jun 052014
 

Benjamin Netanyahu at the Vatican= IMO Blog =  

De volgende dialoog tussen paus Franciscus en premier Netanyahu verscheen op tientallen sites:

“Jesus was here, in this land. He spoke Hebrew,” Netanyahu told Francis, at a public meeting in Jerusalem in which the Israeli leader cited a strong connection between Judaism and Christianity.
“Aramaic,” the pope interjected.
“He spoke Aramaic, but he knew Hebrew,” Netanyahu shot back.

Wordt hieronder nog neutraal opgemerkt:

Israeli linguistics professor Ghil’ad Zuckermann told Reuters that both Netanyahu, son of a distinguished Jewish historian, and the pope, the spiritual leader of the world’s 1.2 billion Catholics, had a point.
“Jesus was a native Aramaic speaker,” he said about the largely defunct Semitic language closely related to Hebrew. “But he would have also known Hebrew because there were extant religious writings in Hebrew.”
Zuckermann said that during Jesus’ time, Hebrew was spoken by the lower classes – “the kind of people he ministered to”.

In het Belgische HLN wordt de zaak flink aangezet, met de paus als ‘winnaar’ van deze woordenwisseling. Men kopt met: Paus zet Netanyahu op zijn plaats: “Neen, Jezus sprak geen Hebreeuws”. Men schrijft vervolgens dat de paus ‘goed bij de les was’ en Netanyahu ‘verbeterde’, en licht tot slot nog even toe dat:

Het Aramees was aan het begin van onze jaartelling de lingua franca van het Midden-Oosten. In het huidige Palestina en Israël werd een variant, het West-Aramees gesproken. Algemeen wordt aangenomen dat ook Jezus die taal sprak.

Ook Trouw geeft graag direct aan wie er gelijk had en dit partijtje won. Netanyahu ‘beweerde’ dat Jezus Hebreeuws sprak, waarna de paus hem ‘corrigeerde’. Het is volgens Trouw een ‘opmerkijke momentje’. Zo opmerkelijk blijkbaar, dat het vermelding verdient op talloze sites. Je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat men ervan geniet dat Netanyahu op zijn nummer wordt gezet. De antipathie van Trouw (en veel andere journalisten en redacties) tegen Netanyahu ligt er redelijk dik bovenop, en dan is zoiets als dit een maaltje dat men niet kan laten liggen. Jammer alleen dat men niet de moeite nam om even een deskundige (of liefst meerdere) te raadplegen, maar klakkeloos overschreef wat men elders las. Want welke taal Jezus sprak blijkt niet zo eenduidig vast te stellen. Op de site van Christenen voor Israel lees ik:

Bivin schrijft in zijn boek New Light on the Difficult words of Jesus dat Jezus in een omgeving leefde waarin meerdere talen werden gesproken. ‘Hebreeuws, Aramees en Grieks werd waarschijnlijk gesproken door de meeste Joden in deze tijd.’

De evangeliën lijken er in eerste instantie op te duiden dat Aramees de taal van Jezus was. Het Aramees en Grieks komt voor op vele inscripties. Het was de officiële taal op documenten en voor de handel. ‘Jezus kende en sprak zeker Aramees, maar vele geleerden geloven nu dat Hij zijn onderwijs gaf in het Hebreeuws’, schrijft Bivin.

‘De rabbijnen van zijn dagen en honderden jaren na hem gaven hun gelijkenissen, voorschriften, gebeden en preken helemaal in het Hebreeuws. In feite zijn er verschillende duizenden gelijkenissen en geleden opgetekend in de rabbijnse literatuur, en deze zijn bijna allemaal in het Hebreeuws, ook als de omgeving Aramees was.’

Het lijkt erop dat wat Trouw, HLN en enkele andere media schreven niet klopt. Het Joodse Tablet Magazine wijst op nog een andere dimensie die in de opgeblazen stukjes hierover in de media verloren ging:

But the real shame here is not that the media got something wrong. It is that they missed the powerful and poignant significance of this unscripted moment between Israel’s leader and the Pope.

