jun 032015
 

Ben-Gurion-realist= IMO Blog = 

Ik schreef in deel 1 over het VMBO-leerboek ‘Geschiedeniswerkplaats’, betreffende de 5 nogal gekleurde/onzorgvuldige pagina’s over het Israelisch-Palestijns conflict. Er staan een paar aparte tekstblokjes bij over Arafat, Ben-Goerion en Begin. Ook die zijn nogal gekleurd. Over Begin schrijft men o.a.:

Menachem Begin is de geschiedenis ingegaan als vredestichter. Dat is opmerkelijk, want een groot deel van zijn leven stond hij bekend als terrorist en extremist. (…) Na de Duitse inval (in Rusland, RP) vluchtte hij naar Palestina, waar hij de leider werd van extremistische zionisten. Zij wilden het hele Bijbelse Israel veroveren, een veel groter gebied dan ‘gewone’ zionisten als Ben Goerion. Ook in zijn strijdmethoden was Begin extremistisch. Zijn milities vermoordden Palestijnse burgers en pleegden terreuraanslagen. Bij een van die aanslagen, op het Koning David Hotel in Jeruzalem, vielen 91 doden.”

In Israel is men vreselijk gevallen over deze kwalificatie van Begin als terrorist. Toch is dat niet geheel onjuist, en niet het grootste probleem, al zet men het wel erg zwaar aan. De Irgun pleegde inderdaad aanslagen op burgers, maar dat gebeurde doorgaans wel in reactie op Arabische aanslagen. Daarnaast vocht men tegen het Britse bestuur, waarbij grove methodes werden gebruikt. Mensen werden vermoord en ontvoerd, bommen geplaatst in stations en treinen en natuurlijk de genoemde bomaanslag op het Koning David hotel. Het boek vermeldt overigens niet dat de Irgun het hotel vooraf had opgebeld, maar de Britten de waarschuwing niet serieus namen.

Arafat daarentegen wordt geen terrorist genoemd. De beschrijving van Arafat begint zo: “Israel kreeg vanaf de jaren 1960 steeds meer last van Palestijns verzet. De belangrijkste verzetsbeweging werd de PLO van Yasser Arafat.” Verzet, geen terrorisme, terwijl het vaak wel degelijk om terreurdaden ging. Het enige wat in die richting gaat is: “De PLO werd populair in de Palestijnse vluchtelingenkampen waar ze terroristen en guerrillastrijders opleidde. Het leidde tot een golf van aanslagen en ander geweld.” Vervolgens schrijft men dat Arafat ‘in 1993 een verrassende ommezwaai maakte’: “Hij sloot vrede met Israel. In ruil kregen de Palestijnen zelfbestuur op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook.” Maar: “Lang niet alle Palestijnen waren daar blij mee. Een nieuwe verzetsbeweging, Hamas, zette de strijd tegen Israel voort. (…) Leden van Hamas pleegden zelfmoordaanslagen en andere terreurdaden. Doordat Israel de Palestijnen het leven zuur bleef maken, kreeg Hamas steeds meer aanhang. Arafats rol raakte uitgespeeld. Zijn einde was treurig. Israel vertrouwde hem niet meer en dwong hem de laatste Jaren in zijn hoofdkwartier te blijven, terwijl hij steeds zieker werd. Op het laatst mocht hij naar Frankrijk, waar hij in een ziekenhuis stierf.”

