen die met
terrorisme worden geconfronteerd, en de VS in Irak of Rusland in
Tsjetsjenië gaan vaak veel grover te werk dan het
Israëlische
leger, met massieve bombardementen, oppakken van duizenden vermeende
terroristen, en - in het geval van Rusland - massale en
ongecontroleerde plunderingen door het leger. In Rusland en de meeste
Arabische landen is bovendien de controle op wat de regering en het
leger doen veel beperkter dan in Israël. Dat neemt niet weg
dat
Israël soms inderdaad te onverschillig is voor het
lijden
van de Palestijnen, en
'collateral
damage'
te makkelijk voor lief neemt. Veel fel bekritiseerde zaken zoals de
muur/hek, de herbezetting in 2002 en de liquidatie van leiders van
Hamas en Islamitische Jihad, hebben er echter wel toe geleid dat het
terrorisme drastisch is afgenomen.
Israël ligt geïsoleerd in de Arabische wereld. Deze
isolatie
is gedeeltelijk opgeheven door de vrede met Egypte en later
Jordanië, maar het blijft een 'vreemde eend in de bijt'. Met
name
de vrede met Egypte is bovendien erg koel, en tegen het vredesverdrag
in mogen Egyptenaren Israël bijvoorbeeld niet bezoeken, en is
er
van allerlei samenwerkingsprogramma's op cultureel en economisch gebied
weinig terecht gekomen. Bovendien verkeert Israël officieel
nog
steeds in een staat van oorlog met Libanon en Syrië, alsmede
Iran,
van waaruit bijvoorbeeld Palestijns terrorisme en de Hezbollah worden
gesteund. Volgens veel Israëli's moet Israël alleen
dan ook
sterk genoeg zijn om een gecombineerde Arabische aanval af te kunnen
slaan, ook al lijkt die op dit moment
onwaarschijnlijk.
Het is waar dat veiligheid zich niet door militaire overmacht alleen
laat afdwingen. Vrede moet het doel en streven blijven, en hierin
schieten zowel Israël als haar vijanden tekort. De wil om de
vergaande en pijnlijke concessies te doen die voor een vredesakkoord
noodzakelijk zijn, lijkt aan beide kanten vooralsnog te ontbreken. Het
uitblijven van vrede kan dan ook niet Israël alleen worden
aangerekend. (Zie ook de artikelen
Vredesproces
en
De
moeizame weg naar vrede.)
ISRAEL IS
SCHULD AAN HET LIJDEN VAN DE PALESTIJNEN
* De ellende van de Palestijnen wordt veroorzaakt door Israël.
Israël is rijk en de Palestijnen zijn arm. Luxueuze
nederzettingen
staan op een steenworp afstand van Palestijnse vluchtelingenkampen.
Velen zien hier een causaal verband: Israël is rijk op kosten
van
de Palestijnen, zoals in de koloniën de kolonisten zich
verrijkten
ten koste van de inheemsen. Toch is het te simpel de armoede van de
Palestijnen aan Israël te wijten.
Tijdens het Britse Mandaat (1922-1948) was de welvaart onder de
Arabische bevolking van Palestina aanzienlijk toegenomen, meer dan in
de omliggende landen. De Joden brachten in de jaren '30 driekwart op
van de door de Britten geïnde belasting, hoewel zij slechts
eenvijfde tot eenderde van de bevolking uitmaakten. Van dit geld werden
allerlei algemene voorzieningen betaald, zoals infrastructuur, scholen
en ziekenhuizen. De Palestijnse Arabieren namen het de Zionisten
kwalijk dat zij op een gegeven moment vooral Joden aannamen in hun
fabrieken (de zogenaamde 'Conquest of Labor'). Dit was echter ingegeven
door de wens van de nieuwe, socialistisch georiënteerde
immigranten om koloniale verhoudingen tegen te gaan. In hun ogen
moesten de Joden zelf al het zware werk doen om waarlijk een vrij volk
te kunnen worden. Uiteindelijk zijn enkele duizenden Palestijnen
hierdoor werkloos geworden.
Het verschil in welvaart komt dan ook met name voort uit het feit dat
de Zionisten een moderne, geïndustrialiseerde economie
opbouwden
terwijl de Palestijnse Arabieren overwegend van de landbouw leefden en
geen eigen industrieën hadden. (Zie ook artikel
Zionism
and its Impact.)
Nadat Israël de Westoever en Gazastrook in 1967 veroverde, nam
de
levensstandaard daar toe, onder andere door aanleg van waterleidingen
en electriciteit, de bouw van scholen en ziekenhuizen, en het feit dat
vele Palestijnen in Israël werk konden vinden. De grenzen
waren
aanvankelijk relatief open, en het BNP van de bezette gebieden steeg
met zo'n 14% per jaar. Herstructurering van de landbouw leidde binnen
enkele jaren na de bezetting tot een verdubbeling van de opbrengst, en
het inkomen per hoofd van de bevolking steeg in de eerste zes jaar met
80%. (Zie ook
De
bezetting en de nederzettingen.) Het analfabetisme
daalde van bijna 50% in 1967 naar 30% in 1980.
(H.M.
Sachar, A History of Israel)
Het welvaartsniveau van de Palestijnen stak, zeker voordat de tweede
intifada uitbrak, gunstig af tegen de omliggende Arabische landen.
Sindsdien zitten honderdduizenden Palestijnen werkloos thuis, die
voorheen in Israël werkten. Ook binnen de Palestijnse gebieden
kan
men zich slechts met moeite verplaatsen door de vele checkpoints, en
dat heeft grote gevolgen voor de economie, evenals de zware controles
bij de grensposten met Israël. De
Human Development Index
vermeldt dan ook in de laatste jaren een alarmerende teruggang van de
situatie in de bezette gebieden.
