Dr. Gustavo Perednik stelde
aan de hand van zijn (Spaanstalige) boek "Judeophobia"
een
cursus
samen voor het internet,
die een geschiedkundig overzicht en analyse bevat van het antisemitisme
in Europa en elders gedurende de laatste millennia. Dit artikel is
deels gebaseerd op zijn cursus.
Antisemitisme
of judeofobie?
Gustavo Perednik geeft de voorkeur aan de term judeofobie (analoog aan
xenofobie), daar 'antisemitisme' een misleidende,
pseudowetenschappelijke term zou zijn. 'Semitisch' is immers alleen een
aanduiding voor een talengroep waar het Hebreeuws en het Arabisch toe
behoren. Semieten hebben als zodanig nooit bestaan, en anti-Semieten
evenmin: dit zouden mensen zijn die zich tegen de Semitische
talenfamilie verzetten? Terwijl antisemitisme zich uitsluitend en
alleen tegen de Joden keert, wordt het woord ook misbruikt om te
beweren dat Arabieren niet antisemitisch zouden kunnen zijn, daar zij
ook tot de 'Semieten' zouden behoren.
Perednik betoogt dat in de sociale wetenschappen fobie niet angst maar
haat betekent, zodat judeofobie een gepaste wetenschappelijk term is
voor Jodenhaat. Het voornaamste probleem van het woord, wat Perednik
niet bespreekt, is dat het alleen naar de Joodse religie lijkt te
verwijzen (analoog aan islamofobie), terwijl het in veel gevallen,
zeker sinds de 19de eeuw, haat tegen het Joodse volk betreft. Daarnaast
is het woord antisemitisme sinds de 19de eeuw zo ingeburgerd en bekend,
dat we hieraan de voorkeur blijven geven.
Antisemitisme
en racisme
Volgens sommigen is antisemitisme een vorm van racisme zoals alle
andere vormen. Uiteraard is iedere vorm van racisme verwerpelijk en
dient te worden bestreden, maar de geschiedenis van het antisemitisme
in Europa (en daarbuiten) is uniek, zoals ook de Holocaust
uniek is,
ondanks de vele verschrikkelijke bloedbaden en genocides die sindsdien
hebben plaatsgevonden. Het feit dat dit door sommigen wordt ontkend, of
dat men het soms zelfs met 'Joodse exclusiviteit' in verband brengt, is
zeer bedenkelijk.
Wat maakt antisemitisme uniek? Perednik onderscheidt verschillende
kenmerken:
Het is de oudste haat jegens een volk. Hoewel de meningen verschillen
over het ontstaan van antisemitisme, waren er al vooroordelen en
typisch antisemitische stereotyperingen in de oudheid en zelfs onder de
oude Egyptenaren. Antisemitisme is tevens nagenoeg universeel, het komt
in bijna alle landen voor. Vrijwel overal zijn Joden op een zeker
moment verdreven of aangevallen en gedood omdat zij Joden waren.
Antisemitisme lijkt permanent, het kan eeuwenlang blijven voortbestaan
in een land, ook nadat de Joodse gemeenschap daar is verdwenen of nog
slechts uit enkele tientallen of honderden mensen bestaat. In
bijvoorbeeld Engeland en Spanje werden eeuwen na hun verdrijving nog
Joodse stereotypes opgevoerd. In Japan en het naoorlogse Polen leeft
het antisemitisme ondanks de minieme aantallen Joden in die landen.
Vooroordelen tegen Joden zitten zo diep geworteld dat we het vaak niet
in de gaten hebben, en zijn ook daarom zo moeilijk uit te bannen. Joden
zijn vaak een ware obsessie voor de antisemiet en hij zal niet rusten
voor hij het 'probleem' heeft opgelost. De cultivering van
clichés en stereotypes over Joden via moppen, cartoons en
verhalen zijn dan ook gevaarlijker dan stereotypes over Belgen of
Duitsers, omdat ze mede een basis leggen voor geweld en vervolging.
Als laatste en wellicht belangrijkste kenmerk van antisemitisme, noemt
Perednik haar fantastische basis. Haat tegen de meeste minderheden is
gebaseerd op een verkeerde interpretatie van de werkelijkheid: de
werkloosheid stijgt, de normen verloederen en onveiligheid en
onzekerheid nemen toe, en recente immigranten worden als zondebok
aangewezen. Joden daarentegen zijn beschuldigd van het vermoorden en
opeten van niet-Joodse kinderen, het verspreiden van de pest (of AIDS
of Vogelgriep), het controleren en manipuleren van de wereld via
politiek, media en handel, het veroorzaken van oorlogen en revoluties,
het vermoorden van God of het fabriceren van de Holocaust.
Daar kan aan worden toegevoegd: geen ander volk wordt er van
beschuldigd teveel invloed te hebben, uit te zijn op wereldmacht en
achter de schermen alle touwtjes in handen te hebben.
Een kenmerk van racisme is het plakken van bepaalde kenmerken of daden
van individuen op de hele groep ('alle Marokkanen zijn agressief,
fundamentalistisch en tegen onze Westerse samenleving', zoals Geert
Wilders regelmatig suggereert), maar bij de Joden hebben ook de
enkelingen het niet gedaan.
In hoeverre alle door Perednik genoemde kenmerken werkelijk uniek zijn
is een punt van discussie. Zo zijn ook vooroordelen over sommige andere
volken of 'rassen' zoals negers of zigeuners behoorlijk hardnekkig en
hebben die ook tot het nodige geweld en vervolgingen geleid. Echter,
zelfs als niet ieder apart kenmerk volkomen uniek is, de combinatie is
dat zeker.
Oorzaken
antisemitisme
Perednik bespreekt verschillende mogelijke oorzaken van antisemitisme.
