Boycot Israël?
Waarom
draagt
een boycot van Israël niet bij aan vrede?
(laatste
update 8-7-2007)
In het onderstaande artikel bespreken we de campagnes om
Israël te
boycotten, en met name waarom de argumenten voor dergelijke boycots
veelal niet deugen. Het (lange) artikel behandelt de volgende punten:
1 - Israël boycot
campagnes
- de verschillende soorten campagnes
2 - De Apartheidsvergelijking
- de vergelijking tussen Israël
en Zuid-Afrika onder Apartheid
3 - Etnische zuiveringen
- de beschuldiging van etnische zuiveringen door
Israël
4 - De schuldige partij
- de vraag of
Israël hoofdschuldige is
aan het conflict
5 - Het recht op zelfbeschikking -
zelfbeschikking en het vluchtelingenvraagstuk
6 - De VN-resoluties
-
verwijzingen naar het internationaal recht
7 - Het machtsverschil
- heeft Israël de oplossing in handen?
8 - Antisemitisch?
- de vraag of
een boycot van
Israël verband houdt met antisemitisme
Meer informatie over Anti-Israël Boycots
__________________________________________________________
1.
Israël boycot campagnes
Met name sinds het mislukken van het vredesproces en het uitbreken van
de tweede intifada in 2000, is er een toenemende roep in het westen om
boycots tegen Israël. Er worden verschillende soorten boycots
gepropageerd door verschillende groeperingen. De belangrijkste soorten
boycots zijn:
-
Institutionele boycots
(terugtrekking van investeringen of stopzetten van samenwerking en
contacten). Institutionele boycotcampagnes worden met name gevoerd door
actiegroepen binnen kerken, universiteiten, vakbonden en andere
instituten. Vooral
in de VS worden verschillende 'divestment campaigns' gevoerd, die
inhouden dat organisaties niet investeren in Israël of in
bedrijven die met Israël zaken doen. De Presbyteriaanse kerk
speelt hierin een belangrijke rol, en ook de Raad van Kerken
ondersteunt dergelijke initiatieven. Daarnaast zijn er zogenaamde
intellectuele boycots, zoals een voorstel in 2005 binnen de Britse unie
van
professoren (de AUT) om
Israëlische
universiteiten te boycotten. Deze boycot is, na aanvankelijk
te zijn goedgekeurd, kort daarop weer herroepen, nadat hij
veel
stof had doen opwaaien. [Zie ook:
opinie
& discussie].
In 2006 werd door AUT's fusiepartner NATFHE,
eveneens een Britse onderwijzersbond, een
vergelijkbare boycot resolutie aangenomen, alsook
door de afdeling
Ontario van de Canadian Union of Public Employees (CUPE), die
tevens opriep om investeringen te stoppen. In 2007 hebben meerdere -
vooral Britse - vakbonden boycot
resoluties tegen Israël aangenomen.
-
Consumentenboycots
van
Israëlische producten. Consumentenboycots worden vooral
gepropageerd door Palestijnse solidariteitsgroepen en radicale
politieke organisaties, maar ook door enkele derde wereldgroepen en
ontwikkelingsorganisaties. Een provincie in Noorwegen heeft in 2006 een
boycot afgekondigd tegen alle producten uit Israël.
- Geheel of gedeeltelijk opschorten van het
EU-associatieverdrag
met Israël. De Europese Unie heeft sinds de jaren '90 met
verschillende landen rond de Middellandse Zee die geen lid van de EU
zijn, alsmede met de Palestijnse Autoriteit, zogenaamde
associatieverdragen
gesloten. Deze verdragen hebben naast handelsvoordelen en economische
samenwerking ook een politieke dialoog en het verbeteren van de
mensenrechten tot doel. Verschillende minder radicale organisaties en
politieke partijen bepleiten het opschorten van het associatieverdrag
van de EU met Israël.
- Stopzetten van
wapenleveranties
of medewerking daaraan. Verschillende Europese landen hebben sinds 2000
hun wapenleveringen aan Israël sterk beperkt.
- Boycotten van bedrijven en instellingen (buitenlandse dan wel
Israëlische) die een rol spelen in de
bezette gebieden.
Dit is grotendeels een beperktere vorm van de institutionele en
consumentenboycots. Een voorbeeld is de (mislukte) boycot van
Caterpillar, een Amerikaans bedrijf dat o.a. bulldozers leverde waarmee
Palestijnse huizen in de bezette gebieden zijn gesloopt.
De precieze eisen die worden gesteld aan Israël verschillen
enigszins per organisatie, maar bijna allemaal eisen ze een eenzijdige
en totale terugtrekking tot de wapenstilstandsgrenzen van 1949, ook wel
de Groene Lijn genoemd, inclusief terugtrekking uit Oost-Jeruzalem.
Daarnaast worden soms nog zaken geëist als een einde aan de
discriminatie van Israëlische Arabieren in Israël,
het
toelaten van alle vluchtelingen en hun nakomelingen die dit wensen tot
Israël (het zogenaamde 'recht op terugkeer'),
herstelbetalingen
voor de vernielingen die het leger gedurende de tweede intifada heeft
aangericht aan Palestijnse infrastructuur en huizen, en het stopzetten
of onder internationaal toezicht plaatsen van Israëls
atoomprogramma. Ook de in aanbouw zijnde
afscheidingsbarrière op
de Westelijke Jordaanoever is aan dit lijstje toegevoegd.
Men beroept zich veelal op VN-resoluties en internationaal recht om
deze eisen te onderbouwen. Daarnaast wordt Israël
gedemoniseerd
door termen te gebruiken als 'Apartheidsmuur', 'racistische staat',
'etnische zuiveringen' en soms zelfs 'Palestijnse Holocaust'. De
belangrijkste van deze punten zullen hierna aan bod komen.