Overigens is er ook in Israël een schrijnende armoede ontstaan
als
gevolg van het rechtse economische beleid onder de Likoed-regering, met
name onder de Israëlische Arabieren, immigranten uit de
voormalige
Sovjet-Unie en Joden van Arabische afkomst.
ETNISCHE ZUIVERINGEN
* Israël is bezig met een campagne van etnische zuiveringen in
de
bezette gebieden, en doodt stelselmatig onschuldige burgers; zo zijn in
het vluchtelingenkamp in Jenin in 2002 honderden Palestijnse burgers
afgeslacht.
* Israël was vanaf haar oprichting uit op een etnisch zuivere
Joodse staat; in de Arabische landen had de Joodse minderheid
daarentegen niets te vrezen.
Etnische zuivering betekent het systematisch verdrijven of vermoorden
van een complete etnische of religieuze gemeenschap, zoals bijvoorbeeld
in Rwanda en Joegoslavië gebeurde, of tot op de dag van
vandaag in
Soedan gebeurt. In de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook wonen
meer Palestijnen dan ooit tevoren, zo'n 4 miljoen mensen. Als
Israël al op etnische zuivering uitgeweest zou zijn, heeft zij
dus
jammerlijk gefaald. Tussen 1967 en 1987 (begin van de eerste intifada)
is de levensstandaard in de Palestijnse gebieden sterk gestegen (Zie
mythe
ISRAEL
IS SCHULD AAN HET LIJDEN VAN DE PALESTIJNEN).
Israël heeft hard opgetreden tegen de eerste en tweede
Intifada,
en ook daarvoor al werd Palestijns verzet hard aangepakt, bijvoorbeeld
in de Gazastrook door Sharon begin jaren '70, en hierbij zijn ook veel
burgerslachtoffers gevallen. Hoewel burgers nooit het doelwit waren,
werd te weinig gedaan om burgerslachtoffers te voorkomen. Tijdens de
tweede intifada begon Israël zijn politiek van gerichte
liquidaties van leiders van terroristische organisaties. In 2002
herbezette Israël de meeste Palestijnse steden, nadat in
één maand door aanslagen meer dan 100
burgerslachtoffers
aan Israëlische kant waren gevallen. In Jenin zijn ruim 50
Palestijnen omgekomen, waarvan het merendeel strijders. (Zie ook
artikel
Intifada
en vredesproces). Door onafhankelijke waarnemers,
zoals Human Rights Watch, is bevestigd dat er geen sprake was van een
massaslachting.
Israël en de Palestijnen vechten tegen elkaar in dichtbevolkt
gebied, zonder front, slagveld en traditionele legers. Palestijnse
terroristen hebben vaak expliciet burgers als doelwit, in
Israël
zelf of in de nederzettingen, en opereren vanuit huizen die worden
gebruikt om wapens op te slaan en boomgaarden om raketten (Qassams) te
lanceren. Israël wil deze aanslagen voorkomen en wapendepots
vernietigen, maar ook de 'terroristische infrastructuur' hard treffen
en een boodschap uitzenden dat geweld hard wordt gestraft.
Er zijn meer burgerslachtoffers gevallen aan Palestijnse dan aan
Israëlische kant (ongeveer drie keer zoveel), maar dat ligt
o.a.
aan het feit dat zo'n 90% van de aanslagen van Palestijnse terroristen
door Israël wordt verijdeld.
Hoe wreed Israëlische represailles soms ook mogen zijn, zij
zijn
geenszins te vergelijken met etnische zuiveringen zoals in voornoemde
landen plaatsvonden.
Sommige Israëli's draaien bovenstaande stelling om, en zeggen
dat
het eigenlijk de Palestijnen zijn die de Joden uit Palestina willen
verjagen door angst en terreur te zaaien onder de bevolking, en hun een
veilig leven onmogelijk te maken. Zij wijzen daarbij op het Hamas
handvest dat oproept tot Jihad totdat geheel Palestina weer onder
Arabisch gezag komt te staan, en op extremistische uitspraken van
Palestijnen in de media en moskeeën. Sommige extremistische
facties mogen dit inderdaad voor ogen hebben, het is zeker niet de
intentie van de meerderheid.
Er wordt ook vaker beweerd dat de Israëli's van meet af aan de
intentie hebben gehad om zoveel mogelijk Arabieren te verdrijven uit
Palestina/Israël, en ze in 1948 hun kans daartoe
grepen. De
statistieken laten echter zien dat het niet Israël was dat
etnisch
werd gezuiverd van Arabieren, maar de Arabische landen van Joden. De
claim dat Israël - en niet haar Arabische tegenstanders - uit
was
op etnische zuivering, lijkt hierdoor elke geloofwaardigheid te missen:
|
Joodse bevolking in
Arabische landen & Iran
|
|
Land
|
1948
|
2001
|
|
Aden (Zuid-Jemen)
|
8.000
|
~0
|
|
Algerije
|
140.000
|
~0
|
|
Egypte
|
75.000
|
~100
|
|
Iran
|
140.000
|
~25.000
|
|
Irak
|
135.000
|
~200
|
|
Libanon
|
5.000
|
<100
|
|
Libië
|
38.000
|
0
|
|
Marokko
|
265.000
|
5.230
|
|
Syrië
|
30.000
|
~100
|
|
Tunesië
|
105.000
|
~1.000
|
|
Jemen
|
55.000
|
~200
|
|
Totaal
|
856.000/996.000
|
<7.000/<32.000
|
Cijfers
gebaseerd
op: Avneri, Arieh (1984). Claim of
Dispossession: Jewish Land-Settlement and the Arabs, 1878-1948.