Een in het oog springende oorzaak is het religieuze conflict tussen
christendom en jodendom. Aangezien het christendom uit het jodendom voortkwam
en zich als enige en legitieme opvolger ervan presenteerde, moest zij
het
jodendom wel in diskrediet brengen. Wat is anders de rechtvaardiging
voor een nieuwe religie, die zich op dezelfde bronnen en geschiedenis
baseert? Om aan populariteit te winnen, kon zij natuurlijk niet als een
gemakzuchtige variant van het jodendom gezien worden. Dit in diskrediet
brengen van het jodendom begon met de beschuldiging dat de Joden Jezus
niet accepteerden als Messias en hem hadden vermoord. Door de Romeinen
van deze schuld vrij te pleiten werd bovendien de weg vrij gemaakt voor
Romeinse acceptatie van het christendom en speelde men handig in
op anti-Joodse sentimenten onder de Romeinen. In de eeuwen die
volgden
werden hier allerlei beschuldigingen aan toegevoegd, en werden
Joden neergezet
als aanbidders van Satan die door God waren vervloekt. Dat
verklaarde ook waarom hun tempel was verwoest, zij uit hun land waren
verdreven en er zo slecht aan toe waren.
De christenen zouden bovendien jaloers zijn op de Joodse geschiedenis
en hun die willen afnemen en zichzelf toe-eigenen. De
vervangingstheologie, waarin het verbond tussen de Joden en God niet
meer zou gelden en zijn overgedragen op de christenen, is hiervan een
duidelijk voorbeeld.
Voor de islam geldt grotendeels hetzelfde religieuze conflict. De Joden
wezen na Jezus als Messias en zoon van God ook Mohammed af als de
laatste profeet. De islam beschouwt de Joodse profeten en ook Jezus met
terugwerkende kracht als moslims, en de Joden als afvalligen die van
het rechte pad van hun profeten zijn afgedwaald. Overigens zou Mohammed
door een Joodse vrouw zijn vergiftigd.
Een Zionistische
verklaring voor antisemitisme is, dat men de Joden
minachtte en aanviel omdat zij geen macht hadden, geen grond mochten
bezitten en niet op een 'normale' manier hun geld konden verdienen. Zij
waren een 'ghost nation' (spookvolk), een volk dat geen eenheid was en
geen nationale symbolen had, een volk dat altijd overal te gast was en
nooit gastheer. De enige manier om een einde aan het antisemitisme te
maken, was te zorgen dat Joden niet meer weerloos waren, maar vrij en
onafhankelijk. Assimilatiepogingen faalden omdat geassimileerde Joden
toch Joden blijven voor de meeste mensen. Sommige Zionisten voorspelden
al in de jaren 1930 dat er een ongekende ramp zou plaatsvinden,
bijvoorbeeld de revisionistische leider Jabotinski riep de Poolse Joden
op hun land te ontvluchten voor het te laat was.
Jodendom
Andere
theorieën leggen de
oorzaak bij kenmerken van het jodendom
zelf. Zo zou het jodendom de woede van machthebbers over zich afroepen
omdat het van nature anti-autoritair is en uitgaat van de autonomie en
waarde van het individu. Joden zouden daarom meer dan andere volken
hebben gerebelleerd tegen de Romeinse en Griekse machthebbers, en in
hun identiteit en geschiedenis neemt de uittocht uit Egypte, en dus het
verzet tegen en bevrijding uit de slavernij, een centrale plaats in.
Zij gaven zich niet snel gewonnen, en waren niet bereid hun eigen
levensstijl en normen op te geven of andere Goden en religieuze
gebruiken te accepteren. Ze weigerden op zaterdag te werken, toen een
rustdag in de week nog onbekend was onder andere volken. Machthebbers
zouden vrezen dat hun eigen
onderdanen door deze opstandigheid zouden worden aangetast en
probeerden beïnvloeding te voorkomen door de Joden zwart te
maken
en de bevolking tegen hen op te zetten.
Ook in latere hervormings- of revolutionaire bewegingen speelden de
Joden een grote rol, zoals de verlichting en het socialisme. Dit is
mede te verklaren omdat zij van de veranderingen en gelijkberechtiging
die deze bewegingen nastreefden in het bijzonder hoopten te profiteren.
Het jodendom kon wellicht juist 'puur' en compromisloos blijven omdat
het geen macht had en het een relatief kleine gemeenschap bleef.
Overigens hebben veel Joden na de middeleeuwen, toen zij uit de getto's
kwamen en meer rechten kregen, wel degelijk veel van hun eigenheid en
tradities opgegeven, velen veranderden hun namen zodat ze niet meer
Joods klonken, en er zijn door de eeuwen heen heel wat Joden (gedwongen
en vrijwillig) bekeerd. Het Jodendom is niet de enige religie of volk
waarin de eigen achtergrond en oorsprong als vrijheidslievend wordt
neergezet, en men door anderen werd geknecht waaruit men zich
vervolgens wist te bevrijden. Toch is het waar dat het Jodendom voor
zijn tijd vooruitstrevend was, en Joden in verschillende tijden tot de
hervormers of revolutionairen behoorden. Zo waren veel Joden in de
anti-apartheidsbeweging en de Amerikaanse burgerrechtenbeweging actief,
wat direct terug te voeren is op het principe van 'tikkun
olam'
(de
wereld repareren). Vanuit eenzelfde idealisme zijn veel Joden juist
bijzonder kritisch ten opzichte van Israel.
