Reisverslag
Israël
verslag vakantie
reis 2007 naar Israël - Palestina
(laatste
update 22-3-2008)
Wij bezochten met zijn tweeën Israël van 25
april tot 18 mei 2007. Met onderstaand verslag willen we de lezer een
indruk geven van het land en wat ze kunnen verwachten van
een bezoek eraan. Onze reis was deels politiek maar
grotendeels
ook gewoon vakantie.
We hielden het zoveel mogelijk low-budget, maar Israël is geen
goedkoop land en er vliegen geen prijsvechters heen.
Onze totale
uitgaven bedroegen circa 1.960
Euro, waarvan retourvlucht (Austrian Airlines)
plus reis- en annuleringsverzekeringen ruim 900 Euro, overnachtingen
hostels
(7x dormetory en 6x tweepersoonskamer) 320 Euro, en overige uitgaven
740 Euro. Daarbij moet worden opgemerkt dat we 10 nachten gratis bij
vrienden hebben overnacht en we qua uit eten en uitstapjes zuinig
hebben gedaan. De falafelbars waren onze favoriete eetgelegenheden, en
de bus
en benenwagen favoriete vervoermiddelen. Overigens waren in alle steden
waar we kwamen wel pinautomaten waar je met je giropasje NIS (Nieuwe
Israëlische Sjekels) kon tappen. Een sjekel is bijna 20
Eurocent.
De reis
- woensdag 25 april
Rehovot
- donderdag 26 april
Tel
Aviv
- vrijdag 27 april
Jeruzalem
- dinsdag 1 mei
Bethlehem
- zaterdag 5 mei
De
Dode Zee
- maandag 9 mei
Kiryat
Shmona - dinsdag 8 mei
Haifa
-
vrijdag 11 mei
Sderot
- maandag 14 mei
De laatste dagen
- dinsdag 15 mei
De
reisgids van Lonely
Planet
-----------------------------------------------------------
De kustlijn
van Israël / Uitzicht op buitenwijk van Tel Aviv vanuit het
vliegtuig
De reis (woensdag 25 april)
We hadden het voorjaar uitgekozen voor onze reis naar Israël,
omdat dan de natuur op haar mooist is en het weer op zijn aangenaamst.
Helaas was het ongeveer de helft van de tijd dat wij daar waren bewolkt
en viel er een enkele keer zelfs regen, wat volgens de
Israëli's zeer uitzonderlijk is in mei.
Ook gezien ons beperkte budget was het gunstig om buiten het
hoogseizoen te gaan. We overnachtten afwisselend bij vrienden en in
hostels. Buiten het hoogseizoen bleken in alle bezochte hostels ook
zonder reservering voldoende slaapplaatsen voorhanden te zijn.
Onder de eigenaardigheden van het land vallen de veelvuldige
veiligheidscontrolles, maar - nog hinderlijker - ook de Sabbat van
vrijdagmiddag tot zaterdagavond. Ruim een dag zijn niet alleen de
winkels gesloten, maar tevens musea en dergelijke, en het
belangrijkste: er rijdt dan vrijwel geen openbaar vervoer, wat steeds
omslachtig plannen is als je niet over een auto beschikt. In plaatsen
met veel Arabieren kunnen Arabische winkels, markten en busjes een
uitkomst bieden. Verder is de assertiviteit (sommigen interpreteren dit
als onbeschoftheid) van de Israëli's een eigenschap om
rekening
mee te houden, vooral als je in een rij staat te wachten en graag aan
de beurt wilt komen.
De meeste (indirekte) vluchten vanuit Nederland komen 'snachts op Ben
Gurion Airport aan, wat het regelen van de eerste overnachtingsplaats
nogal onhandig maakt. El Al biedt een rechtstreekse lijnvlucht overdag,
maar is aan de prijzige kant, en KLM biedt een (erg) vroege en een
(erg) late heenreis, eveneens overdag. Alle andere maatschappijen
werken met een overstap, in Oostenrijk, Italië, Duitsland,
Hongarije enz.
De Vliegwinkel bood een prima online boekservice en was ook telefonisch
vrij goed bereikbaar. De deskundigheid van de medewerkers was
wisselend, maar we spraken tenminste met één
vrouw die verstand van zaken had en ons goed kon adviseren.
Met een late middag vlucht van Austrian Airlines (1 uur overstaptijd in
Wenen) kwamen we kort na middernacht aan op Ben Gurion Airport. Vandaar
gaan groepsbusjes naar Tel Aviv en Jeruzalem; voor andere bestemmingen
is 'snachts alleen een individuele taxi beschikbaar. De taxiprijzen
zijn ook met een krappe beurs redelijk te doen.
Tot onze eigen verbazing kwamen we het land binnen zonder uitgebreide
ondervragingen over het doel van onze reis of handmatige controle van
de bagage. Volgens de medewerkster van Austrian was dat alleen bij El
Al vluchten nodig.
De veiligheidscontroles zouden verder op onze reis wel alom
tegenwoordig zijn: op treinstations moest je je pas laten zien, en op
grote busstations, bij openbare gebouwen, grotere winkelcentra en veel
uitgaansgelegenheden was er tassencontrole.
Maar wat het eerst opviel terwijl we met een taxi naar onze eerste
overnachtingsplaats werden gebracht, waren de lange rijen met
wapperende Israëlische vlaggen langs de snelweg. Het las als
een duidelijke boodschap aan de wereld: wij zijn trots op ons land, en
wij gaan hier niet meer weg!
Onze aankomst viel een dag na de viering van Israëls
onafhankelijkheidsdag.
Ben-Gurion
Airport bij Tel Aviv / Boom op het terrein van het Weiszman Instituut
in Rehovot
De eerste zes dagen brachten we door in Rehovot en Tel Aviv.
Rehovot (donderdag 26 april)
Rehovot is
een stad van 100.000 inwoners ten zuiden van Tel Aviv, waar we louter
verbleven om er vrienden te bezoeken. Er is weinig bijzonders te zien,
met uitzondering van het internationaal vermaarde
Weiszman
Instituut, dat gelijk naast het treinstation begint.
Het instituut is een dorp op zich, met woonwijkjes voor medewerkers,
parkjes en bezienswaardigheden, waaronder het voormalige woonhuis van
Chaim Weiszman en zijn vrouw, waarin een klein museum is ingericht. Het
echtpaar is nabij dit huis begraven. Helaas is het instituut alleen
toegankelijk voor groepsrondleidingen, tenzij je connecties hebt met
een medewerker die je binnen kan loodsen, zoals wij hadden.
Rehovot werd in 1890 gesticht door Poolse Joden, vanaf 1906 aangevuld
met Yemenitische Joden.