Transaction
Publishers. ISBN 0878559647 ( http://en.wikipedia.org/wiki/Jewish_exodus_from_Arab_lands )
|
Arabische bevolking
in Israël (binnen Groene Lijn)
|
|
Land
|
1949
|
2001
|
|
Israël
|
150.000
|
~1.250.000
|
Zie ook de mythe
VLUCHTELINGEN
Zie ook in artikel Israël boycot:
Etnische zuiveringen
ZELFMOORDAANSLAGEN
* Zelfmoordaanslagen zijn een wanhoopsdaad van enkelen. Bovendien,
ieder volk heeft het recht zich tegen onrecht te verzetten.
* Zelfmoordaanslagen komen voort uit islamitisch extremisme, en tonen
aan dat de islam een agressieve godsdienst is die niet in staat is
anderen als gelijkwaardig te zien. Iedere niet-moslim mag, moet zelfs,
gedood worden.
Zelfmoordaanslagen zijn het werk van goed georganiseerde groeperingen,
die hiervoor vaak ook buitenlandse (op dit moment met name Syrische en
Iraanse) steun krijgen. Deze aanslagen hebben helaas brede steun onder
de Palestijnse bevolking (De percentages verschillen per tijdstip en
situatie, en schommelen ergens tussen de 30% en 70%). Veel Palestijnen
vinden inderdaad dat zij het recht hebben zich tegen de bezetting te
verzetten door het vermoorden van Israëlische burgers.
Israël
vindt dat het zich tegen deze aanslagen mag verdedigen, ook als daarbij
onschuldigen aan Palestijnse kant vallen. En zo is de cirkel rond. De
'cirkel' begon echter niet met de verovering van de Westelijke
Jordaanoever en Gazastrook in 1967, maar met de komst van de Zionisten
aan het begin van de eeuw en de Balfour Verklaring die hen een Joods
nationaal thuis in Palestina beloofde. Dit was een groot onrecht
volgens de Arabische inwoners van Palestina, en men vond dat men het
recht had zich hier met geweld tegen te verzetten.
Volgens bovenstaande redenering is er geen vrede mogelijk. Het is dan
ook nergens juridisch vastgelegd dat een bezette bevolking het recht
heeft zich in restaurants of bussen op te blazen. Volgens het
oorlogsrecht is het verboden om burgers om te brengen, laat staan om
hen als expliciet doelwit te hebben.
Zelfmoordaanslagen en andere vormen van terrorisme worden niet slechts
door moslims gepleegd vanuit extremistische religieuze overtuigingen.
Er zijn vele terroristische organisaties die vanuit een seculiere
ideologie (vaak communistisch of socialistisch of nationalistisch)
handelen. Bij de Palestijnen spelen zowel radicaal islamitische als
nationalistische overtuigingen een rol. In Europa kennen we de ETA, de
IRA, en de RAF, die decennia lang landen en burgers hebben
geterroriseerd. Een verschil is wel dat zij nooit gericht waren op het
doden van zoveel mogelijk burgers, maar veeleer op politici of
zakenlui, wat hun daden overigens geenszins rechtvaardigt. Er zijn ook
Joodse terroristen, zoals Baruch Goldstein die in 1994 29 Palestijnen
in een moskee in Hebron doodschoot. Dit zijn echter meestal eenlingen,
en zij hebben nauwelijks steun onder de Israëlische bevolking.
Zoals er in de jaren '70 en '80 een probleem was met socialistisch en
nationalistisch terrorisme, is er op het moment vooral een dreiging van
islamitisch gefundeerd terrorisme. Ook in Nederland zijn verschillende
aanslagen verijdeld. Het is belangrijk dat islamitische organisaties en
moskeeën zich hiertegen uitspreken en radicalisering
tegengaan, en
dat gebeurt gelukkig ook, maar wellicht nog te weinig (zoals indertijd
linkse organisaties soms te weinig afstand namen van de RAF).
Hoewel het Israëlisch-Palestijnse conflict in eerste instantie
nationalistisch is, spelen ook religieuze zaken een rol. In het Hamas
handvest staat dat geen enkel deel van de heilige islamitische grond in
het Midden-Oosten 'verkwanseld' mag worden aan goddelozen. Er wordt een
vers uit de Koran aangehaald, dat zegt dat iedere Jood gedood moet
worden voordat het 'einde der tijden' kan aanbreken. Ook radicale imams
spreken soms in dergelijke taal.
Het belang van Jeruzalem en de Tempelberg voor beide partijen
onderstreept de rol van religie in het conflict. Religieuze fanaten
menen dat zij niet zonder soevereiniteit over hun eigen heiligdommen
kunnen, en dat de ander niet in 'hun' land thuishoort.
DE PALESTIJNEN
HEBBEN AL 78% VAN HUN LAND AFGESTAAN
* De Palestijnen hebben al 78% van hun historische grondgebied
opgegeven, en eisen nu nog alleen de overgebleven 22%.
* De PLO erkende Israël al in 1988, maar heeft hier alleen
maar meer nederzettingen en repressie voor teruggekregen.
Een afgebakend 'historisch Palestina' is er nooit geweest afgezien van
het Britse mandaatgebied, en evenmin
een land met die naam. Eeuwenlang maakte het omstreden gebied deel uit
van enkele Ottomaanse districten, en de inwoners van diverse etnische
en religieuze groepen, die eveneens in het huidige Jordanië,
Libanon en Syrië leefden. 'Palestina' was doorgaans een
aanduiding
voor een landstreek, waartoe beide oevers van de
Jordaan gerekend werden. Na de Eerste Wereldoorlog werd het Britse
mandaatgebied genaamd Palestina gevormd, waarvan kort daarna het
grootste deel weer werd afgesplitst om (Trans-)Jordanië te
vormen.
De 78-22% waarnaar vaker wordt gerefereerd is dus nogal relatief. (Zie
ook
Definitions
of Palestine and Palestinian op Wikipedia).
