NOS Journaal berichtgeving
over Israël en de Palestijnen

Laatste update 28-3-2010

 Dutch TV news NOS Journaal study (English summary)

 

“Wij vinden zelf niks; wij proberen daarentegen u te helpen iets te vinden.”

Aldus de standaard reactie van de NOS op kritiek dat het Journaal een eenzijdig beeld schetst van het Midden-Oosten conflict. Zulke kritiek zegt de NOS al jaren te krijgen, en wel van beide kanten in het conflict.

Onze eigen beoordeling is, dat de meeste Nederlandse media tot in de jaren ’80 vooral neigden naar het Israëlische perspectief, en ze met name de laatste 10 jaar overwegend neigen naar de Palestijnse kant. Deze onevenwichtige berichtgeving was één van de redenen waarom wij onze website zijn gestart, en waarom ook op IMO Blog regelmatig de Nederlandse media onder de loep worden genomen. Ons viel de afgelopen jaren geregeld op dat de NOS wel erg veel aandacht besteedt aan het Palestijnse perspectief, vaak reportages heeft vanuit Palestijns gebied waarin Palestijnen hun verhaal doen en Israël van allerlei beschuldigen, zonder dat iemand van Israëls kant daarop reageert of zonder dat de mogelijkheid tot wederhoor wordt geboden of enige context wordt gegeven. Er is in het algemeen veel aandacht voor de verhalen van gewone mensen en de gevolgen van conflicten voor gewone mensen met relatief weinig ruimte voor uitleg over de achtergronden en hoe het zo is gekomen. Omdat Israël de sterkere partij is, leidt dat gemakkelijk tot identificatie met de Palestijnen.

Daarnaast zijn de afgelopen jaren verschillende groepen aktief geworden die de Nederlandse media kritisch volgen en aandacht vragen voor ongebalanceerde berichtgeving ten nadele van Israël, zoals de stichting W.A.A.R. in Nederland en de Israel Facts monitorgroep vanuit Israël zelf. Naast een onderzoek naar de berichtgeving in NRC Handelsblad door WAAR, is het afgelopen jaar met name ook het NOS Journaal kritisch gevolgd. WAAR en Israel Facts hebben de twee onderstaande rapporten gepubliceerd en zijn erover met de NOS in discussie gegaan. Naar aanleiding van het eerste rapport zijn er kamervragen gesteld door de VVD over de objectiviteit van de berichtgeving door de NOS en de publieke omroepen. Zie de website van Israel Facts voor de toelichting op het tweede rapport en de reactie van de NOS.

Onevenwichtige berichtgeving door de NOS is extra kwalijk omdat zij als onderdeel van de publieke omroep en als neutraal medium bij uitstek, betrouwbare en objectieve informatie moet geven. Terwijl de verschillende omroepverenigingen hun eigen kleur hebben en die in de programma’s tot uitdrukking mag komen, is de NOS er, naar eigen zeggen, voor iedereen, en iedereen moet zich in de programma’s kunnen herkennen. De NOS zegt daarover zelf in haar journalistieke code:

“De NOS stelt zich, als integraal onderdeel van de publieke omroep, tot doel de primaire informatiebron te zijn op het gebied van nieuws, sport en evenementen, zodat de Nederlandse burger beter in staat is te oordelen over ontwikkelingen in de wereld, en zijn eigen gedrag te bepalen.

De NOS hanteert hierbij de hoogste journalistieke eisen van evenwichtigheid, zorgvuldigheid, betrouwbaarheid, ongebondenheid, pluriformiteit en onbevooroordeeldheid.

De NOS scheidt feiten en meningen, past hoor en wederhoor toe en vermijdt eenzijdige berichtgeving.”

De NOS verschuilt zich er vaak achter dat, daar zij door mensen en organisaties van beide kanten van onevenwichtigheid wordt beticht, zij wel in het midden zal zitten en het wel goed zal doen. Dat is nogal gemakzuchtig. Niet alleen ligt de waarheid niet altijd in het midden, de geleverde kritiek van onevenwichtigheid moet per keer afzonderlijk worden beoordeeld. Hoeveel mensen dezelfde kritiek hebben of juist tegenovergestelde kritiek mag deze beoordeling niet in de weg staan.

Het is bijna ondoenlijk om een geheel objectieve methode te vinden om te beoordelen of de berichtgeving over het Israëlisch-Palestijnse conflict (maar dit geldt evengoed voor andere kwesties) evenwichtig is. Moeten Israëli’s en Palestijnen evenveel aan het woord komen? En moet daarbij dan ook onderscheid gemaakt worden tussen mensen die het voor hun kant opnemen en zij die er juist kritisch tegenover staan? Welke organisaties en bronnen gelden als betrouwbaar en neutraal in het conflict? Wanneer moet welke context of achtergrondinformatie worden gegeven? Welke terminologie moet worden gebruikt? Sympathisanten van de beide partijen zullen het daarover niet snel eens kunnen worden. Daarvoor zijn ze te zeer oneens over de geschiedenis, oorzaken en feiten, en zitten in een verschillend paradigma. Zelfs over de terminologie kan men het al niet eens worden, en de meest basale (en bewezen) feiten worden door partizanen van beide kanten betwist. Dat betekent echter niet dat kritiek van hen per definitie geen hout snijdt.

Terwijl veel mensen van mening zijn dat de media nu een stuk evenwichtiger zijn dan vroeger, en zelfs nog steeds meer aandacht voor Israëls perspectief zouden hebben, is er in de praktijk juist veel aandacht voor het Palestijnse perspectief. Niet alleen bij de NOS, ook bij NRC Handelsblad en andere media. Zo was er enorm veel aandacht voor de Israëlische ‘muur’ en de gevolgen voor de Palestijnen, voor radikale kolonisten in Hebron en elders die Palestijnse olijfboomgaarden vernielden en voor de voortgaande bouw in de nederzettingen. Ook de groei van rechts in Israël bij de verkiezingen van 2009 kreeg veel aandacht, en de aanhang van Lieberman werd meermaals in beeld gebracht terwijl zij anti-Arabische leuzen scandeerden. Veel minder aandacht was er voor het virulente Arabische antisemitisme, en de verheerlijking van geweld en het ‘martelarenschap’ in de Palestijnse samenleving, in media en schoolboeken. Ook het feit dat door de afscheidingsbarrière en andere Israëlische restrictieve maatregelen wel degelijk veel aanslagen zijn verijdeld, kreeg weinig aandacht, en vaak wordt gesuggereerd dat Hamas zich heeft gematigd, om ideologische redenen geen of minder aanslagen uitvoert (dit is in feite omdat het niet meer lukte) en onder voorwaarden bereid zou zijn Israël te erkennen. Zowel NRC Handelsblad als de NOS laten vooral gematigde vertegenwoordigers van Hamas aan het woord en negeren radikale uitspraken van de hardliners.

De sterke nadruk op Palestijns lijden, het ontbreken van context en van Israëls versie van het verhaal, en de schrijnende reportages tijdens onder meer de Gaza Oorlog, creëren een eenzijdig beeld van Israël als de wrede dader en de Palestijnen als willoos slachtoffer, een beeld van goed en slecht dat anti-Israël sentimenten aangewakkerd.


  1. Rapport NOS Journaal berichtgeving Gaza Oorlog december 2008-januari 2009
  2. Rapport NOS Journaal berichtgeving Israël-Palestina oktober-december 2009
  3. Journalistieke code NOS

Zie ook op IMO Blog:


NOS-journaal manipuleerde nieuws Gaza oorlog.

http://www.israelfacts.eu/tv-media/nos-journaal-rapport/index.html#03c1989bb4009a304

Onderzoek NOS–journaal op verslaggeving over oorlog Hamas vs Israel uitgevoerd door stichting WAAR Nederland (Waarheid Accuratesse Authenticiteit in Reportages) en Israel Facts monitor groep Israel/Nederland

Dit onderzoek betreft de verslaggeving over de oorlog tussen Hamas en Israel door het acht uur NOS journaal in de periode 24 december 2008 t/m 24 januari 2009. Om een beeld te krijgen van de aandacht die de NOS besteedde aan de ontwikkelingen die leidden tot de oorlog werden de uitzendingen vanaf 19 December bekeken, maar we vonden geen reportages over dit onderwerp.

Doel van het onderzoek is om een analyse te maken van het NOS journaal, om zo vast te stellen of men het nieuws bracht in volledige vorm en met utilisatie van alle beschikbare feiten. Voorts toetsen we de feitelijke berichtgeving aan de eigen Journalistieke code van de NOS.

Inleiding

Alle reportages die het NOS 8 uur journaal uitzond werden tijdens en na de Gaza oorlog geanalyseerd op de weergave van feiten, op beeldgebruik, woordgebruik, keuze van gebruikt materiaal, tijdsduur van de reportages en de al of niet prominente plaats van de reportages in de uitzending. Eén en ander in vergelijking met de rapportage in andere landen, bij voorbeeld Duitsland, als ook met vergelijkbare NOS reportages over andere oorlogen. Voorts werd aan de hand van de eigen journalistieke code van de NOS onderzocht of de reportages daaraan voldeden. In Israel werden reportages getoetst aan de feiten die op dat moment bekend waren en aan de berichtgeving van derden waaronder ZDF en ARD Tagesschau in Duitsland (Tagesschau is qua opzet te vergelijken met NOS Journaal) en de Israëlische TV zenders Arutz 1 (Mabat) en Arutz 10 (Chadeshot Arutz 10) Deze Israelische nieuwsprogramma’s besteedden dagelijks gemiddeld vier uur aandacht aan alle aspecten van de oorlog, inclusief de gebeurtenissen in Gaza. (zie voor voorbeelden van deze rapportage bijlage met videolinks bij nr. 1)

De dagelijkse reportages van NOS 8 uur Journaal begonnen bij het begin van de Israëlische operatie in Gaza, die door de NOS werd aangeduid als offensief. Niet eerder dan 24 december berichtte de NOS over grote aantallen raketten op zuid Israel en het besluit van de Israëlische regering om militair in actie te komen tegen Hamas. Het zuiden van Israel werd echter al weken bestookt met honderden raketten maar deze aanvallen werden door de NOS bijna geheel genegeerd. Op 19 december bijvoorbeeld, een week voor het besluit van de Israëlische regering, werd Israel bestookt met 19 Kassam raketten en daarbij vielen gewonden. De NOS besteedde er geen aandacht aan; de uitzending van die dag ging voor meer dan de helft over de Nederlandse acties tegen de Taliban in Afghanistan. En opvallend was dat alle aspecten van deze oorlog in deze uitzending wel aan bod kwamen.