2. De
Apartheidsvergelijking
Veelvuldig wordt Israël vergeleken met het Apartheidsregime
van
Zuid-Afrika, dat eind jaren '80 mede onder druk van een internationale
boycot bezweek en in 1994 werd afgeschaft. Israël zou ook een
soort Apartheidsstaat zijn, waarbinnen de Arabieren op allerlei
manieren worden gediscrimineerd, en de bezette gebieden worden
vergeleken met de Zuid-Afrikaanse Bantoestans (thuislanden). De
afscheidingsbarrière rond de Westoever wordt dan ook graag
als
'Apartheidsmuur' aangeduid.
De beschuldiging van Apartheid is een grove: Apartheid is meer dan
ongelijke behandeling of discriminatie van bepaalde groepen. Het begrip
is in zwang gekomen toen vanaf 1948 de Zuid-Afrikaanse overheid
rassenscheiding en discriminatie in de wet heeft vastgelegd. Deze
rassenscheiding betrof alle aspecten van het dagelijks leven. Waar je
geboren werd, waar je werkte, waar je mocht recreëren en hoe
je je
mocht verplaatsen, tot en met waar je werd begraven: alles werd bepaald
door je huidskleur. Deze wetten waren opgelegd door de blanke
minderheid en kwamen voort uit een ideologie van superioriteit van het
blanke ras en uit pure machtspolitiek.
De vergelijking tussen Apartheid en Israël gaat niet op om
verschillende redenen:
* Ongelijkheid
binnen
Israël.
Binnen Israël hebben de Israëlische Arabieren voor de
wet
gelijke rechten, mogen zij stemmen, zijn zij vertegenwoordigd in het
parlement en in andere overheidsorganen, en zijn er
anti-discriminatiewetten waardoor zij ongelijke behandeling kunnen
aanvechten bij de rechter. Bovendien hebben zij vergaande vrijheden wat
betreft religie en religieuze wetten op gebied van huwelijk e.d., eigen
scholen, beheer over religieuze instellingen/heiligdommen, etc. Dit is
voor ons misschien normaal, maar in de Arabische wereld ongekend: een
Koptische christen in Egypte of een Koerd in Syrië is er
jaloers
op. Desondanks worden Israëlische Arabieren naar Westerse
maatstaven behoorlijk gediscrimineerd. Voor Israëlische
Arabieren
geldt geen dienstplicht (zij mogen wel in het leger, en met name Druzen
en Bedoeïenen doen dit ook), en zonder in het leger te hebben
gediend, blijven deuren tot een aantal banen gesloten. Zo kunnen
werkgevers de anti-discriminatiewetgeving omzeilen. Ook is het
moeilijker voor Israëlische Arabieren om land te kopen, en
investeert de overheid minder geld in de ontwikkeling van Arabische
dorpen en steden dan van joodse (beide gemeenschappen leven nogal
gescheiden van elkaar), waardoor de voorzieningen in deze plaatsen
slechter zijn dan in overwegend joodse steden. De
anti-discriminatiewetten worden in de praktijk vaak geschonden en het
is moeilijk ze af te dwingen, al wordt af en toe met succes tegen
discriminatie geprocedeerd. Israëlische Arabieren voelen zich
vaak
tweede-rangsburgers.
Hoewel discriminatie op grote schaal voorkomt, is dit in
Israël
ondanks gelijke rechten voor de wet, terwijl in Zuid-Afrika de
ongelijkheid bij wet was vastgelegd. Deze discriminatie is
onacceptabel, maar niet te vergelijken met het systeem van
rassenscheiding in Zuid-Afrika.
De in dit kader ook veelvuldig bekritiseerde Wet op de Terugkeer en
landwetten van Israël zijn middelen om het specifieke doel van
de
Joodse staat - het creëren van een veilige haven en thuisland
voor
joden - mogelijk te maken, en nieuwe immigranten bestaansmogelijkheden
in Israël te bieden. De discriminerende aspecten van de
landwetten,
die het moeilijker maken voor Israëlische Arabieren om land te
verwerven, zijn onlangs met succes voor het Hooggerechtshof
aangevochten. In de praktijk worden Arabische Israëli's hierin
nog
steeds tegengewerkt.
De moeilijke relatie tussen joden en Arabieren in Israël komt
voort uit de geschiedenis en het nog steeds onopgeloste conflict tussen
Israël en de Palestijnen en Arabieren: de Israëlische
Arabieren worden gewantrouwd als onderdeel van de grotere Arabische
wereld die zich steeds tegen Israël heeft verzet. Sommige
Israëlisch-Arabische leiders steunen ook openlijk de Hamas en
Hezbollah en roepen op tot ontmanteling van de staat Israël.
De
Israëlische Arabieren van hun kant zijn verdeeld tussen
enerzijds
loyaliteit aan de staat waarvan zij burger zijn en anderzijds
solidariteit met hun familieleden en geloofsgenoten in de Palestijnse
gebieden die onder de bezetting gebukt gaan.
* De bezette
gebieden.
De
Palestijnen in de bezette gebieden zijn er veel slechter aan toe. De
bezetting heft een zware tol op het dagelijks leven in de bezette
gebieden, zeker sinds de tweede intifada. Door het toegenomen
aantal checkpoints en de bouw van de afscheidingsbarrière is
hun
bewegingsvrijheid drastisch ingeperkt, en het is voor de meeste
Palestijnen onmogelijk geworden nog in Israël te werken,
waardoor
de armoede en werkloosheid sterk zijn gestegen. De
afscheidingsbarrière vormt een extra belemmering om land,
ziekenhuizen en scholen te bereiken.
De Palestijnen worden echter niet onderdrukt vanwege hun ras, maar als
gevolg van het al bijna een eeuw durende conflict tussen twee nationale
bewegingen om hetzelfde land. Als zwakkere partij hebben de Palestijnen
het zwaarst onder dit conflict te lijden, maar zij zijn niet slechts
hulpeloze slachtoffers: hun gewelddadige strijd tegen de komst en
aanwezigheid van de Zionisten en diens nationale aspiraties gaat terug
tot de jaren '20 van de vorige eeuw, en de wreedheid van de bezetting
is in ieder geval gedeeltelijk een gevolg van de vele terroristische
aanslagen.