De Britten en later de Volkenbond hadden besloten dat het
gebied een
thuisland
voor de Joden zou zijn. Er werd aanvankelijk niet over
percentages gesproken en een deling van het land was niet aan de orde.
De Britten dachten waarschijnlijk aan een soort federaal systeem onder
hun auspiciën en probeerden bijvoorbeeld gemeenschappelijke
instituties op te zetten van Joden en Arabieren, maar dit faalde met
name vanwege de Arabische weigering met de Joden samen te werken.
Hoewel de Zionisten het liefst het hele gebied hadden gehad, legden zij
zich neer bij verschillende delingsplannen die werden voorgesteld.
De 78% die (een meerderheid van) de Palestijnen bereid zouden zijn op
te geven, betreft 78% van het land dat ze sinds 1967 claimen
voor
hun eigen staat. Het is geen gebied waar zij ooit soevereiniteit hebben
gehad. De meesten geven ook niet het recht op om er te wonen, daar ze
vasthouden aan het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen.
Waar ze vanaf zien is feitelijk de eis het grondgebied van
Israël
te besturen (voorlopig, tot ze binnen Israël de meerderheid
zouden
vormen na terugkeer van de vluchtelingen).
Wat de Palestijnen hebben gedaan is schoorvoetend inzien dat ze met de
realiteit zullen moeten leven dat 78% van het voormalige Britse
Mandaatgebied Palestina voorlopig een Joodse staat is.
Bij het percentage van 78% moet tevens opgemerkt worden dat
meer dan de helft
van de
inwoners
van Israël oorspronkelijk uit het Midden-Oosten of
Arabische landen
afkomstig is: Israëlische Arabieren zowel als Joden uit
Palestina
en Joodse vluchtelingen uit andere Arabische landen en Iran.
Vanaf 1988 matigde de PLO haar traditionele standpunt dat geheel
'historisch Palestina' bevrijd moest worden door middel van gewapende
strijd, en sprak voor het eerst van een twee-statenoplossing en
onderhandelingen op basis van
VN Veiligheidsraad
resolutie 242
(aangenomen kort na de Zesdaagse Oorlog, waarin Israël werd
opgeroepen zich uit bezette gebieden terug te trekken in ruil voor
erkenning en veilige grenzen). Tegelijkertijd werd echter
vastgehouden aan het recht zich te verzetten tegen de bezetting en aan
de terugkeer van alle Palestijnse vluchtelingen. Deze
ambiguïteit
is kenmerkend voor de houding van de PLO tot op de dag van vandaag.
Verzoenende verklaringen worden afgewisseld met strijdlustige taal en
eisen die onverenigbaar zijn met een twee-statenoplossing. Ook in de
daden van de PLO en de Palestijnse Autoriteit is deze
ambiguïteit
zichtbaar: zo werd tijdens het vredesproces op sommige momenten
daadkrachtig opgetreden tegen terroristen, en op andere momenten werden
zij met rust gelaten of zelfs gesteund. Tijdens de tweede Intifada
heeft Arafat terroristen onderdak geboden in de Mukata, ze gefinancierd
en verbaal aangemoedigd. De verdeeldheid onder de Palestijnen wat dit
betreft komt momenteel zeer duidelijk tot uiting in Hamas' goedkeuring
van zelfmoordaanslagen en president Abbas' afkeuring ervan. Beiden zijn
democratisch door de Palestijnen gekozen.
Een twee-statenoplossing en 'vrede op basis van resolutie 242' worden
aan beide kanten nogal verschillend uitgelegd. Resolutie 242 spreekt
van een 'rechtvaardige oplossing van het vluchtelingenprobleem'. Maar
wat is rechtvaardig? Volgens Israël is terugkeer van de
vluchtelingen per definitie strijdig met een twee-statenoplossing.
Israël vindt dan ook dat de Palestijnen expliciet
Israël als
Joodse staat moeten erkennen, en dat hebben ze nooit gedaan. Volgens de
Palestijnen zijn de Joodse nederzettingen per definitie strijdig met
een twee-statenoplossing, en er wordt nog steeds bijgebouwd.
Zowel Israëli's als Palestijnen zijn dubbelzinnig: er is vanaf
pakweg 1990 een serieuze toenadering tussen beide partijen, en een
twee-statenoplossing wordt aan beide kanten in brede kring (officieel)
als oplossing gezien. Anderzijds blijven de eigen nationale doelen
elkaar uitsluiten en worden extremisten aan beide kanten te
weinig aangepakt.
De 'stank-voor-dank' erkenning van Israël door de PLO wordt
door
Israëli's vaak omgedraaid: Israël heeft de
Palestijnen
verregaande autonomie gegeven en ze een staat aangeboden op bijna
geheel de bezette gebieden, maar kreeg daar alleen maar terrorisme
voor terug. Beide stellingen zijn een versimpeling van de
werkelijkheid.
Israëli's en Palestijnen proberen zich beiden als vredelievend
en als slachtoffer van de ander te presenteren.
HET GENEREUZE AANBOD OP CAMP DAVID
* Israël bood Bantoestans aan in Camp David, en het is
begrijpelijk dat Arafat dit 'genereuze aanbod' weigerde.
Israël bood in eerste instantie inderdaad een Palestijnse
staat
aan die niet uit een aaneengesloten stuk land bestond, maar paste dit
voorstel onder druk van de Amerikanen aan. Later werd een
aaneengesloten
gebied van ruim 90% van de Westelijke Jordaanoever en de
Gazastrook aangeboden.
In december 2000, na de start van de Tweede Intifada en
Israëlische represailles, deed de VS een laatste poging om
beide
partijen tot een compromis te bewegen. Bill Clinton formuleerde '
Bridging
Proposals'
die voorzagen in een Palestijnse staat in 95% van de Westelijke
Jordaanoever, en Palestijnse soevereiniteit over de Tempelberg.