De gemiddelde reportage in de eerste weken van de oorlog duurde 6 minuten, en de meeste journaals openden met dit nieuws. Na het bereiken van het staakt het vuren liep de duur van de reportages terug tot circa 2,5 minuut en namen ze een minder prominente plaats in de uitzendingen in. Negentig procent van de uitzendingen over de oorlog werd gevuld met beelden en reportages over de situatie van de Palestijnse bevolking in Gaza.
Deze reportages bevatten interviews met Palestijnen in Gaza die soms grove beschuldigingen uitten aan het adres van Israel, in één geval werd het woord Holocaust gebruikt. Toch kregen Israëlische woordvoerders niet de gelegenheid om op deze beschuldigingen te reageren.
In de drie weken dat de oorlog duurde produceerde de NOS slechts één reportage over de situatie aan het Israëlische front waar tijdens de oorlog een miljoen mensen geterroriseerd werden door de Hamas beschietingen op Israëlische burger centra. De andere uitgebreide reportage die de NOS produceerde over de situatie in Israel ging over de Israëlische tv zender Arutz 10. Het overige nieuws over de Israëlische kant werd belicht in flitsen van enkele seconden. Geen van de uitzendingen die het acht uur journaal uitzond bevatte een analyse over hoe de oorlog tot stand was gekomen. Zoals gezegd werden de oorzaken van de Gaza oorlog nauwelijks belicht en zo kon men de Israelische actie als een offensief presenteren Dit gebeurde bijvoorbeeld in de reportage van 24 december, waarbij Israel reageerde op een aanval van Hamas op de grens met zuid Israel, de Hamas terroristen die betrapt werden op het plaatsen van een bermbom bij de grens werden hierop beschoten en werden daarbij gedood. Deze actie werd door het journaal “Israëlisch offensief” genoemd.
Ook werd geen analyse gemaakt van de bedoelingen van Hamas. Echter over Israëls bedoelingen wist Sander van Hoorn al in zijn eerste bijdrage te vertellen dat de Israëlische actie in verband gebracht moest worden met de naderende Israëlische verkiezingen. Evenmin werd gewezen op het Hamas charter, en de herhaaldelijke radikale verklaringen van Hamasleiders als verklaring voor de voortdurende raketaanvallen op Israel. (Hamas stelt in haar charter dat zij vernieting van Israel na streeft.) Ter vergelijking , de ARD Tagesschau in Duitsland zond in haar 8 uur journaal van 27 december een item uit over de organisatie Hamas : de positie ten opzichte van Israel werd belicht alsook de interne machtstrijd met de PA van Mahmoud Abbas. Tot zover deze inleiding.

Feiten en onjuistheden

Sommige reportages van het NOS journaal bevatten feitelijke onjuistheden.
Hierboven gaven we al een voorbeeld over de uitzending van 24 december waarin gesproken werd over het “Israëlische offensief”. (zie deze reportage en de ARD reportage bij links 1)
Dezelfde uitzending bevatte een reportage over de kerstvoorbereidingen in Bethlehem. Gezien de ontwikkelingen in Zuid Israel had een reportage over de situatie daar verwacht mogen worden.

In deze reportage over Bethlehem werd door Sander van Hoorn nogal suggestief gezegd dat zelfs in het duurste hotel in Bethlehem niet aan de Israëlische bezetting viel te ontsnappen, waarop de camera in zoemde op een door de IDF tijdens de 2e intifada, geplaatste wachttoren. De week voordat deze reportage gemaakt werd, was echter de controle over Bethlehem door Israel aan de PA overgedragen. Op het moment dat Van Hoorn deze reportage maakte hadden 1500 PA politieagenten in Bethlehem de IDF vervangen.
Dezelfde reportage gaf ook een feitelijk onjuist verslag van de situatie bij de geboortekerk in de winter van 2003, die gepresenteerd werd als een Israëlische belegering, terwijl in feite de kerk bezet werd door 200 Palestijnse terroristen, die de geestelijken daar in gijzeling hielden.

In de uitzending van 27 december meldde Sander van Hoorn dat Israel ergens medio november begonnen was met het schenden van het bestand. Echter op 4 november 2008 ontdekte de IDF een tunnel die tot aan de grens bij Kissufim liep, klaar om gebruikt te worden voor de ontvoering van soldaten van de IDF. Het graven van de tunnel was op zichzelf een schending van het bestand door Hamas (het was een van de Israëlische voorwaarden voor het bestand van 19 juni 2008). Bij de poging om de tunnel onschadelijk te maken ontstond een vuurgevecht met Hamas en daarbij werden volgens de Palestijnen 6 Hamas leden gedood.

Op 28 december stelde van Hoorn dat de ingestelde verboden militaire zone rond Gaza onmogelijk te maken kon hebben met veiligheid van de daar aanwezige burgers (waaronder verslaggevers). Hij suggereerde zelfs dat de maatregel bedoeld zou zijn om “pottenkijkers” op afstand te houden. Op zowel 22 -12 als op 24-12 werden echter vanuit Gaza door sluipschutters aanvallen gepleegd op burgers in de omgeving van de grens met Gaza en werd een groep christelijke Palestijnen uit Gaza in het grensgebied bij Erez beschoten met mortiergranaten tijdens kerstmis.

Op 13 januari presenteerde het NOS journaal een door van Hoorn gemaakte reportage over Arutz 10, een populair TV station in Israel, waarin de wijze van rapporteren over de oorlog in Israel werd belicht. In deze reportage zei van Hoorn dat de Israëlische bevolking voor 90 % achter de oorlog stond vanwege de “cleane” en “smetteloze” beelden die men kreeg voorgeschoteld in het nieuws over Gaza het geen geheel onjuist was. De Israëlische TV liet, evenals de NOS, slachtoffers zien aan de Palestijnse kant. Iedere uitzending bevatte beelden van ingestorte gebouwen en van kinderen en vrouwen die dood of gewond waren. Maar net als de NOS hanteert de Israëlische TV een journalistieke code waarin geen beelden worden getoond van mensonterende taferelen ( zeer ernstig verminkte lichamen). Dit was altijd al de code, ook in de tijd dat Hamas talloze autobussen met Israelische burgers opblies. Nooit zagen de Israëlische kijkers zelfs lichamen van deze slachtoffers.

Op 16 januari opende het NOS journaal met de leader: “ Druk op Israel neemt toe na fosforbommen op Gaza”. Fosforbommen zijn bij internationale wet verboden , Israel gebruikte dan ook geen fosfor bommen maar munitie die fosfor sporen bevatte. Dit is op zich toegestaan, maar er zijn restricties ten opzichte van het gebruik in woonwijken. Tijdens het schrijven van dit rapport is nog altijd geen bewijs gepubliceerd over het gebruik van deze munitie door Israel tegen burgers in Gaza. Wel kan er iets gezegd worden over het gebruik van beelden van brandwond slachtoffers, zoals de NOS ook deed om aan te tonen dat de slachtoffers in aanraking waren gekomen met witte fosfor. Een Amerikaanse brandwonden expert van het Grossman Burn Centre in Californië verklaarde tegenover CNN dat het niet mogelijk is op basis van TV beelden of foto’s vast te stellen of brandwonden ontstaan zijn door witte fosfor.

Terminologie ten aanzien van Israel

In de uitzendingen van het NOS journaal over de Gaza oorlog registreerden wij talloze uitspraken die een sterk suggestief negatieve lading hadden ten opzichte van de acties van Israel. Daarentegen hadden uitspraken over Hamas of de Palestijnen in Gaza vaak een camouflerende of positief suggestieve lading. Enkele voorbeelden.

24 December- versoepelen van de restricties voor Bethlehem wordt door Van Hoorn een “win -win situatie genoemd voor Israel”. Hij legt ook uit waarom. Toeristen die naar Bethlehem komen geven in Israel ook geld uit. Het oogmerk voor Israel zou dus financieel gewin zijn geweest. In Hebron, Jericho en Jenin waren eveneens restricties opgeheven en daar is geen sprake van toerisme.

27 december- de Israëlische aanval op Hamas wordt door van Hoorn omschreven als “wanhoopspoging”, terwijl uit het verloop van de luchtaanvallen direct voor een leek duidelijk was dat er maandenlang voorbereidend onderzoek moest hebben plaatsgevonden over de doelen in Gaza. Wanhoopspoging suggereert dat Israel rücksichtslos Gaza aanviel.

29 december- Van Hoorn noemt de maatregel om het grensgebied tot verboden zone te verklaren een maatregel om “pottenkijkers “ buiten te houden. Eerder gaven wij al de juiste achtergrond voor deze maatregel. Het woord “pottenkijker” suggereert dat er iets viel te zien dat het daglicht niet kon verdragen. of iets dat derden niet mochten aanschouwen. In dezelfde uitzending noemt hij Hamas en Israel “twee onvergelijkbare grootheden” dit suggereert een opinie over de krachtsverhouding in het conflict, zoals gezegd vuurde Hamas 10.000 raketten op zuid-Israel af over een periode van acht jaar. Het gevolg daarvan was dat het leven in zuid Israel totaal ontwricht werd en dat duizenden burgers aan post traumatische stress lijden. De ZDF in Duitsland noemt dit psycho-terreur.