Tot de slachting in Sharpville in 1960 had de zwarte bevolking van
Zuid-Afrika zich vreedzaam verzet tegen de Apartheidswetten, en ook
daarna was het geweld nooit primair tegen burgers gericht maar tegen
infrastructuur en Apartheidsinstituten.
Ook de vergelijking van de Palestijnse gebieden met de Zuid-Afrikaanse
Bantoestans gaat niet op: de Bantoestans waren bedoeld als goedkoop
arbeidsreservoir en als een excuus om de zwarte bevolking geen
stemrecht of burgerrechten in Zuid-Afrika te hoeven toekennen.
Israël daarentegen wil zo min mogelijk met de Palestijnen te
maken
hebben en ze - met name om veiligheidsredenen - zoveel mogelijk uit
Israël weren. De Palestijnen in de bezette gebieden willen in
Israël kunnen werken; ze willen echter geen burgerrechten in
Israël, maar een eigen onafhankelijke staat. De Palestijnen in
het
geannexeerde Oost-Jeruzalem konden kiezen voor het Israëlische
staatsburgerschap als ze een eed van trouw zouden afleggen, maar
vrijwel allen weigerden dit. Zij hebben wel stemrecht voor de
gemeentelijke verkiezingen, alsmede voor Palestijnse verkiezingen in de
bezette gebieden.
* Het wezen van
het
conflict en haar geschiedenis.
De kern van het conflict is zoals vermeld dat twee volken aanspraak
maken op hetzelfde land. De Zionisten wilden in het land van hun
voorvaderen een eigen thuis stichten, voor een volk dat het gedurende
1800 jaar zonder had moeten stellen en meer dan ieder ander volk aan
vervolging had blootgestaan. De in Palestina levende Arabieren wilden
dat dit gebied - net zoals de omliggende landen - onder Arabisch
bestuur zou komen.
Inmiddels zegt een meerderheid in zowel Israël als de
Palestijnse
gebieden voor een twee-statenoplossing te zijn, al wordt dit aan beide
kanten wel wat anders uitgelegd. Eén staat of een
bi-nationale
staat wordt slechts door een kleine minderheid aan beide kanten
gesteund. Beide volken vrezen immers dat de ander die zal proberen te
overheersen, de Arabieren door hun hogere bevolkingsgroei, de joden
door hun economische en technische voorsprong. De kans op een
burgeroorlog is niet denkbeeldig.
Het is dus in de eerste plaats een nationaal conflict, waarin beide
volken zoveel mogelijk land voor zichzelf willen hebben, en zo min
mogelijk met de ander te maken willen hebben. Het conflict tussen
blanken en zwarten in Zuid-Afrika was geen nationaal maar een koloniaal
conflict, waarin de blanken de zwarten aan zich onderwierpen en
economisch uitbuitten.
Hoewel vroege Zionisten in Palestina ook een soort plantages hadden
gesticht, waar zij goedkope Arabische arbeidskrachten voor inhuurden,
stuitten deze op toenemend verzet van de voor een groot deel
socialistisch georiënteerde Zionisten, die werden gedreven
door
idealen van gelijkheid en
emancipatie
van het joodse volk door arbeid.
Toen deze mensen het inzetten van Arabische arbeidskrachten wilden
beperken werd dit hun door de Arabieren verweten. De economische
activiteiten van de Zionisten in Palestina trokken Arabieren uit de
regio aan die op zoek waren naar werk. Door het verschil in
organisatie, cultuur en achtergrond waren de verhoudingen tussen beide
volken ongelijk en vertoonden oppervlakkig gezien gelijkenissen met
koloniale verhoudingen. De Zionisten waren er echter niet op uit om de
Arabieren te koloniseren.
De vergelijking van Israël met het Zuid-Afrikaanse
Apartheidssysteem is op zijn best naïef en misleidend en op
zijn
slechtst propagandistisch en kwaadaardig. Het Apartheidregime is
terecht door een internationale boycot op de knieën gedwongen.
Door een gelijkenis tussen Israël en Apartheid te suggereren,
wordt Israël als staat als net zo onmenselijk en crimineel
neergezet, en haar vernietiging als even moreel en wenselijk als de
vernietiging van de Apartheid voorgesteld.
3. Etnische
zuiveringen
De aantijgingen dat sprake zou zijn van etnische zuiveringen door
Israël, het op grote schaal vermoorden en/of verdrijven van
Palestijnse burgers, dienen hetzelfde doel als de
Apartheidsvergelijking, nl. het deligitimeren van Israël als
joodse staat. Hoewel er bij Israëlische legeracties in de
bezette
gebieden regelmatig burgerslachtoffers vallen, zijn deze acties primair
gericht op het oppakken - of soms liquideren - van terroristen. Het
leger doet te weinig om onschuldige slachtoffers te voorkomen, maar dat
is iets anders dan doelbewust op kinderen en vrouwen schieten.
Bovendien zijn de bezette gebieden dichtbevolkt en maken terroristen
soms bewust gebruik van burgerdoelen (opslag van wapens in een moskee,
tunnels voor wapensmokkel die in huizen uitkomen), omdat
Israël er
zo moeilijker tegen kan optreden. Hoewel de terroristen zelf meestal
geen enkel onderscheid maken tussen burgerdoelen en soldaten in hun
acties en er geen geheim van maken dat zij ernaar streven zoveel
mogelijk onschuldige burgers te treffen met hun operaties, krijgen zij
dergelijke verwijten nooit van de voorstanders van een boycot. Over
dubbele standaarden gesproken.
Als Israël al etnische zuivering zou proberen toe te passen,
faalt
zij hierin jammerlijk: er leven meer Palestijnen in de bezette gebieden
dan ooit, en hun aantal blijft groeien. Tijdens de tweede intifada zijn
zo'n 3500 Palestijnen omgekomen. Iedere dode is er een teveel, maar dit
klinkt niet naar etnische zuivering. Vergelijk de aantallen doden in de
Balkan-oorlogen of Rwanda of Soedan, en het verschil is duidelijk.
