Begin oktober besteedde DDS aandacht aan een onderzoek dat ik deed samen met Stichting WAAR naar de berichtgeving van NRC Handelsblad over het Israëlisch-Palestijns conflict. Uit dit onderzoek blijkt dat de krant behoorlijk eenzijdig is in haar berichtgeving, en belangrijke journalistieke codes en haar eigen uitgangspunten schendt, zoals het strikt gescheiden houden van feit en mening, en het aan bod laten komen van een diversiteit aan meningen en visies. Ik had gehoopt dat dit onderzoek, waarvoor honderden artikelen zijn gelezen en beoordeeld aan de hand van verschillende criteria, zou bijdragen aan en uitnodigen tot een fundamentele discussie over de berichtgeving in Nederland over het Midden-Oosten conflict.
Een paar jaar geleden stelde Joris Luyendijk in zijn bestseller ‘Het zijn net mensen‘ dat de media nog steeds vooral aandacht hebben voor Israëls kant, omdat de Israëlische PR zo gelikt en succesvol zou zijn, wij ons nou eenmaal makkelijker in Israël en de westerse Joden kunnen verplaatsen dan in de Arabieren, en natuurlijk vanwege de Holocaust, waardoor kritiek op Israël al bij voorbaat verdacht zou zijn. Dit is een veelgehoorde opvatting, maar de realiteit is dus anders. Eerder dit jaar deden stichting WAAR en Israel Facts onderzoek naar de berichtgeving van het NOS journaal, en dat bleek eveneens veel meer aandacht te hebben voor de Palestijnse kant. Palestijnen kwamen in tegenstelling tot Israëli’s veelvuldig aan het woord en men maakte veel vaker gebruik van Palestijnse bronnen.
Mijn indruk is dat ook andere grote kranten en programma’s van de publieke omroep eenzijdig pro-Palestijns zijn. Waarom is dat en hoe komt het dat tegelijkertijd velen van mening zijn dat de media (nog steeds) meer aandacht hebben voor Israëls kant? Daarover zou ik willen discussiëren, maar de reacties op mijn onderzoek naar de NRC hier en ook op andere websites (de geprinte media negeerden het onderzoek) varieerden doorgaans van ‘ik heb mijn abonnement op het ultralinkse NRC Handelsblad vorig jaar al opgezegd’ tot ‘Stichting WAAR is een Joodse club en kan dus niet deugen’. Ook kwam men weer met aantijgingen over de o zo machtige pro-Israëllobby, waar ik, stichting WAAR, Isser en weet ik wie nog meer onderdeel van zouden uitmaken, en men vond dat WAAR ook eenzijdige berichtgeving ten nadele van de Palestijnen aan de kaak moet stellen. Ik zou graag een paar misverstanden uit de weg ruimen.
Stichting WAAR werd oorspronkelijk opgericht in 2003 maar leidde al vrij snel een slapend bestaan, en is na de Libanon oorlog heropgericht met bijna allemaal nieuwe leden. De organisatie bestaat geheel uit vrijwilligers, krijgt geen subsidie en ook geen geld van de Israëlische overheid, en volgt de media kritisch. Ook worden incidenteel activiteiten georganiseerd zoals vorig jaar een symposium over Israel en het internationale recht.
Dat WAAR niet op vooringenomenheid ten nadele van de Palestijnen wijst, komt omdat die nauwelijks te vinden is. Welke serieuze krant of ander medium is tegenwoordig anti-Palestijns? De Telegraaf is sensationeel en op relletjes belust, maar volgens mij niet bijzonder vooringenomen in het conflict. Het Reformatorisch Dagblad misschien? Dat is een marginale krant voor een zeer specifieke doelgroep. Alleen Elsevier zou kunnen kwalificeren. In alle andere media kom ik (geregeld) gekleurde berichtgeving ten nadele van Israël tegen.
Volgens sommige critici zou WAAR vanwege haar Joodse achtergrond minder betrouwbaar zijn. Dezelfde mensen hechten vaak juist wel veel waarde aan wat Joden en Israëli’s die kritisch tegenover Israël staan te zeggen hebben, en gebruiken dat om hun gelijk te bewijzen. Als Joden het voor Israël opnemen dan is dat echter opeens verdacht. WAAR is overigens geen Joodse organisatie en heeft zowel Joodse als niet-Joodse leden.
Blijkbaar is de notoire en alom gevreesde pro-Israëllobby niet erg succesvol, gezien de berichtgeving over Israël en de algehele teneur in het debat. Natuurlijk en gelukkig zijn er mensen en organisaties die het voor Israël opnemen, maar mijn indruk is dat dat er minder zijn en zij een stuk minder goed zijn georganiseerd dan de – veelal gesubsidieerde – clubs aan Palestijnse kant. En nee, dat komt niet omdat we in een linkse dictatuur leven waar rechts systematisch de mond wordt gesnoerd, en de media zijn ook niet opgekocht door rijke oliesjeiks. Het heeft met een aantal factoren te maken, zoals (over)compensatie voor de tijd dat de media (en de publieke opinie) inderdaad nog pro-Israël waren, het feit dat de Holocaust langer geleden is (dit is in feite een verkapte vorm van antisemitisme, want faire berichtgeving moet niet gerelateerd zijn aan het feit dat men pasgeleden heeft geprobeerd je uit te roeien), de behoefte aan een duidelijke indeling in goed en kwaad en onze identificatie met de zwakkere en de underdog, en de succesvolle anti-Israëllobby. Ook zijn pro-Israëlorganisaties van oudsher vaak meer gericht op liefdadigheid en het ophalen van geld voor Israël en minder op de politieke discussie en een beroep op (mensen)rechten en rechtvaardigheid. Men is niet grassroots gericht en erg naar binnen gekeerd.
Dit is een zeer summiere aanzet tot een discussie over het huidige anti-Israëlklimaat.
Ratna Pelle blogt op http://www.zionism-israel.com/blog/


Wat is WAAR? (Ratna Pelle)