31 december- De opening van het Journaal :”Israel wil van geen bestand weten”, dit was blijkbaar de mening van het journaal want de regering van Israel overwoog in die periode serieus een voorstel van Barak om een tweedaags bestand in acht te nemen. Uiteindelijk besloot de Israelische regering twee weken later tot een unilateraal bestand. Een ander voorbeeld van suggestief taalgebruik was de volgende opmerking: “ Israel zegt succes te boeken met wat het noemt precisie bombardementen”. Dit werd gevolgd door het voorlezen van de aantallen slachtoffers en de aparte vermelding van de hoeveelheid vrouwen en kinderen onder de slachtoffers. Dit suggereert dat precisie bombardement in feite een bommen tapijt zou zijn geweest. ( In feite was de Hamas strategie primair de oorzaak van het hoge aantal burgerslachtoffers) Een dergelijk woordgebruik werd ook geconstateerd in het Journaal van 2 januari 2009 waar werd gerapporteerd over de tunnels bij de grens met Egypte die Israel bombardeerde omdat daar doorheen wapens zouden worden gesmokkeld. “Zouden” suggereert dat de smokkel niet vast stond terwijl er toen al talloze bewijzen waren dat Hamas op deze manier wapens smokkelt.

6 januari heeft het NOS Journaal eindelijk een “deskundige “ naar de studio gehaald om de oorlog van commentaar te voorzien. Deze (Dhr Kolijn) suggereerde dat Israel geen journalisten in Gaza wil toelaten omdat dan “dirty business” zou worden onthuld. Ook noemde hij de Hamas raketten een”straf voor de bezetting” en Gaza “een grote openlucht gevangenis” (dit is de propaganda van Hamas in exacte bewoordingen).

Op 9 januari vertelt Van Hoorn de kijkers dat Israel een” fenomenale staat van dienst “ heeft in het naast zich neer leggen van VN resoluties, wanneer er gesproken wordt over de VN Veiligheidsraad resolutie 1860. De resolutie was echter niet bindend en in het vorige geval dat een dergelijke resolutie wel bindend was (Libanon 2007) voerde Israel deze in zijn geheel uit. De uitspraak van van Hoorn was dus puur subjectief.

Op 12 Januari gaat het opnieuw over de wapenstilstand en meldt van Hoorn dat er een probleem is: “Israel praat niet met Hamas”. Hij verzuimt te melden waarom dat zo is en waarom Hamas niet met Israel wil praten.

In de uitzending van 13 januari wordt een reportage uitgezonden die Van Hoorn maakte over Artutz 10 en de wijze waarop men daar de oorlog verslaat. In de inleiding zegt hij “het patriottisme viert hoogtij” en aan het eind zegt hij over de journalisten die de oorlog voor Arutz 10 verslaan dat ze “met een been in het conflict staan, en dat zie je”. Daarbij suggererend dat de journalisten volstrekt bevooroordeeld zijn. Hij onderstreept dat door op te merken dat daardoor 90 % van de Israëlische bevolking achter de oorlog tegen Hamas staat. Die 90 % steun was er echter al vóór dat er een luchtaanval op Gaza had plaatsgevonden. Ook hier is er sprake van subjectieve constateringen door van Hoorn. De oorzaak voor de massale steun lag dan ook heel ergens anders: in het doel van de Hamas agressie( vernietiging Israel) en de 10.000 raketten op Zuid Israel in 8 jaar tijd.

19 januari meldt het journaal dat Gaza maandenlang nauwelijks werd bevoorraad. Uit alle gegevens blijkt dat dit niet klopt; de bevoorrading tijdens de oorlog met humanitaire hulpgoederen ging gewoon door en zelfs met grotere quota. ARD Tagesschau in Duitsland had bijna dagelijks in haar journaal een kort item over de medewerking van Israel bij de bevoorrading van Gaza tijdens de oorlog. In dezelfde uitzending zegt Van Hoorn” het is vooral de schaal van verwoesting die overweldigend is”, alsof Gaza eruit ziet als Rotterdam in 1940.

In een uitzending van Pauw en Witteman eind januari, waarin hij te gast was, sprak hij echter over wijken die gedeeltelijk verwoest waren (verwoeste huizen tussen volledig in takt zijnde huizen) en wijken die vrijwel ongeschonden waren. Bovendien beweerde hij herhaaldelijk dat Hamas nauwelijks geraakt is, dit in tegenstelling tot militaire experts in Israel en daarbuiten, die het tegenovergestelde beweren. En ook hier voegde van Hoorn toe dat uiteindelijk de meeste slachtoffers burger zijn. Tot op het moment van het schrijven van dit rapport heeft slechts COGAT (Coordinator office for Government Activities in the Territories) van de Israelische overheid een eindrapport gepubliceerd. Daarin wordt het aantal dodelijke slachtoffers vastgesteld op 1134 waarvan 673 behoorden tot Hamas of andere terroristische organisaties in Gaza. GOGAT zegt de over de namen van Hamas leden te beschikken en stelt het aantal burger slachtoffers die niet betrokken waren bij de strijd op 288.

Over de incidenten waarbij VN gebouwen werden geraakt en burgers omkwamen in de nabijheid van VN gebouwen zegt van Hoorn: “zet het nu eens op een rij we hebben dat gebouw, drie VN scholen, VN transporten aangevallen, Rode Kruis transporten gehinderd. En het Rode Kruis heeft vandaag gezegd: “we moeten eens onderzoeken of er hier geen sprake is van oorlogsmisdaden”.” In geen van zijn bijdragen vermeldde van Hoorn ooit de Hamas aanvallen op humanitaire transporten, of de ambulances die Hamas gebruikte voor militaire doeleinden.

In direct woordgebruik komt het beeld van de negatieve suggestie nog sterker tot uitdrukking. Hieronder een greep uit de terminologie die de NOS in haar uitzendingen gebruikte om de acties van Israel te omschrijven: ‘ zware bombardementen’ voor precisie aanvallen door F-16 straaljagers en Cobra/Apache helikopters.

*Grootschalige vernietiging; verzengend tegenoffensief;verwoestende Israëlische luchtaanvallen.

*Honderden doden na zware Israëlische bombardementen op Gaza.

*Door Israëlische blokkade is al maanden lang geen voedsel of medicijnen te verkrijgen (Bevoorrading van voedsel en medicijnen is altijd doorgegaan)

*Israel heeft twee VN scholen bestookt.( suggereert dat Israel doelbewust op scholen schiet. Uit VN onderzoek is inmiddels gebleken dat dit niet het geval was.

*Na zware internationale druk heeft Israel eindelijk ingestemd met…

*Hamas zegt al dagenlang dat er genocide aan de gang is op bevolking van Gaza.  ( echter genocide is het op grote schaal en doelbewust vermoorden van burgers van een bepaald volk)

*Het is weer volstrekt duidelijk zonder druk (op Israel) van de VS gebeurt er niets ( Van Hoorn over drie uur dagelijkse gevecht pauze) *Over het staakt het vuren in vergelijking tot de oorlog in Libanon: “Toch bleef Israel tot de laatste snik doorvechten, en hard en op heel veel fronten ongeleid” (Van Hoorn 15 januari)

*VN chef Ban Ki Moon heeft met afschuw de verwoesting in Gaza bekeken.

Over deze laatste opmerking het volgende: in de psychiatrische verpleegkunde leren studenten over de techniek van rapporteren een eerste grondprincipe: alleen beschrijven wat je waarneemt zonder toevoeging van kwalificaties en geen taal te gebruiken zoals ”hij keek met afschuw”, want misschien keek je zelf met afschuw?

Terminologie in verband met de Palestijnen

Hamas wordt door het NOS-journaal aangeduid als de Radicaal Islamitische beweging, de correcte aanduiding zou zijn geweest “Radicaal Islamitische terreurbeweging” (omdat Hamas internationaal zo wordt geduid)

Leden van Hamas worden aangeduid als strijders of militanten i.p.v. als terroristen. Deze strijders of militanten werden zo ook aangeduid in verband met de raketbeschietingen op burgers of te wel terrorisme.

Wapenopslagplaatsen en lanceer-inrichtingen zijn voor de NOS Hamas -infrastructuur.

“Hamas “verjoeg” Fatah uit Gaza” (geen enkele vermelding over de vele moorden van Hamas op Fatah leden gedurende de staatsgreep en tijdens deze oorlog).

“Het bestand liep af.” (dit suggereert onvermijdelijkheid en passiviteit, Hamas maakte echter op 19 dec. bekend dat men het bestand niet verlengde.)

“Toch is Hamas ook bereid om te praten “(suggereert de redelijkheid van Hamas, men sloot eerder een bestand).

“Hamas voert dictatoriaal bewind in Gaza maar helpt arme Palestijnen” (Journaal 29 dec.) Alsof dat tegen elkaar wegvalt. (Inmiddels heeft de VN bekend gemaakt dat Hamas stelselmatig humanitaire hulp stal. De IDF vond daarnaast “biologische” granaten, die waren samengesteld uit de medicijnen die hulporganisaties verstrekten aan de bevolking van Gaza)

“De waardigheid van een normaal leven – daar zitten ze op te wachten.” (Van Hoorn over de bevolking Gaza. Zegt daarmee impliciet dat men geen verantwoordelijkheid had voor de ontstane situatie, maar 2/3 van de bevolking stemde op Hamas.)

“Gevechtspauze voor Palestijnse bevolking (7 Januari), na offensief van twee weken is er voor de bewoners van Gaza eindelijk een lichtpuntje.” (suggereert Israëlische agressie en suggereert dat er slechts één front was)

“Maandenlang werd Gaza nauwelijks bevoorraad; er is nauwelijks water, stroom, gebrek aan voedsel, medicijnen en brandstof. Nu wordt er weer wat aangevoerd maar inwoners van Gaza mogen er niet uit.“ (19 januari) (Naast het feit dat het onjuiste informatie is,suggereert het opnieuw dat de Palestijnen in Gaza slechts slachtoffer zijn en geen verantwoording dragen voor wat hen overkomt. Verder ontbreekt de rol van Egypte dat geen partij was in het conflict maar de grens desondanks dicht hield)

Beeldgebruik en montage

Ongeveer 90 % van de beelden die de NOS liet zien over de oorlog was afkomstig uit Gaza. Bronvermelding was er niet bij, maar het kan worden aangenomen dat evenals bij de meeste media Ramattan TV, een locale TV zender, de bron was van de beelden. Daarnaast had de NOS een Palestijnse TV ploeg ingehuurd in Gaza (zie selectieve berichtgeving)

De beelden die men selecteerde hadden voor 90 % te maken met het humanitaire leed en verwoeste gebouwen in Gaza. Het verhaal over de Palestijnse kant werd voornamelijk via reportages met slachtoffers in Gaza weergegeven, Hamas strijders waren bijna onzichtbaar.  Vrijwel iedere uitzending bevatte een interview met een Palestijn uit Gaza die meestal vrijuit kon vertellen over zijn ervaringen. Er was geen gebrek aan sterke claims tegen de IDF in deze reportages, en in één geval werd gesproken over een Holocaust.