Tel Aviv (vrijdag 27 t/m maandag
30 april)
Tel Aviv is
de grootste stad van Israël. Tussen de moderne wolkenkrabbers
liggen tal van musea en historische lokaties verscholen, en de ligging
direkt aan de Middellandse Zee met uitgebreide stranden is ook een
attractie op zich. Tel Aviv ('Lenteheuvel') werd in 1909 gesticht door
Zionistische immigranten, zodat de historische lokaties hier vooral
betrekking hebben op de jonge maar roerige geschiedenis van de opbouw
van de staat Israël. Daarnaast ligt ook het oude havenstadje
Jaffa binnen
de gemeentegrenzen, dat een bezoek meer dan waard is.
Tel Aviv telt meerdere treinstations, vanwaar het zo'n 3 kwartier lopen
is door het drukke centrum naar de kust. Langs het strand liggen veel
hotels, maar wij konden logeren in de woning van een vriend op een
steenworp afstand van de kust.
Het strand
bij Tel Aviv / Oud en nieuw in Tel Aviv (huisje aan de rand van de
Yemenitische wijk)
Het hektische verkeer is nogal wennen voor de Nederlandse bezoeker.
Autovrije straten zijn er niet in Tel Aviv, buiten enkele
winkelstraatjes rond de Souk (marktstraat). Enige ontsnapping aan de
drukte bieden de lange strandpromenade, de kleine parkjes die her en
der in de stad te vinden zijn, het langgerekte
Yarkon Park ten
noorden van het centrum langs de gelijknamige rivier, of het oude hart
van Jaffa met zijn pittoreske trapjes en steegjes, dat helemaal op
toeristen is ingericht.
Aan de kust bij het centrum is een indrukwekkend monument te vinden met
foto's en informatieborden over de illegale immigratie in de jaren '30
en '40, toen Joden in Europa niet meer veilig waren, maar de meesten
nergens anders werden toegelaten. Verder naar het zuiden langs de kust
ligt het kleine
Etzel (Irgun) Museum
dat vooral de strijd om Jaffa in 1948 weergeeft. De meeste Joodse
inwoners waren Jaffa ontvlucht tijdens pogroms begin jaren '20 of waren
tijdens de Arabische opstand in de jaren '30 naar Tel Aviv vertrokken.
Tijdens de burgeroorlog waren er vijandigheden over en weer tussen
Jaffa en Tel Aviv, waarna Jaffa in april 1948 grotendeels door de Irgun
werd veroverd. Ruim 90% van de Arabische bevolking ontvluchtte toen de
stad. Ze viel nadien ten prooi aan criminaliteit en verpaupering, maar
tegenwoordig is men in het oude centrum druk aan het renoveren. Hier
hebben zich veel Joodse kunstenaars gevestigd, en het wemelt dan ook
van ateliers en winkeltjes met moderne kunst.
Oude hart
van Jaffa met veel kunstgalerieën / Spelende kinderen aan de
andere kant van Jaffa
Jaffa is een gemengde stad, maar de sfeer is overwegend Arabisch, zeker
als je wat verder loopt dan alleen de toeristische straatjes. We zagen
er een prachtige Arabische (deels islamitische, deels christelijke)
begraafplaats en verweerde huizen (bijna krotten) waar Arabische
kinderen met oude troep speelden, wat bijna derde wereld-achtig
aandeed. Er is dan ook zes dagen per week (niet op Sabbat) rommelmarkt
in Jaffa. De oproep tot gebed klinkt 5 maal daags door de stad.
Oude Arabische
begraafplaats in Jaffa / De kust bij Jaffa
Teruglopend richting centrum Tel Aviv vielen de tegenstellingen op
tussen de kleine straatjes met oude, soms verwaarloosde huisjes en de
grote hypermoderne hotels en kantoorpanden. We liepen via de
Yemenitische buurt (behalve Europeanen behoorden ook Yemenitische Joden
tot de vroege Zionistische immigranten) en de voornoemde Souk (de
Carmel markt), die zeker de moeite waard zijn om aan te doen.
Midden in Tel Aviv ligt het
Yitzhak Rabin Plein,
waar op 4 november 1995 deze premier van Israël werd vermoord,
waarmee het einde van het Oslo vredesproces werd ingeluid. Op de plek
van de moord is een monument te vinden, en nog elke vrijdag vindt er
eind van de middag een herdenking plaats waarbij sympathisanten samen
liederen ten gehore brengen.
Door de stad lopend kom je her en der nog allerlei gedenkstenen tegen,
bijvoorbeeld van het laatste woonhuis van Abraham Stern, of de plek aan
de kust waar het 'Rode Huis' gestaan heeft, de centrale plek van de
provisorische regering van de op te richten staat in 1948.
Tenslotte bezochten we op de Ben-Gurion Boulevard het vroegere
woonhuis
van David Ben Goerion, dat grotendeels nog in oude staat
verkeerde. Het huis stond vol met talloze boeken en van staatshoofden
ontvangen geschenken, aangevuld met oude foto's.
Tel Aviv is een seculiere en liberale stad met weinig religieuze Joden,
al hebben die wel een eigen, afgeschermd strandje. Er is altijd leven
op straat, en veel uitgaansgelegenheden die tot laat in de nacht open
zijn, vooral langs de kust.
De tegenstelling zou ons vooral opvallen bij onze volgende stop: het
religieuze Jeruzalem, waar de Sabbat strenger wordt gevolgd en veel
meer soldaten patrouilleren, en het conflict ook veel meer aanwezig is.
Jeruzalem (dinsdag 1 t/m maandag
7 mei)
Eigen vervoer en taxi daargelaten, zijn er 2 manieren om naar Jeruzalem
te reizen: trein of bus. Anders dan in Nederland is de bus de snellere
methode!
Op het busstation is er evenals bij de trein bagagecontrole, maar ze
vragen er niet naar je paspoort en je hoeft niet vooraf een kaartje te
kopen; dat kan in de bus.
Het busstation in Jeruzalem is gevestigd in een overdekt winkelcentrum,
wat het nogal tot een doolhof maakt om je bus dan wel de uitgang te
vinden. De bussen vertrekken op de derde verdieping en komen aan op de
tweede verdieping. De bushaltes zelf zijn in een grote, lelijke,
donkere garage, waar je doorgaans nog een tijdje in de rij staat te
wachten. Rustig zitten is er daarbij niet bij; als de bus komt moet je
zorgen niet achteraan te staan want dan kom je met pech niet meer
binnen. Israëli's zijn meesters in de voordringkunst.
Verlaat je op de begane grond de 'shopping center', dan sta je op Jaffa
Road, en is het centrum en de Oude Stad linksaf, zo'n half uurtje
rechtdoor lopen naar het oosten (maar er rijden ook voldoende
stadsbussen). Je passeert ter linkerzijde de Jerusalem Capital Studios,
waar alle binnenlandse en buitenlandse Tv-zenders gevestigd zijn, maar
het is een verder onopvallend kantoorgebouw. Rechts kun je onderweg -
na het oversteken van een groot kruispunt - de regeringsgebouwen en het
hooggerechtshof zien liggen; de Knesset is iets verder zuidelijk.