Israël accepteerde deze voorstellen met reserveringen, maar
Arafat
weigerde ermee in te stemmen, met name omdat hij het 'recht op
terugkeer' van de Palestijnse vluchtelingen naar Israël niet
wilde
opgeven, en ook omdat hij geheel Oost-Jeruzalem wilde hebben. In de
vredesonderhandelingen
in Taba die daarop volgden kwamen beide partijen niet dichter
bij elkaar.
BEZOEK SHARON AAN DE
TEMPELBERG
* Sharon veroorzaakte de Tweede Intifada door de Al Aqsa Moskee te
bezoeken, een heilige plaats voor moslims.
Op 28 september bezocht Sharon, de nieuwe leider van Likoed, de
Tempelberg in Jeruzalem, een voor zowel joden als moslims heilige
plaats. Ondanks geruchten onder de Palestijnen van het tegendeel heeft
hij de Al Aqsa Moskee niet bezocht. Dit bezoek leidde tot grootschalige
rellen, die uitmondden in de tweede intifada. Alle frustraties over het
vastgelopen vredesproces en het uitblijven van verbeteringen in het
dagelijkse leven van de Palestijnen, leken een uitweg te vinden. Er
zijn echter sterke aanwijzingen dat de intifada niet geheel spontaan
was, en mede was voorbereid door de PLO en de Palestijnse Autoriteit.
Al maanden voor de uitbraak werden opruiende boodschappen uitgezonden
op tv en radio, en vanaf het begin namen PA-functionarissen deel aan de
intifada. In juli 2000, vlak na het mislukken van de Camp David
onderhandelingen, zei PA-official Abu Ali Mustafa:
"The
issues of Jerusalem, de refugees and sovereignty will be decided on the
ground and not in negotiations. On this point it is important to
prepare the Palestinian public on the next step, because without doubt
we shall find ourselves into conflict with Israel in order to create
new facts on the ground…. I believe the situation will be
more
violent than the intifada." Enkele maanden na het
uitbreken van
de tweede intifada vertelde PA communicatie minister Imad Al-Faluji
tijdens een bijeenkomst voor vluchtelingen, dat de intifada was gepland
door het PA leiderschap na het mislukken van Camp David.
(Morris,
Righteous Victims,
2001, blz. 662)
De intifada was het gevolg van het vastgelopen vredesproces, de
voortgaande Israëlische bouw van nederzettingen, en
doelbewuste
Palestijnse propaganda. Ook andere landen hebben een kwalijke rol
gespeeld. Zowel Frankrijk als de Arabische Liga hebben Arafat
aangemoedigd niet te buigen voor 'Zionistische voorwaarden'. In oktober
2000 hield de Arabische Liga een top waar men zich uitsprak voor het
recht op terugkeer, soevereiniteit over geheel Oost-Jeruzalem en steun
voor de tweede intifada. Het bezoek van Sharon aan de Tempelberg was
een provocatie op een moment dat de situatie al zeer gespannen was.
Zonder Sharons bezoek had zich hoogstwaarschijnlijk een andere
gelegenheid voorgedaan. Bovendien had de veiligheidchef van de PA
gezegd dat er geen gevaar voor escalatie was.
DE MUUR OF HET HEK
* De muur loopt bijna geheel over bezet gebied, en zal ca. 40% van de
Westoever bij Israël voegen.
* Het veiligheidshek is slechts een tijdelijke maatregel als reactie op
het Palestijnse terrorisme. Zij is een goede manier om beide volkeren
van elkaar te scheiden zolang de PA niets tegen het terrorisme
onderneemt.
Er zijn vele muren en hekken gebouwd ter verdediging van het eigen
territorium. Meestal staan deze echter op een erkende grens, en dat is
dan ook waar het wat betreft de afscheidingsbarrière om
gaat:
heeft Israël het recht om - zolang er nog geen vredesverdrag
is
met de Palestijnen waarin de precieze grenzen zijn vastgesteld - ook
een aantal nederzettingen met de barrière te verdedigen, of
had
hij geheel op de Groene Lijn moeten worden gebouwd? Is de
barrière een tijdelijke maatregel of stelt Israël
hiermee
eenzijdig zijn grenzen vast?
De afscheidingsbarrière loopt gedeeltelijk over de Groene
Lijn
(pre-1967 grens), en gedeeltelijk door de Westelijke Jordaanoever. Hij
is overigens nog niet voor de helft gebouwd. De route is sinds het
voorstel is aangenomen door de regering meermaals gewijzigd, en steeds
dichter bij de Groene Lijn komen te liggen. Volgens de
huidige
route
zou 7% van de Westelijke Jordaanoever aan Israëlische kant
komen
te liggen. Aanvankelijke ideeën om ook langs de
Jordaanvallei
een hek te bouwen zijn nooit een officieel regeringsplan geworden.
Israël heeft altijd beweerd dat het slechts een
veiligheidsmaatregel is, terwijl de Palestijnen beweren dat
Israël
de gebieden aan de Israëlische kant wil annexeren. Echter
Kadima
heeft in de verkiezingscampagne gezegd dat het Israëls grenzen
eenzijdig wil vaststellen als vredesbesprekingen met de Palestijnen
falen, en de afscheidingsbarrière daarbij als grens
aangeduid.
Of dit een tijdelijke interim oplossing zal zijn of een definitieve
grens valt nog te bezien.
Los van Israëls intenties is het overigens zeer de vraag
of
de internationale gemeenschap en de VS hiermee in zullen stemmen. Zelfs
de VS heeft zich meermaals kritisch uitgelaten over de route van de
barrière, die nog steeds op sommige plaatsen diep de
Westoever
insnijdt. Vanwege de Hamas-regering zal de VS zich wellicht soepeler
naar Israël opstellen, maar voor een definitieve grens is
bredere
goedkeuring, en dus een vredesverdrag met de Palestijnen, nodig.