Sommige extreemrechtse politici propageren gedwongen 'transfer' van de
Palestijnen uit de bezette gebieden. Zij worden slechts door een kleine
minderheid van de bevolking gesteund. Radicale kolonisten, met name in
de meer geïsoleerde nederzettingen diep in Palestijns gebied,
zoals in Hebron, zijn hier voorstander van en nemen het heft soms in
eigen hand door bijvoorbeeld Palestijnse boeren van hun land te
verjagen en hun oogst te vernietigen. Israël onderneemt te
weinig
actie tegen dergelijke walgelijke praktijken.
Evenzo bepleiten radicale Palestijnen een 'terugkeer' van de joden in
Israël naar de landen waar zij of hun voorouders vandaan
kwamen.
Hun antisemitisme doet sterk denken aan de taal die in de jaren '30 in
Nazi-Duitsland werd gebezigd.
Soms wordt het feit dat Israël steeds weer land van de
Palestijnen
confisceert voor nederzettingen en de muur een vorm van etnische
zuivering genoemd. In de eerste plaats is dit een nogal overtrokken
gebruik van het begrip 'etnische zuivering', dat doorgaans wordt
gereserveerd voor het soort zaken dat in Soedan gebeurt. Bovendien
worden deze confiscaties soms met succes aangevochten bij het
Israëlische hooggerechtshof; de bouw van de muur wordt flink
vertraagd door de vele juridische procedures die ertegen zijn
aangespannen. Dit neemt niet weg dat de rechten van de Palestijnen vaak
met voeten worden getreden.
4. De schuldige
partij
De voorvechters van een boycot leggen de oorzaken van het conflict
geheel bij Israël. Palestijns en Arabisch geweld wordt
gebagatelliseerd en als wanhoopsdaden van enkelen afgedaan. Genegeerd
wordt dat er al Palestijns geweld was voor de stichting van
Israël. Zo is bijvoorbeeld de
joodse
gemeenschap in Hebron,
die gedurende eeuwen vreedzaam onder de Arabieren leefde, in 1929
aangevallen door Arabische menigten, waarbij 60 mensen omkwamen. Hierna
is de rest geëvacueerd onder Britse escorte. De Palestijnen
hebben
voor 1948 verschillende compromissen afgewezen, en waren principieel
tegen joodse zelfbeschikking, ook als het maar in een klein deel van
Palestina zou zijn, zoals het
Peel rapport
uit 1937
voorstelde. Nadat de VN in 1947 deling in twee ongeveer gelijke delen
voorstelde, zijn de Palestijnse Arabieren een burgeroorlog begonnen
tegen de joodse gemeenschappen, die zij na aanvankelijk succes (met
name wat betreft het aanvallen van afgelegen gemeenschappen en het
blokkeren van Jeruzalem) hebben verloren. Door de voorstanders van een
boycot wordt het echter voorgesteld alsof de Zionisten de Palestijnen
zonder reden aanvielen en verdreven. Op geen enkele pro-boycot website
wordt melding gemaakt van de leidende rol van Nazi-collaborateur Hai
Amin Al Husseini in de Arabische opstanden, de vele joodse konvooien
die werden overvallen, de penibele situatie van de ca.100.000 joden in
Jeruzalem door de blokkade van de Palestijnen. De geschiedenis wordt
herschreven, om aan een zwart-wit, goed-fout beeld te voldoen.
Hetzelfde geldt voor de
recentere
geschiedenis.
De oorzaken voor het falen van het Oslo vredesproces worden door
voorstanders van een boycot geheel bij Israël gelegd.
Israël
ging inderdaad gedurende de meeste tijd door met het bouwen van
nederzettingen, en Shimon Peres verklaarde in de Knesset dat het
vredesproces niet hoefde te leiden tot een onafhankelijke Palestijnse
staat. Ondanks het feit dat de Oslo akkoorden niet van Israël
eisten te stoppen met de bouw van nederzettingen, is het
moeilijk
voor te stellen hoe zij zich een reële vrede voorstelden
zonder
Palestijnse soevereiniteit en zonder een aaneengesloten gebied voor de
Palestijnen. En ondanks dat vond de oppositie de concessies te vergaand
en was fel gekant tegen de overdracht van Palestijnse steden aan de
nieuw gecreëerde Palestijnse Autoriteit (PA). De Palestijnen
hielden zich echter ook niet aan hun afspraken, en de zogenaamde
erkenning van Israël door Arafat sprak hij veelvuldig tegen in
het
Arabisch. Gedurende de meeste tijd ging de PA onder leiding van Arafat
door met het steunen van terrorisme en werd geweld tegen
Israël en
joden verheerlijkt in de media. Ook hield men vast aan een onbeperkt
recht op terugkeer van de vluchtelingen en hun nakomelingen, wat in
tegenspraak is met een twee-statenoplossing. Het is moeilijk voor te
stellen hoe zij desondanks voor vrede konden zijn. Noch het
Israëlische, nog het Palestijnse leiderschap probeerde de
bevolking voor te bereiden op de pijnlijke concessies die nodig zijn
voor het bereiken van vrede. Derde partijen, zoals de VS, Europa en de
VN, spraken beide partijen hier niet of te weinig op aan. De
Nobelprijzen waren te snel verdiend.
De tweede intifada was niet slechts het gevolg van Sharons bezoek aan
de Tempelberg, maar veeleer van Palestijnse onvrede over het uitblijven
van meer en snellere verbeteringen in hun dagelijkse leven,
gecombineerd met doelbewuste anti-Israël propaganda. Er zijn
sterke aanwijzingen dat zij was gepland om concessies, die men door
onderhandelingen niet dacht te kunnen krijgen, via geweld af te
dwingen. Het is echter de vraag of Baraks vergaande vredesvoorstellen,
hadden de Palestijnen ze aanvaard, door het Israëlische
publiek
zouden zijn geaccepteerd, temeer daar de tweede intifada toen al bezig
was. Evengoed wist Arafat dat aanvaarding van deze voorstellen hem door
de Palestijnen niet in dank zou zijn afgenomen.