Verderop kom je langs de overdekte markt (Souk) van West-Jerusalem, en
vervolgens langs Zion Square. Dit kleine pleintje ligt aan het begin
van Ben Jehuda Street, de populaire voetgangerszone, en van het
café-straatje dat we 'waterpijpenstraatje' noemden, naar
één van de populairste terrasaktiviteiten daar.
Direkt aan Zion Square, aan de overkant van Jaffa Road, ligt ook het
Jerusalem Hostel. Na Zion Square splitst Jaffa Road zich, en moet je
links aanhouden voor de kortste weg naar de Oude Stad (niet zoals wij
dus, die rechts omlaag liepen, en met onze bagage in de hitte een omweg
maakten...).
Het Zion
Plein in West-Jeruzalem / Ben Jehuda Street, de populairste straat van
West-Jeruzalem
Aan het eind van Jaffa Road zie je de Oude Stad liggen, mits die niet
aan het oog is onttrokken vanwege de aanleg van de nieuwe lightrail.
Volgens plan zou die over de gehele Jaffa Road gaan lopen volgend jaar,
maar ze zijn begonnen bij het eindpunt aan de stadsmuur. Na Jaffa Road
het kruispunt oversteken, en even later over de promenade langs de
stadsmuur lopen, brengt je bij de Jaffapoort. Hierbinnen ligt een
pleintje met ter rechterzijde de Toren van David (waarin een museum is
gevestigd), links de Tourist Office, en rechtdoor loop je pardoes de
overdekte Arabische Souk in, mits je niet gekozen hebt voor het Petra
Hostel, dat pal aan de ingang van de Souk ligt.
De muur van
de Oude Stad met de Jaffa Poort / Arabische souk in de Oude Stad
Het
Citadel Hostel
De Souk inlopend, is het eerste straatje rechts de Bedouin Street, een
onopvallend trappetje omhoog, dat niet lijkt door te lopen en waaraan
je dus makkelijk voorbijgaat (zoals wij deden), maar de trap volgend en
bovenaan links brengt je snel bij het Citadel Hostel, een herberg die
goed genoeg beviel om er bijna een week te blijven. De reisgids
vermeldde tevens even verderop een ander hostel, die eigenlijk onze
eerste keuze was geweest, maar die we ondanks herhaalde pogingen niet
had kunnen vinden, en waarnaar ook andere Citadelgasten vergeefs hadden
gezocht. We zaten hier in de Armeense wijk.
Gastheren in het Citadel waren twee Arabische jongens die elkaar om de
paar dagen afwisselden. De Citadel was een opmerkelijk gebouw,
opgetrokken uit grote stenen, met bogen en nissen in de meeste kamers.
De eerste nacht sliepen we in de dormetory in de 'kelder', een ruimte
pal achter de receptie, die op zich best knus en sfeervol was, maar
helaas volgepropt met minstens 15 bedden van beroerde kwaliteit, en een
armzalig toilet dat slechts door een simpel houten wandje van de
slaapruimte was afgescheiden. Het bed naast het toilet werd dan ook
afgeraden wegens stankoverlast...
De volgende ochtend kon Ferdie - een van de gastheren - ons een mooie
en voordelige tweepersoonskamer aanbieden, die op de eerste verdieping
lag en een wat beter bed had, maar helaas geen buitenraam. Door gebrek
aan ramen bleek de kamer nogal vochtig, zodat we na twee nachten
doorschoven naar een iets duurdere kamer op de tweede verdieping. Die
had een raam op de binnenplaats, waar je overdag Arabische vrouwen kon
horen kletsen onder het ophangen van de was, maar verder was het
heerlijk rustig.
Het hostel beschikte over een klein keukentje voor gemeenschappelijk
gebruik, waarin de elementaire benodigdheden zoals ijskast, tweepits
gaskookstel, wat serviesgoed, afwasmiddelen en kruiden, koffie en
theezakjes aanwezig waren. Douches en wc's waren er op verschillende
verdiepingen en werden dagelijks gepoetst, maar ze waren wel krap
gebouwd en werkten niet altijd adequaat. Bij de receptie was verder een
gratis computer met internetaansluiting beschikbaar, alsmede een
muntjestelefoon en een zithoek met TV, die dag en nacht aanstond
(meestal op een Egyptische zender). Een attractie van het Citadel was
het dakterras, bereikbaar via een smal trapje, waarvan je een mooi
uitzicht had op de Oude Stad met onder meer de Rotskoepel moskee en
daarachter de Olijfberg. Je kon ook op het dak overnachten.
Naast de kamersleutel kreeg je de toegangscode van de buitendeur, zodat
we dag en nacht konden in- en uitlopen. Inchecken kon tot 11 uur
'savonds en uitchecken tot 11 uur 'smorgens.
In het Citadel verbleven allerlei soorten gasten: een jong Aziatisch
stelletje, een Nederlands echtpaar, een Duitse studente uit Tel Aviv
die vriendinnen op bezoek had en met hen naar Jeruzalem was gekomen,
een Italiaanse vrouw die een relatie had met een Britse
Israëliër uit Haifa, en een Nederlandse vrouw die
hier was voor de bruiloft van een familielid. De studente deed
onderzoek naar de gecompliceerde relatie tussen Duitsland en
Israël, waarvan ze onder meer te melden wist dat Duitsland pas
heel laat officiële betrekkingen met Israël had
aangeknoopt, omdat de Arabische landen hadden gedreigd om anders de DDR
te erkennen, wat Duitsland niet wilde. De Italiaanse was lang huiverig
geweest om haar vriend naar Israël te volgen vanwege het
conflict en de voortdurende gewelddreiging; ze vond al die jonge,
gewapende soldaten op straat maar niets. Op ons maakten de soldaten
echter een doorgaans relaxte indruk, en we voelden ons juist erg veilig
in Jeruzalem. Alleen de enkele keren dat we iemand zonder uniform met
een geweer door de stad zagen lopen, hadden we een wat ongemakkelijk
gevoel daarbij.
De Oude Stad bleek een doolhof van nauwe trapjes, straatjes en
steegjes, deels overdekt of zelfs ondergronds, waar je ondanks de
relatief kleine oppervlakte nog goed kon verdwalen. Het was een door de
eeuwen heen gegroeide opeenstapeling van grote stenen, met weinig open
ruimtes en nauwelijks groen. Er drongen zich bij de minste zichtbare
twijfel over de juiste route al snel Arabische kinderen op, die je
(tegen betaling) graag de weg wilden wijzen. Ook de talloze handelaren
waren soms opdringerig en probeerden je met een praatje hun winkeltje
in te lokken, waar alle mogelijke souveniers te krijgen waren. Het was
kortom voor een paar dagen leuk, maar na een week verblijf werd het
nogal claustrofobisch en waren we blij om verder te reizen. Natuurlijk
niet voordat we een aantal van de belangrijke bezienswaardigheden
hadden gezien, waaronder de Klaagmuur (naast de Tempelberg de enige
plek binnen de Oude Stad met een strikte toegangscontrole), de Grafkerk
en de Via de la Rosa (die niet erg verschilde van de andere Arabische
winkelstraatjes). Naast het grote plein bij de Klaagmuur was ook een
bezoek aan de daken na de smalle straatjes een verademing. Die waren
bereikbaar vanuit een klein straatje in de Joodse wijk. Hier vonden
zowel Joodse als Arabische kinderen ruimte om met een bal te spelen, en
kon je door dakvensters de Souk van bovenaf bekijken.
