"Tu quoque"
Deze term, een chique uitdrukking voor de bekende jij-bak, kwam ik voor het eerst tegen in een discussie naar aanleiding van
Roel Schrijvers artikel in NRC waarin hij zionisme een racistische beweging noemde. Iemand
schreef het volgende:
Roel Schrijvers (jurist in internationaal en Europees recht bij IUS-consult) schrijft (@19)A: “tu quoque is geen argument. Dat andere landen mensenrechten niet eerbiedigen, betekent niet dat ze daarmee geen kritiek kunnen leveren.”
De deskundigheid van mr. Schrijvers in twijfel trekken zou ik niet durven, maar toch vraag ik mij af hoe je als afgestudeerd jurist volledig onbekend kunt zijn met elementaire, reeds duizenden jaren levende noties van billijkheid en rechtvaardigheid.
“Tweeerlei weegsteen is den Heere een gruwel”, “Die van ulieden zonder zonde is, werpe eerst den steen op haar.”. Wie bijbelvast is kan nog wel een tijdje doorgaan met citaten, waaruit blijkt dat “tu quoque” al in de oudheid een argument was.
Zou Roel Schrijvers zich wel eens afgevraagd hebben waarom vrouwe Justitia altijd met een blinddoek wordt afgebeeld? Of waarom telkens een enorme opschudding ontstaat wanneer een rechter zelf een misdrijf begaat? Wij kennen allemaal ‘de rammende rechter’, die overigens vanwege dat rammen uit zijn ambt ontslagen is. Waarom eigenlijk, zou je je met Roel Schrijvers kunnen afvragen? Argumentatietheoretisch bezien, belet zijn eigen misstap hem toch niet deskundig & goed recht te spreken?Later gaat hij er nog eens op in:
Echter in zijn repliek (@19) expliciteert Roel Schrijvers een misverstand dat waarschijnlijk veel voorkomt. Ik citeer: “tu quoque is geen argument. Dat andere landen mensenrechten niet eerbiedigen, betekent niet dat ze daarmee geen kritiek kunnen leveren.”
Tot op zekere hoogte heeft Roel Schrijvers daarmee gelijk:
- Een land dat beschuldigd wordt van misstappen, kan zichzelf niet rechtvaardigen door te wijzen op dezelfde of ernstiger misstappen van andere landen;
- Dat partijen zelf de mensenrechten niet eerbiedigen, tast op zichzelf de geldigheid van hun betogen (voor zover deze juridisch steekhoudend zijn) en de door hun aangedragen feiten niet aan.
Daar staat echter tegenover:
- Een land dat zelf de mensenrechten niet eerbiedigt, verliest wel het morele recht en het gezag om andere landen op niet naleving aan te spreken;
- Hetzelfde geldt voor een gremium dat één schenner aanspreekt, maar zijn ogen sluit voor alle andere schenners ( “Tweeërlei weegsteen is den Heere een gruwel” , zoals het heilig boek van de Joden en de Christenen het zo beeldend formuleert ).In hoeverre ontkracht het een argument dat degene die de kritiek levert, zelf hetzelfde of zelfs erger doet, en in hoeverre moet iemand die kritiek levert op een land (persoon, organisatie, etc.) daarbij ook kritiek op anderen vermelden, om niet in eenzijdigheid te vervallen? Het is een interessante vraag, die steeds weer terugkeert in het debat over het Israëlisch-Palestijns conflict. Het lijkt mij vrij evident dat als landen (mensen) elkaar op morele principes aanspreken, het ter zake doet hoe zij zelf op dat punt presteren. Het is nogal ongepast als een notoire leugenaar een ander de les leest over een leugentje om bestwil, en een dief kan moeilijk boos worden als een ander ook eens iets van hem heeft 'geleend'. De vraag of en wanneer een derde persoon altijd verplicht is de wandaden van alle betrokken personen of landen te vermelden, is lastiger te beantwoorden, maar bij een conflict lijkt mij dat zeker wel het geval. Wil een derde persoon ook maar enigszins onpartijdig overkomen, dan kan hij, indien beide partijen zich aan een bepaalde zaak schuldig maken, niet één partij uitgebreid bekritiseren zonder iets over de andere partij te zeggen. Wanneer een partij zich in extremere mate aan een zaak schuldig maakt, en iemand er toch voor kiest alleen de andere te bekritiseren, en daarbij ook de zaken nog eens flink overdrijft, is er duidelijk sprake van propaganda. En dan hebben we het nog niet over onjuistheden en (bewust) misleidende informatie, zoals veelvuldig voorkomt wat betreft Israël.
Daar komt nog bij dat een deel van de fouten van Israël, zoals de discriminatie van Arabieren en de mishandeling van Palestijnen bij checkpoints, vooral worden veroorzaakt door het conflict en dus ook door het gedrag van de andere partij. Sommige Arabieren in Israël kiezen openlijk partij voor
Hamas en
Hezbollah, groeperingen die het
doden van zoveel mogelijk Joden voorstaan. De Palestijnen die bij de checkpoint in de rij staan, stonden ook bij de laatste (zelfmoord)aanslag te juichen, althans zo beleven de 18-jarige soldaten bij de checkpoint dat, en die kans is redelijk als je bedenkt dat de steun voor aanslagen in Israël onder de Palestijnen erg hoog is.
Terug naar de jij-bak. Wanneer Schrijvers eenzijdig Israël demoniseert en daarop aangesproken wordt, is technisch gesproken helemaal geen sprake van een jij-bak. De jij-bak geldt de Arabische staten met hun kritiek op Israël, en is, zoals ik hierboven aangaf, terecht. Met zoveel boter op je hoofd verspeel je het recht een ander de les te lezen. Ik ben het met bovenstaande reactie eens, maar eigenlijk had het antwoord moeten luiden: 'Ik spreek u op uw eenzijdigheid aan, en vind dat u niet de fouten en het onrecht van een kant geheel weg mag laten in uw betoog. Dat heeft niets met jij-bakken te maken maar met het feit dat A: Israëls discriminatie van Arabieren voor een groot deel een gevolg is van wat de andere kant doet en B: het op zijn zachtst gezegd een beetje vreemd is om het zoveel extremere gedrag van Israëls vijanden te negeren.'
Dit roept ook de vraag op naar mogelijke motieven van kritiek of demonisering. Waarom verzwijgt Schrijvers het feit dat het 'gematigde' Palestijnse leiderschap onder leiding van president Abbas
mensen ter dood veroordeelt voor het verkopen van land aan Joden? 'Omdat ik het over Israël had en niet over de Palestijnen', zal hij zeggen, maar waarom heeft hij het over Israël, en waarom hebben zoveel mensen het uitsluitend over Israël en interpreteren ze de zaak ook nog eens op de negatiefst mogelijke manier, dikken misstanden aan, verzinnen er nog een en ander bij, en halen alles uit hun context? Het is een vraag die ik hier vaker stel, en die we iedere keer consequent aan de schrijvers van dergelijke artikelen moeten stellen. Een andere vraag is waarom de media dit soort artikelen continu plaatsen. Op het artikel van Schrijvers zijn weliswaar reacties op de website geplaatst (zie
Anti-racismetop was toneel van antisemitisme en
Er is geen nationaliteitswet die niet discrimineert), maar alleen een zeer verkorte versie van een daarvan verscheen in het opiniekatern van afgelopen zaterdag, en een stuk minder prominent dan het stuk van Schrijvers.
Ratna Pelle