Over de strijd zelf liet de NOS slechts beelden zien genomen vanaf de rand van Gaza, beelden van de IAF die overal verkrijgbaar waren werden bijna niet gebruikt (zo als bijvoorbeeld wel het geval was in de beide Golf oorlogen). Beelden van het Israëlische grondoffensief waren wel voorhanden maar werden nauwelijks getoond. Op deze wijze werd de kijker belangrijke informatie over de strijdwijze van Hamas onthouden, er waren immers voldoende beelden beschikbaar waarop Moskeeën ,huizen en scholen te zien zijn die werden gebruikt als wapenopslag of waar men hinderlagen met explosieven had gelegd. (zie links bijlage bij 3) De beeldfragmenten die men over Israel uitzond waren flitsen (op twee reportages van Van Hoorn na).

In twee gevallen werden beelden zodanig gemonteerd dat de essentie van die beelden wegviel. In het eerste geval betrof het een huis in Netivot op de dag dat daar voor het eerst Grad Katusha raketten explodeerden.

Op de Israëlische TV waren beelden te zien van de verwoesting in het huis en de familie die daar onbeschermd in de woonkamer had gezeten. De bewoners waren in shock en zeiden dat er een wonder was gebeurd omdat alles binnen in puin lag en zij in leven waren gebleven. De NOS zond alleen de beelden uit van de schade zonder de interviews met de bewoners.

Het tweede geval betrof Arutz 10 reporter Eldar, die live in de uitzending sprak met een Palestijnse arts uit Gaza die hem op dat moment meldde dat zijn huis beschoten werd (door Israel meldde de IDF later), de beelden die lieten zien dat Eldar zichtbaar vocht tegen zijn tranen waren niet te vinden in de NOS montage. Het commentaar bij de beelden verklaarde veel over het waarom van deze montage , er werd door de presentator beweerd dat Eldar er voor zorgde dat de dokter met zijn gewonde kinderen bij wijze van hoge uitzondering naar Israel werd gebracht voor medische behandeling en dat zelfs in het ziekenhuis in Tel Aviv de dokter niet op mededogen hoefde te rekenen. De waarheid was dat Eldar inderdaad volkomen kapot was van wat er gebeurde met de arts, en dat er meerdere Palestijnse kinderen in Israëlische ziekenhuizen werden verpleegd op dat moment. De Duitse TV zender ZDF liet beelden hiervan zien. Mededogen kreeg de arts ook uit alle delen uit Israel, iets waar hij later zijn dank vooruit sprak tijdens een vervolg uitzending van Arutz 10 over dit onderwerp. (zie ook links bijlage bij nr.2)

De meerderheid van de kort durende beelden van raketinslagen in Israel werd begeleid met de tekst dat er slechts materiële schade was, er waren bij andere tv nieuwsprogramma’s vele beelden te zien van de volledige paniek en shock op plaatsen waar raketten ontploften. Deze beelden van de grote paniek tijdens raketaanvallen, of de duizenden mensen die lange tijd in schuilkelders verbleven zond de NOS nauwelijks uit. Sporadisch werd heel even een Israëlische burger geïnterviewd. (10 seconden gemiddeld)

Israëlische officiële woordvoerders zoals Marc Regev kwamen in de NOS-journaal uitzendingen nauwelijks voor, slechts politici werden aan het woord gelaten , en de meeste korte clips die de kijker te zien kreeg bevatten harde uitspraken over Israëls positie. Zelfs Al Jazeerah dat kritiek kreeg van de NOS over het niet interviewen van Israëlische burgers (nb.) had bijna dagelijks een Israëlische woordvoerder in haar uitzendingen die commentaar gaf op de gebeurtenissen. Het ontbreken van een Israëlisch officieel commentaar op sommige beschuldigingen zoals in het geval van de Fosforbommen en het “bestoken” van de VN school, was een schending van de bepalingen over recht op wederhoor in de journalistieke code.

Over de reacties in Nederland zond de NOS voornamelijk reportages en beelden uit over de woede en emoties van allochtone Nederlanders van Arabische afkomst. Eén reportage ging over een gesprek dat de Burgemeester van Amsterdam voerde met vijfentwintig boze Marokkanen. Reacties of emoties van Joodse Nederlanders op de oorlog werden door de NOS niet uitgezonden.

Selectieve berichtgeving

De Nederlandse TV kijker kreeg van de NOS geen rapportage te zien over de gebeurtenissen in Zuid Israel voorafgaand aan de oorlog, of over het Hamas bewind in Gaza, die de Israëlische reactie in de juiste context had kunnen plaatsen. (zie links bijlage bij nr.6 ) De ARD in Duitsland gaf bijvoorbeeld wel een beknopte analyse over Hamas en haar programma ten opzichte van Israel en over haar weigering om mee te werken aan een politieke oplossing van het conflict met Israel. Ondanks het feit dat een NOS verslaggever zich bijna de gehele oorlog op een steenworp afstand van Sederot bevond, de Israëlische stad die de meeste raket inslagen te verwerken kreeg, zond de NOS geen reportage uit Sederot uit.

Het beeldmateriaal dat de IDF dagelijks publiceerde over de aanvallen op Gaza vanuit de lucht bezien en waaruit op te maken viel dat de aanvallen met precisie werden uitgevoerd , en waarin soms te zien was dat aanvallen werden afgeleid van het doel wanneer er burgers werden ontdekt op de telescoop aan boord van de vliegtuigen, werd door de NOS nauwelijks gebruikt voor haar verslaggeving De IAF gebruikt zogenaamde geleide raketten en bommen waarbij het doel na lancering kan worden gewijzigd, Op videobeelden die de IAF publiceerde was te zien hoe de plaats van de inslag na lancering werd gewijzigd (zie voorbeeld bij links bijlage nr.5) De woordvoerders van het Israëlische legers of het Israëlische ministerie van BuZa waren bijna geheel onzichtbaar in de uitzendingen van de NOS, ook niet wanneer er beschuldigingen werden geuit aan het adres van Israel die een weerwoord hadden vereist.

In de uitzending van 6 januari van zowel het acht uur als het tien uur journaal werd de Israëlische versie van de aanval “op” de VN school in Jabalyah weggelaten. Wij weten zeker dat de NOS beschikte over deze versie van de gebeurtenissen bij die school, omdat we de  redactie een uur voor de acht uur uitzending hierover een E-mail stuurden . Ook het feit dat de ARD in Duitsland gelijktijdig in haar Journaal Tagenschau wel de IDF versie van het incident vermeldde bewijst dat deze informatie bekend was en dus door de NOS had kunnen en moeten worden gebruikt. In middels heeft de VN toegegeven dat Israel de school niet heeft beschoten, de doden vielen op straat in de buurt van de school.

Beelden van de dagelijkse humanitaire transporten zoals die tijdens de oorlog door Israel werden gefaciliteerd waren niet te zien in de NOS uitzendingen. De ARD Tagesschau gaf hiervan bijna dagelijks de beelden.

Er werden nauwelijks beelden uitgezonden (m.u.v. de reportage van 31 december) over de situatie aan de Israëlische kant van het front, waar mensen dagen lang in schuilkelders zaten, waar scholen weken lang gesloten waren. Noch werden er beelden getoond van de 7 scholen die Hamas beschoot met haar raketten, en waar alleen geen slachtoffers vielen omdat tijdig besloten was de scholen te sluiten. Er werden nauwelijks reportages gemaakt over het bredere plaatje van de oorlog, de link met de oorlog tegen Hizbollah ,de betrokkenheid van Iran bij het conflict ,de wapenleveranties via de smokkeltunnels en via containerdroppings op zee door Iran. De financiële en politieke ondersteuning van Hamas door Syrië en Iran werd niet belicht, behalve dan door uitspraken van sommige Israëlische politici. Over het conflict tussen Hamas en Fatah, de moorden op Fatah leden voor en tijdens de oorlog, werden de kijkers niet geïnformeerd. Alleen was er een opmerking dat Hamas Fatah uit Gaza had verdreven. (zie linksbijlage nr.4) Er werden geen beelden vertoond in het NOS journaal die Hamas hadden kunnen compromitteren, zoals bijvoorbeeld het kapen van ambulances, of het gebruik van burgers als menselijke schild, het stelen van de VN hulpgoederen. (zie linksbijlage bij nr.3) Vanuit het Shifa ziekenhuis in Gaza werden diverse reportages uitgezonden, maar geen van deze reportages informeerde over het misbruik van dit ziekenhuis door Hamas. Het Hamas commando centrum was gevestigd in de kelder van het ziekenhuis.

Terwijl de oorlog in Gaza grote delen van de journaal uitzendingen in beslag nam werden nieuwsfeiten die vergelijkbare aandacht hadden kunnen krijgen niet of nauwelijks door de NOS uitgezonden of belicht. Het meest voor de hand liggende voorbeeld daarvan is de oorlog in Afghanistan die tegen een met Hamas vergelijkbare vijand wordt gevochten door onder andere Nederlandse NAVO eenheden. We noemen hier slechts twee voorbeelden op 28 december werden in Afghanistan 16 burgers waaronder 14 kinderen bij een aanslag gedood, 58 burgers raakten gewond. Dit nieuws item kreeg 10 seconden aandacht in het 8 uur Journaal. Op 31 december 2008 werden in Helmand Afghanistan 21 burgers door de Taliban doodgeschoten, dit nieuwsfeit werd noch op 31 december noch op 1 januari in het 8 uur journaal uitgezonden. In dezelfde periode escaleerde in het Pakistaans/Aghaanse grensgebied Swat de strijd tussen de Taliban en de regeringstroepen. Ook hier werden duizenden burgers de dupe van deze strijd, en bliezen de Taliban tot nu toe 140 scholen op. De NOS had er nauwelijks aandacht voor.