Het plein bij de
Tempelberg met rechts de Klaagmuur / Een Souk van bovenaf gezien
Op het pleintje binnen de Jaffa Poort en buiten de Damascus Poort (aan
de Arabische kant van Jeruzalem) kon je 'savonds laat prima zitten
nakletsen op een bankje, en je verbazen over de passerende publiek.
Alsof God geen dag en nacht had geschapen, struinden er groepjes
orthodoxe priesters, nonnen en religieuze joden 'snachts de Oude Stad
in en uit. De enkele dronkelap of andere vrolijke seculier was zelfs op
die uren sterk in de minderheid. Patrouillerende soldaten (vooral bij
de Damascus Poort) groetten je vriendelijk of vroegen om een sigaret.
De Oude Stad was tot ver in de negentiende eeuw het hoofdbestanddeel
van Jeruzalem. Vooral christelijke en Joodse immigranten uit Europa
begonnen nederzettingen buiten de stadsmuren te bouwen, vooral in
noordwestelijke richting. Nadat de Joden in de oorlog van 1948-1949
door het Jordaanse leger geheel uit de Oude Stad waren verdreven,
ontwikkelde West-Jeruzalem zich als de Joods-Israëlische
hoofdstad, totdat de stad in 1967 werd herenigd onder
Israëlisch bestuur, waarbij de gemeentegrenzen fors werden
uitgebreid en Oost-Jeruzalem geannexeerd. Echt herenigd is de stad
nooit: Israëlische bussen rijden slechts mondjesmaat in het
oostelijk deel, en de Arabieren hebben vlakbij de Damascuspoort hun
eigen busstation. In de Tourist Office kon men ons niet eens wijzen
naar een adres in het Arabische deel, al bleek dat na wat rondvragen op
straat op loopafstand te liggen. De Arabische of Palestijnse
Jeruzalemieten klagen dat de gemeente niets investeert in hun kant van
de stad, er komt zelfs geen gemeentelijke vuilophaaldienst in sommige
wijken. Volgens Walid Salem van het
Panorama Center in
Oost-Jeruzalem, wordt maar 5% van het geld besteed aan de uit eenderde
van de bevolking bestaande Arabische sector van de stad. De Joodse
Israëli's brengen daarentegen ook het overgrote deel van de
gemeentelijke belastingen op, en veel Arabieren gaan niet stemmen, al
hebben ook degenen zonder Israëlisch staatsburgerschap (de
meesten wezen dit af) gemeentelijk stemrecht. Een Amsterdamse Jood die
in Jeruzalem woont vertelde ons dat de situatie inderdaad scheef is,
maar al een stuk verbeterd ten opzichte van vroeger. Overigens betuigde
hij dat hij zich in Jeruzalem veiliger voelde dan in Amsterdam, een
gevoel dat wij eigenlijk wel met hem deelden. Dat geldt dan wel voor
West-Jeruzalem. Een Belgische vrijwilliger die bij het Palestijnse
Panorama Center werkt en in Oost-Jeruzalem woont, zei ons dat hij daar
wel eens was uitgescholden en door een kind met steentjes bekogeld,
omdat men hem voor een Jood aanzag...
Een bruisend uitgaansleven kent de Oude Stad niet. Daarvoor bezochten
we West-Jeruzalem, met als kernpunt Ben Yehidah Street, waar onze
favoriete Falafel Bar gevestigd was en je ook 'savonds nog in kleine
winkeltjes levensmiddelen en soeveniers kon bemachtigen. Er was zelfs
een sieradenmarkt 'savonds, er waren straatmuzikanten en artiesten en
orthodoxe Joden die vanachter een klaptafeltje zieltjes probeerden te
winnen. In het 'waterpijpenstraatje' keken jongeren op het terras naar
voetbalwedstrijden (Jeruzalem tegen Tel Aviv) of naar gewaagde
MTV-achtige clips die de orthodoxe Joden zeker niet zouden goedkeuren.
Het was opvallend dat er vrijwel geen openbare dronkenschap voorkwam.
Alleen op het Zion pleintje troffen we eens een ruziënde man
met schijnbaar teveel op, die door de soldaten tot bedaren moest worden
gebracht. Toen Jeruzalem voor het eerst sinds lange tijd van Tel Aviv
had gewonnen met voetballen, vierde een opgetogen menigte feest op het
plein voor het stadhuis, maar de aanwezige soldaten konden het
ontspannen gadeslaan.
Overdag kon je je boodschappen doen in een supermarkt of op de
uitgebreide Souk van West-Jeruzalem. Voor een Europeaan is het wellicht
meer ontspannen dan de Arabische souk, omdat alles gewoon zijn prijs
heeft en je niet steeds hoeft af te dingen. Ten zuiden van het centrum
liggen wat pittoreske oude straatjes die het zeker waard zijn om eens
rond te struinen, en naar het noorden kom je in de orthodoxe wijk met
meer monumentale gebouwen. Verder naar het westen liggen vooral
na-oorlogse wijken met rijtjeshuizen en flats, waarna je bij de Knesset
en andere regeringsgebouwen komt. Voor Yad Vashem, nog westelijker, is
een bus aan te bevelen. Het museum ter nagedachtenis aan de Holocaust
ligt op Mount Herzl, en biedt een indrukwekkende blik op de
vernietiging van de Europese Joden en de teloorgang van het rijke
Joodse leven in Europa in de eerste helft van de 20ste eeuw, met veel
getuigenissen in schrift, foto, video en voorwerpen.
Ook buiten het museum zijn verschillende monumenten en gedenkstenen
aangebracht, en een wandelpad brengt je naar een nabijgelegen
begraafplaats op de berg, waar onder meer Yitzhak Rabin en zijn vrouw
begraven liggen.
Synagoge in
West-Jeruzalem / Uitzicht vanuit Yad Vashem
Jeruzalem is natuurlijk ook de plaats - naast Tel Aviv - waar alle
mogelijke instellingen te vinden en te bezoeken zijn. Naast het eerder
genoemde Panorama Center van Walid Salem, bezochten we ook
één van de wekelijkse woensdagmiddag
discussiebijeenkomsten van het
IPCRI
(een gezamenlijk Israëlisch-Palestijns vredesinitiatief) in
het Ambassador Hotel in Oost-Jeruzalem. Tot onze verbazing werden daar
onze tassen niet eens gecontroleerd, hoewel er een PLO onderhandelaar
en een Israëlische minister onder de sprekers waren!