Bovendien is het volgens zowel linkse als rechtse critici in
Israël geen goeie deal als Israël eenzijdig 93% van
de
Westoever opgeeft, zonder daar iets (vrede, veiligheidsgaranties) voor
terug te krijgen. Het is al met al onwaarschijnlijk dat Israël
eenzijdig zijn definitieve grenzen kan vaststellen, en het zal
waarschijnlijk zijn leger ook niet geheel terugtrekken ten Westen van
de afscheidingsbarrière zonder een akkoord met de
Palestijnen.
De barrière kan wel de frictie tussen beide volken
verminderen
aangezien zij het de Palestijnen moeilijker maakt aanslagen te plegen
(en Israëlische represailles daartegen dus ook uitblijven),
maar
de huidige route houdt nog te weinig rekening met de Palestijnen,
waardoor zij veel kwaad bloed zet en hun frustratie vergroot, wat juist
tot meer radicalisme onder de Palestijnen leidt.
WIE
WIL VREDE?
* In tegenstelling tot Sharon en zijn opvolger Olmert, wil Abbas echt
vrede, en heeft hij een eenzijdig bestand bewerkstelligd waardoor er in
Israël nauwelijks nog aanslagen zijn gepleegd. Ook de nieuwe
Hamas
regering houdt zich nog steeds aan dit bestand, ondanks
Israëlisch
geweld.
* In tegenstelling tot Abbas en de Palestijnse Autoriteit, die het
terrorisme blijven steunen, wil Israël slechts vrede. De
terugtrekking uit de Gazastrook heeft aangetoond dat nederzettingen
geen opstakel tot vrede zijn. Ook in de Sinaï zijn
nederzettingen
opgegeven om tot vrede te komen. Wat ontbreekt is een vredespartner aan
Palestijnse kant.
Beide partijen beweren dat zij slechts uit zijn op vrede en het de
ander is die het geweld veroorzaakt en het conflict in stand houdt.
Abbas was inderdaad tegen aanslagen, maar weigerde of was niet in staat
om de terroristische organisaties te ontwapenen. Daardoor konden die op
elk willekeurig moment beslissen om weer naar de wapens te grijpen, en
dit gebeurde ook meermaals. In de periode van de
'hudna'
(kalmte, wat niet hetzelfde is als een officiële
wapenstilstand)
heeft Israël verscheidene aanslagen verijdeld. Hamas had vanaf
het
begin gezegd dat de Palestijnen het recht houden zich tegen de
bezetting te verzetten. Israël heeft altijd gezegd dat het het
recht heeft zich tegen terrorisme te verdedigen. Toch is van beide
kanten het geweld tijdelijk verminderd. Het is voor Israël
echter
niet erg aantrekkelijk om zich aan een bestand te houden dat op ieder
moment door de tegenstander kan worden opgezegd, die de tijd
ondertussen kan gebruiken om explosieven te fabriceren en wapens te
importeren. In de tijd van de 'hudna' is dit op grote schaal gebeurd,
en er zijn sinds Israëls terugtrekking grote hoeveelheden
wapens
via Egypte naar de Gazastrook gesmokkeld. Israël eist
volledige
ontwapening van de terroristische facties voordat het serieus wil
onderhandelen, wat voor de Palestijnen onaanvaardbaar is. In hun ogen
zijn de wapens van de 'verzetsbewegingen' het enige drukmiddel tegen
het oppermachtige Israël.
De terugtrekking uit de Gazastrook was belangrijk en toonde inderdaad
aan dat nederzettingen geen obstakel hoeven te zijn, en dat
Israël
bereid is tegen de kolonisten op te treden. Er is echter wel een
belangrijk verschil met de Westoever, waar de Joden een sterkere
historische connectie mee hebben. Israël trok zich vooral
terug
uit de Gazastrook omdat het dat in z'n eigen belang achtte: waarom nog
langer geld en soldatenlevens spenderen aan het verdedigen van 7000
kolonisten temidden van meer dan een miljoen Palestijnen? premier
Olmert heeft aangekondigd dat er meer eenzijdige terugtrekkingen zullen
volgen, mogelijk uit al het gebied ten oosten van de
afscheidingsbarrière, wat neer komt op 93% van de Westoever
en
80.000 kolonisten. Het is echter de vraag of Israël ook zijn
leger
uit geheel dit gebied zal terugtrekken zonder een akkoord met de
Palestijnen. Eenzijdige terugtrekking kan een belangrijke bijdrage
leveren aan vrede, omdat het de dagelijkse frictie tussen beide volken,
en daarmee de vernederingen van de Palestijnen, zal verminderen.
Voor echte vrede zijn echter onderhandelingen nodig en een
vredesverdrag dat door beide volken, inclusief andere Arabische landen,
wordt onderschreven.
Het is begrijpelijk dat Israël niet wil onderhandelen met de
Hamas, dat ondanks sommige gematigde uitspraken nog steeds in haar
handvest heeft staan dat de Joden verantwoordelijk zijn voor beide
wereldoorlogen en het de taak van moslims is om ze te doden, en zolang
in Palestijnse media en op scholen het 'martelarenschap'
wordt
verheerlijkt en het bestaansrecht van Israël ontkend.
Echter om tot vrede te komen zal ook Israël bereid moeten zijn
om
pijnlijke concessies te doen, zoals een gedeelde soevereiniteit over
Jeruzalem en compensatie voor gebied op de Westoever dat men wil
houden, en het zal duidelijk moeten maken dat het tot dergelijke
concessies bereid is in ruil voor echte erkenning en ontmanteling van
de terroristische infrastructuur.
