dec 222016
 

‘My Wife and My Mother-in-Law’ (W.E. Hill ,1915)

= IMO Blog =  

Naar aanleiding van mijn uitgebreide correspondentie met Sjoerd de Jong, ombudsman bij de NRC, ben ik opnieuw de artikelen over de AOW kwestie gaan doorspitten. Ik moest daarbij sterk denken aan die bekende tekeningen met twee verschillende voorstellingen in dezelfde afbeelding, zoals de oude vrouw en de jonge vrouw. Afhankelijk van hoe je kijkt zie je soms het ene beeld en dan weer het andere, maar je kunt ze niet goed tegelijkertijd zien. Zo kun je ook op een totaal verschillende manier naar de AOW kwestie kijken, afhankelijk van welke ‘feiten’ of misschien beter gezegd interpretaties, je als uitgangspunt neemt.

In de berichtgeving van de NRC over Israel is zoals bekend het principe leidend dat de bezetting hoofdoorzaak is van het conflict. Alles wordt door de bril van de bezetting bekeken en alles wat die theorie ondersteunt krijgt dus aandacht, terwijl wat die theorie weerspreekt wordt genegeerd. Een tweede, even belangrijk element is dat Israel een uitzonderingspositie zou genieten en vaak boven kritiek verheven zou zijn, vanwege een machtige en succesvolle lobby, waarbij bovendien vaak handig gebruik wordt gemaakt van het gevoelige verleden (de Holocaust). Deze thema’s keren steeds weer terug in de berichtgeving en zijn ook prominent aanwezig in de hele AOW kwestie. Ze vertekenen de feiten zodanig dat een compleet ander verhaal ontstaat. Een verhaal dat met een hoop poeha is gebracht (maar liefst 6 artikelen erover in het laatste half jaar) en vervolgens overgenomen door diverse andere media, waaronder de NOS, Nu.nl, Trouw en natuurlijk ook diverse anti-Israel en Israelkritische sites, van Dutch Turks en aanverwanten tot Joop en Republiek Allochtonië. Er werden liefst 156 Kamervragen over gesteld en een advocatenbureau heeft opgeroepen tot vervolging van een minister en lijsttrekker. Wanneer je bedenkt om hoe weinig mensen (en dus geld) het ging en hoe marginaal het belang van dit onderwerp is voor Nederland en onze belangen, kun je je hier slechts over verbazen. Wanneer je vervolgens steeds helderder ziet hoe totaal verdraaid de NRC de zaak weergeeft, om toch vooral weer haar beeld neer te kunnen zetten van Israel als boven kritiek verheven land dat de Nederlandse politiek naar haar pijpen laat dansen, en dat over de rug van een kleine en kwetsbare groep mensen, kun je alleen nog maar boos worden. En proberen het werkelijke verhaal te vertellen.

De NRC ‘scoop’

De NRC begint haar lange onderzoeksverhaal van afgelopen juni naar de kwestie met de volgende lead:

Jarenlang ontkomen kolonisten in illegale Israëlische nederzettingen aan een wettelijk verplichte korting op hun AOW. Hoe ging dat in zijn werk? Een reconstructie op basis van vertrouwelijke stukken (een selectie is te vinden via links in de tekst).

Het is december 2015. In de Israëlische nederzetting Efrat op de bezette Westelijke Jordaanoever krijgt een Nederlandse man een curieuze brief van de Sociale Verzekeringsbank. Omdat hij vroeger in Nederland woonde, krijgt hij AOW. De SVB is verantwoordelijk voor de uitbetaling.

In deze paar regels zijn de woorden ‘Israelische nederzettingen’ twee keer gevallen, een keer vergezeld van het predicaat ‘illegaal’ (zodat we het toch vooral niet vergeten). Daarnaast spreekt men van kolonisten en bezetting, kortom de kernbegrippen van de NRC zijn vermeld en we zijn alvast bewerkt om wat volgt in de juiste context te lezen: Het gaat om kolonisten (nare, fanatieke mensen zoals we inmiddels allemaal weten op grond van talloze negatief getinte artikelen over ze) die illegaal bezig zijn en de Nederlandse overheid die ze daarbij, tegen alle regels in, helpt. Pas in de zevende alinea vermeldt men zeer summier in meer objectieve zin wat er aan de hand is:

Het begint allemaal bij de Wet Beperking Export Uitkeringen (BEU), bedacht om fraude met uitkeringen in het buitenland tegen te gaan. Volgens die wet kan Nederland vanaf 2006 alleen volledig uitkeren aan mensen die wonen in landen waarmee het een ‘handhavingsverdrag’ heeft. Daarin maken landen afspraken over fraudecontrole.