Met de medewerkers van IPCRI konden we een afspraak maken om een paar
dagen later bij hen langs te gaan voor een
gesprek
over hun visie op het conflict. Met andere afspraken hadden
we minder geluk. Vooral journalisten zijn druk bezet en kunnen weinig
vastleggen, omdat er altijd ergens een bom kan ontploffen (bij wijze
van spreken). Een correspondente van een Australische krant moesten we
om die reden laten zitten, en RTL-correspondent
Conny Mus kregen
we pas bij de
tweede
poging te spreken.
Jeruzalem was ook een goede uitvalsbasis voor dagtochtjes naar
Bethlehem en de Dode Zee:
Bethlehem
(zaterdag 5 mei)
Om in
Bethlehem
te geraken moet je nabij de Damascuspoort een Palestijns taxibusje
nemen. De dienstregeling is niet erg doorzichtig, maar chauffeurs en
omstanders spreken je meestal gelijk in het Engels aan en vragen naar
je reisdoel. Ze vertrekken blijkbaar gewoon als het busje vol is, maar
dat duurde in ons geval niet lang. Het busje brengt je naar de
grensovergang die officieel geen grensovergang mag heten, maar de muur
en checkpoint wekken wel héél sterk die indruk.
Te voet passeerden we de controle, die op de zaterdagmiddag erg rustig
was. Een schijnbaar verveelde soldate zat in een hokje en knikte dat we
onze bagage op de lopende band door de scanner moesten laten gaan. In
de gigantische checkpoint kon je haast nog verdwalen. Navraag bij
iemand van een vredesorganisatie die de gang van zaken bij checkpoints
monitort, leerde dat circa 5.000 Palestijnen dagelijks door de
checkpoint naar hun werk gaan. Volgens hem waren er zelden problemen,
en moesten Palestijnen er 5 minuten tot 3 kwartier wachten.
Aan de andere kant van de muur vochten minstens 10 wachtende
taxichauffeurs voor de rit. Ze wilden ons een retourtje Bethlehem
verkopen, maar wij stonden op een enkele reis. Na 5 minuten discussie
haalde één taxichauffeur de woede van de rest op
zijn hals door in te stemmen met een enkele reis. We waren er daarna in
no-time, maar volgens de Tourist Office (aan het marktplein gelegen)
hadden we ons toch nog laten afzetten met de prijs. De afstand bleek
ook veel korter dan ons was voorgehouden.
Moskee op
het grote plein tegenover Geboortekerk / Winkelende vrouwen in Bethlehem
De verplichte attractie in Bethlehem was de Geboortekerk, die naar
verluid zou zijn gebouwd op de plek waar ooit de kribbe van Jezus had
gestaan. Vooral groepen christelijke Amerikanen werden er met bussen
tegelijk heengereden en rondgeleid. De exacte plek van de kribbe (!)
was aangegeven met een metalen ster in de vloer van een klein kamertje.
In een souvenirwinkel aan het plein vertelde men dat de klandizie
weliswaar de laatste jaren weer wat was aangetrokken, maar dat het gros
van de buitenlandse toeristen in grote bussen kwam en ging, die bij
grote winkels elders even werden uitgelaten om souvenirs te kopen.
We zagen voor het eerst een winkeltje met een grote wapperende
Palestijnse vlag. Voor de Oslo akkoorden waren die verboden in de
bezette gebieden. In de Tourist Office had men allerhande boeken en
andere informatie over de Palestijnse kant van het conflict. We namen
een Engelstalig krantje mee, dat een dubbel gevoel bij ons oproep:
tussen objectief ogende nieuwsberichten stond er bijvoorbeeld een raar
paniekverhaal over de bouw van een synagoge bij de Klaagmuur, die de
Tempelberg zou bedreigen. We hebben die bouwaktiviteiten gezien in
Jeruzalem, en genoemde synagoge lag helemaal aan de overkant van het
plein, ver weg van de Tempelberg…
Wij wilden daarna vooral de stad verkennen en de sfeer opsnuiven. We
hadden een bezoek aan de
Hope Flowers School
overwogen, die echter een stukje ten zuiden van Bethlehem lag, en het
was onduidelijk hoe we er moesten geraken. Onze contactpersoon daar
bleek ook nog eens op dat moment in Nederland te verblijven (
of all places!).
Vanaf het marktplein deden we een rondje de heuvel over, waar de meeste
winkeltjes lagen en ook een rommelmarkt werd gehouden. Ik kocht er een
hemd.
Opvallend was een lange nieuwe trap die helemaal de heuvel afliep en
een bordje droeg dat zij met Europees geld was gefinancierd als
ontwikkelingshulp, en nog opvallender was een door o.a. de YMCA en een
Waalse gemeente gesponsorde olijfboom op het marktplein die een
plaquette
met een protest tegen de 'apartheidsmuur' bevatte.
Ten oosten van het centrum kwamen we nog bij een schattig oud kerkje
dat qua sfeer niet onderdeed voor de Geboortekerk, maar waar toevallig
geen Messias ter wereld was gekomen. Er werd een -waarschijnlijk
Palestijnse- schoolklas rondgeleid.
Toevallig passeerden we een souvenirwinkel waar vrijwilligers van een
internationale christelijke vredesgroep op bezoek waren. We maakten een
praatje over hun werk en over de ervaringen van de winkelier, waarbij
we ook koffie en thee kregen aangeboden, en kochten er een paar
souvenirs. Even verderop troffen we op het '
Palestine Heritage Center',
een organisatie die zich inzet voor het behoud van Palestijnse
klederdracht en cultuur. Ook hier knoopten we een gesprek aan, maar bij
een wat skeptische vraag raakte de beheerster gelijk opgewonden, en
begon te tieren dat de Joden helemaal geen eigen cultuur zouden hebben,
en dat ze in het museum in Haifa Palestijnse klederdrachten ten
onrechte als Joods tentoonstellen. Daar mag wel of niet iets van waar
zijn, maar waarom de eigen identiteit en rechten vooral benadrukken
door die van de ander te ontkennen? Zoals Palestijnen vaak ook de
historische connectie van de Joden met het land en met Jeruzalem
ontkennen, en het feit dat Joden ook een volk zijn met recht op
zelfbeschikking, zo ontkende deze vrouw het bestaan van een eigen
Joodse klederdracht. In het Palestijnse narratief lijkt alles wat de
Joden bezitten gestolen van de Palestijnen, en leven ze als parasieten
op anderen. In de Arabische wereld worden de Joden veelvuldig als
bloedzuigers en parasieten voorgesteld, wat overigens ook een klassiek
thema in het Europese antisemitisme is. Het gesprek liet dan ook een
nare nasmaak achter.