Antisemitisme
in de Oudheid, het Romeinse Rijk en het vroege christendom
Het Hellenistische Alexandrië van 300 voor Christus, de
belangrijkste stad in de oudheid, kende een grote en welvarende Joodse
bevolkingsgroep, die bij anderen jaloezie opriep. Egyptenaren zouden
bovendien het Joodse Exodusverhaal als krenkend ervaren voor hun
nationale trots. Verschillende Egyptische en Griekse schrijvers
vervormden de Joodse geschiedenis en gaven af op de religie: zij zouden
als melaatsen uit Egypte verbannen zijn, en hun onzichtbare, naamloze
God zou een mensenhater zijn, die hen de meest bizarre wetten oplegde.
Zo mochten ze geen varkensvlees eten en op zaterdag niet werken (wat
hen tevens het predicaat 'lui' opleverde). Zij zonderden zich met hun
rare gewoonten en regels af van de niet-joden. In de eerste eeuw voor
Christus dook voor het eerst de bloedlaster op, waarbij joden een
niet-jood ritueel zouden vermoorden en offeren in hun tempel. Doorgaans
bleef het bij literaire lasterpraat, zonder dat dit leidde tot
fysieke vervolging van joden, maar ze werd wel steeds weer
doorgegeven en uitgebreid, en door de Romeinen van de Grieken
overgenomen.
Ook Rome kende een grote Joodse minderheid, wiens religieuze
voorschriften wrijving veroorzaakten met de Romeinse cultus en
gebruiken. Romeinse schrijvers gaven dan ook veelvuldig af op de
'perverse' Joodse leefwijze.
Antisemitisme werd
echter pas de
norm na de opkomst van het
christendom. In de eerste eeuw na Christus scheidde het christendom
zich geleidelijk af van het jodendom, toen bleek dat de overgrote
meerderheid van de Joden Jezus niet als de Messias en als 'zoon van
God' aanvaardde. Perednik betoogt op grond van tegenstrijdigheden in
het verhaal, dat het Bijbelverhaal van de kruisiging van Jezus
opzettelijk is verdraaid om de Joden de schuld te geven en de Romeinen
vrij te pleiten. Zo zou de joodse Sanhedrin nooit tijdens feestdagen
bijeenkomen, slechts hoogst zelden een doodvonnis uitspreken, en was
het volgens de joodse wet helemaal niet strafbaar om te beweren de zoon
van God te zijn. Verder was de Sanhedrin zelf bevoegd om doodvonnissen
uit te voeren: waarom naar de Romeinse gouverneur stappen en erop
aandringen dat Jezus gekruisigd wordt, een Romeinse straf? En waarom
zou Pilatus zijn handen in onschuld wassen, een Joods gebruik en geen
Romeins?
Door de rollen om te draaien, de Romeinen vrij te pleiten van de
'Godsmoord' en de Joden te beschuldigen, konden de vroege christenen
zich afzetten tegen de Joden en makkelijker geaccepteerd worden in het
Romeinse Rijk. De Joden zouden door hun zonden in ongenade zijn
gevallen en de volgelingen van Jezus zouden de werkelijke erfgenamen
van Gods belofte aan Israël zijn.
De vernietiging van
de Tweede
Tempel en de verbanning van de Joden uit
Jeruzalem door de Romeinen, leek hen hierin gelijk te geven. Toch bleef
het voortbestaan van het jodendom als levend geloof in de diaspora een
probleem voor de christelijke kerk. Als de christenen nu het
uitverkoren volk waren, wat dan met het voorheen uitverkoren volk? Als
verbrekers van hun verbond met God moesten zij boeten voor hun
zonden, het kon hen niet goed vergaan. Op zijn best waren zij een
uitdaging voor de christenen om hen alsnog te bekeren tot het ware
geloof, ofwel ze moesten als afschrikwekkend voorbeeld dienen van hoe
het zondaars vergaat. In de navolgende eeuwen werd het
christendom de officiële religie van het Romeinse Rijk en
werden
de Joden in theologische geschriften steeds verder zwart gemaakt, van
Godsmoord beschuldigd en neergezet als ongelovig, hebzuchtig, door de
Duivel bezeten enz. Bij tijd en wijle ontaardde dit in het verbranden
van joodse geschriften en synagogen, moordpartijen, gedwongen
bekeringen of verdrijvingen.
Het Romeinse Rijk volgde de kerkelijke discriminatie van Joden ten dele
via aan hen opgelegde belastingen en beperking van hun geloofsuitingen.
Latere Europese heersers gingen hier wisselend mee om. Karel de Grote,
zijn zoon Lodewijk de Vrome en kleinzoon Karel de Kale weigerden de
kerkelijke anti-Joodse regels goed te keuren, maar hun navolgers gaven
vaak toe aan de zware kerkelijke druk. Met name in de Middeleeuwen
werden tal van discriminerende Pauselijke wetten uitgevaardigd die
Joden verplichtten speciale herkenbare kleding te dragen, zich in
getto's te vestigen of hen verbanden uit Pauselijk gebied
(midden-Italië), Joodse
praktijken verboden of hen poogden te bekeren.
Gedwongen bekeringen kwamen voor van de 5de tot in de 19de eeuw. Hoewel
de regel was dat het christelijke geloof vrijwillig diende te worden
aangenomen was die vrijwilligheid een rekbaar begrip. Wie in de
Middeleeuwen hoe dan ook gedoopt was en door de kerk als zodanig
erkend, kon niet meer terug, want op afvalligheid stond de doodstraf.
Het bekendste voorbeeld is de Spaanse inquisitie en de daar onder dwang
gedoopte Joden die heimelijk hun joodse geloof bleven beoefenen.
Een andere eeuwenlange praktijk was het verplichten van Joden om
speciale preken bij te wonen gericht op hun bekering, op zaterdag in de
synagoge of in een kerk. Tevens werd eeuwenlang het bestuderen van de
Talmoed verboden, en werden op Pauselijk of bisschoppelijk gezag
meermaals Talmoeds en andere Joodse boeken verzameld en op de
brandstapel geworpen.