Een groot contrast met de scherpe en negatieve toonzetting over Begin. Beiden waren hardliners en een groot deel van hun leven bezig met gewapende strijd om het ‘hele land’ te bemachtigen. Beide sloten later compromissen, met dit verschil dat Begin een echt vredesverdrag tekende en Israel een stuk land groter dan het eigen grondgebied opgaf voor een in feite behoorlijk kille vrede met Egypte. Arafat daarentegen bleef tegen zijn eigen volk zeggen dat men uiteindelijk het hele land zou ‘bevrijden’ en dit slechts een tijdelijke fase was. Hij keerde ook weer terug naar de terreur toen de onderhandelingen in Camp David (in het geheel niet genoemd in de tekst) hem niet voldoende concessies opleverden. Hij wees verschillende vredesvoorstellen af, sloeg daarbij de goede raad van de Saoedische prins Bandar en Clinton in de wind, en bereidde de PA voor op een nieuwe terreurgolf. Over deze tweede intifada geen woord in het boek, maar wel een sentimenteel aandoend einde over zijn opsluiting in de Muqata. Opvallend is hoe de populariteit van Hamas hier aan Israel wordt geweten dat ‘de Palestijnen het leven zuur bleef maken’. Alsof Israel voor de lol de Palestijnen treiterde en vernederde. De Palestijnen maakten veel Israeli’s het leven zuur met de vele aanslagen, maar door het zo te stellen lijken alleen de Israeli’s de actoren terwijl de Palestijnen slechts reageren. Er was een voortdurende wisselwerking tussen Palestijns geweld en Israelische ‘zuurmakende’ maatregelen.

Ook het stukje over David Ben-Goerion is gekleurd. Men schrijft o.a.:

Hij begon met de opbouw van een leger, dat na het vertrek van de Britten in 1948 de Palestijnen versloeg. (…) In vrede met de Arabieren geloofde Ben-Goerion niet. Hij zei: ‘Als ik een Arabische leider was, zou ik nooit vrede sluiten met Israel. Dat is logisch. Wij hebben hun land afgepakt. Er was in Europa antisemitisme, de nazi’s, Hitler, Auschwitz, maar was dat hun schuld? Zij zien maar een ding: wij zijn hier gekomen en hebben hun land gestolen. Waarom zouden zij dat pikken? Dus het is simpel: wij moeten sterk blijven en een krachtig leger hebben.”

Daar eindigt de tekst. Opvallend dat men uit de uitgebreide dagboeken en speeches van Ben-Goerion net dit citaat heeft genomen, waarin hij de kant van de Arabieren uitlegt. Het pleit voor hem dat hij zich in hun positie kon inleven, maar dit als bewijs aanvoeren dat hij tegen vrede en een compromis is, is idioot. Zijn inschatting was dat de Arabieren zich niet vrijwillig in de nieuwe situatie zouden schikken en daarom moest Israel sterk zijn. Een plausibele inschatting van de situatie. Overigens geeft Ben-Goerion de Palestijnen in feite teveel krediet hier, want zij hadden wel iets met de Holocaust te maken, omdat hun belangrijkste leider in die tijd, mufti Hai Amin Al Husseini, met de nazi’s collaboreerde en zelfs een moslimlegertje vormde dat meevocht tegen de partizanen in voormalig Joegoslavië. Ook zei hij Hitlers aanpak van de Joden in Palestina te willen uitvoeren en verspreidde hij zijn gedachtegoed via de radio. De sympathie voor de nazi’s was breed onder de Palestijnen (en andere Arabische landen), en dat veranderde niet toen zij na de oorlog vernamen wat er met de Joden in Europa was gebeurd. Daarbij hadden zij de Britten min of meer gedwongen de Joodse immigratie naar Palestina sterk te beperken, waardoor veel Joden uit Europa nergens meer naartoe konden. Mogelijk hadden honderdduizenden Joden kunnen overleven als zij Palestina hadden kunnen bereiken.

Tot slot staat bij het verhaal over de stichting van Israel een foto afgebeeld van een Palestijnse jongen die met stenen naar een tank gooit, met het volgende onderschrift:

Klein verzet tegen de Israelische bezetting van Palestijns grondgebied in 2000. Negen dagen later werd deze dertienjarige jongen bij zo’n zelfde actie doodgeschoten.