We zochten tenslotte nog de beruchte muur in Bethlehem, maar konden hem
in eerste instantie niet vinden. Pas op weg terug naar de checkpoint
kwamen we hem tegen, inclusief het rare hoekje waarin een huizenblok er
aan drie kanten door wordt omsloten. Dit heeft ook de Nederlandse TV
meermaals gehaald. De reden voor deze onlogisch ogende inham werd ons
toen niet duidelijk, maar hierachter schijnt het graf van Rachel te
liggen, dat de Israëli's aan hun kant wilden hebben.
Terwijl aan de Israëlische kant van de muur een groot spandoek
hangt met de tekst "
Peace
be with you", is de Palestijnse kant van de muur gevuld
met talloze meer en minder kreatieve veroordelingen ervan en oproepen
tot verzet, inclusief onsmakelijke vergelijkingen met Nazi's en het
Warschau getto.
Het mooiste protest was een serie gigantische foto's op de muur van
allerlei mensen die gekke bekken trokken, een projekt van een
kunstenaar.
De muur in
Bethlehem, gesierd door een fotoprojekt van een kunstenaar / het bijna
ingesloten huizenblok bij het graf van Rachel
De Dode Zee (maandag 7 mei)
Een ander dagtochtje voerde ons met een Israëlische lijnbus
via de Westoever naar de
Dode
Zee. Onderweg door een heuvelachtig woestijngebied zagen
we al snel her en der kleine Bedoeïenenkampjes liggen,
opgebouwd uit tenten en krotwoningen.
In de buurt van de Dode Zee, weer binnen de pre-67 grenzen, waren
verschillende palmboomplantages, maar tussen bergen en zee woonden
nauwelijks mensen.
De Dode Zee zelf was - eerlijk gezegd - nogal een anticlimax. In de
middle of nowhere was een soort entree aangelegd die het meeste aan een
openluchtzwembad deed denken, met ruime parkeerplaatsen waar vooral
bussen voor groepsreizen stopten, en achter de entree een kalige vlakte
met rijen parasollen die wat bescherming moesten bieden tegen de hete
zon. Het was ver in de 30 graden.
Met name door het grote waterverbruik is het waterpeil van de Dode Zee
in de laatste decennia meters gedaald, en moet je een armzalig pad
afdalen om bij het water te komen. Een noemenswaardig strand ontbrak,
evenals bankjes, dus je ging op wat rotsen zitten. De hoofd attracties
waren je laten fotograferen met een krantje in het water (waartoe
dezelfde krant van hand tot hand ging) en je insmeren met klei die je
wat verderop in het water kon vinden, waarvan eveneens een foto gemaakt
moest worden.
Dobberen in
de Dode Zee / Palmbomen deden het goed bij de tropische temperaturen
Normaal zwemmen in het water was vrijwel onmogelijk, en het zout beet
in je ogen en in alle wondjes die je maar ergens op je lichaam had.
Douches waren gelukkig wel aanwezig.
We ontmoetten aan het water een Duits stel, waarvan de vrouw regelmatig
Israël bezocht en ook in Ber Sheba had gestudeerd. Sinds de
laatste bomaanslag daar in 2004 nam ze nooit meer de bus, maar ze was
uitzonderlijk betrokken bij het land (voor een niet-Joodse en
niet-religieuze Europeaan). Ze had er wel veel op aan te merken, met
name de beleid ten opzichte van de bedoeïenendorpen, maar
thuis in Duitsland voelde ze zich genoopt om Israël te
verdedigen tegenover de steeds feller en talrijker wordende
criticasters...
Kiryat Shmona en Tel Hai
(dinsdag 8 t/m vrijdag 11 mei)
Vanuit Jeruzalem namen we de bus naar Tiberias, maar bij aankomst oogde
de stad zo grauw en onaantrekkelijk dat we doorreisden naar
Kiryat Shmona,
een
ook wat troosteloos stadje, dat tijdens de Tweede Libanon Ooorlog door
Hezbollah met raketten was bestookt. Even daarachter lag op een heuvel
een door onze reisgids aangeprezen Youth Hostel in
Tel Hai. Het bleek
niet zozeer een jeugdherberg als een soort jeugdconferentieoord. Hele
scholen kwamen erheen om van daaruit dagtochten in de omgeving en naar
de Golan te maken. De kamers leken meer op hotelkamers, met douche, TV
en een mini-ijskast. Desondanks waren ze goed betaalbaar.
Het openbaar vervoer was in deze uithoek van het land belabberd. We
besloten te liften, en hadden daarbij veel concurrentie van lokale
jongeren, vooral studenten en dienstplichtigen die naar huis
terugkeerden. Met meerdere lifts en hulp van een mede-lifter bereikten
we het
Tel Dan natuurpark.
Het park was prachtig, maar niet zo groot en behoorlijk aangeharkt, en
we moesten moeite doen om niet continu tussen de schoolklassen te
belanden die hier werden rondgeleid. Daarbij viel overigens op dat alle
groepen een gewapende bewaker bij zich hadden.
In Tel Dan
ontspringt de Dan, één van de rivieren die de
Jordaan voeden. / Loopgraaf bij bunker met zicht op de Golan hoogte.
Tel Dan is meer dan alleen een natuurpark. Er liggen tevens de resten
van de
oude stad Dan,
die opgegraven en tentoongesteld worden. Ook recenter is het van
historisch belang, omdat hier vroeger de grens met Syrië liep,
die voor de
Zesdaagse
Oorlog erg onrustig was. We konden een oude bunker compleet
met loopgraven bezichtigen, van waaruit vroeger de grens in de gaten
werd gehouden.
Eigenlijk hadden we bij Tel Dan het eerste traject van het
Israel Trail, de
landelijke lange-afstand wandelroute willen volgen, maar omdat we geen
Hebreeuws verstonden en geen goede wandelkaart bij ons hadden, werd ons
dit min of meer verboden door een ervaren gids die werkte bij het
museum bij het startpunt. De wandelroute liep vrij dicht langs de
Libanese grens, en voor je het wist kon je bij een verkeerde afslag in
Libanon terecht komen en - God verhoede - in handen van de Hezbollah
vallen. Wij wilden geen geschiedenis schrijven door de aanleiding te
worden voor de
Derde
Libanonoorlog, dus we volgden zijn dringende advies maar
op.
De volgende dag besloten we nochtans om een stukje van de tweede etappe
van de Israel Trail te lopen, die vanaf even boven onze
overnachtingsplaats aan Kiryat Shmona voorbij naar het zuiden liep. Ook
hier passeerden we historische plaatsen, namelijk waar vroege
kibboetsen hadden gelegen die herhaaldelijk na Arabische aanvallen
ontruimd moesten worden. Er was een gedenkteken voor bij de
begraafplaats waar de etappe begon, en nadien informatiebordjes langs
het pad die aan de geschiedenis herinnerden. De route was gemarkeerd
met oranje-blauw-witte strepen. Het duurde helaas niet lang voor het
traject vastliep bij een gesloten poort, en we moesten een heel stuk
terug en over de grote weg, voor we verderop de route weer konden
oppikken. Daarbij moesten we enkele Hebreeuwse waarschuwingsborden
trotseren, waarvan we de betekenis alleen maar konden gissen. We waren
wel ver genoeg van de Libanese grens verwijderd, dus waagden we de gok.
