Israel: Democratie of staat van al haar burgers? (Ami Isseroff)
Geplaatst doorabby op Saturday 23 December @ 03:24:43 GMT+1
_CONTRIBUTEDBY abby
22.12.2006 Israëlische Arabieren vormen 20% van de Israëlische bevolking van circa 7 miljoen. Zij zijn overwegend moslim, met slechts een paar procent christenen. Israëlische Arabieren zijn Arabische Palestijnen die in 1948 niet zijn gevlucht of verdreven maar in Israël bleven. Hoewel de onafhankelijkheidsverklaring van Israël iedereen gelijke rechten en behandeling beloofde, stonden zij aanvankelijk onder militair bestuur, en werden als vijfde colonne en leden van een vijandig volk beschouwd (wat zij in feite ook waren, gezien de door hun zijde gestarte oorlog in 1947-1948).
Deze Arabieren hebben voor de wet vrijwel gelijke rechten als de Joodse Israëli's; er zijn 3 Arabische partijen met samen 10 zetels in de Knesset, er zijn Arabische rechters en tal van Israëlische Arabieren vervullen overheidsfuncties, zitten bij de politie, etc. Arabisch is een officiële taal en iedereen is volkomen vrij zijn eigen religie te belijden. Zij zijn vrijgesteld van militaire dienstplicht en kunnen sommige beroepen op veiligheidsgebied niet uitoefenen. Maar weinig Arabieren dienen in het leger (Bedoeïenen en Druzen in grotere aantallen). Ze worden informeel op tal van gebieden gediscrimineerd, en steden en dorpen waar voornamelijk Arabieren wonen krijgen doorgaans minder geld van de staat.
De relatie tussen Israëlische Arabieren en Joden is gespannen. Zij voelen zich tweederangsburger, en de Joden klagen dat de Israëlische Arabieren het Joodse karakter van de staat niet erkennen en soms openlijk heulen met de vijand, zoals blijkt uit contacten tussen Arabische Knessetleden en Hezbollah en Hamas, en een recent bezoek aan Syrië. Israëlische Arabieren voelen zich soms klem zitten tussen hun Israëlisch staatsburgerschap en solidariteit met de Palestijnen. De leiders zijn doorgaans wat extremer in hun uitspraken dan de meeste burgers. Onlangs publiceerde een belangrijke Israëlisch-Arabische organisatie een document waaruit (wederom) blijkt dat de zij het Joodse karakter van Israël niet erkennen, en waarin ze pleiten voor een binationale staat waarin zowel zij als de Joden een autonome status hebben en hun eigen zaken regelen, met een binationaal bestuur voor zaken van algemeen belang. (Dit naast de aparte Palestijnse staat in de Westoever en Gaza welke zij eveneens voorstaan.) Toch zien beide bevolkingsgroepen in dat zij met elkaar moeten samenleven, en zijn er - vergeleken met het conflict met de Palestijnen - weinig geweldsincidenten tussen Joodse en Arabische Israëli's.
Ami Isseroff geeft hieronder zijn visie op de kwestie van de Israëlische Arabieren en de Joodse staat. Hij werd in de VS geboren uit Joods-Palestijnse ouders, en vestigde zich in de jaren '60 in Israël. Eind jaren '90 was hij één van de oprichters van MidEastWeb for Coexistence, waarvoor hij nu nog hoofdredakteur is. Daarnaast startte hij in 2005 ondermeer de website Zionism and Israel Information Center, om de Joodse claim op een eigen staat te verdegingen tegen de toenemende anti-Zionistische aantijgingen en mythes.
Israël: Democratie of "staat van al haar burgers"? vertaald uit het Engels van ZioNation (28.11. 2006) Copyright Ami Isseroff
Zoals bijna iedere Israëliër heb ik mij het hoofd gebroken over de vraag: "Is Israël een Joodse staat of een democratische staat van al haar burgers?" Tom Segev verhaalt hoe een groep Israëlische Joden en Arabieren dit probleem op een democratische wijze trachtte op te lossen, acceptabel voor alle partijen, door een grondwet in elkaar te timmeren die gelijke rechten zou garanderen. Ik denk dat de uitgangspunten van de groep en de probleemstellingen aan beide kanten verkeerd waren, en dat de kwestie "Joodse staat" of "Staat van al haar burgers" een non-kwestie is.