Direct daarna wordt de eigen interpretatie er weer op losgelaten, en gaat het weer over illegale nederzettingen.

Kille benadering

Het kan ook anders, door bijvoorbeeld in te zoomen op de mensen om wie het gaat. Bij de NRC blijven dat ‘kolonisten’ (daarbij denken we al snel aan religieuze fanaten met gebreide keppeltjes op die ‘Dood aan de Arabieren’ schreeuwen, en niet aan gewone hardwerkende mensen met kinderen) die net als Israelische soldaten nooit een gezicht krijgen, maar altijd voor de onderdrukker staan, voor de partij die niet deugt.

Chaya Brasz begint haar artikel op OpinieZ zo:

Ik ben Jeruzalemmer, al bijna 30 jaar. Hoewel nog te jong voor AOW, volg ik met belangstelling de NRC-artikelen over dat onderwerp, geschreven door Leonie van Nierop en Derk Stokmans. Ze veroorzaken onrust bij sommige van mijn oudste stadgenoten en eerlijk gezegd zijn we dat behoorlijk beu.

Het gaat om mensen van rond de tachtig en negentig, die de bezetting overleefden in de onderduik, of uit een concentratiekamp terugkwamen naar Nederland zonder nog familie aan te treffen. Veel overlevenden voelden zich er nooit meer thuis. Sommigen vertrokken jong naar Israël. Anderen kwamen daar aan na opleiding en enige jaren werk en nog weer anderen voegden zich als gepensioneerden bij hun kinderen.

Ook hier valt overigens het woord bezetting, maar dat gaat over een andere bezetting, een die in de levens van deze mensen belangrijker was dan die door Israel. Een die hen heeft getekend voor het leven. In het NRC artikel valt de term Holocaustoverlevende pas halverwege het artikel, wanneer de termen ‘kolonisten’, ‘bezetting’, ‘onterecht uitbetalen’, ‘lobby’ en ‘lobbyorganisatie’ al meerdere keren zijn gevallen. Meteen wordt beweerd dat dit niet ter zake doend is, en dus verder in feite geen rol speelt in de zaak:

Uit het onderzoek van de SVB blijkt overigens ook dat er onder de kolonisten die dan nog gekort moeten worden 7 overlevenden van de Holocaust zijn. Dat feit zorgt niet voor ambtelijke consternatie. Het ontzien van oorlogsslachtoffers was nooit de reden om een uitzondering voor door Israël bezet gebied te maken. Oorlogsgetroffenenuitkeringen garanderen namelijk een basisinkomen. Wie daar door een AOW-korting onder komt, krijgt compensatie. En er wonen ook oorlogsgetroffenen met een AOW-uitkering in de Westelijke Sahara en Cyprus, die wél volgens de wet worden gekort.

Later wordt nog explicieter gesteld dat deze mensen al worden gecompenseerd, en er dus geen uitzondering voor hen hoeft worden gemaakt. Het is een bijzonder kille benadering. Een vrouw wordt met name genoemd. Ze is 90 en is in Modi’in (500 meter over de groene lijn) vlakbij haar kinderen gaan wonen zodat die haar konden verzorgen. Ze had de consequenties kunnen weten, aldus de NRC:

Trouwens, meldt de SVB aan Sociale Zaken: de Holocaustoverlevende wist heel goed welke consequenties haar verhuizing naar bezet gebied zou hebben voor de hoogte van haar uitkering. Het SVB-kantoor in Leiden heeft regelmatig contact gehad met haar zoon om dat uit te leggen. En al zou ze niet persoonlijk zijn geïnformeerd: de website van de SVB meldt dat er voor bezet gebied al vanaf 2006 een exportbeperking geldt. Andere burgers moeten het daarmee doen.

Bovendien krijgt de vrouw een maandelijkse uitkering op basis van de Wet uitkering oorlogsslachtoffers, waardoor de korting op haar AOW „vrijwel geheel teniet” wordt gedaan.

Het gaat dus alleen om het beeld.