Via een dal met moderne kunstobjecten klommen we omhoog om langs de
helling - waar bovenaan de grens met Libanon moest lopen - aan Kiryat
Shmona voorbij naar het zuiden te wandelen. Helaas was het weer die dag
nogal somber en liep de route grotendeels over brede paden, soms
geasfalteerd. We hadden zin om te zwemmen, maar de kunstmatige poelen
die verderop in het dal lonkten oogden niet als zwemwater. We zouden ze
niet meer bereiken, want op het eind van Kiryat Shmona besloten we af
te dalen en de sombere woonwijken van het stadje te inspecteren voor we
op zoek gingen naar een falafeltent.
Israel
Trail bij Kiryat Shmona / Uitzicht op Tel Hai (links midden) en Kiryat
Shmona (rechts onder), met daarachter de Golan
Haifa (vrijdag 11 t/m zondag 13 mei)
Haifa is de
meest gemengde stad van Israël, wat voor onder meer de
uit Nederland
afkomstige historicus Bert de Bruin reden was zich hier te
vestigen. Na de verovering tijdens de Kruistochten werd op Carmel de
kloosterorde der Karmelieten gesticht, en in de 19de eeuw vestigden
zich hier Duitse Tempeliers, naar wie nog steeds de Duitse Kolonie is
vernoemd. Haifa ontwikkelde zich tot een belangrijke havenstad, en werd
in de 20ste eeuw de entree voor veel Joodse immigranten uit
Oost-Europa. Ook de in Iran vervolgde Baha'i vonden hier later een
toevluchtsoord.
Tijdens de Tweede Libanon Oorlog was Haifa tevens doelwit van de
lange-afstandsraketten van Hezbollah.
Voor het begin van de Sabbat wilden we in Haifa genesteld zijn en wat
boodschappen gedaan hebben. We vonden een prima hostel op Jaffa Road in
het centrum van de stad, en na het uitpakken konden we nog met de
trambaan een stuk de beroemde berg Carmel op. Van daar heb je een mooi
uitzicht op de stad en de zee, en terug afdalend kom je langs de
fameuze tempel en tuinen van de Baha'i. Een deel daarvan is vrij
toegankelijk, voor het overige kun je aan een georganiseerde
rondleiding meedoen. De Baha'i tempel ligt tegen de berg op, aan het
begin van een trendy laan met druk verkeer en veel - vooral prijzige -
eetgelegenheden. Vanwege ons budget zochten we in de Arabische buurt
een falafeltentje op, en boodschappen deden we in een grote supermarkt
met overwegend Russisch personeel en klandizie.
Uit zicht
op Haifa met Baha'i tempel / Arabische buurt in het centrum van Haifa
Nabij het centrum was helaas maar een klein strandje, dat ook nog
gesloten was toen wij daar kwamen. Vanwege de Sabbat was er geen
openbaar vervoer, en moesten we een stevig eind lopen naar het strand.
We vonden een mooie wandelroute door een langgerekt park, waarna we
uitkwamen bij het Maritieme Museum en het Clandestiene Immigratie
Museum. Enkele oorlogsscheepjes uit Israëls woelige verleden
staan in de open lucht tentoongesteld.
Het was op het strand opmerkelijk rustig en vrij sober ingericht; de
meeste strandgangers gingen met hun auto naar het luxueuzere strand aan
de andere kant van de berg Carmel. Die afstand hebben wij ook te voet
afgelegd. Terug naar het centrum liepen we door de nogal verwaarloosde
woonwijken met oude flatgebouwen aan de voet van de Carmel. De volgende
dag gingen we voor vertrek nog eens helemaal met de tramlijn naar
boven, waar zich een drukker woon- en winkelcentrum bleek te bevinden
dan beneden. Een heel lange afdaling te voet over schier eindeloze
trappen bracht ons nog langs mooie en minder fraaie delen van de stad.
Sderot (maandag 14 mei)
Sderot is
op
zich geen spannend stadje, maar is berucht geworden als belangrijkste
doelwit van Qassam raketten, die Palestijnse
terroristen al jaren vanuit de Gazastrook op Israël afvuren.
Met name sinds de Israëlische terugtrekking uit Gaza in 2005
zijn er duizenden raketten en granaten op Sderot en omgeving
neergeregend. Een kwart van de inwoners heeft de stad inmiddels
verlaten en de meeste kinderen leiden aan stresstoornissen.
Behalve vanwege de Qassams, bezochten we Sderot vooral om ook een echte
kibboets
gezien te hebben. Onze afspraak was echter niet op een traditionele
landbouwkibboets, maar een moderne stadskibboets (
urban
kibbutz), waarvan de leden onder meer in het onderwijs,
sociaal werk of IT werkzaam waren. Ieder had een eigen (gezins)woning,
maar de inkomens werden grotendeels in een gemeenschappelijke pot
gestopt en er was een gezamenlijk activiteitencentrum. Een bewoonster
waarmee we spraken werkte voor het
Peres Peace Center,
opgericht door de huidige president, en ze deed met name projecten met
Arabische en Joodse jeugd. De idealistische kibboetsniks waren zeker
niet representatief voor de inwoners van Sderot: ze koesterden geen
wrok tegen de Palestijnen van Gaza en waren zeer voor dialoog, zowel
met Hamas als Hezbollah.
In afwachting van de bus terug naar Rehovot maakten we nog een
wandeling door het centrum van het stadje en aten daar falafel. We
hadden instructies gekregen wat te doen als er een Qassam alarm klonk:
dekking zoeken achter een muurtje. Het was juist een paar dagen rustig
geweest in Sderot, maar een dag na ons bezoek meldde het nieuws dat er
weer Qassams waren gevallen.
De moderne
stadskibboets / Vanuit Sderot kon je in de verte Gaza zien liggen.
De laatste dagen (dinsdag
15 t/m vrijdag 18 mei)
In de laatste dagen hadden we nog een aantal informatieve aktiviteiten
gepland. Op 15 mei waren we te gast in het schrijverscafé
van Tel Aviv, waar we onder meer van gedachten wisselden met een aantal
Israëlische bloggers, waaronder Liza van "
Something
Something" en Stephanie van "
Stefanella".
Ze waren zeer geïnteresseerd in internationale kontakten, en
tegelijkertijd verwonderd over de enorme internationale aandacht voor
hun kleine landje. Hoewel zelf behoorlijk kritisch over bijvoorbeeld de
nederzettingen, ervoeren zij de eenzijdige negatieve berichtgeving als
zeer onterecht en onredelijk. Alles wat Israël doet wordt
onder een vergrootglas gelegd...