De tweede intifada bracht Sharon aan de macht, die een harde
vergeldingspolitiek voerde tegen het Palestijnse terrorisme waarbij
niet alleen de steden die aan Palestijns bestuur waren overgedragen
werden herbezet, maar ook op grote schaal Palestijnse infrastructuur is
vernietigd. Uit bij deze operaties verkregen documenten bleek dat
Arafat en de PA direct betrokken waren bij de intifada en het
terrorisme. De Israëlische vredesbeweging, die Arafat als een
vredespartner beschouwde en zich had ingezet voor onderhandelingen met
hem, verloor veel van haar aanhang door het aanhoudende terrorisme. De
tweede intifada en Israëls harde repressie hebben de hoop en
verwachtingsvolle sfeer van de jaren '90 opgeblazen en kapotgeschoten.
De oorzaken voor het falen van het vredesproces lagen dus aan beide
kanten. Ook hier weer herschrijven voorstanders van een boycot de
geschiedenis door Arafats aandeel in het terrorisme te ontkennen
of bagatelliseren,
Baraks
voorstellen
valselijk als 'Bantoestans' voor de Palestijnen te karakteriseren
terwijl zij een aaneengesloten Palestijnse staat in ca. 95% van de
Westoever inhielden, en Palestijnse beschuldigingen die nooit door de
VN of mensenrechtenorganisaties zijn bevestigd klakkeloos over te
nemen, zoals dat Israël een massaslachting in Jenin zou hebben
aangericht, dat Israël met uranium verrijkte munitie
gebruikte,
dat expres op vrouwen en kinderen werd geschoten, dat de
afscheidingsbarrière (muur, hek) annexatie van 50% van de
Westoever inhoudt, etc.
5. Het
recht op zelfbeschikking
Beide partijen is het fundamenteel te doen om het land en om de eigen
zelfbeschikking, en daarom is iedere 'oplossing' die zelfbeschikking
aan één van beide ontzegt, gedoemd te mislukken.
De
boycotcampagnes staan echter voor een groot deel niet achter een
twee-statenoplossing. Zionisme, en Israël als joodse staat,
wordt
vaak racistisch genoemd. Men bepleit 'een seculiere staat voor al haar
burgers', waar alle (inmiddels meer dan vier miljoen) Palestijnse
vluchtelingen naar zouden moeten kunnen terugkeren, wat onverenigbaar
is met joodse zelfbeschikking. Vergeten wordt ook dat de joden als
minderheid in de meeste tijden en landen geen gelijke rechten hadden,
en gezien de wederzijdse antagonie en het Arabische antisemitisme, is
de kans nihil dat dit nu anders zou zijn. Het is onaannemelijk dat de
joden als minderheid in een Palestijnse staat er net zo of beter aan
toe zouden zijn dan de Israëlische Arabieren nu in
Israël.
Over het algemeen is de positie van minderheden in de Arabische landen
beroerd. Tijdens de oorlog van 1948 zijn alle joodse gemeenschappen het
gebied dat onder Arabische soevereiniteit kwam verdwenen, en nadien
zijn uit bijna alle Arabische landen de joden verjaagd.
Het officiële standpunt van de PLO was lange tijd dat alle
joden
die na 1917 naar Palestina waren geëmigreerd, terug moesten
keren
naar waar zij vandaan kwamen. Radicale groeperingen zoals de Hamas en
Islamitische Jihad prediken dit (en ergere zaken) nog steeds, en zij
hebben een flinke aanhang onder de Palestijnen.
Israël als joodse staat is niet gebaseerd op joodse
superioriteit
of religie, maar is een staat waar joden (waarvan de meeste seculier
zijn) de meerderheid vormen en hun taal, cultuur en geschiedenis in
stand kunnen houden, en waar zij vrijelijk naartoe kunnen emigreren.
Een recht dat vele volken genieten, ook als het ontstaan van hun land
met bloedige conflicten gepaard ging. Van geen enkel ander land wordt
het bestaansrecht zo veelvuldig ter discussie gesteld als van
Israël, zelfs niet indien de mensenrechten er op nog veel
grotere
schaal worden geschonden of gebied dat een ander volk toebehoort bezet
wordt gehouden. Sympathisanten van de Palestijnen wijzen er vaak op dat
het racistisch is dat alle joden ter wereld naar Israël kunnen
emigreren terwijl de vluchtelingen niet terug kunnen keren. Deze
kritiek is begrijpelijk, maar mensen vergeten wel eens dat
Israël
de enige staat is waar joden te allen tijde vrijelijk naar toe kunnen
emigreren, en deze behoefte is gezien de geschiedenis alleszins
begrijpelijk. Het recht op terugkeer van de vluchtelingen is niet
eenduidig in het internationaal recht vastgelegd. Vluchtelingen uit
andere conflicten, zoals India en Pakistan of de Sudeten-Duitsers,
konden na afloop van de vijandelijkheden ook niet terugkeren. Dit is
wrang, maar niet zonder precedent. De Palestijnen waren de
vijandelijkheden begonnen, en sommige van hun leiders waren zeer
expliciet in hun doel om de joden uit Palestina te verdrijven.
In het kader van een vredesverdrag kan een deel van de vluchtelingen
terugkeren naar de toekomstige Palestijnse staat en een deel in hun
gastlanden gehervestigd worden. Op humanitaire gronden zou een deel van
de vluchtelingen ook naar Israël moeten kunnen terugkeren. Het
is
echter duidelijk dat Israël nooit zal instemmen met opheffing
van
zichzelf, of met maatregelen die de staat in gevaar brengen, zoals
onbeperkte terugkeer van vluchtelingen. Zomin als een
Israëlisch
'dictaat' de Palestijnen tot vrede kan dwingen, kan een 'dictaat'
opgelegd aan Israël de Israëli's tot vrede dwingen.