KRITIEK OP
ISRAEL KAN NIET
* Israël is boven kritiek verheven. Wie het bekritiseert wordt
steevast voor antisemiet uitgemaakt.
Het is waar dat critici van Israël soms onterecht voor
antisemiet
worden uitgemaakt. In het verleden gebeurde dit omdat men kritiek op
Israël ongepast vond na de verschrikkingen van de Holocaust,
en
omdat Israël alom als de David tegen een vijandige Arabische
wereld werd gezien. Kritiek werd al gauw geïnterpreteerd als
sympathie voor de vijanden van Israël en de Joden, en sommige
critici hadden die sympathie wellicht ook echt. Kritiek op
Israël
kwam aanvankelijk vooral uit radicale hoek (communisten die de
anti-Zionistische Sovjet-lijn volgden en fascisten). De beschuldiging
van antisemitisme komt tegenwoordig niet zozeer voort uit het feit dat
Israël boven kritiek verheven zou zijn, maar juist omdat het
zo
fel en veelvuldig wordt bekritiseerd. Israëli's en anderen die
het
voor Israël opnemen hebben veelal het gevoel dat
Israël juist
meer bekritiseerd wordt dan welk ander land ter wereld ook. Het is
misschien ironisch, dat zij daarbij evenals Israëls critici
wijzen
op bijvoorbeeld de vele VN-resoluties tegen Israël en het feit
dat
Israël meer dan enig ander land door de VN
mensenrechtencommissie
is veroordeeld. Een mensenrechtencommissie die is voorgezeten door
Libië en als leden o.a. Soedan, Cuba en Iran kent. Men heeft
dan
ook terecht het gevoel dat er met twee maten wordt gemeten.
Israël en het Midden-Oosten conflict staan in de
schijnwerpers.
Als een Israëlische soldaat een Palestijns kind doodt of als
er
een aanslag in Israël is gepleegd, haalt dit vaak het Acht Uur
Journaal, terwijl in Soedan of Tsjetsjenië een veelvoud aan
onschuldige burgers worden gedood. Pro-Israëli's beklagen zich
erover dat aanslagen die tot doel hebben zoveel mogelijk burgers om te
brengen moreel op één lijn worden gesteld met
Israëlische 'anti-terrorisme acties', waarbij men juist
onschuldige slachtoffers wil ontzien. Bovendien is er volgens hen te
weinig aandacht voor het antisemitisme in de Arabische wereld en de
systematische steun die radicale groeperingen krijgen vanuit Arabische
landen. Pro-Palestijnen op hun beurt vinden dat er juist teveel
aandacht wordt besteed aan Palestijnse aanslagen in vergelijking met de
dagelijkse vernederingen van de bezetting. De media kunnen het wat dit
betreft nooit goed doen. Feit is wel dat, met name sinds de tweede
intifada, de Palestijnse kant veel aandacht krijgt, en de bezetting een
centrale positie inneemt in de berichtgeving. De notie dat
Israël
boven kritiek is verheven is of kritiek nog steeds erg moeilijk ligt is
dan ook onjuist.
Volgens sommige Zionisten is het stelselmatig zwart maken van
Israël en met name het ontkennen van haar bestaansrecht een
vorm
van antisemitisme. Immers, Israël is de enige Joodse staat en
haar
bestaansrecht ontkennen betekent dat men het recht op zelfbeschikking
van de Joden ontkent. Waarom zouden alleen de Joden geen recht op
zelfbeschikking hebben in een wereld vol met natie-staten? Men heeft er
- gezien het Arabische antisemitisme - terecht twijfels over of Joden
als minderheid in een door Arabieren gedomineerde staat wel veilig
zouden zijn. Tweeduizend jaar leven in de diaspora was geen onverdeeld
succes.
Ook het feit dat Israël wordt veroordeeld voor zaken (gebied
bezetten, mensenrechten schenden, minderheden discrimineren) die andere
landen straffeloos (en vaak in nog ergere mate) doen, wijten sommigen
aan antisemitisme. Dat is niet altijd terecht. We stellen ook hogere
eisen aan Israël omdat het een Westerse democratie is. Het is
bovendien makkelijker om in Israël en de bezette gebieden
kritische journalistiek te bedrijven dan in bijvoorbeeld Soedan of
Kongo. Voor mensenrechten-organisaties is het makkelijker om aan
gegevens te komen en gevangenen of Israëlische
mensenrechtenactivisten te spreken dan in landen met een dictatoriaal
regime.
Soms gaan mensen die het voor de Palestijnen opnemen echter ver over de
grens, zoals wanneer Gretta Duisenberg beweert dat Joden de
Zuid-Amsterdamse restaurants dreigen te bezetten zoals zij ook de
Westoever bezetten, of als beweerd wordt dat Joden de media beheersen
en teveel macht hebben, of Israël de VS tot de invasie in Irak
hebben genoopt of zelfs achter de aanslagen op de Twin Towers zit om zo
de Amerikanen tegen de moslims op te zetten. Ook de Wereldconferentie
Tegen Racisme van de VN in 2001 in Durban, en met name het gedeelte dat
door NGO's (Non Governmental Organisations) werd georganiseerd, ging
duidelijk over de grens (zie artikel
"In
naam van het ideaal").
Volgens Zionisten neemt antisemitisme tegenwoordig vaak de gedaante van
kritiek op Israël aan. Dit is immers aansprekender dan de oude
rassenleer, of het christelijke antisemitisme. Onder het mom van
'gerechtvaardigd verzet tegen de bezetting' wordt het vermoorden van
onschuldige burgers gerechtvaardigd. Een bezetting die volgens sommigen
geheel Palestina omvat. Ook oproepen tot een internationale boycot van
Israël, niet alleen van producten, maar ook wetenschappers en
sporters, wordt wel als antisemitisch bestempeld (Zie ook artikel
Israël
boycot). De
grens tussen antisemitisme en anti-Zionisme is - zoals ook uit het
bovenstaande mag blijken - niet altijd eenduidig te trekken.