Terugkerende thema’s

Er waren drie thema’s die regelmatig onderwerp waren in de NOS acht uur journaals. Het meest terugkerende thema was de zogenaamde Israëlische blokkade en het tekort aan humanitaire hulp. Uit alle tijdens de oorlog reeds beschikbare informatie bleek dat er in het geheel geen sprake was van een blokkade tijdens de oorlog. Integendeel de hoeveelheid humanitaire hulp nam toe tijdens de oorlog. De ARD in haar nieuwsshow Tagesschau liet regelmatig beelden zien van de transporten die door de grensovergangen reden. Ook monteerde Israel camera’s bij de Keren Shalom overgang, waar live beelden online te zien waren van deze transporten.

Het dodental werd in ieder journaal genoemd en de aantallen aan Palestijnse kant werden genoemd naast het aantal doden aan Israelische kant. Sander Van Hoorn legde in zijn reportage van 4 januari uit dat ‘t het beste was om op de opgaves van de VN te vertrouwen. Hij verzuimde echter te vermelden dat de VN medewerkers in Gaza voornamelijk Palestijnen zijn die in het geheel niet onafhankelijk kunnen rapporteren. In eerdere gevallen (zoals in 2002 bij de strijd in Jenin) bleek de VN opgave van het aantal doden geheel onjuist te zijn. Tot op het moment dat dit rapport geschreven werd is het exacte doden aantal noch het exacte aantal burgers onder de doden aan Palestijnse kant onafhankelijk bevestigd. Met betrekking tot het dodental aan Israelische kant maakte de NOS geen melding van de opdracht aan de burgers van Zuid Israel om in de schuilkelders te blijven en het besluit om de scholen te sluiten gedurende de oorlog. Dit zou het lage dodenaantal afgezet tegen de circa 50 raketten die per dag Israel troffen in een andere context hebben geplaatst.

Het derde regelmatig terugkerende thema dat met name correspondent Van Hoorn opnam in zijn reportages was de Israëlische maatregel geen reporters toe te laten in het oorlogsgebied. Van Hoorn maakte van zijn mening over deze maatregel geen geheim, en deed het voorkomen alsof het uniek was in de mediawereld. Echter ook tijdens de oorlog in Georgie in 2008 had de pers geen toegang tot het oorlogsgebied, hetzelfde geldt voor de oorlog in Sri Lanka waar de pers ook moet afgaan op rapporten van derden. ARD’s Tagesschau had met de zelfde maatregel te maken maar maakte er niet eens melding van. Op 30 december 2008 legt Van Hoorn uit, in een reportage aan de rand van Gaza, dat hij besloten heeft een Palestijnse cameraploeg te gaan gebruiken voor het maken van reportages in Gaza. Hij zegt zich bewust te zijn van de onbetrouwbaarheid van dergelijke Palestijnse journalisten (“Palestijnen zijn geneigd tot toneelspel “), maar deze mensen weten dat ze dat bij hem niet moeten doen. Daarmee zou dan de onafhankelijke rapportage gewaarborgd zijn. Helaas was er nog iets waarover Van Hoorn zweeg, en dat essentieel is voor de vraag naar de betrouwbaarheid van zijn Palestijnse TV ploeg. Sinds Hamas aan het bewind kwam in Gaza is de persvrijheid aan banden gelegd en werden vaak incidenten gemeld waarbij te onafhankelijk opererende journalisten (fysiek) werden geïntimideerd door Hamas. Ook bepaalde Hamas wie wel of niet een perskaart kon krijgen, de unie van Palestijnse journalisten bevestigde dat men dagelijks met bedreigingen te maken had en met censuur. Ook de Foreign Press Association (waar de NOS ook bij is aangesloten) bevestigde indertijd deze stand van zaken. Van Hoorn zweeg over dit alles.

Conclusies

De ernst van de kritiek die uit het bovenstaande naar voren komt op de wijze waarop de NOS de berichtgeving over de oorlog verzorgde, kan niet duidelijker blijken dan via meting aan haar eigen journalistieke code. Hieronder vindt u die code in zijn geheel. Inderdaad is het NOS journaal de primaire informatie bron van veel Nederlanders. Daarom zijn de uitkomsten van ons onderzoek zo verontrustend. Uit dit rapport komt immers duidelijk naar voren dat de berichtgeving van de NOS op tal van punten niet voldeed aan de eigen journalistieke code van de NOS.

Nog een ernstig punt van kritiek betreft de manier waarop de NOS omging met de kritiek op haar uitzendingen. Ook dit optreden van de NOS gaat tegen de eigen code in. Onze eigen ervaring en de informatie die wij van derden kregen maken duidelijk dat de NOS twee standaard reacties geeft op ingezonden kritiek. Kijkers krijgen of een e-mail waarin hen wordt verteld dat de reactie is doorgestuurd naar de betreffende redactie, of men krijgt de volgende tekst toegestuurd:

Dank u voor uw e-mail. Al zolang het conflict in het Midden-Oosten duurt – en het journaal bestaat – krijgen wij reacties van kijkers op onze berichtgeving. En opvallend genoeg zijn die reacties net zo verdeeld als het gebied zelf: de ene schrijver vindt dat wij schaamteloos partij kiezen voor Israel, de andere vindt dat wij juist alles wat de andere kant doet – of dat nu Palestijnen zijn, of Hamas – verdedigen. In zo’n scherpe tegenstelling ligt de waarheid doorgaans in het midden. Wij berichten vanuit beide kanten en belichten daarbij de standpunten van de belangrijkste betrokken partijen. En inderdaad, soms lijkt het alsof we meer aan de ene ‘kant’ doen dan aan de andere, maar dat heeft dan te maken met nieuwsontwikkelingen aan de ene of andere kant. In de beperkte zendtijd kunnen we niet in elke uitzending het hele conflict uiteenzetten, met uitgebreide aandacht voor beide kanten. Maar als U onze berichtgeving in zijn geheel bekijkt, ziet u hopelijk dat wij doen wat we moeten doen: het nieuws melden en waar nodig achtergronden geven bij dat nieuws, zodat kijkers thuis beter kunnen beoordelen wat er aan de hand is in de wereld. 

Wij vinden zelf niks; wij proberen daarentegen u te helpen iets te vinden. Raadpleeg voor uw informatie ook de sites http://www.nos.nl/assets/ombudsman/ en http://weblogs.nos.nl/hoofdredactie/ (Hans Laroes)

Uit deze standaard reactie blijkt geringschatting over de kijkers. Inhoudelijke reacties werden immers niet of nauwelijks gegeven, ondanks het feit dat veel van onze reacties waardevol feiten materiaal bevatten zoals u in dit rapport heeft kunnen lezen. Sommige feiten waarvan wij de NOS in kennis stelden hadden tot de rectificatie moeten leiden waarover de journalistieke code van de NOS spreekt. Deze rectificatie bleef uit.

De uitleg van Hans Laroes, hoofdredacteur van NOS-journaal, afgezet tegen wat wij hierbij publiceren over de berichtgeving in zake de recente oorlog, maakt duidelijk dat er veel mis is bij de redactie. Als de ARD in Duitsland in een 15 minuten journaal in staat is om wel een evenwichtig en compleet beeld te geven over de feitelijke gebeurtenissen, en ondanks haar nog beperktere tijd beide kanten van het conflict met de achtergronden voldoende kan belichten, mag Laroes zich niet verschuilen achter deze standaard reactie .

Gezien het hoge tempo waarin het klimaat rond de discussie over Israel in Nederland verslechtert, en gezien de reeds zichtbare maatschappelijke gevolgen daarvan, achten wij de tijd rijp voor drastische verbetering in de taakopvatting en het verantwoordelijkheidsbesef van de Journaal staf . De primaire nieuwsbron voor de Nederlandse burger behoort primair de feiten te presenteren in het nieuws.

(Voor de bijlagen zie website Israel Facts)

Journalistieke code van de NOS

De NOS stelt zich, als integraal onderdeel van de publieke omroep, tot doel de primaire informatiebron te zijn op het gebied van nieuws, sport en evenementen, zodat de Nederlandse burger beter in staat is te oordelen over ontwikkelingen in de wereld, en zijn eigen gedrag te bepalen.
De NOS hanteert hierbij de hoogste journalistieke eisen van evenwichtigheid, zorgvuldigheid, betrouwbaarheid, ongebondenheid, pluriformiteit en onbevooroordeeldheid.
De NOS streeft ernaar deze informatie toegankelijk te maken via alle beschikbare media en voor alle maatschappelijke geledingen.
De NOS is vrij in de selectie van nieuws, ze laat zich bij publicatie niet leiden door een ander dan het algemeen belang.
De NOS scheidt feiten en meningen, past hoor en wederhoor toe en vermijdt eenzijdige berichtgeving.
De NOS gaart informatie met een open vizier, journalisten maken zichzelf bekend, betalen informanten niet en beschermen indien nodig hun bronnen.
De NOS discrimineert niet en meldt etnische afkomst, nationaliteit, ras, religie, sekse en seksuele geaardheid van personen en groepen alleen als dat nodig is voor een beter begrip van het nieuwsfeit.
De NOS respecteert de privacy van personen in het nieuws, inbreuken daarop staan in redelijke verhouding tot het belang van publicatie en tot de rol en/of functie van de persoon in het nieuws.
De NOS accepteert embargo’s die de kwaliteit van de berichtgeving bevorderen en die niet eenzijdig zijn opgelegd.
De NOS bericht waarheidsgetrouw. Kijkers en luisteraars moeten zich met de door de NOS uitgezonden informatie een reëel en controleerbaar beeld kunnen vormen van de werkelijkheid.
De NOS behandelt klachten serieus en rectificeert ruiterlijk.
De NOS is een met publieke middelen gefinancierde onafhankelijke nieuwsorganisatie. De NOS hecht aan een transparante werkwijze en legt daarover verantwoording af.

Deze NOS-code is gebaseerd op de missies van de Nederlandse Publieke Omroep en de NOS, op de ‘Gedragscode voor Journalisten” van de Internationale Federatie van Journalisten (1954/1986), op de “gedragscode voor Nederlandse Journalisten” van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren (1995) en op de ‘Leidraad van de Raad voor de Journalistiek” (2007).