Dit soort
eisen zullen per definitie niet tot vrede leiden, en hoe sterker de
druk op Israël dit soort irreële eisen in te
willigen, hoe
meer dit ten koste gaat van de mensen die oprecht vrede willen en een
einde aan de bezetting onder redelijke voorwaarden. De radicale eisen
van de boycotters spelen de Israëlische hardliners in de
kaart, en
versterken het gevoel onder Israëli's dat de rest van de
wereld
tegen hun is.
6. De VN-resoluties
Boycot-activisten wijzen vaak op de vele VN-resoluties en het
internationaal recht dat Israël schendt, en het feit dat deze
resoluties door Israël worden genegeerd. De resoluties die
door de
Veiligheidsraad zijn aangenomen en waarnaar veelvuldig wordt verwezen,
worden hierbij nogal eenzijdig geïnterpreteerd. Zo wordt
Resolutie 194,
aangenomen in 1949, vaak aangehaald om het recht op terugkeer te
rechtvaardigen. Deze resolutie zegt dat de vluchtelingen die dit wensen
naar Israël moeten kunnen terugkeren om er in vrede met hun
buren
te leven. Dat is wat anders dan bijna 60 jaar later te stellen dat alle
vluchtelingen en hun nakomelingen (slechts een klein deel van de
huidige ruim 4 miljoen vluchtelingen is indertijd daadwerkelijk
gevlucht of verdreven) een onvervreemdbaar recht op terugkeer hebben.
Resolutie
242,
aangenomen na de Zesdaagse Oorlog in 1967, spreekt van terugtrekking
uit bezette gebieden en het recht van alle staten in de regio op
erkende en veilige grenzen, en onderhandelingen om tot een
rechtvaardige oplossing van het conflict te komen. Dit is duidelijk
iets anders dan dat Israël zich eenzijdig uit alle in 1967
veroverde gebieden moet terugtrekken zonder erkenning en
veiligheidsgaranties en zonder eisen aan de Palestijnen en Arabische
landen wat betreft hun steun aan het terrorisme. Er zijn inderdaad
talloze resoluties door de Algemene Vergadering van de VN aangenomen
die van Israël eisen dat het zich eenzijdig terugtrekt, de
muur
afbreekt, en zelfs alle vluchtelingen toelaat, maar deze zijn geen
onderdeel van het internationaal recht. Alleen resoluties van de
Veiligheidsraad zijn bindend. In de VN vormen de Arabische en
islamitische staten een groot blok, en de meeste niet-geaffilieerde
staten (met name Afrikaanse maar ook enkele Zuid-Amerikaanse landen)
stemmen mee met het islamitische blok. Zo blijkt het bijna onmogelijk
om bijvoorbeeld Soedan veroordeeld te krijgen, waar miljoenen mensen
zijn gedood en gevlucht, omdat het islamitische blok dit tegenhoudt.
Ook China's bezettingspolitiek in Tibet of de Russische misdragingen in
Tsjetsjenië gaan in de VN veelal vrijuit. In de Algemene
Vergadering worden resoluties aangenomen op basis van aantallen (en de
machtspositie van) landen, niet op grond van objectieve criteria
betreffende aard, ernst en oorzaken van mensenrechtenschendingen of
aantallen doden die zijn gevallen. Evenzo wordt de
VN-mensenrechtencommissie,
waarvan ook Soedan, Cuba, Saoedi-Arabië en Zimbabwe lid zijn,
gekenmerkt door 'koehandel' waardoor schurkenstaten de dans
ontspringen. Er zijn verschillende voorstellen, onder andere van Kofi
Annan, om deze commissie, en de VN überhaupt, te
hervormen.
7. Het machtsverschil
Een ander argument in de boycot-campagnes is, dat alle onderhandelingen
gericht op het bereiken van een Palestijnse staat tot nu toe hebben
gefaald, omdat Israël als sterkste partij de Palestijnen
weigert
te geven waar zij recht op hebben. Sancties zouden noodzakelijk zijn om
Israël tot concessies te dwingen. Immers als praten niet
helpt, is
hardere druk nodig. Bovendien is een einde aan de bezetting geen gunst
waar men een tegenprestatie voor moet leveren, maar een recht, en dit
is niet onderhandelbaar.
Israël heeft echter niet alleen een conflict met de
Palestijnen,
maar met een groot deel van de Arabische wereld. Palestijns terrorisme
wordt gesteund door onder andere Syrië en Iran, en in de
Arabische
wereld worden Israël en de joden van de meest absurde zaken
beschuldigd, zoals het injecteren van Palestijnen met aids, het
uitdelen van giftige snoepjes aan Palestijnse kinderen, het vermoorden
van christelijke kinderen voor het bakken van matzes, enz. Er worden
soapseries uitgezonden op tv waarin de joden als ware duivels worden
neergezet, uit op wereldheerschappij en het vermoorden van alle
niet-joden. Veel mensen geloven dat Israël achter de aanslagen
op
het WTC zat, om daarmee de VS tegen de moslims op te zetten. Ondanks de
vrede met Egypte en Jordanië worden ook in deze landen
veelvuldig
programma's uitgezonden waarin de Holocaust wordt ontkend, en worden
parlementsleden of intellectuelen die toenadering tot Israël
zoeken fel veroordeeld. De Arabische staten kiezen steevast de kant van
de Palestijnen en eisen recht op terugkeer van alle vluchtelingen in
ruil voor vrede.
De bezetting is niet zozeer oorzaak, maar gevolg van het
Israëlisch-Arabische conflict.
Hoewel Israël alle oorlogen tot nu toe heeft gewonnen, blijft
het
een klein land (half zo groot als Nederland), en het hoeft maar
één oorlog te verliezen om mogelijk van de kaart
geveegd
te worden. Met de bezette gebieden en de Golan heeft Israël
een
soort troef in handen, die het één keer kan
uitspelen om
zoveel mogelijk erkenning en vrede ervoor terug te krijgen. Hoewel de
vrede met Egypte kil is in een aantal opzichten, heeft Israël
er
veel voor terug gekregen, met name omdat voor het eerst met een
Arabisch land een vredesverdrag werd gesloten, de Arabische boycot
hiermee werd doorbroken, en men zich geen zorgen meer hoefde te maken
over de zuidgrens. Het is reëel dat Israël ook een
tegenprestatie verwacht van teruggave van de overige bezette gebieden,
niet omdat teruggave een 'gunst' zou zijn, maar omdat erkenning van
Israël (en dus stoppen met het steunen van terrorisme en
antisemitische propaganda) alleen op deze manier kan worden
afgedwongen.