Hiermee wordt gesuggereerd dat Israel de jongen toen doodschoot, hoewel dat niet bewezen schijnt te zijn. Ook wordt ervan uit gegaan dat de jongen alleen onschuldig verzet pleegde, terwijl hij langdurig stenen gooide en als zeer roekeloos wordt omschreven. Hij werd een symbool voor het Palestijnse ‘verzet’, dat doorgaans echter zeer gewelddadig was. Maar daarover wordt nagenoeg gezwegen in dit boek.

Waarom geen foto van een uitgebrande bus, met als onderschrift: “Palestijnse terreurdaad tegen onschuldige Israelische burgers. Er werden in die tijd soms tientallen aanslagen per maand gepleegd, met vaak vele dodelijke slachtoffers. In reactie hierop begon Israel delen van het gebied dat eerder aan de Palestijnen was gegeven, terug te veroveren”.

Wat deze foto doet bij een stuk tekst over de stichting van Israel, is een andere vraag.

Conclusie

Het is duidelijk dat door de weglating van cruciale elementen en dan met name Palestijns geweld en extremisme een nogal vertekend beeld wordt gegeven van het conflict. Men lijkt mee te gaan in het paradigma van Israel als machtige onderdrukker en de Palestijnen als onschuldige slachtoffers, die weliswaar verzet pleegden maar in hoofdzaak te lijden hadden van Israel dat hen het leven maar zuur bleef maken. Zelfs het zeer radikale Hamas wordt vergoelijkt als reactie op Israels wandaden.

Een aantal zinsneden zijn zeer suggestief, zoals ‘het leven zuur maken’ wat een kwade intentie veronderstelt. ‘Klein verzet’ klinkt vergoelijkend en bagatelliserend en wordt als exemplarisch voor de (verder in het geheel niet genoemde) tweede intifada neergezet; ‘Zijn einde was treurig’ (over Arafat), ‘Dat is opmerkelijk, want een groot deel van zijn leven stond hij bekend als terrorist en extremist’ (over Begin; Arafats halfslachtige poging vrede te sluiten wordt niet als zo’n sterk contrast weergegeven), ‘de Joden pasten zich niet aan’, etc.

Het ergst zijn de onwaarheden, zoals Joodse milities moordden Arabische dorpen uit’, ‘In vrede met de Arabieren geloofde Ben Goerion niet’, ‘Israël had zich met Amerikaanse hulp tot de tanden bewapend’, ‘In 1993 maakte hij een verrassende ommezwaai. Hij sloot vrede met Israël.’, ‘De Britten lieten de Joden wel op grote schaal toe’, en ‘ Het dreigde de hoofdsteden van Egypte en Syrië in te nemen, tot de VS Israël dwongen de aanval te staken’.

Alle suggestieve opmerkingen, onjuistheden en weglatingen werken in het voordeel van de Palestijnen en in het nadeel van Israel. Het beeld dat kinderen uit dit boek zeer waarschijnlijk meenemen is dat van een oppermachtig, sterk en wreed Israel dat Arabische dorpen uitmoordde en de Palestijnen onderdrukt, en een machteloos Palestijns volk wiens grootste leider vrede sloot maar daar meer repressie voor terugkreeg en zijn eenzame oude dag opgesloten in zijn hoofdkwartier sleet. Opmerkelijk is dat belangrijke Israelische leiders die probeerden tot vrede met de Palestijnen te komen, zoals Rabin en Barak, niet worden genoemd en beschreven in de tekst. Ook het ontbreken van de Arabische aanval in 1948 en de terreurgolf van de tweede intifada is ontoelaatbaar.