In iedere Arabisch-Israëlische dialoog heb ik een enorme hoeveelheid opportunistische en ontwijkende hypocrisie gezien over de echte basisvragen aan beide kanten. Bovendien past deze dualiteit van "Joodse staat" versus "staat van al haar burgers" een standaard van "democratie" toe, die nergens anders in de wereld wordt toegepast. Zij veronderstelt dat het recht op nationale zelfbeschikking van het Joodse volk op één of andere wijze illegitiem is, en moet worden ondergedompeld in een "Israëlische" nationaliteit die iets anders is dan Joodse nationaliteit. Aangezien "Kinderen van Israël" en "Joods volk" gedurende het overgrote deel van de Joodse geschiedenis synoniem zijn geweest, lijkt dit discutabel. Het is niet duidelijk wat deze nationaliteit zou kunnen inhouden, en welke karakteristieken zij zou kunnen hebben. Veel Arabieren die gelijke rechten met Joodse Israëli's eisen, die willen dat Israël een staat van al haar burgers is, wensen blijkbaar geen deel uit te maken van een Israëlische "nationaliteit" in de culturele zin, maar lijken er juist op te staan dat zij "Palestijnen" en Arabieren zijn. Dus wie zullen deel uitmaken van deze nationaliteit, en wat zullen de karakteristieken ervan zijn? Welke taal zouden "Israelijnen" spreken als het niet Hebreeuws is?
De wateren zijn ook opzettelijk vertroebeld door sommige Joodse religieuze propagandisten zowel als door anti-Zionisten, die willen doen geloven dat het "Joodse" in "Joodse staat" naar de Joodse religie verwijst. We zullen die vraag buiten beschouwing laten, daar het duidelijk moet zijn dat "Joodse" naar Joodse volk moet verwijzen en Joodse nationaliteit. Geen moderne staat kan gevestigd worden als de staat van een religie. Iran en wellicht Soedan zijn de uitzonderingen die de regel bevestigen.
De echte basis kwesties worden versluierd door hypocriete houdingen aan beide kanten. Enerzijds is er het gebrek aan bereidheid van veel Israëlische Joden om de Arabische burgers als gelijke partners te accepteren. Te veel Joden zijn niet bereid, noch privé noch in overheidsfuncties, om geïntegreerd onderwijs en ontwikkeling voor Arabische zowel als Joodse plaatsen te bewerkstelligen, en daadwerkelijk op de lange termijn de scheiding tussen "Joodse plaatsen" en "Arabische plaatsen", tussen "Joodse scholen" en "Arabische scholen" enz., op te heffen, die Israël sedert het begin van de eerste Zionistische nederzettingen achtervolgd heeft. We hebben twee - of meer - parallelle maatschappijen. Zo lang als deze oude Midden-Oosten stijl gesegmenteerde samenleving in stand wordt gehouden, zal er nooit een echte democratie zijn, om het even welk volkslied we zingen of welke wetten we maken of welke vlag we laten wapperen. Het maakt niet uit hoeveel Joden zeggen dat ze hun Arabische medeburgers liefhebben en gelijkheid willen; zo lang als de meesten van hen geen Arabische kinderen in hun scholen willen of Arabieren als buren en collega's op basis van gelijkwaardigheid, is het allemaal 'Khalam Fadi' - lege woorden.