Hoewel het beschermen van nederzettingen op de Westoever weinig
bijdraagt aan Israëls veiligheid (eerder het tegendeel),
worden
bij de checkpoints geregeld Palestijnen met explosieven tegengehouden,
die anders ongehinderd hadden kunnen doorreizen. Ondanks het feit dat
hij pas voor circa eenderde is gebouwd, draagt ook de
afscheidingsbarrière bij aan het verhinderen van aanslagen.
Ook
arrestaties van (vermeende) terroristen leiden ertoe dat aanslagen
worden voorkomen. Volgens de pro-boycotters zal een eenzijdige
terugtrekking de terroristen de wind uit de zeilen nemen. Het zal hun
aanhang en populariteit waarschijnlijk inderdaad doen afnemen, maar
vergeten wordt dat de Hamas e.d. niet tevreden zijn voordat op zijn
minst alle vluchtelingen kunnen terugkeren. Zij pleegden in het
verleden vaak juist aanslagen als er akkoorden werden gesloten, omdat
zij tegen vrede en erkenning van Israël zijn. De tweede
intifada
is niet alleen gestart in reactie op Sharons provocerende bezoek aan de
Tempelberg, maar ook op de vredesvoorstellen van Barak en Clinton. Het
is dus nogal een risico voor Israël om zich eenzijdig uit de
bezette gebieden terug te trekken en erop te hopen dat het Palestijnse
terrorisme dan vanzelf zal ophouden.
Nadat de eerste intifada de Palestijnse wens tot zelfbeschikking op de
kaart heeft gezet, en de Israëli's ervan heeft doordrongen dat
zij
niet eeuwig over de Palestijnen kunnen blijven heersen, heeft de tweede
intifada de Israëli's ten diepste wantrouwig gemaakt over de
ware
motieven van de Palestijnen. Omgekeerd heeft de voortgaande bouw van
nederzettingen alle vertrouwen bij de Palestijnen weggenomen. Beide
partijen eisen dientengevolge dat de ander eerst laat zien op vrede uit
te zijn. De Israëli's wijzen erop dat zij de Gazastrook hebben
ontruimd - wat zij echter vooral uit eigenbelang deden - en de
Palestijnen wijzen erop dat de Hamas akkoord is gegaan met een
informele en tijdelijke stop in het plegen van aanslagen, wat echter
ook vooral uit eigenbelang is (omdat zij hard zijn getroffen door
Israël tijdens de intifada, en een adempauze wel konden
gebruiken). De Palestijnen wijzen er ook op dat Israël zijn
greep
op de Westoever verder versterkt en Israël wijst erop dat de
Hamas
doorgaat met het produceren en smokkelen van wapens, alsmede het
afvuren van qassam raketten op Israël en het verspreiden van
antisemitische propaganda.
8. Antisemitisch?
Veel Israëli's ervaren de oproepen tot een boycot, de
'divestment
campaigns' en de oproepen om handelsverdragen op te schorten als een
vorm van antisemitisme. Zij wijzen erop dat de meeste van deze
campagnes Israëls bestaansrecht aanvechten, en daarmee het
recht
van de joden op zelfbeschikking. Tevens wijzen zij erop dat de
voorstanders van boycots wel erg weinig oog hebben voor de Arabische
vijandigheid tegen Israël en de joden, en selectief
verontwaardigd
zijn over Israëlisch geweld. Ook wordt de joden en
Israël
onevenredig veel macht toegekend, bijvoorbeeld door te stellen dat de
VS naar de pijpen van Israël danst. Daarnaast staan deze
boycots
in een dubieuze traditie. De boycot door de Nazi's vanaf 1933 van
joodse winkels en bedrijven werd in 1945 gevolgd door een Arabische
boycot van joodse/zionistische producten en vanaf 1948 van de staat
Israël. De Palestijnse leider Haj Amin Al Husseini, een
Nazi-collaborateur en fervent voorstander van de 'Endlösung',
ook
in Palestina, was waarschijnlijk een van de instigators van de
Arabische boycot, die voortduurde tot het Oslo vredesproces, en in 2002
gedeeltelijk werd hervat. De Arabische boycot was niet gericht tegen
enige 'bezetting', maar tegen de oprichting van een joodse staat. Naast
Israël zelf moesten ook bedrijven geboycot worden die met
Israël handelden, en zelfs bedrijven die met bedrijven
handelden
die met Israël handelden. Sommige Arabieren eisten zelfs van
Westerse bedrijven waarmee ze zaken deden dat deze geen joodse
vertegenwoordigers zouden afvaardigen. Deze 'niet-joodverklaringen'
zorgden in de jaren '70 in Nederland voor veel ophef en werden
expliciet verboden.
Ook de hedendaagse boycot-campagnes zijn vaak niet alleen gericht tegen
de bezetting van de Palestijnse gebieden, maar tegen het bestaan van
Israël als joodse staat. Zij sluiten daarmee naadloos aan bij
de
Arabische boycot. Meerdere leiders van boycot-acties hebben zich
dubieus uitgelaten over joden. De
Presbyteriaanse
kerk
in Amerika heeft contacten met de - door haar als 'vredelievend'
omschreven - Libanese Hezbollah, die naast het plegen van aanslagen op
Israël, ook extreem antisemitische propaganda verspreid via
haar
tv-station
Al Manar.