Als die jongeren dan de beelden zien van de Gaza oorlog is de conclusie snel getrokken. Van daaruit ben je ook al snel bij het sentiment dat de Joden van slachtoffers in daders zijn veranderd, en nu eigenlijk hetzelfde doen als wat hen indertijd is aangedaan. De reële dreiging waar Israel vanaf haar ontstaan mee te maken had, de penibele situatie van de Joodse gemeenschap in Palestina voor Israels stichting, het feit dat de Joden nergens meer naartoe konden behalve naar een nog te stichten eigen staat, dit alles weten ze niet en zullen ze ook niet uit de Nederlandse nieuwsmedia vernemen. Dit boek draagt bij aan de antizionistische tendensen die al zo sterk zijn in Nederland. Het valt te hopen dat de tekst snel wordt aangepast zodat de leerlingen een evenwichtiger beeld van de geschiedenis krijgen.

Tot slot: het is niet de eerste keer dat men over de schreef gaat. Op het weblog van de werkgroep WAAR lees ik het volgende:

In het geschiedenisboek van zo`n 6 jaar geleden werden wereldgodsdiensten behandeld. Opgevoerd als wereldgodsdienst werden christendom, islam, hindoeisme, boedhisme. Geen jodendom. Totaal genegeerd. Nergens werd in het boek over joodse godsdienst gesproken. Op een andere plaats ging het over Jeruzalem. Dat werd beschreven als een heilige stad voor moslims en christenen. Verder dus voor niemand. Er stonden nog wat storende fouten in en er kwamen opeens uit de lucht zomaar Joden gevallen, die nog nergens benoemd werden. Joden waren vervolgd in de Tweede Wereldoorlog. Hoe die Joden in Nederland waren gekomen en wat hun geloof inhield bleef geheim. Dat kinderen hier niets mee kunnen omdat er opeens vreemde vogels even genoemd worden, stoorde de samenstellers kennelijk niet. 

Hoe komt men erbij om over de wereldgodsdiensten te schrijven en daarbij het Jodendom te vergeten? Was er geen redacteur of eindredactie die nog eens kritisch over de tekst heen ging en dit opviel? Hoeveel kinderen hebben toen geleerd dat Jeruzalem slechts heilig is voor christenen en moslims? Hoeveel docenten onderwijzen hun leerlingen dergelijke zaken, uit onwetendheid of slordigheid of bepaalde sentimenten? Hoeveel leraren vertellen hun leerlingen, wanneer het geweld weer eens oplaait tussen Israel en Hamas, dat het ongehoord en schandalig is wat Israel doet en dat men vanwege de Holocaust zeker denkt immuun te zijn voor kritiek? Een paar weken terug was er op het Belgische Terzake een item over jongeren die naar Auschwitz gingen. Er was ook een Palestijnse bij die de bekende sentimenten vertolkte. Zij werd echter geheel in het gelijk gesteld door de gids die zei zich te schamen voor wat Israel op de Westbank doet en dit verbond aan Auschwitz. Provocerend zei ze daarop ‘Nu ben ik natuurlijk een antisemiet’. Wanneer een gids dergelijke dubieuze sentimenten vertolkt en toen en nu zo aan elkaar koppelt, zullen leerlingen denken dat dat normaal is en niet begrijpen dat dat voor de meeste Joden zeer kwetsend is.

Dit geschiedenisboek is wellicht een topje van de ijsberg, het laat een tendens zien die al langer aan de gang is, waarbij Israel als dader wordt neergezet, de Palestijnen als slachtoffers, en waarbij verschillende zaken (de foto van het Palestijnse jongetje stond bij de paragraaf over stichting van Israel) aan elkaar worden gelinkt zonder de juiste context te kennen en te geven. En dit werkt emotionele reacties op het nieuws over Israel en de Palestijnen in de hand. Juist bij dit moeilijke en potentieel explosieve onderwerp is zorgvuldigheid en evenwichtigheid cruciaal. Zoals leerlingen niet achter iedere Palestijn of moslim een terrorist of moslimextremist moeten zien, moeten ze achter Joden en zionisten geen onderdrukkers zien.

Ratna Pelle


Zie ook op IPI:

Social Widgets powered by AB-WebLog.com.