Aan deze kwestie ligt deels een falen van de Zionistische beweging vanaf haar begin ten grondslag. De Joden van Palestina vormden al voor de Zionisten arriveerden grotendeels een aparte gemeenschap. De Arabieren van Palestina vormden evenzo een aparte gemeenschap, maar aangezien zij in de meerderheid waren, vonden ze het best. Dit was geen "apartheid", en ook geen resultaat van de Zionistische ideologie. Het was eerder het systeem van de 'Mellah' (getto) dat in het grootste deel van het Midden-Oosten gangbaar was. Jeruzalem was altijd verdeeld geweest in wijken: "Jij woont daar en spreekt jouw taal, en ik woon hier en spreek mijn taal. Onze volken vermengen zich niet veel. Iedereen kent zijn of haar plaats". Een andere versie van deze zelfde regeling geldt in Libanon, met desastreuze gevolgen. Deze gesegmenteerde maatschappij was typisch voor ieder land in het Midden-Oosten. Veel van de vroege Zionisten gingen echter niet streven naar een pluralistische democratie, maar namen daarentegen deze ethos over en maakten er een beleid en een ideologie van.
Onze voorouders deden geen serieuze poging om dit probleem op te lossen en de pluralistische maatschappij te scheppen die Herzl had voorzien in zijn utopie Altneuland. Misschien had dit uit het Westen geïmporteerde idee van een pluralistische democratie niet kunnen aanslaan in het mandaatgebied Palestina, maar er had een veel grotere inspanning voor moeten worden gedaan. Zelfs tegenwoordig nog blijven te veel van de Israëlische regeringsverklaringen over gelijkheid hoofdzakelijk papier. Het papier is mooi, maar de modderige wegen en ontoereikende publieke voorzieningen in Arabische dorpen tonen het verschil met de realiteit.
Aan de andere kant zijn er de Israëlische Arabieren die gelijke rechten eisen in een staat waarin ze er vaak tegelijkertijd op staan een apart volk te zijn. Segev verhaalt:
Op een dag, enkele jaren geleden, bezocht de historicus Adel Manna de afstudeerceremonie van zijn zoon, die geslaagd was voor zijn rechtenstudie.... Tegen het einde van de ceremonie besloot de familie Manna te vertrekken, voordat het volkslied "Hatikva" zou worden gezongen. Ze wilden niet blijven zitten terwijl iedereen opstond en meezong, noch wilden ze opstaan.
Ze hadden echter pijnlijkerwijze de uitgang nog niet bereikt toen het zingen begon, en mensen riepen naar hen: "Wat moet dit? Wat is dat voor gedrag? Jullie willen gelijkheid, maar jullie zijn niet bereid om de staat te respecteren?!"
Manna, die gewoonlijk een toonbeeld van kalmte is, verloor zijn geduld en antwoordde: "Hou toch je mond! Jullie zingen je Hatikva maar. Het is niet het mijne. Wat willen jullie van me?" Kun je je een Jood voorstellen die dat Egypte doet, of een Indiaan of Afrikaanse Amerikaan in de VS? Het zal incidenteel wel voorkomen, maar het kan niet symbolisch zijn voor een heel volksdeel dat een gelijke behandeling verwacht, niet alleen voor de wet maar ook in de praktijk.
Deze situatie bestaat in vrijwel geen Westers land. Amerikanen vierden onlangs het oogstdankfeest, Thanksgiving. Het is een nationaal feest, dat geen aandacht schenkt aan het lijden van de oorspronkelijke inwoners van Noord-Amerika, inclusief de Pequout Indianen die zonder omhaal waren afgeslacht door de heilige Pilgrim Fathers. Desalniettemin zijn Indianen, of 'Native Americans', burgers van de Verenigde Staten. Zij groeten de vlag, ze dienen met moed en aanzien in het Amerikaanse leger, ze leren Engels, en ze zingen het Amerikaanse volkslied, The Star Spangled Banner, mee. Een Jood die in Engeland of Zwitserland leeft kan lid zijn van het Joodse volk, maar zal desondanks de vlag groeten van het land waarvan hij of zij burger is, in het leger dienen en de taal en gebruiken van het land leren, als hij of zij een gelijkwaardige burger wil zijn in de praktijk zowel als voor de wet. Dit geldt evenzo als, zoals bij sommige landen het geval is, de vlag een kruis bevat en de Jood religieus is. De loyaliteit van burgers wordt altijd ook door vervolgde minderheden getoond. Afstammelingen van vroegere Afrikaanse slaven in de VS dienden hun land in elke oorlog met moed en eer waar en wanneer dat van hen gevraagd werd, ondanks de meest vernederende en oneerlijke vormen van discriminatie, lynchpartijen en segregatie. Dit was de zware weg die leidde van de slavenhut naar hoge posities in Washington, en het duurde vele jaren. Het is de enige hoop voor minderheden om hun rechten te verkrijgen - om binnen het systeem te vechten, maar bij elke gelegenheid loyaliteit te betuigen.