Ook het opsluiten van de Joden in getto's, dat in de Middeleeuwen in
zwang kam in de meeste Europese steden met Joodse gemeenschappen, was
een idee van de kerk om Joden van christenen te scheidden, hen te
vernederen en de druk op te voeren zich te bekeren tot het christendom.
Antisemitisme
tijdens de Middeleeuwen en de Kruistochten
Grootschalige
moordpartijen en verdrijvingen van Joden uit steden en
uit hele landen kwamen in de vroege eeuwen van het christendom
sporadisch voor, zoals rond 480 in Antiochië. In de
Middeleeuwen,
toen de katholieke kerk het hoogtepunt van haar macht bereikte en de
kruistochten begonnen, werden ze bijna de norm.
Hoewel de eerste
kruistocht
(1096-1099) door de Paus bedoeld was om
Jeruzalem van de ongelovige moslims te bevrijden, meenden veel
aanvoerders en deelnemers er goed aan te doen om eerst af te rekenen
met de ongelovigen in eigen land. Joodse gemeenschappen in delen van
Frankrijk, het Rijnland, Mainz, Bohemen en Praag werden aangevallen,
beroofd, tot bekering gedwongen of uitgemoord. In veel plaatsen
probeerden bisschoppen, lokale geestelijken en burgers de Joden in
bescherming te nemen of te verstoppen, maar nochtans werden naar
schatting zeker tienduizend door de kruisvaarders vermoord of
pleegden zelfmoord. Ook in Jeruzalem
aangekomen werden daar bijna alle Joden samen met de moslims uitgemoord.
De tweede kruistocht (1147-1149) verliep vergelijkbaar met een serie
moordpartijen in Frankrijk en Duitsland (o.a. het Rijnland, Keulen,
Mainz en Worms), en bij de derde kruistocht (1189-1192), geleid door
koning Richard Leeuwenhart, waren vooral de Engelse Joden het
slachtoffer van massale slachtingen.
Als gevolg van de kruistochten zochten Joden in toenemende mate
bescherming van koningen en plaatselijke heersers, waarvoor ze fors
moesten betalen. Nochtans bood dit geen echte veiligheid. Met name in
de 14de eeuw vonden er met regelmaat slachtpartijen plaats door
religieuze fanaten en opgehitste menigten. De eerste bekende pogrom in
Nederland
had plaats in 1309 te Born bij Sittard, waar het kasteel in brand werd
gestoken met daarin meer dan honderd Joden die hier hun toevlucht
hadden
gezocht bij de landsheer. De Tielse kroniek meldt: "In
Duitsland, Brabant, Vlaanderen, Henegouwen en Holland heeft in 1309 een
grote menigte mensen zich met het Kruis getooid en overal in de landen
vele Joden vermoord."
Tijdens de pest epidemie van
1348-1350 vond de laatste grote slachting van de Middeleeuwen
plaats. Een derde van de Europese
bevolking zou door de 'Zwarte Dood' zijn omgekomen. De Joodse
gemeenschappen werd minder zwaar getroffen vanwege hun
hygiënische
regels, maar zij werden ervan beschuldigd de waterbronnen te hebben
vergiftigd en werden massaal uitgemoord, ook op diverse plaatsen in
Nederland.
Gedurende de middeleeuwen kwamen allerlei christelijke mythes over de
Joden in zwang. Zo was er de bloedlaster, die teruggreep op een mythe
uit de oudheid, en nu (met allerlei varianten) inhield dat Joden het op
satanische wijze gemunt hadden op christelijke kinderen, die ze
ontvoerden en vermoorden om hun bloed voor anti-christelijke rituelen
of tijdens Pesach als ingrediënt voor hun matzes te gebruiken.
Soms zou het kind voorheen zijn vetgemest of gekruisigd. Christelijke
en wereldlijke leiders spraken zich doorgaans tegen deze mythe uit,
maar slachtoffers van de vermeende kindermoorden werden door de kerk
vaak als martelaar herdacht en vereerd, waarmee de mythe werd gevoed.
Joodse gemeenschappen die van deze bloedlaster waren beschuldigd,
werden vaak gemarteld om een bekentenis af te dwingen, vervolgens
vermoord of verbannen met inbeslagname van hun bezittingen.
Ook de mythe van de ontwijding van de hostie leverde in de middeleeuwen
tientallen moordpartijen op, vooral in Duitsland maar ook in 1370 in
België. De Joden zouden uit haat voor Christus en de
christenen
hosties -die het lichaam van Christus voorstellen- ontwijden en
'martelen'.
Gedurende en na de
Middeleeuwen
werden Joodse gemeenschappen verdreven en verbannen uit tal van
Europese landen, zoals in 1290 uit Engeland (tot 1650), in 1306 en 1394
uit Frankrijk (tot 1789), in 1492 uit Spanje (tot 1924!) en 1497 uit
Portugal, en uit Duitse steden en landen gedurende verschillende
perioden. Ook in de Spaanse Nederlanden (België en delen van
Limburg) mochten zich eeuwenlang geen Joden vestigen.
De
Reformatie
In 1517 begin met Martin Luther de reformatie, maar die bracht -zeker
aanvankelijk- alles behalve verbetering voor de positie van de Joden.
Luther was ronduit een antisemiet, die hard uithaalde naar de Joden
toen ze ook bekering tot zijn nieuwe, 'verbeterde versie' van het
christendom afwezen. In zijn laatste boek "Over de Joden en hun
leugens" uit 1543, noemde Luther de Joden de 'anti-Christus' en een
duivelse last. Hij riep op tot de gewelddadige verdrijving van de Joden
uit Duitsland, het afbranden van hun synagoges en een verbod op hun
gebedsboeken, Talmoed en godsdienst. 'God haat de Joden, dus wij moeten
ze niet in ons midden tolereren' was het devies.