De volgende dag hebben we nog met onze vrienden Ami en Joe rond de
tafel gezeten om onze internationale Zionistische samenzwering te
coördineren, en daarna haastten we ons naar Jeruzalem om nog
het staartje mee te krijgen van de Jeruzalemdag, de viering van de
hereniging van de stad in 1967, volgens de Joodse kalender exact 40
jaar geleden.
Na een laatste afscheidsrondje door Jeruzalem en nog wat extra foto's,
wachtte op vrijdagmiddag het vliegtuig terug naar Nederland. Ditmaal
was er wel een uitgebreide controle van onze bagage, die tot 3 keer toe
door een scanner moest, en zelfs de schoenen moesten uit...
We hadden bij verre niet alles gezien dat we wilden zien en lang niet
iedereen gesproken die we wilden spreken, dus een vervolgreis zit in de
planning.
De reisgids - Lonely Planet
"
Israel & the
Palestinian Territories" (editie 2007), van Lonely Planet,
was de Engelstalige reisgids die we hadden aangeschaft. Hij bevatte
veel informatie over het land die met name was toegesneden op
backpackers en low-budget toeristen. Overnachtingplaatsen waren
onderverdeeld in budget, midrange en top end. Wat helaas erg stoorde
aan de gids was (naast het irritant popi toontje), de pro-Palestijnse
politieke stellingnames in de beschrijvingen van de geschiedenis en
andere aspecten van het conflict, die niet erg gepast zijn voor een
toeristische reisgids.
De meest opvallende omissies in de uitvoerige geschiedschrijvingen
waren het ontbreken van enige vermelding van Arabisch/Palestijns
antisemitisme, inclusief de nazi-collaborateur Haj Amin al-Husseini,
Moefti van Jeruzalem in de jaren '20 en '30. Van het Hamas handvest
werd wel vermeld dat zij Israël willen vernietigen en er een
islamitische staat stichten, maar zelfs hier werden de antisemitische
passages verzwegen. Ook over de Palestijnse terreuraanslagen werd
nauwelijks uitgewijd. Het roemen van de Arabische hartelijkheid en
gastvrijheid geeft dan toch wel een erg eenzijdig beeld...
Enkele voorbeelden:
Op pag. 39 worden de mislukte vredesonderhandelingen in 2000-2001
tussen Barak en Arafat besproken. Hoewel niet wordt beweerd dat het
Israëlische eindbod onacceptabel was voor de Palestijnen,
wordt als uitleg gegeven dat 'Arafat wasn't ready to move that fast' -
het ging de oude Arafat allemaal wat te snel. Een curieuze verklaring,
gezien dat het vredesproces al enkele jaren vertraging had opgelopen:
volgens Oslo had de Palestijnse staat er namelijk al in 1999 zullen
zijn.
Op pag. 45 wordt de 'dubbele standaard' gehekeld van de Wet op de
Terugkeer voor Joden tegenover het afwijzen van terugkeer van de
Palestijnse vluchtelingen en hun nakomelingen naar Israël. De
bestaansreden voor Israël en de oorzaak van het Palestijnse
vluchtelingenprobleem worden daarbij niet meegewogen (hoewel ze
redelijk aan bod komen in het langere geschiedenisoverzicht): Iedere
staat regelt zijn eigen immigratiepolitiek en geeft bepaalde groepen
voorkeur boven anderen; Israël is mede gesticht om een veilige
haven te zijn voor alle Joden wereldwijd; als je dat afkeurt, keur je
de essentie van Israël en Joodse zelfbeschikking af.
Op pag. 83 wordt bij de geschiedenis van de Oude Stad van Jeruzalem
geen melding gemaakt van de verdrijving van de Joodse gemeenschap in
1948 en de daarop volgende vernielingen van synagogen en andere Joodse
eigendommen. Ook vergeet men te vermelden dat Joden, in schending met
het wapenstilstandsverdrag van 1949, de toegang tot de Klaagmuur werd
ontzegd. Het Joodse kwartier werd na 1948 gevuld met moslims, die er na
de Israëlische overwinning in 1967 op hun beurt weer uit
werden verwijderd.
Op pag. 302 wordt foutief beweerd dat het grootste deel van de
afscheidingsbarrière een muur is en geen hek, en worden
overigens ondeugdelijke cijfers gegevens over de omvang van het
Palestijnse land dat achter de 'muur' komt te liggen. Als bron wordt
dan ook aktiegroep Stopthewall.org genoemd. Ook elders worden
veelvuldig pro-Palestijnse aktiegroepen genoemd en naar hun websites
verwezen, wat deels de gekleurde weergave zal verklaren.
Op pag. 389 wordt Rachel Corrie aangehaald als waarschuwing dat
"activisme gevaarlijk kan zijn", zonder te vermelden dat zij zich op
een verboden terrein bevond, waar het Israëlische leger bezig
was naar uit Egypte gesmokkelde explosieven te zoeken, en haar
tragische dood mede door haar eigen roekloosheid kwam.
Men verwijst in Jeruzalem naar de Alternative Information Center als
belangrijk informatiepunt naast de officiële tourist office.
Dit bleek een klein erg radikaal clubje te zijn waar aktievoerende
jongeren werken en bijvoorbeeld een brochure werd verspreid met
allemaal tegenargumenten om tegen mensen die Israël verdedigen
te gebruiken. De door de gids aanbevolen tours van de ICAHD (Israeli
Committee Against House Demolitions, wiens leider Jeff Halper openlijk
voor de opheffing van Israël pleit), naar de 'muur' en
Palestijnse vluchtelingenkampen bleken alleen incidenteel voor
vredesactivisten of actiegroepen te worden gehouden. Men was duidelijk
wat te gretig met het willen aanbieden van andere informatie dan de
officiële tourist office te bieden heeft.
©
Dit artikel is copyright Israël-Palestina Informatie, afgezien
van onderdelen waarvoor andere bronnen worden vermeld. Voor
overname
gelieve kontakt met ons op te nemen via het e-mail adres. Beperkte
citaten voorzien van een link naar deze webpagina zijn toegestaan.
Websites over
Israël-Palestina en het Midden-Oosten Conflict:
* A Brief
History of Israel and Palestine and the Conflict,
The
Early
History of Zionism and the Creation of Israel, and many other
articles on
MidEastWeb for
Coexistence
- Middle East news & background, history, maps and opinions
* Wikipedia
categories Israel
and Zionism, Palestine
and Middle
East
*
Council for
Peace and Security (Israel) * One Voice Movement
* Ariga's PeaceWatch - on the
Israeli-Palestinian conflict and Middle East peace
*
Middle East Analysis
*
Israel
News * Israel:
Like This, As If (blog)
*
Zionism
and Israel Information Center
* ZioNation -
Progressive Zionism and Israel Web Log
* IMO -
Israël & Midden-Oosten Blog (Nederlandstalig)
* Virtuele Encyclopedie van het
Conflict Israël-Palestina (
Nederlandstalig)
*
Israël
Informatie Linkpagina (
Nederlands
/ Engels)
*
Israël
& Palestijnen Nieuwsblog (
Nederlands / Engels)