Rapport over berichtgeving van de NOS over gebeurtenissen in Israël in de periode 23 oktober tot 31 december 2009

Samengesteld door stichting WAAR in samenwerking met Israel Facts groep

http://www.israelfacts.eu/downloads/bijlage2-2erapportnos-journaal01-2010.doc

Inleiding

In tegenstelling tot het eerste rapport, dat voornamelijk de periode tijdens de Gaza-oorlog besloeg, was er in de periode 23 oktober-31 december 2009 geen gewapend conflict en was Israël niet elke dag in het nieuws.

In deze periode werd in het NOS-journaal van 20.00 u zevenmaal over Israël bericht. (prime time)

27/10  31/10  11/11  13/11  18/11  26/11 28/12

Andere uitzendingen in die periode over Israël: driemaal om 22.00 u en 1 maal in het late journaal.

5/11    22.00 uur

21/11    22.00 uur

25/11    het late journaal

2/12    22.00 uur

Opnieuw werd de berichtgeving van de NOS getoetst aan de eigen NOS journalistieke code en werden de uitzendingen geanalyseerd op feiten, bronnen, wie er aan het woord kwam, taalgebruik, omissies, suggestieve opmerkingen/misleiding, beeldmateriaal en de montage van beelden, selectie van beelden en onderwerpen, en tot slot repeterende thema’s.

Naast de Journaaluitzendingen van de NOS werd gekeken naar RTL 4 en werd een aantal Neder-landse en buitenlandse  kranten gevolgd voor algemene informatie over Israël en de Palestijnse gebieden in de betreffende periode. Op deze manier werd ook nieuws opgemerkt waaraan  door de NOS geen aandacht werd besteed.

Uitvoering van het onderzoek

De volgende uitzendingen en onderwerpen werden meegenomen in het onderzoek:

27/10    reportage over waterverdeling naar aanleiding van rapport van Amnesty International.

31/10    reportage over Al Quds Underground festival

  5/11    reportage over aankondiging van Abbas af te treden

11/11    bericht over bezoek minister van buitenlandse zaken Lieberman aan Nederland

13/11    reportage over Israëlisch verhoor van slachtoffers van Gaza-offensief in het licht van het Goldstone-rapport

18/11    reportage over bouw in Gilo

21/11    item over onrust door orthodoxen over het werken van een firma op sjabat in een orthodoxe wijk van Jeruzalem

25/11    reportage over aankondiging bouwstop

26/11    reportage over bouwstop

2/12      reportage over bouwstop

28/12    reportage over Gaza, een jaar na de oorlog.

Feiten

Hieronder volgen enkele door de NOS uitgezonden berichten met daarbij de niet vermelde werkelijke feiten.

Voorbeeld 1

30/10 reportage over Al Quds Underground: een muziekfestival in Jeruzalem. Georganiseerd door een Nederlandse kunstenaar, Merlijn Twaalfhoven.

De nieuwslezer (Sacha de Boer) zegt dat UNESCO Jeruzalem uitriep tot culturele hoofdstad van de Arabische wereld. De indruk wordt dan gewekt, dat dit recent gebeurd is.

Feit: De Arabische Liga heeft dat begin 2009 gedaan en Unesco heeft dat ondersteund,

Feit: De Arabische Liga benoemt ieder jaar een stad tot culturele hoofdstad van de Arabische wereld.

Van Hoorn vermeldt vervolgens dat Israël bijna alle activiteiten verboden heeft

Feit: maar verzuimt te vertellen dat de Oslo-Akkoorden, die tussen Israel en de Palestijnse Autoriteit zijn afgesloten, aan het verbod ten grondslag lagen.

De Oslo akkoorden (Oslo 2 van 28-9-1995)  bepalen namelijk in art 31 5-7.

De “remaining issues” zijn onderdeel van deze final status besprekingen inclusief: (citaat punt 5) Jeruzalem, vluchtelingen, nederzettingen, security regelingen; grenzen etc.

Punt 6 zegt dat niets in de Oslo akkoorden de uitkomst van deze final status onderhandelingen vooraf zal bepalen of beslissen op dit gebied. Verder staat daar dat alle bestaande posities, claims en rechten in tact blijven tot het moment dat er een final status akkoord is.

Punt 7 art. 31 van Oslo 2: Geen partij zal stappen initiëren die de status van de West Bank en Gaza zal veranderen tot het moment van de uitkomst van de final status onderhandelingen.

Totdat de uiteindelijke status van Jeruzalem bereikt is is Israel de “high contracting party” volgens Internationaal Recht. Uit dit alles volgt dat het uitroepen van Jeruzalem als “Al Quds” tot hoofdstad van de Arabische cultuur door de Arabische liga en het organiseren van een festival om dat te onderstrepen, in strijd was met de Oslo akkoorden.

Het feit dat de Arabische Liga spreekt van Al Quds culturele hoofdstad van de Arabische wereld is een duidelijk politieke uitspraak.

Van Hoorn interviewt vervolgens de Nederlandse componist Twaalfhoven over kleinschalige projecten in Oost-Jeruzalem. Hij verzwijgt daarbij dat het project gesubsidieerd werd door de EU via de Nederlandse liefdadigheidsinstelling Cordaid en de Anna Lindh stichting voor de dialoog tussen culturen in Alexandrië. Hij verzwijgt ook dat Israëli’s de toegang werd geweigerd, en maakt alleen een cryptische opmerking ‘dus vandaag geen Joodse bezoekers in de huiskamers van Twaalfhoven’, In reactie op een melding van een arrestatie de vorige dag door Israël vanwege de rellen in de stad. Volgens de Israëlische journalist Gil Zohar werd al een half jaar van te voren besloten Israëli’s te weigeren. (zie bijgevoegd artikel van hem in de Jerusalem Post).

Dit is niet alleen een grove vorm van discriminatie, het is ook in strijd met de regels voor subsidie, omdat er zo van dialoog tussen culturen  geen sprake meer is. Het hele item was wat dit betreft misleidend: in het begin kwam een Arabische medewerker aan het woord die zei dat zijn huis altijd openstaat voor alle religies, en ook Twaalfhoven vertelt dat hij in Jeruzalem een project wilde doen ‘om te laten voelen hoe al die culturen hier al honderden jaren samenleven, en dat dat gaaf is.’ Het project deed echter in feite het tegendeel, want Joodse bezoekers (er waren verschillende gekomen) werden naar huis gestuurd.

Letterlijk:

Van Hoorn in de Al Quds reportage (http://player.omroep.nl/?aflid=10257937)

“Mag je als Arabier je eigen cultuur vieren in een stad waarvan Israel zegt dat is onze hoofdstad? Nee dus zei Israël en verbood veel evenementen. Israël zegt dat dit soort bijeenkomsten politieke evenementen zijn”.

(Twaalfhoven) “Dat andere Israël dat hier een puur Joodse stad wil bouwen, of dat nu over 1000 jaar is of al morgen, dat Israel is nu wel heel dominant” dan aarzelt hij en zegt ” dat hier hevige rellen zijn , een muzikant eh gisteren… is er nog iemand gearresteerd, dan kun je vandaag niet zeggen we gaan nu even gezellig thee drinken”.

Hierop zegt van Hoorn: “Dus vandaag geen Joodse bezoekers in de huiskamers van Twaalfhoven”.

Voorbeeld 2

13/11: reportage over slachtoffers van Gaza-offensief: n.a.v. Goldstone rapport.

Van Hoorn zegt: Een kleine groep landen, waaronder Nederland, stemt sowieso tegen Goldstone, maar andere landen dringen aan op eigen onderzoek door Israël zodat Israël er dan van af is.

Feit: Verhagen heeft wel degelijk op onafhankelijk onderzoek aangedrongen.

Dit laatste is ook begrijpelijk omdat een onafhankelijk onderzoek nodig is om niet naar het internatio-nale hof verwezen te worden.

Voorbeeld 3

2/12 om 22 uur: reportage over protest tegen bouwstop in de nederzetting Efrat. Verkeerde vertaling van spandoek ‘Geen toegang voor de BOUWSTOP-inspecteurs van Bibi’, vertaalt Van Hoorn met ‘De controleurs van Bibi zijn hier niet welkom’.

Men toont het storten van een vloer dat aangekondigd wordt als in strijd met de bouwstop,

Feit: het betrof een vloer van een synagoge in Efrat, en een synagoge valt buiten de bouwstop.

De bevriezing geldt voor tien maanden in de Westelijke Jordaanoever. De bouwstop geldt niet voor de bouw in Oost-Jeruzalem, de bouw waarvoor al toestemming was gegeven en de bouw van openbare gebouwen zoals scholen en synagogen.

Voorbeeld 4

28/12: De reportage betrof een terugblik op de reportage van 6 januari 2009, waar cameraman El Ajrami verslag had gedaan van de aanval van Israël op de VN-school in Jabalya.

Feit:  Al tijdens de oorlog in januari was duidelijk geworden dat de school nooit was aangevallen en dat er geen doden in de school of op het schoolplein waren gevallen. Ook de toedracht was inmiddels duidelijk. Vanuit een straat naast de school was er geschoten op de IDF en die hadden terug geschoten. Daarbij waren onder de aanvallers doden gevallen, men schatte 15 doden en zeker geen 40 onschuldige burgers.

Feit  In de reportage van 28 december werd deze foutieve informatie van 6 januari gewoon herhaald, sterker nog: nu was er opeens sprake van een bombardement met witte fosfor. Die fosforgranaat was niet op de school afgevuurd.

Eenzijdige bronnen

Vervolgens enkele voorbeelden waarbij sprake is van verkeerde voorlichting door gebruik te maken van eenzijdig Palestijnse bronnen. Het in de code vermelde principe van hoor en weder-hoor werd niet  toegepast of relevante bronnen werden genegeerd.

We sluiten een rapport bij van IMFA net voor informatie voor buitenlandse reporters.

De gegevens uit een dergelijk rapport werden nooit ergens vermeld.

Voorbeeld 1

27/10 Item over de waterverdeling op de Westelijke Jordaanoever naar aanleiding van een rapport van Amnesty International. Hierin komen alleen Palestijnen aan het woord. Het rapport van Amnesty International gaat niet uit van de Oslo-Akkoorden; noemt ze zelfs irrelevant. Amnesty negeert bewust de bestaande afspraken tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit over de waterverdeling. De NOS had deze omissie moeten constateren.