Ik nam in april 2002 deel aan een dialoog bijeenkomst, toen de Arabische en buitenlandse media de bloedlaster verhalen verspreidden over de 'slachting' in Jenin. Alle Arabieren in die dialooggroep hielden vol dat ze loyale burgers van Israël waren en betuigde hun verlangen naar gelijkheid. Tijdens de onderbreking echter, begon één van deze oprechte mensen me uit te leggen dat "jullie" 500 mensen in Jenin hebben gedood, en dat "jullie" niet weten wat er gebeurt omdat "jullie alleen jullie eigen media volgen". Ik kon het niet helpen te denken dat deze man weinig verschilde van de kwade zoon van de Sederavond, die al het werk van voorbereiding en aanbidding aanschouwt en zegt: "Wat betekent al dit werk voor jou?" En waarom zou ons antwoord aan hem anders moeten zijn dan het antwoord aan de kwade zoon? Hij heeft zichzelf buiten de Israëlische gemeenschap geplaatst. Hij noemt Israëlische media "jullie" media, en het Israëlische leger "jullie" leger.
Het is dus niet alleen "jullie Hatikva" zoals Adel Manna zei, die verfoeid wordt door deze möchtegern burgers. Het is "jullie" (onze) media, en "jullie" (ons) leger. Wat is er dan niet verfoeilijk voor hen, en hoe is dit hun land? In een land leven en daar grond bezitten kan een inwoner van je maken. Het maakt je nog niet tot een burger van de maatschappij als je die maatschappij en alles waarvoor zij staat afwijst. Amerikanen beloven trouw aan de Amerikaanse republiek, niet aan wat onroerend goed.
Er is geen grotere illustratie van het probleem nodig, dan het bezoek van Knessetlid Azmi Bishara aan Damascus tijdens de Libanon oorlog, waar hij solidariteit met Hezbollah betuigde, terwijl Hezbollah bezig was om zonder onderscheid zowel Joodse als Arabische Israëli's te beschieten. Hoe kan deze man een beroep doen op gelijkwaardig burgerschap en gelijke participatie in een land dat hij bereid is te vernietigen? Inderdaad, er zijn soortgelijke gevallen geweest in andere landen en andere tijden, maar ze zijn niet gangbaar als een land vecht tegen een groep die het wil vernietigen. Kunnen wij ons voorstellen wat de gevolgen waren geweest als, in de Tweede Wereldoorlog, de overgrote meerderheid van Duitse Amerikanen Hitler zou hebben gesteund? Generaal Eisenhower was van Duitse afstamming. Kunnen we ons voorstellen dat een Israëlische Arabier (niet een Druze of Bedoeïen) legeraanvoerder zou zijn die de IDF leidt in de verdediging van ons land? Of realistischer, kunnen wij ons voorstellen dat alle Israëlische Arabieren de Israëlische onafhankelijkheidsdag vieren en rouwen om de Israëlische oorlogsslachtoffers?