Een reeks van pogroms was het gevolg.
Calvijn was weinig minder negatief over de Joden, en noemde hen 'de
allerheftigste vijanden van Christus zelf', maar desondanks hadden de
onderdrukte Nederlandse protestanten die tegen het Spaanse katholieke
gezag in opstand kwamen, de waarde van de godsdienstvrijheid leren
waarderen. De Republiek der Zeven Provinciën werd in de 17de
eeuw
daarom een toevluchtsoord voor niet alleen vervolgde protestanten van
verschillende overtuigingen (waaronder de bekende Franse Hugenoten),
maar ook voor vervolgde Joden die onder meer uit Spanje, Portugal,
Frankrijk en de Spaanse Nederlanden verdreven waren, en die hier
relatief veilig en vrij hun geloof konden uitoefenen. Ook verschillende
protestantse Duitse vorsten namen een tolerante houding aan. Van
gelijke rechten was echter geen sprake.
De
Verlichting en de emancipatie
Van de grote Europese
denkers
moesten de Joden het niet hebben. Zelfs de grote profeet van de
Verlichting, Voltaire, ging flink tekeer tegen de Joden, onder meer in
zijn filosofisch woordenboek. Na de Franse Revolutie kregen de Joden
nochtans gelijke rechten als andere burgers. Napoleon stelde in 1806
een raad in (genoemd Grand Sanhedrin) van Joodse rabbi's en leiders om
hun integratie te bevorderen en tegelijkertijd een
hiërarchische
organisatie op te bouwen die door hem gecontroleerd kon worden. Er
moesten Joodse religieuze richtlijnen opgesteld worden die niet botsten
met de christelijke omgeving en die voor Joden evenveel gezag moesten
krijgen als
de Talmoed en zelfs de Thora. Later beperkte Napoleon de rechten van de
Joden om handel te drijven, waarmee hij de gelijkberechtiging
aantastte. Doel was om de toestroom van Joden uit het oosten af te
remmen, die werden aangetrokken door de gelijkberechtiging onder het
Franse bestuur.
De Sanhedrin werd
aanleiding tot
de eerste moderne antisemitische mythe, namelijk dat dit een voorheen
geheime Joodse samenzwering was die achter de schermen in Europa
controle uitoefende. Dit thema, later door de Russische geheime dienst
uitgewerkt in de 'Protocollen
van de Wijzen van Zion',
is tot op de dag
van vandaag populair bij Westerse antisemieten en Arabieren.
Na de nederlaag van
Napoleon in
1814, werd de gelijkberechtiging van de Joden in landen als
Italië
en Duitsland weer teruggedraaid, om pas rond 1870 weer te worden
doorgevoerd, toen beiden eenheidsstaten werden. De meeste andere
Europese landen hebben ook in de loop van de 19de eeuw Joden gelijke
rechten gegeven, inclusief in 1839 het Ottomaanse Rijk.
Het vooral religieus
georiënteerde antisemitisme van het Ancien Regime werd in de
loop
van de 19de eeuw in veel gevallen opgevolgd door sociaal-economisch of
racistisch antisemitisme.
In Frankrijk werden
de Joden door
verschillende 'denkers' als geldwoekeraars neergezet, en naarmate een
aantal Joden succesvol opklom in de maatschappij, zoals de industrie of
krantenwereld, werden ze verdacht gemaakt als een minderheidsgroep die
het
Franse vaderland zou controleren. De Dreyfus
Affaire aan het eind van
de 19de eeuw toonde tot ontzetting van velen aan hoe diep het
antisemitisme nog was verankerd in de bakermat van vrijheid, gelijkheid
en broederschap.
In Duitsland waren
racistische
theorieën - waarbij het Germaanse ras het hoogste en het
zuiverste
zou zijn - al vrij populair toen in 1871 de Joden gelijke rechten
kregen. De Joden werden daarentegen door sommigen als een
minderwaardig, 'Semitisch' ras beschouwd, waarmee vermenging voorkomen
moest worden en die uit hoge posities geweerd moesten worden. Daartoe
werden in Duitsland en Oostenrijk anti-Joodse allianties en
antisemietenbonden opgericht. Al voor 1900 wisten antisemitische
politieke partijen zetels te veroveren.
Rusland telde na de
annexatie van
een groot deel van Polen eind 18de eeuw de helft van alle Joden
wereldwijd tot haar onderdanen (5 van de geschatte 10 miljoen Joden),
die alleen in bepaalde gebieden mochten wonen. In het Russische
Tsarenrijk kwam de bloedlaster in de 19de eeuw nog geregeld voor, met
soms jarenlange rechtszaken tot gevolg. Tsaar Nicolas I voerde
daarnaast in 1827 een dienstplicht in, waarbij een quota aan Joodse
kinderen voor 25 jaar dienst in het Tsaristische leger werd gevorderd.
Deze kinderen kregen met een ijzeren regime te maken, waarbij tevens
werd geprobeerd hen tot het christendom te bekeren. In 30 jaar tijd
werden zo bijna 40.000 Joodse kinderen gerekruteerd, waarbij een deel
al omkwam op weg naar de kazernes.
Zijn opvolger
Alexander II schafte
deze gehate dienstplicht af, en kende de Joden meer vrijheid toe. Ook
in Rusland begon zo een proces van assimilatie en maatschappelijke
opgang in de kunsten, journalistiek, economie, politiek en wetenschap.