Throughout Jewish history, there have been profoundly consequential public disputations between renowned Jewish thinkers and Catholic interlocutors, most famously in Paris (1240), Barcelona (1263), and Tortosa (1413-14). Typically, these debates were rigged, with the Jew forced to participate and preordained to lose. And if the Jew performed too well in representing Judaism, they sometimes had to flee the country afterwards for their safety. Other dire consequences for Jews and their communities were common–after the Disputation of Paris, for instance, in which the Jew was tasked with “defending” the Talmud from charges of blasphemy, thousands of copies of the Jewish text were seized and publicly burned.

The playful chat about Jesus between Francis and Netanyahu, then, is more than just a momentary media story. It underscores just how far Jewish-Catholic relations have come. Today, the Prime Minister of a reconstituted Jewish state can rib good-naturedly about Jesus with the Pope, and the only fallout is a few hyperbolic headlines. No longer subject to the whims of Christian rulers in Europe, compelled to participate in a theological game they cannot win, Jews can now dialogue with Christians as peers, not adversaries. Seen in historical context, the Francis-Bibi exchange is a heartening sign of interfaith progress and reconciliation, and a testament to the transformative success of the Zionist project in elevating Jews as religious and political equals.

Or put another way: by hyping a fight between the Pope and the leader of the Jewish state, the media missed the remarkable real story–that there wasn’t one.

Men voegt daaraan toe dat de paus tijdens de uitwisseling in een opperbeste stemming leek, en een en ander weinig weg had van een woordenwisseling, noch van een triomfantelijke of schoolmeesterachtige terechtwijzing, zoals het in Trouw en HLN werd voorgesteld. Het was eerder een plaagstootje, en een teken van de goede relaties. Niemand werd terechtgewezen of gecorrigeerd, maar twee mensen met de nodige kennis van de geschiedenis van Israel c.q. het Heilige Land maten zich aan elkaar.

Overigens was er in de media ook weer opvallend veel aandacht voor Joods extremisme, zoals in de Volkskrant, natuurlijk in Trouw (zie ook ons commentaar) en ook in Elsevier. Op het stuk in Elsevier is een goed tegenstuk gekomen dat er fijntjes op wijst dat tijdens het bezoek van de paus aan Nederland in 1985 ook niet alles vlekkeloos verliep:

In 1985 bezocht paus Johannes Paulus II Nederland. Agenten moesten toen in Utrecht waarschuwingsschoten lossen om de paus te beschermen, de Mobiele Eenheid voerde charges uit. Omdat vierduizend demonstranten helemaal door het lint gingen toen ze de paus zagen.

Hoe anders was het bezoek van paus Franciscus aan Israël afgelopen weekend. Er werden geen waarschuwingsschoten gelost, op de Israëlische televisie waren geen parodieën als ‘Popie Jopie’ te zien, de ramen van het gebouw waarin Franciscus zou slapen werden anders dan in Utrecht destijds niet ingegooid, en er werden anders dan in Nederland geen posters verspreid waarin een beloning van 15.000 gulden werd beloofd aan eenieder die de paus een kogel door zijn hoofd zou schieten.

Wat meer relativering van Israels (vermeende) wandaden en vooral wat meer oog voor proportie en perspectief zou geen kwaad kunnen. Israel heeft problemen, ook met eigen extremisten, maar andere Westerse landen zijn hier zeker niet van gevrijwaard. Veel commentatoren en verslaggevers lijken er als de kippen bij als ze Israel in een kwaad daglicht kunnen zetten, zonder de zaak even iets beter uit te zoeken. Daarbij hebben de Joden, meer dan wij, een legitieme reden om gereserveerd te staan tegenover de hoogste katholieke leider, en heeft paus Franciscus zich behoorlijk veel gepermitteerd. Iets meer bescheidenheid wat betreft zijn visie op het conflict en bijvoorbeeld de kritiek dat Israel de christelijke minderheid niet goed zou behandelen, had niet misstaan.

Ratna Pelle

Share