Een Arabier die activiteiten organiseert voor coëxistentie schreef dat hij niets wil horen over coëxistentie. Hij wil "partnerschap" - shutfut. Hij is geheel welkom als partner. Hij moet vechten om een gelijkwaardige partner te zijn en wij moeten hem daarin steunen. Zal hij in het leger gaan dienen? Zal hij zijn belasting betalen? Mag hij verwachten een partner in rechten te zijn zonder een partner in plichten te zijn? En kunnen wij toestaan dat de staat, of onze Joodse medeburgers, hem zijn legitieme rechten weigert als hij zijn verplichtingen vervult? Sommige Arabische burgers, inclusief Druzen en Bedoeïenen, dienen al de staat en vervullen hun verplichtingen. Helaas worden ook zij niet als volkomen gelijken behandeld.
Als de gezegende dag arriveert, waarop alle Arabieren van Israël hun verplichtingen als partners vervullen, en de staat Israël en de Joden van Israël de rechten garanderen van Arabieren en van Joden, zal het dan echt ertoe doen of de vlag een extra stel groene strepen telt, of de Hatikva een extra strofe kent?
Israël is per definitie de nationale staat van het "Joodse Volk" - de "Kinderen Israëls". Israël kan een "Joodse staat" zijn, het nationale thuisland van het Joodse volk, en een "democratische staat". Israëlische Arabieren kunnen en moeten gelijke kansen op werk en posities krijgen, gebaseerd op vaardigheden, leiderschapskwaliteiten en loyaliteit aan de staat in zoverre als deze attributen ook voor ieder ander relevant zijn. Wat werkt voor Azzam Azzam en Ismail Khaldi moet kunnen werken voor elke Arabische burger van Israël. Maar wij zouden geen Joodse verrader in de regering kiezen, en daarom is er ook geen reden om een Arabier in die functie te kiezen die niet loyaal is aan de staat.
Er is slechts één "recht" dat Israëlische Arabieren niet kunnen hebben in Israël, en dat is het recht op zelfbeschikking als Arabieren of Palestijnen. Dat recht kan alleen worden uitgeoefend in één van de 22 Arabische staten of in een Palestijnse staat, net zoals Joden geen recht op zelfbeschikking kunnen hebben in de VS of in Libanon. Israëlische Arabieren kunnen niet besluiten dat het volkslied, of de nationale onafhankelijkheidsdag of de nationale vlag voor hen aanstootgevend is omdat die Israëlische (Joodse) nationale symbolen bevatten of daarheen verwijzen, die in tegenspraak zijn met hun Arabische nationaliteit. Op dezelfde manier kunnen de Joden van Zwitserland niet eisen dat het Zwitserse kruis in de vlag wordt aangepast. De Verenigde Staten zouden ook niet gecharmeerd zijn van een groep "Tories" die weigerden de Amerikaanse Onafhankelijkheidsdag te vieren.
Nationaliteit en democratie worden niet bereikt met vlaggen en liederen een papieren die grondwetten worden genoemd. Grondwetten, vlaggen en volksliederen weerspiegelen de maatschappij die hen gemaakt heeft. De Sovjet grondwet was een prima grondwet, maar het was slechts papier. "Democratie" op een stukje papier schrijven maakte geen democratie, en redde niemand van de Goelag. Dezelfde Amerikaanse grondwet die op het eind van de 19de eeuw werd geïnterpreteerd als in overeenstemming met gesegregeerde scholen, werd in 1954 geherinterpreteerd als ondersteuning voor geïntegreerde scholen, omdat de Amerikaanse maatschappij was veranderd. Eén school die Hebreeuws en Arabisch onderwijst aan Joodse en Arabische kinderen is een dozijn paragrafen in een grondwet waard, en een Arabische held in de IDF zal meer doen voor Arabische rechten in Israël dan 10 Arabische Knessetleden die in Damascus snoeven over Palestijns nationalisme en de Arabische 'umah'. Als wij hier een democratische staat van al haar burgers willen maken, dan moeten zowel Arabieren als Joden eerste de realiteit scheppen, en het papier zal volgen. In het andere geval is "staat van al haar burgers" slechts een pakkende politieke leus.
Ami Isseroff
|
|
| |
 |
Score Artikel |
 |
|
Gemiddelde score: 5 Stemmen: 4

|
|
|
 |
|