Ook hier zette dit soms kwaad bloed bij de niet-Joden, die hen
betichtten van uitbuiting en parasiteren, en van het bedreigen van de
christelijke cultuur en staatsorde. De moordaanslag in 1881 op
Alexander II, door een revolutionaire groep waar een Joodse vrouw deel
van uitmaakte, leidde tot een serie bloedige pogroms, aangewakkerd door
zijn opvolger Alexander III, die de liberale maatregelen van zijn vader
goeddeels terugdraaide en een reactionair en repressief beleid voerde.
Anderhalf miljoen Joden zijn nadien Rusland ontvlucht.
Onder de laatste tsaar, Nicolas II, bracht de geheime politie de
vervalste Protocollen van de Wijzen van Zion naar buiten, die het
eigenlijke verslag van het zionistische congres van 1897 zouden zijn.
In 1917 werden ze internationaal bekend door de aandacht van
verschillende Westerse kranten en van de Amerikaanse autofabrikant
Henry Ford, maar in 1921 werden ze ontmaskerd als vervalsing, ontleend
aan de tekst van een Frans satirisch boek. Desondanks worden de
'Protocollen' ook vandaag de dag nog voor waar gehouden door sommigen
in met name het voormalige Oostblok en velen in de Arabische wereld.
Marxisme
en communisme
Karl Marx, zoon van
een Joodse
advocaat die zich in 1816 noodgedwongen tot het protestantisme had
bekeerd (na het terugdraaien van de emancipatie in Duitsland mochten
Joden dit beroep niet meer uitoefenen), verkondigde stereotypen van
Joden als sjacheraars en geldaanbidders, die op wereldlijk vlak een
produkt van het kapitalisme waren, en die als zodanig na de grote
'Kladderadatsj' (de ineenstorting van het kapitalistische systeem)
vanzelf zouden verdwijnen, dwz. opgaan in het
arbeidersparadijs. Hij negeerde het bestaan van een Joods
proletariaat, en ook de pogromslachtoffers lieten hem onbewogen, die
vanuit Oost-Europa naar Londen vluchtten in de tijd dat Marx daar
woonde.
Hoewel
atheïst (Marx
beschouwde religie als 'opium
voor het volk'), was zijn beeld van een
oorspronkelijk paradijs en van een toekomstige communistische heilstaat
duidelijk geïnspireerd op Bijbelse voorstellingen.
Na de Russische
revolutie van 1917 hoopten velen op gelijke rechten voor de Joden.
Hoewel Lenin zelf niet Judeofoob was (zijn grootvader was overigens een
bekeerde Jood), werd al tijdens zijn bewind de Joodse nationaliteit
ontkend, en Zionisme, de Hebreeuwse taal en Joods onderwijs verboden
als zijnde contra-revolutionair. Het Joodse gemeenschapsleven en
cultuur werd in de beginjaren van de Sovjet-Unie stelselmatig
vernietigd, onder
leiding nog wel van Joodse revolutionairen, die in de jaren 1930 zelf
het slachtoffer werden van Stalins
zuiveringen. Stalin
was een uitgesproken antisemiet. Onder zijn bewind werden
Joden naar het verre oosten van de Sovjet-Unie gelokt, om daar
hoegenaamd een autonome Joodse regio te stichten, waar zij hun eigen
socialistische Joodse cultuur konden ontwikkelen. Dit moest tegenwicht
bieden aan zowel het Zionisme als aan de Japanse expansie in China.
Door de zuiveringen in de dertiger jaren en het uitbreken van de Tweede
Wereldoorlog raakte dit project in het slop.
Jodenvervolging vond in de Sovjet-Unie vaak plaats onder
het mom van 'antizionisme',
maar soms ook openlijk door Joden te beschuldigen van landverraad en
internationale samenzweringen, en Joden ter dood te veroordelen waar
anderen gevangenisstraffen kregen. In de Sovjet-geschiedschrijving over
het Naziregime werd zelfs de gehele Holocaust genegeerd.
Dit weerhield
Westerse Trotskisten en anarchisten er na de oorlog niet van om de
Holocaust af te doen als 'Stalinistische propaganda'.
Tegelijkertijd wijzen
rechtse
antisemieten continu naar 'de Joden' als uitvinders van het communisme
en aanstichters van revoluties en oorlogen. Tijdens de Russische
burgeroorlog werden onschuldige Joden dan ook massaal afgeslacht door
de anticommunisten.
Selectief humanisme
met schijnbare
onverschilligheid voor Jodenvervolging, en het ontkennen van het
bestaan van antisemitisme, zijn fenomenen die bij radikaal-links
regelmatig terugkomen, zelfs bij revolutionairen met een Joodse
achtergrond. Zo vroeg Rosa Luxemburg in 1916 retorisch waarom ze zich
meer zou bekommeren om de sores in een Joods getto dan om de uitbuiting
van negers in Afrika. Linkse extremisten volgden de Sovjetpropaganda in
het gelijkstellen van Zionisme
met Nazisme, en werkten in de jaren 1970 volop samen met Palestijnse
terroristen, zoals bij de vliegtuigkaping in 1976 die eindigde in
Entebbe. Ook na het einde van de Sovjetunie wordt het antizionisme
nog fel uitgedragen door 'linkse' regimes als dat van Hugo Chavez in
Venezuela.
In het Westen wordt
het
uitzonderlijke karakter van antisemitisme en van de Holocaust 60 jaar
na dato in toenemende mate weer gebagatelliseerd, vooral binnen links,
dat ze op gelijke voet wil zetten met racisme en met andere genocides.
Analoog aan islamitische en Arabische Holocaustontkenners, ziet men
deze vaak als onterechte rechtvaardiging voor het Zionisme
en de stichting van Israël. Volgens deze denkwijze zou juist
de
bijzondere aandacht voor antisemitisme en de Holocaust getuigen van
selectiviteit en Joden en Israël zo ten onrechte op een
voetstuk
plaatsen als de ultieme slachtoffers die zo een uitzonderingspositie
zouden hebben. In een bizarre omdraaiing van de werkelijkheid worden
het bestaan en de daden van de staat Israël soms aangewezen
als de
oorzaak van hedendaags antisemitisme.