Terwijl critici van Israël soms onterecht voor antisemiet
worden
uitgemaakt, worden mensen die het voor Israël opnemen er vaak
van
beschuldigd onderdeel te zijn van de 'Zionistische lobby'. Proponenten
van beide kanten proberen vaak de ander zwart te maken en extremere
standpunten in de schoenen te schuiven dan zij daadwerkelijk hebben.
Veel debatten tussen voor- en tegenstanders op bijvoorbeeld forums op
internet en in mindere mate in de geschreven media ontaarden in
allerlei beschuldigingen over en weer, en er wordt vaak nauwelijks nog
naar elkaar geluisterd.
DE JOODSE LOBBY
* Met name in de VS is er een machtige Joodse lobby, die de
Midden-Oosten politiek van de VS in belangrijke mate bepaalt, en ervoor
zorgt dat Israël vrijuit gaat en meer geld en steun krijgt van
de
VS dan wie ook. Iedere president laat zich leiden door 'de Joodse stem'.
In de Verenigde Staten en in andere landen zijn veel lobby's actief,
waarvan de pro-Israël lobby één van de
succesvolste
is. De olielobby is echter eveneens zeer invloedrijk, en de familie
Bush onderhoudt warme persoonlijke betrekkingen met leden van de
heersende Saud familie van Saoedi-Arabië. Landen als Egypte en
Saoedi-Arabië krijgen eveneens uitgebreide steun en geld van
de
VS. Israël krijgt niet altijd haar zin, en wordt regelmatig
door
de VS onder druk gezet om aan haar voorwaarden te voldoen. Het
Amerikaanse beleid wordt in hoge mate bepaald door haar economische en
strategische belangen (waaronder olie) en de wensen van de kiezers. De
meerderheid van de Joden in de VS stemt overigens op de democraten, en
velen zijn tegen de oorlog in Irak.
Het is terecht kritisch te staan tegenover lobbies, zeker in de VS,
waar deze nog veel meer invloed hebben dan in Europa. Lobbies zijn
welhaast van nature ondemocratisch, en gebruiken vaak agressieve
methoden om hun doelen te verwezenlijken. Echter, in plaats van een
vergelijkend onderzoek naar de verschillende lobbies, hun invloed en
strategie, alsmede een algemene kritiek op de macht en werkwijze van
lobbies, wordt door felle critici van Israël vaak alleen de
Israël lobby zwartgemaakt.
Er is bovendien een groot verschil tussen het Amerikaanse congres (waar
de Israël lobby veel invloed heeft) en het State Department
(waar
zij veel minder succesvol is), en ook tussen verschillende presidenten.
Reagan was zeer pro-Israël, Carter was daarentegen behoorlijk
kritisch, evenals Kissinger. Het congres heeft meermaals moties
aangenomen die opriepen de VS ambassade in Israël van Tel Aviv
naar Jeruzalem te verhuizen, maar hier is nooit gehoor aan gegeven, en
de VS heeft de annexatie van Oost-Jeruzalem door Israël ook
nooit
erkend. De VS (onder Carter) heeft de rechtse Israëlische
premier
Begin onder zware druk gezet de gehele Sinaï op te geven in
ruil
voor vrede met Egypte. Bush senior heeft financiële hulp
opgeschort vanwege de voortgaande bouw van nederzettingen. De VS heeft,
zeer tegen de zin van Israël, meermaals wapens aan haar
vijanden
verkocht, maar Israël op haar beurt verboden wapens aan China
te
verkopen. Tijdens de eerste Golfoorlog heeft de VS Israël
verboden
zich tegen de Iraakse bombardementen van Scud raketten te verdedigen.
Van alle veiligheidsraad-resoluties tegen Israël heeft de VS
er
circa eenderde gevetood. In de andere gevallen gaven andere belangen de
doorslag of was men het met de resolutie eens. Al deze zaken waren niet
gebeurd als de 'Joodse lobby' zo almachtig zou zijn als
sommigen
beweren.
Met name de laatste jaren zijn er verschillende schandalen geweest rond
de AIPAC, de belangrijkste pro-Israël lobby organisatie,
waardoor
zij aan geloofwaardigheid en effectiviteit heeft ingeboet. Haar invloed
wordt, hoewel nog steeds aanzienlijk, door zowel voor- als
tegenstanders vaak overschat.
Door Zionisten wordt er verder op gewezen dat veel kritiek op de
'Zionistische lobby', klassieke antisemitische elementen bevat, zoals
dat de Joden onevenredig veel macht hebben en achter de schermen aan de
touwtjes trekken, disloyaal zijn aan de landen waarin zij leven en er
een eigen 'agenda' op na houden. Zoals de Joden er destijds door
antisemieten van werden beschuldigd de VS in de Tweede Wereldoorlog te
hebben betrokken, worden zij er nu van beschuldigd de VS in de oorlog
met Irak te hebben getrokken.
(Zie ook: "Just
Say No" - US Foreign Aid to Israel and the anti-Zionist Lobby")
______________________________________________________________
©
Dit artikel is copyright Israël-Palestina Informatie, afgezien
van onderdelen waarvoor andere bronnen worden vermeld. Voor
overname
gelieve kontakt met ons op te nemen via het e-mail adres. Beperkte
citaten voorzien van een link naar deze webpagina zijn toegestaan.
______________________________________________________________
Websites over
Israël-Palestina en het Midden-Oosten Conflict:
* A Brief
History of Israel and Palestine and the Conflict,