Dit is onjuist. De WUV, waar men op doelt met die compensatie (dit wordt verder niet toegelicht want dan zou weleens kunnen blijken dat het toch wat anders in elkaar steekt dan de NRC het doet voorkomen), voorziet niet per se in eenzelfde inkomen en dezelfde voorwaarden als een volledige AOW. Het is een andere regeling, en niet ieder oorlogsslachtoffer kan er aanspraak op maken. Daarnaast is het natuurlijk schrijnend dat men deze vrouw wilde korten. Had ze dan maar niet bij haar kinderen in de buurt moeten gaan wonen? Terecht dus dat een reportage over haar op de Israelische televisie tot consternatie en Kamervragen leidde.

Mazzeltjes

De NRC stelt het echter voor alsof zij vooral voor propagandadoeleinden is ingezet, en het hier geen reëel leed betreft waar aandacht voor wordt gevraagd. De NRC meldt weliswaar dat er fouten zijn gemaakt in de uitvoering van de wet BEU, dat het een rommeltje was, maar weigert om ook maar enig medeleven te tonen met de mensen om wie het gaat, die zelf ook slachtoffer waren van alle onduidelijkheid. Men schrijft:

Op 7 mei 2015 stuurt de Nederlandse ambassadeur in Tel Aviv een dringende mail naar zijn ministerie. Een Israëlische televisiezender heeft een reportage uitgezonden over een 90-jarige Nederlandse Holocaustoverlevende. Zij is na 1 januari 2015 naar een nederzetting verhuisd, en dus volgens de opdracht van Asscher door de SVB gekort op haar AOW.

Bij Buitenlandse Zaken slaat onmiddellijk de paniek toe. Oorlogsslachtoffers liggen extreem gevoelig. De ambassadeur in Tel Aviv eist „persoonlijk verzekering” dat voor deze groep een uitzondering wordt gemaakt. De Kamervragen stromen binnen. Advocaat Eisenmann opent een meldpunt voor kolonisten.

Omdat het ‘kolonisten’ zijn, mensen die illegaal en willens en wetens op andermans grond wonen, zijn het vooral profiteurs die genoegzaam waarnamen hoe de politiek zich in bochten draaide om hen teveel geld uit te betalen, ten koste natuurlijk van de Nederlandse belastingbetaler. Door middel van hun vele lijntjes en lobbyclubs en het machtige en altijd effectieve morele drukmiddel van de Holocaust, hebben zij de Nederlandse politiek in zijn hand. Dat is de toonzetting die in het hele stuk doorklinkt. In de eerste alinea’s van het lange stuk beschrijft men een ‘kolonist’ die door de SVB op te hoogte wordt gesteld van het afzien van de eerder aangekondigde korting:

De man leest dat hij eigenlijk belasting moet betalen over zijn AOW. Het belastingverdrag dat Nederland met Israël heeft, geldt namelijk niet voor bezet gebied. Maar de AOW’er heeft geluk. De SVB betaalt de belasting voor hem.

Het is al de tweede brief van de SVB dat jaar. De eerste brief bevatte ook al een mazzeltje. Als inwoner van bezet gebied heeft de man eigenlijk geen recht op de inkomensondersteuning die hij al jaren bovenop zijn AOW krijgt, schrijft de SVB. Maar hij mag die ondersteuning toch houden. De kolonist heeft geen idee waar hij deze voorkeursbehandeling aan te danken heeft.

Die verdomde kolonisten toch: ze krijgen zomaar het ene na het andere mazzeltje en een onterechte ‘voorkeursbehandeling’. Wat de NRC niet vermeldt, is hoeveel stress en onzekerheid de hele gang van zaken opriep bij de betroffenen. Ze kregen niet alleen maar mazzeltjes, ze kregen in eerste instantie juist onverwacht nare post over het (mogelijk) korten op hun uitkering. Veel mensen waren zich overigens helemaal niet bewust van het feit dat ze ten onrechte opgaven in Israel te wonen, omdat ze zich via de Israelische verzekeringsbank, de Betuach Leumi, aanmeldden voor de AOW, en op de formulieren van de BL stond Israel als land al voorgedrukt. Dit schrijft de minister ook in antwoord op Kamervragen, en is bevestigd door mensen in Israel die het betreft. Zo ging het ook bij de WUV en men wist niet beter als dat dat ook voor de AOW zou gelden. Men had geen instructies gekregen dat dit niet correct was en dat er onderscheid werd gemaakt tussen Israel en de gebieden. Het was voor veel mensen niet eens duidelijk waar precies de groene lijn liep, vooral in Oost Jeruzalem waar de lijn soms dwars door een straat loopt.

Vervolg: NRC en de 156 Kamervragen.

Social Widgets powered by AB-WebLog.com.