Nazisme,
christendom en de Holocaust
Hoewel de rassenleer
van de Nazi's
het Germaanse 'Arische ras' boven alle andere vermeende rassen
plaatste, met name boven het 'Semitische' (Joods en Arabisch) en het
'Negroïde ras', was de Nazi-politiek en -propaganda
grotendeels
gericht tegen de Joden, die werden gezien als erfvijanden en grootste
bedreiging voor het Duitse volk en rijk. Zo waren de Neurenberger
Wetten van 1935 ook alleen expliciet tegen de Joden gericht, en werkte
Hitler samen met Arabische 'Semieten' zoals de moefti
van Jeruzalem,
die tijdens de oorlog als gast van de Nazi's in Berlijn verbleef en die
in Bosnië een moslim SS-leger leidde dat Joden en partizanen
vermoordde.
Het antisemitisme van
de Nazi's
leidde ertoe dat uiteindelijk de totale uitroeiing van de Joden als het
hoogste oorlogsdoel werd gezien. Eenderde van de totale Joodse
wereldbevolking werd uiteindelijk daadwerkelijk door de Nazi's
uitgemoord, grotendeels op industriële wijze in vernietigings-
en
concentratiekampen, iets waarvan het Joodse volk zich tot op heden
zowel fysiek als mentaal nog niet heeft hersteld.
De geschiedenis van
bijna 2000
jaar christelijk antisemitisme laat echter zien dat de Jodenvervolging
onder de Nazi's geen nieuw, geïsoleerd fenomeen was, maar een
nieuwe en extreme uitingsvorm van een haat die zich diep had ingegraven
in de Europese, christelijke cultuur. Het was misschien raar dat zij
juist in een modern, hoogontwikkeld en 'beschaafd' land plaatsvond, het
land van Goethe en Beethoven en Heine, maar eigenlijk een logisch
gevolg van alle haatzaaierij en uitsluiting van de eeuwen daarvoor.
Zonder de Nazi's had
de Holocaust
niet plaats gevonden, maar zonder actieve en passieve medewerking van
de bevolking in de door Duitsland bezette landen, van politieagenten,
ambtenaren, spoorpersoneel en collaborateurs, had zij niet op deze
schaal kunnen worden uitgevoerd.
Tijdens haar vele
toespraken
vanuit Groot-Brittannië, had koningin Wilhelmina het
nauwelijks
over de Joden, hoewel zij eerder dan de meeste mensen wist wat er met
hen gebeurde. Waren zij geen landgenoten? De geallieerden hadden de
treinrails naar Auschwitz kunnen bombarderen maar deden dat niet, en
dat was niet omdat dit te ver was en de bommenwerpers dan geen
brandstof hadden om terug te vliegen, want andere even ver weg gelegen
doelen werden wel gebombardeerd. De houding
van de katholieke kerk tijdens de oorlog
is wel bekend, maar werd toch nooit echt een issue, en de kerk zelf
blijft haar rol rooskleuriger voorstellen en rechtvaardigen.
Er zijn verschillende
aanwijzingen
dat de Nazi's op meer tegenstand hadden gerekend, en dat men wel
degelijk gevoelig was voor de internationale opinie en zeker de
opstelling van de kerk. In Tsjechië werd een model
concentratiekamp ingericht, dat de buitenwereld ervan moest overtuigen
dat het allemaal wel meeviel en de Joden goed werden behandeld. Na
luide protesten van onder meer de kerk over het doden van gehandicapten
zijn de Nazi's daarmee gestopt.
Direct na de oorlog
werden de
Joodse overlevenden uit de concentratiekampen vaak kil ontvangen in
Nederland. Men kreeg geroofde goederen en door anderen bewoonde huizen
vaak niet terug, voor hun leed was geen plaats en bij sommigen
schemerde zelfs een gevoel van spijt door dat ze terug waren gekeerd.
Hun eisen, bijvoorbeeld om kinderen die waren achtergebleven bij
niet-Joodse gezinnen, terug te krijgen, werden als onredelijk
voorgesteld, en daarbij kwamen antisemitische noties vaker om de hoek
kijken.
Met moeite en in veel
te
voorzichtige bewoordingen heeft de katholieke kerk excuses gemaakt voor
haar houding tijdens de oorlog en ook de eeuwen daaraan voorafgaand, en
is de beschuldiging dat de Joden Jezus hebben vermoord officieel
herroepen (pas in 1965!). Over de bloedsmaad, de verdrijvingen, de
vernederingen, de gedwongen bekeringen, het geweld, de diepe minachting
en haat, die allen eerder regel dan uitzondering waren, wordt verder
zelden nog gesproken.
In het onderwijs en
in de kerk
zelf wordt weinig aandacht besteedt aan deze duistere geschiedenis, en
de invloed die van de kerk op de bevolking uitging en dus ook op hun
houding tegenover Joden. De Holocaust wordt - met alle aandacht die
ervoor is, de vele herdenkingen, reportages, verhalen van overlevenden
etc. - zelden in verband gebracht met onder andere het kerkelijke
antisemitisme. Er is dan ook niet veel aandacht voor de specifieke
oorzaken van antisemitisme, buiten de zogenaamde zondebok theorie:
machthebbers zoeken in tijden van (economische) tegenspoed naar een
zondebok en de Joden waren een makkelijk doelwit.
Iets vergelijkbaars
zie je wat
betreft Israëls stichting: die wordt alom gezien als gevolg
van de
Holocaust, en pas in de tweede plaats als gevolg van het Europese en
wereldwijde antisemitisme op zich.