Feit: Israël houdt zich namelijk, ondanks de kritiek van Amnesty, wel aan de Oslo Akkoorden. Een recent waterrapport van Israël met actuele informatie over verbruik door beide partijen en de verdeling geeft totaal andere cijfers dan A.I. dat alleen Palestijnse gegevens gebruikt.

De NOS had dat moeten vermelden en had minstens ook de Israëlische cijfers moeten geven.

Volgens Israël wijzen de Palestijnen moderne technologie af zoals het ontzilten van water en hebben zij illegaal vele putten geslagen. In de reportage worden die feiten verzwegen en wordt beweerd dat de Palestijnen geen putten mogen slaan van Israël.

De NOS had objectief de claims van beide kanten tegenover elkaar moeten zetten.

Van Hoorn in het journaal:

“Maar bij de plantages van de nederzettingen is geen gebrek aan water. Al heel vroeg waren Israëlische leiders zich bewust van het belang van water voor de regio. Kijk maar op de kaart: Hier langs de kust is eigenlijk het enige waterwingebied in Israël zelf. De Golan is bezet gebied. Jordaan-rivier: bezet gebied. En dus het waterwingebied in de bezette Westelijke Jordaanoever ook bezet gebied. Wat Israël dus hard nodig heeft.”

Aldus Sander van Hoorn. 

Feit: In werkelijkheid zijn er afspraken over het gebruik van de aquifers onder de Westelijke Jordaanoever. De bevolking in de kuststreek maakte al voor de stichting van Israël gebruik van dat water, en dat water is ook helemaal niet ‘Palestijns’ zoals Van Hoorn wel suggereert. Het komt vaker voor dat lager gelegen gebieden water gebruiken van hoger gelegen gebied en dat zo’n aquifer mensen uit verschillende landen van water voorziet. Een ingewikkelde kwestie wordt door de NOS vertaald in een simpel dader-slachtoffer verhaal

Voorbeeld 2

13/11 Familieleden en slachtoffers van het Gaza-offensief worden geïnterviewd.

Uitsluitend Palestijnen komen aan het woord.

Een willekeurige Palestijn vertelt dat geen Israëlische soldaat beschuldigd zal worden en/of berecht. Hier waren kritische vragen op zijn plaats geweest, bijvoorbeeld; weet de Palestijn niet dat er Israëlische soldaten bestraft worden als ze schuldig worden bevonden van onrechtmatige daden. Weet de Palestijn niet dat er altijd onderzoek wordt gedaan als er klachten zijn, weet hij dat de mogelijkheid bestaat (en ook zeer vaak gebruikt wordt) om bij het hooggerechtshof in Jeruzalem een klacht in te dienen. (zie bijgevoegd rapport over onderzoek IDF naar onderzoek van misstanden, vermeld in Goldstone Rapport)

Geen enkele Israëlische visie wordt gevraagd, geen enkele kritiek geuit op het Goldstone rapport, waarop door internationale experts grote kritiek is geuit. Geen jurist werd gevraagd hoe het kan dat Goldstone zelf zei dat hij geen juridische commissie had (daarom kon het lid dat Israel al beschuldigd had blijven meedoen!) en dat hij toch uiteindelijk met juridische adviezen kwam. Bekende onderzoekers zoals Jonathan Halevy en bekende juristen reageerden zeer negatief op het rapport Zij hebben kritiek op de inhoud, brongebruik, werkwijze, mandaat naast de samenstelling van de commissie van het Goldstone-rapport. De NOS had wel iets meer afstand van het rapport mogen nemen, en iets van de vele kritiek melden.

Voorbeeld 3

18/11 Doorgaande bouw in Gilo. Op geen enkele wijze wordt uitgelegd waarom Jeruzalem (en Gilo) een andere status heeft dan de Westbank. Ook de VN heeft Jeruzalem al in 1947 een andere status gegeven, namelijk een internationale status. De historische gang van zaken ten aanzien van Jeruzalem vanuit het Brits Mandaat loopt via Jordaanse verovering in 1948, Jordaanse annexatie, Israëlische verovering in 1967 met behoud voor Jordanië van toezicht op de heilige plaatsen van de moslims tot opgeven van rechten op de Westbank door Jordanië, maar met behoud van toezicht op heilige plaatsen. Alleen de Palestijnse visie over de status van Jeruzalem wordt aangehaald.

Suggestieve mededelingen

Voorts noteerden wij enkele naar onze mening suggestieve mededelingen. We geven ze kort weer.

13/11 Van Hoorn over onderzoek door Israël van mogelijke misdaden tijdens Gaza-offensief:

Van Hoorn: Onderzoek is nauwelijks onafhankelijk te noemen: van leger naar leger.

Zie voor onderzoek van IDF bijgevoegd document, waaruit blijkt dat alle zaken uit het Goldstone rapport nader onderzocht werden en worden.

13/11: de wat geheimzinnige, alsof het eigenlijk niet kan manier waarop wordt gerapporteerd over het wel vier uur durende verhoor van slachtoffers door Israël geeft de indruk dat Israel het wel erg bont maakt, terwijl aan de andere kant wordt gemeld dat Israel het onderzoek niet serieus neemt.

13/11  Van Hoorn: Veel landen dringen aan op eigen onderzoek van Israel nav Goldstone, maar Israel vindt dit niet nodig.  Dit is een merkwaardige constatering: nota bene gaat de uitzending over Israëlisch onderzoek.

18/11 Ligging van Gilo wordt zodanig aangegeven of het eerder bij Bethlehem hoort dan bij Jeru-zalem.

In de praktijk hoort het duidelijk bij Jeruzalem. Dat het op de heuvels van Bethlehem ligt (zoals Van Hoorn zegt) zegt niet zo veel: de heuvels en bergen rond Jeruzalem beslaan een groot gebied en de hele stad is op verschillende heuvels gebouwd.  De ligging van Gilo is ten zuiden van West Jeruzalem het gedeelte dat al vanaf 1948 bij Israel hoorde. Geografisch is het meer een verlengstuk van dat gedeelte van Jeruzalem dan van Bethlehem. Het heeft dan ook nooit tot het gebied van de gemeente Bethlehem behoord, zoals bekend was het gebied al voor 1947 in Joodse handen. 

25/11 late journaal over de door Israël afgekondigde bouwstop op de Westelijke Jordaanoever. Van Hoorn benadrukt dat het om een gedeeltelijke bouwstop gaat. Dat een dergelijke bouwstop nog niet eerder is afgekondigd verzwijgt hij. Israëls motief wordt alleen verklaard uit: Amerika behagen, en dat Netanyahu hier zijn kabinet tot het uiterste heeft laten gaan, ontgaat Van Hoorn. Ook het feit dat de Palestijnen niet bereid zijn ook maar een tegen-gebaar te maken, en nog steeds weigeren te onderhandelen, wordt niet vermeld.

26/11 de aparte status van Jeruzalem wordt kort genoemd, maar nog steeds niet toegelicht. Van Hoorn noemt Gilo een nederzetting, en daarmee neemt hij stelling over de status van Oost-Jeruzalem. Volgens Israël is Gilo een onderdeel van Jeruzalem, en dat had ook vermeld moeten worden bij de bouwstop die is afgekondigd. Bovendien is de grond waarop Gilo is gebouwd al voor de stichting van Israel door het Joods Nationaal Fonds aangekocht.

Van Hoorn zegt dat Israël voornamelijk goede wil toont aan Amerika en daarom kondigde Netanyahu de bouwstop ook in het Engels aan. Verder zegt hij dat Israël hoopt dat de VS dan zal optreden tegen vermeende kernwapen in Iran. Op 2/12 om 22 uur doet hij dezelfde uitspraak.

Deze uitspraak geeft een politieke mening over Israel weer van de correspondent en laat de Palestijnse rol buiten beschouwing.

Taalgebruik

Een enkele opmerking over verkeerd of in elk geval discutabel taalgebruik.

26/11 Van Hoorn noemt Gilo een nederzetting. Dat is een interpretatie.

18/11: kolonisten van Gilo. Dit is een uitspraak over de status van Gilo, een wijk van Jeruzalem, die Van Hoorn op zijn minst hoort toe te lichten. De inwoners van Gilo zien zich zelf als inwoners van Jeruzalem en niet als kolonisten.

26/11: de aparte status van Jeruzalem wordt kort genoemd, maar nog steeds niet toegelicht. Terminologie nederzetting voor Gilo stelt een wijk van Jeruzalem gelijk aan nederzettingen op Jordaanoever.

Beeldmateriaal en montage

En dan het beeldmateriaal en de manipulerende montages van gemaakte opnamen.

Voorbeeld 1

Uitzending 2/12. Er wordt een vloer getoond die onrechtmatig zou zijn gestort ondanks de gedeeltelijke bouwstop. De plaats van handeling wordt niet vermeld. Het geheel wordt zo gemonteerd dat het lijkt te gaan om ongeoorloofde bouwactiviteiten.

Feit: de reportage komt uit Efrat. (Zowel de plaats als de geïnterviewden worden herkend)

In Efrat ging het om een synagoge. De vrouw die werd geïnterviewd is bij een van onze waarnemers bekend en er is met haar gesproken. Het betrof hier een groot interview over het beladen verleden van de vrouw en op het eind werd over de bouwstop gesproken waarbij Van Hoorn haar vroeg of ze besefte dat ze gearresteerd kon worden.

Alleen haar reactie daarop werd uitgezonden, waardoor ze veel militanter overkomt en – door de manier waarop dit werd ingepast in de reportage – de kolonisten als extremistisch en overdreven emotioneel worden neergezet. Zo’n aanpak moet manipulatie worden genoemd.

Voorbeeld 2

In het merendeel van de reportages werden voornamelijk beelden uitgezonden die benadrukten dat de Palestijnen de grote slachtoffers zijn en Israël de boosdoener.