Hiermee is uiteraard niet gezegd dat iedereen die een boycot van
Israël voorstaat, een antisemiet is, wel dat de
boycot-oproepen
een
kwalijke
bijsmaak
hebben. Ook als men berichten van de Europese Stop-De-Muur Karavaan
leest, waarin enthousiast wordt verteld over de warme ontvangst aan de
Syrische grens (zonder een spoor van kritiek op dit land) en
verontwaardigd wordt verhaald hoe men hardhandig door Israël
uit
de bezette gebieden werd verwijderd, vraagt men zich op zijn minst af
welk wereldbeeld deze mensen hebben. Lucas Cathérine van de
Belgische boycotcampagne laat zich in verband met een oude bijnaam voor
in Israël geboren joden ontvallen:
"Dat de Israëli's hard
en stekelig zijn weten wij ondertussen wel."
Een belangrijke vraag, waarop ook in het
artikel
over anti-Zionisme
wordt ingegaan, is in hoeverre anti-Zionisme (het ontkennen van
Israëls bestaansrecht) een vorm van antisemitisme is. De
voorstanders van een boycot en vele andere critici van Israël
menen dat deze zaken strikt gescheiden zijn. Het heeft allemaal niets
met joden te maken, maar slechts met de staat Israël. Dit
onderscheid is natuurlijk een beetje vreemd. Zoiets als: 'het heeft
niks met Nederlanders te maken, maar de staat Nederland is racistisch
en moet daarom verdwijnen'. Israël is de joodse staat, en het
feit
dat de helft van de joden buiten Israël woont en niet alle
joden
Zionistisch zijn, doet daar niets aan af. De unieke positie van de
joden, waardoor zij meer dan ieder ander volk verspreid leven, is geen
rechtvaardiging hun het recht op zelfbeschikking te ontzeggen.
De manier waarop Israël wordt gedemoniseerd en als de enige
schuldige in het conflict wordt bestempeld, roept bij
Israëli's
associaties op van hoe vroeger antisemieten de joden van alles de
schuld gaven. Het is moeilijk, zo niet onmogelijk een geheel objectieve
geschiedenis te beschrijven, maar het totaal weglaten van het geweld en
de intenties van één kant is in feite niets
minder dan
geschiedvervalsing en propaganda. (Rechts-Zionistische groeperingen
doen vaak hetzelfde, en ontkennen bijvoorbeeld de massaslachting in
Deir Yassin in 1948, beweren dat alle Palestijnen vrijwillig zijn
gevlucht nadat zij hiertoe door Arabische leiders waren opgeroepen, en
beweren dat de joden aan het begin van de 20e eeuw een verlaten land in
Palestina aantroffen.)
Het joodse nationalisme is niet wezenlijk anders dan andere vormen van
nationalisme. Nationalisme kan in racisme ontaarden, maar het is niet
hetzelfde. Wie Zionisme aan racisme gelijkstelt, beweert dat joods
nationalisme wezenlijk en onontkoombaar slechter is dan elke andere
vorm van nationalisme, en dat daarom in tegenstelling tot andere volken
de joden geen recht hebben op zelfbeschikking. Dit is op zich een vorm
van racisme.
Tot slot
Een laatste opmerking over de term 'een rechtvaardige oplossing' die
veelvuldig wordt gebruikt door voorstanders van een boycot en andere
vredes- of solidariteitsgroepen: iedereen wil een 'rechtvaardige
oplossing', maar het probleem is nou juist dat men nogal van mening
verschilt over wat rechtvaardig is. Voor veel van de voornoemde groepen
betekent 'rechtvaardig' dat het hele gebied van de rivier tot de zee
één staat wordt waar de joden weer een minderheid
zullen
worden en onder een Arabisch regime moeten leven, waar zij in het beste
geval als minderheid worden getolereerd. Volgens radicale Zionisten
betekent 'rechtvaardig' in het beste geval dat de Palestijnen een soort
beperkte autonomie krijgen. Het woord 'rechtvaardig' is dus nogal
subjectief, en geenszins een garantie dat aan de behoeftes en noden van
beide partijen recht wordt gedaan.
Als een boycot van Israël geen goede methode is om het
conflict te
helpen beëindigen, welke bijdrage kunnen we dan wel van
hieruit leveren?
Op onze website besteden we aandacht aan oplossingen voor het
conflict op deze pagina:
http://www.israel-palestina.info/initiatieven_vrede.html
Meer
informatie over anti-Israël boycots:
Zionism on
the Web:
*
The
Anti-Israel Academic Boycott Resource Pages
*
Anti-Zionism
and Israel boycotts
Zionism and Israel
Information Center:
*
Boycott
Israel?
*
The
(anti) Zionism and anti-Israel boycotts and the Stop the Wall campain
*
How
to stop the UCU boycott - A strategy
*
Palestinian
Campaign for the Academic and Cultural Boycott of Israel (PACBI)
*
Comments
on the Canadian CUPE boycott
*
Anti-Zionist
arguments and myths on Zionism and
Israel FAQ
Stop the Boycott Campain (UK):
*
Stop the
Israel Boycott
*
BICOM -
Stop the Israel Boycott
Engage (UK):
*
Say no
to the Israel Boycott
Labour Start - Unions
News from Israel:
*
LabourStart
Israel News Database
Israël-Palestina
Info:
*
Boycot
Israël? (opinie)
Israël-Palestijnen Nieuwsblog:
* 4-7-2007
Israël hater Lucas Catherine ontmaskerd (in 1988 al!)
* 1-7-2007
Een Academische Kaping - Alan Dershowitz over de Israël boycot
* 23-6-2007
De Britse anti-Israël boycot campagne
* 20-4-2007
British Journalists' union boycotts Israel
* 19-4-2007
Britse journalisten vakbond stemt voor boycot Israel
* 18-4-2007
Saudis continue to boycott Israel
Washington Post:
* 24-4-2007
Why Boycott Israel? (Richard Cohen)
_____________________________________________________________________
© Dit artikel is
copyright Israël-Palestina Informatie, afgezien
van onderdelen waarvoor andere bronnen worden vermeld. Voor
overname gelieve kontakt met ons op te nemen via het e-mail adres.
Beperkte citaten voorzien van een link naar deze webpagina zijn
toegestaan.
_____________________________________________________________________