De afname van het
antisemitisme in
Europa wordt algemeen vooral aan de Holocaust toegeschreven. Zelfs
sommige antisemieten schrokken daarvan en gunden dit de Joden niet, en
het gevoel van schuld en schaamte was enorm. Was het voor de oorlog
normaal bepaalde grapjes over Joden te maken of ze met louche
praktijken in verband te brengen, na de oorlog werd ieder negatief
woord
taboe. Dit gold overigens niet alleen voor kritiek op Joden. Tot in de
jaren '90 was je al snel een racist als je wees op de hogere
criminaliteit onder allochtonen, of meende dat buitenlanders zich aan
onze cultuur aan moeten passen. Tegenwoordig is zelfs de vraag of
Wilders een racist is geen uitgemaakte zaak. Ook over Joden mag, onder
het mom van antizionisme,
weer van alles gezegd worden. Toch is onze houding tegenover
minderheden fundamenteel veranderd sinds het begin van de vorige eeuw.
Door de gestegen welvaart en ontkerkelijking zijn we toleranter
geworden tegenover andere culturen en religies, en de idee dat iedere
inwoner van Nederland dezelfde rechten heeft ongeacht sexe, afkomst,
sexuele geaardheid of religie is redelijk algemeen geaccepteerd (en
opgenomen in de grondwet).
Israël
Het schokeffect van
de wreedheden van de Tweede
Wereldoorlog in het algemeen en de Holocaust in het
bijzonder, lag mede ten grondslag aan de oprichting van de Verenigde
Naties
en later de Europese Unie, de Verklaring van de Rechten van de
Mens, de Geneefse Conventie van
1949 en andere internationale verdragen. Het vergrootte daarnaast de
steun onder zowel Joden als niet-Joden voor de stichting van een Joodse
staat, een projekt dat al 50 jaar voordien in de steigers was gezet,
mede - maar niet alleen - als antwoord op het schijnbaar onuitroeibare
antisemitisme in Europa en de pogroms in Oost-Europa.
De stichting van
Israël in
1948 heeft de positie van Joden wereldwijd verbeterd. Niet alleen weet
men nu dat men altijd ergens terecht kan mocht dat nodig zijn, de
Joodse cultuur en geschiedenis worden zo behouden c.q. nieuw leven
ingeblazen en het Hebreeuws is vernieuwd als levende taal. Bovendien
neemt Israël het op voor Joden, stelt antisemitisme aan de
kaak en
spreekt landen daarop aan. Ook Joden die nog nooit in Israël
zijn
geweest, ontlenen een gevoel van trots aan het feit dat men nu een
eigen staat heeft en die op verschillende terreinen succesvol is, wat
ook bij niet-Joden een zeker respect heeft afgedwongen. Zo werd het in
de VS na de Zesdaagse
Oorlog
opeens 'in' om iets met Joden te hebben, en ontdekten allerlei mensen
vage Joodse wortels. Men was in een klap van het imago af 'zich als
makke schapen naar de slachtbank te laten leiden'. Ook onder veel
christenen en socialisten ontwikkelde zich na de oorlog een grote mate
van solidariteit en zelfs identificatie met de Joodse staat, die echter
de laatste decennia weer aan het afbrokkelen is. Antizionisme
wint aan populariteit, en lijkt in veel gevallen een dekmantel te zijn
voor een nieuwe vorm van antisemitisme.
Terwijl antizionisten
het nieuwe antisemitisme graag aan de bezetting,
Israëlisch geweld en de onderdrukking van de Palestijnen
wijten, wijzen anderen op het feit dat het een handige manier is om van
onze schuldgevoelens over de Holocaust af te komen: als de Joden de
nieuwe Nazi's zijn en de Palestijnen de nieuwe Joden, dan is de
Holocaust toch niet zo uniek. Onterecht wordt bij antisemitisme vaak
alleen aan de oude stereotiepen en de pogroms gedacht, terwijl
antisemitisme in de loop der tijden bijzonder flexibel bleek en zich
aanpaste aan de tijd en omstandigheden. In de huidige tijd is antizionisme
de meest geaccepteerde vorm.
©
Dit artikel is copyright Israël-Palestina Informatie, afgezien
van onderdelen waarvoor andere bronnen worden vermeld. Voor
overname
gelieve kontakt met ons op te nemen via het e-mail adres. Beperkte
citaten voorzien van een link naar deze webpagina zijn toegestaan.
The on-line Judeophobia course by Perednik in 16 lessons:
Main
Page: Judeophobia ('Anti-Semitism') -
A History and Analysis of Jew Hate
Judeophobia
('anti-Semitism',Jew Hate) in the Pagan Ancient World
Judeophobia
(Anti-Semitism, Jew Hate) in the Early Christian Church
Medieval
Persecution of Jews I - Proselytization, Conversions and Ghettos
Medieval
Persecution of Jews: II- Crusades, Expulsions, Inquisitions and
Massacres
Medieval
Persecution of Jews: III- Blood Libels and other Myths
Persecution
of the Jews Under Islam
Judeophobia
('anti-Semitism') in the Reformation
Judeophobia
in the Enlightenment and 19th Century France
Germany:
Racism and Judeophobia ('Anti-Semitism')
Conspiratorial
Theories and Russian Judeophobia ('Anti-Semitism')
Marxism
and Judeophobia ('Anti-Semitism')
Judeophobia
('Anti-Semitism') in The United States
Contemporary
Anti-Zionism
Holocaust
Denial
Theories
of the Etiology of Judeophobia ('Anti-Semitism')
Faith Answers &
Questions (Nederlandstalig):
Antisemitisme
en gedenkdagen, met uitgebreide tijdlijn.
Zionism-Israel
Anti-Semitism - Definition, causes and history
Pogrom - Definition, causes and history