Voorbeelden van slachtofferschap zonder enige nuancering of onderzoek naar de feiten:

27/11 Waterrapport

13/11 Onderzoek door Israel van beschuldigingen volgens Goldstone

Voorbeelden van Israel als boosdoener:

27/11    Waterrapport

30/11    Al Quds Underground

13/11    Slachtoffers volgens Goldstone

18/11    Israël beslist niet tot totale bouwstop en bouwt maar door.

25/11    Israël houdt zich niet aan bouwstop

26/11    Israël houdt zich niet aan bouwstop

  2/12    Israël houdt zich niet aan bouwstop

28/12   Gaza in herhaling van januari tijdens de oorlog

In  deze reportages werden vaak gecompliceerde zaken zodanig weergegeven dat er een simpel “good guy -bad guy” verhaal ontstond met Israel in de rol van “outlaw”.

Ten onrechte gemist nieuws

Het is opgevallen dat enkele belangwekkende feiten het NOS-nieuws om welke reden dan ook niet haalden.

Geen aandacht werd er gegeven aan het onderscheppen door Israël op 4 november van een boot met enorme wapenvoorraad afkomstig uit Iran. Dit item werd gemist in verband met voortdurende dreiging voor Israël vanuit Gaza en Libanon (Hezbolla) met geavanceerde raketten. Bovendien heeft de VN toegezegd toe te zien op wapensmokkel, terwijl uit de bevoorrading van de boot bleek dat Iran Hamas en Hezbolla ruimschoots van wapens voorziet.

In de periode van ons onderzoek was er in het journaal geen aandacht voor (opvallend) positief nieuws, noch uit Israël, noch uit de Palestijnse Autoriteit,  maar ook geen nieuws dat gerelateerd was aan samenwerking tussen Israël en de Palestijnen.

Twee voorbeelden van mogelijk nieuws, dat elders wel werd gevonden:

A:

In de Wall Street Journal van 2 december 2009 stond een opvallend artikel geschreven door Tom Gross: In Building Palestine Without Obama’s Interference – WSJ.com.  Hieruit blijkt onder andere dat de economie van de Palestijnen behoorlijk in de lift zit en de beurs enorm groeit terwijl wereldwijd een recessie gaande is en enorme verliezen op de beurs plaatsvonden. Bovendien zijn er inmiddels zeer veel checkpoints weg gehaald, wat naast een bevorderende factor voor de economie ook een verbetering van het individuele leefklimaat heeft opgeleverd.

http://online.wsj.com/article/SB10001424052748704107104574571491401847518.html

B:

RTL 4 had op 19 november jl een alleraardigst item van Conny Mus over orthodoxe EHBO vrijwilligers in Jeruzalem die zich op brommers verplaatsen omdat dat sneller is, en waar sinds kort ook Palestijnse vrijwilligers  mee draaien. Deze zijn vooral bedoeld voor Oost Jeruzalem, waar ambulances vaak alleen met bewaking naar toe willen gaan, met als gevolg veel tijdverlies, maar ze komen ook in heel Jeruzalem, en de Palestijnse vrijwilliger die geïnterviewd werd gaf aan dat dat geen problemen gaf bij de Joodse patiënten.

Concluderend

We komen tot de volgende conclusies.

Van de elf uitzendingen over Israël en de Palestijnse gebieden konden er slechts twee de kwalificatie neutraal dan wel objectief krijgen. De overige negen waren onder de maat en voldeden met name door het commentaar absoluut niet aan de eigen journalistieke code van de NOS. Die negen reportages waren volledig eenzijdig doordat enerzijds voornamelijk Palestijnen aan het woord kwamen en dus alleen  de Palestijnse visie werd vermeld en anderzijds de Israëlische kant zo goed als altijd ontbrak. Objectieve Israëlische gegevens zoals de cijfers uit het recente Israëlische water-rapport werden niet genoemd. Gegevens uit IMFA-net voor informatie voor buitenlandse reporters werd nooit betrokken. De reportages waren daarnaast gekleurd en suggestief door woordgebruik, beeld en montage en te vaak voorzien van onjuiste of onvolledige informatie. Er werd nauwelijks context gegeven of deze werd alleen van Palestijnse zijde gegeven. Doordat de context ontbrak bleef de werkelijke situatie voor de kijker onduidelijk, ook al omdat er geen scheiding was van feiten en meningen en hiermee de vorming van een eigen mening ondoenlijk was.Bovendien werd er al een mening opgedrongen, namelijk door de suggestieve woordkeus of zelfs door de uitgesproken meningvan Van Hoorn.

Voorbeelden hiervan:

27/10 reportage over waterverdeling: onvolledige en verkeerde informatie, eenzijdig en gekleurd door alleen de Palestijnse kant te belichten, suggestief in de beelden, ontbreken context over oorsprong van de akkoorden over waterverdeling in de Oslo-Akkoorden.

30/10 reportage over Al Quds Underground: naast onvolledige informatie ook onjuiste informatie, suggestieve informatie, verbloemen van de werkelijke toedracht en van duidelijke discriminatie. Ook hier geen context van bijvoorbeeld de Oslo-Akkoorden.

5/11  reportage over aankondiging aftreden Abbas. Voornamelijk suggestief.

13/11 reportage over slachtoffers Gazaoffensief volgens Goldstone rapport. Volledig eenzijdig door alleen Palestijnen aan het woord te laten, suggestief door alle Palestijnse beweringen klakkeloos te accepteren, suggestief door uitspraken waarin de uitkomst al besloten lag (een leger dat een leger onderzoekt), suggestief over de tijdsduur van de verhoren, suggestief over de reden van de verhoren, onjuiste informatie over standpunt van Verhagen, ontbreken context van het Goldstone rapport. Volledig ontbreken Israëlische visie, behalve de opmerking: Israël is het er niet mee eens.

Opvallend was verder dat er vier uitzendingen over eenzelfde onderwerp gingen: de bouwstop:

18/11 reportage over doorbouwen in Gilo. Suggestief taalgebruik. Ontbreken context over status.

25/11 reportage over doorbouwen. Ook hier weer geen onderscheid status Jerusalem en West Bank, geen context door uitleg over moeilijke positie Netanyahue in het kabinet, dat er nooit eerder een dergelijke bouwstop is afgekondigd. Eenzijdig: geen vermelding dat Abbas niets aangrijpt om ook een gebaar te maken, maar voortdurend alles te weinig vindt en geen onderhandelingen zal aangaan.

Eenzijdig: Van Hoorn: Vastlopen onderhandelingen is eenzijdig aan Israël te wijten.

26/11 reportage over bouwstop. Voornamelijk een reportage die duidelijk maakt wat Van Hoorn ervan vindt. Overal een mening, geen context, geen opmerking over de starre houding van Abbas. Veel suggestief taalgebruik als nederzetting, kolonist. Suggestief over doel van de bouwstop: alleen maar voor gunstig beeld naar Amerika bedoeld en Amerika moet naar Israël luisteren..

2/12 reportage over doorgaande bouw: suggestief door geheimzinnig over de locatie te doen. Suggestief door niet de bestemming van de vloer, de synagoge, te noemen. Manipulatief interview Naomi Baroechi.

28/12 reportage over Gaza , jaar na de oorlog: herhaling van onjuiste feiten uit reportage van januari, aandikking van de onjuiste feiten.

Alleen twee uitzendingen van het journaal waren redelijk neutraal. Dit betrof het journaal van 11/11 dat over het bezoek van Lieberman ging en het journaal van 21/11 dat over het opstootje door orthodoxie in verband met overtreding werkverbod op sjabbat ging.

Eindconclusie

Helaas komt ook het tweede rapport over de berichtgeving van de NOS over het Israëlisch/Arabisch conflict tot een negatieve eindconclusie. Het eerste rapport in februari handelde over de Gaza-oorlog met veel verwarring en journalistieke problemen. In de nu gekozen periode waren er geen oorlogshan-delingen, werd de reporter op geen enkele wijze gehinderd door beperkingen en had hij alle tijd om zijn onderwerpen te onderzoeken. Toch vonden we ook nu weer onjuistheden, heel veel suggesties, hinderlijke eenzijdigheid, gemis aan context. We hebben moeten vaststellen, dat kritische vragen aan Palestijnen niet gesteld werden en informatie van Palestijnen en organisaties als Amnesty International (of: critici van Israël)  altijd voor zoete koek werd aangenomen. Israëlische bronnen werden nooit geraadpleegd, officiële Israëlische rapporten volledig genegeerd. Officiële Israëlische zegslieden kwamen nooit aan het woord.

N.B.

De NOS-reportage vanuit Gaza op 28 december 2009 was ronduit onthutsend, omdat eruit bleek dat ons gesprek in april met betrekking tot de berichtgeving over het Midden-Oosten niets ten goede heeft doen keren bij het NOS journaal. De reportage was een aaneenrijging van feiten die al sinds een jaar als onjuist bekend zijn en werden nog eens aangedikt met nieuwe onjuistheden

Deze verkeerde informatie is onacceptabel, zeker in de herhaling wanneer de feiten bekend zijn.

Juist in verband met het feit dat de cameraman El Ajarmi de enige in de oorlog was die in Gaza kon rondlopen en Van Hoorn geheel op zijn reportages afging deed ons de vraag stellen bij ons onderhoud in april of mensen in Gaza misschien wel eens voorzichtig moeten reageren vanwege angst voor familie. De ongewoon boze reactievan de NOSop die vraag alsof wij de integriteitvan de NOShiermee aantastten blijft ons tot de dag van vandaag verbazen en de reportage van 28/12 heeft deze vraag niet beantwoord.

Alles bij elkaar genomen:

De berichtgeving van het NOS-journaal over het Israëlisch/Arabisch conflict is sinds ons eerste rapport niet verbeterd of veranderd. En dus beneden de maat. Het een en ander voldoet niet aan alle zelf in de Code NOS Journaal gestelde uitgangspunten. Het gaat dan om de punten 1, 2, 4, 5 en 10. Daarmee voldoet de NOS niet aan de haar gegeven opdracht.

NB: Voor de genoemde bijlagen zie onderaan deze pagina op Israel Facts.


© De inleiding is copyright Israël-Palestina Informatie, de rapporten zijn copyright stichting WAAR en Israel Facts. Citaten voorzien van bronvermelding en link zijn toegestaan.