jan 222013
 

Verslag lezing van Ronny Naftaniel voor Kerk & Israël te Sneek

Ronny Naftaniel, directeur van het CIDI  heeft op 15 januari voor Kerk & Israël in Sneek een lezing gehouden met als thema de vraag: ‘Bestaat Palestina al?’ Uitgangspunt was de toekenning van de status van Palestina als waarnemende niet-lid staat bij de VN. Tijdens de lezing kwamen de fundamentele problemen tussen Israël en de Palestijnen, die een mogelijke toekomstige status van een zelfstandig Palestina in de weg staan, aan bod. Er werd ook kort ingegaan op de ontwikkelingen in de Arabische wereld en de verkiezingen in Israël. Tjalling heeft een verslag van de lezing van Naftaniel gemaakt met aan het eind een beknopt commentaar daarop.


Abbas-speech

Bestaat Palestina al?

De heer Naftaniel begon de lezing door meteen het antwoord te geven op de vraag: ”Nee, Palestina bestaat niet”. Het CIDI gaat er echter vanuit dat de zogeheten twee-statenoplossing de enig mogelijke oplossing is voor duurzame vrede en veiligheid in het gehele Midden Oosten. Om die reden acht het CIDI een toekomstig Palestina wel gewenst. Naftaniel plaatste het Israëlisch-Palestijnse conflict in een breder kader omdat zich momenteel in het Midden Oosten ontwikkelingen voordoen die in de toekomst bepalend kunnen zijn voor de definitieve status van Palestina.

Het conflict tussen de Israëli’s en de Palestijnen gaat om twee volken die aanspraak maken op hetzelfde gebied, waarvan een deel nu bezet wordt door Israël. Die bezetting is op den duur onhoudbaar omdat de Palestijnse wil onderdrukt wordt door een democratische staat. Een binationale staat is geen oplossing omdat Israel dan binnen afzienbare tijd een Arabische meerderheid zou hebben, zeker als ook een groot deel van de vluchtelingen en hun nakomelingen in Libanon, Syrië en Jordanië zich in deze staat zouden vestigen. Om die reden staan de meeste Israëlische politici achter de twee statenoplossing. Helaas is het tot nu toe nog niet gelukt zover te komen. Daarbij spelen verschillende aspecten een rol.

Aan beide kanten zijn er (extremistische) groeperingen die elk, vaak om religieuze redenen, het hele gebied voor zichzelf opeisen. Iedere keer wanneer er kans is op vrede zal één van deze beide zijden dit blokkeren. Dit is in het verleden vaker gebeurd. De opvatting die mondiaal heerst en die uitgaat van de gedachte dat de Israëlische bezetting van de Westbank het grootste struikelblok is op de weg naar de vrede, klopt niet. Het belangrijkste probleem in het Midden Oosten is de Arabische weigering om Israël als Joodse staat te erkennen. Eenzijdige terugtrekking van Israël uit bezette gebieden is daarom niet een juist middel om te komen tot vrede. Dat blijkt ook uit ervaringen in het verleden. In 2000 trok Israël zich terug uit het zuiden van Libanon waardoor een machtsvacuüm ontstond dat werd opgevuld door de Hezbollah, die inmiddels een enorm rakettenarsenaal gericht heeft staan op Israël. En na de ontruiming van Gaza in 2005 heeft Hamas via een gewelddadige coup de macht gegrepen, en worden sedertdien vanuit Gaza regelmatig raketten op Israël afgevuurd. Dit is volgens Human Right Watch een oorlogsmisdaad want de raketten worden op burgerdoelen afgevuurd. Vooruitlopend op een eventuele ontruiming van de Westbank rijst de vraag wie daar dan het ontstane vacuüm gaat opvullen. Sommigen voorspellen dat Hamas ook daar de macht zou overnemen. Het is zeker niet ondenkbaar dat de Hamas vanuit de Westbank Israël gaat bestoken. Jeruzalem en Tel Aviv zullen dan binnen het bereik van de raketten liggen. Kortom een unilaterale terugtrekking uit de Westbank is voor Israël levensgevaarlijk.

Vervolgens zijn de positie van president Abbas en zijn diplomatieke houding belangrijke obstakels. Abbas is een president van een – mogelijk – toekomstig land dat momenteel verdeeld is over twee gebieden met elk een eigen regering. In Gaza heeft Hamas het voor het zeggen en op de Westbank regeert Fatah. Beiden partijen proberen al jaren tot overeenstemming te komen maar dat is tot nu toe niet gelukt. De diplomatie van Abbas is niet meer dan een listig spel waar veel lidstaten van de VN zijn ingetrapt. Op uitgerekend 29 november kreeg Abbas het voor elkaar dat Palestina bij de VN de status van waarnemende niet-lid staat kreeg. Die datum was zorgvuldig uitgekozen. Op 29 november 1947 namelijk stemde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in met het plan van de internationale UNSCOP-commissie (United Nations Special Committee on Palestine) voor de opdeling van het mandaatgebied Palestina in verschillende delen: een Israëlisch, Arabisch en internationaal bestuurd deel (Jeruzalem en Bethlehem). De Joden stemden daarmee in, de Arabieren wezen dit plan af. Aan de toekenning van de waarnemersstatus van Palestina was de eis verbonden dat Israël als Joodse staat zou moeten worden erkend. Abbas erkent Israël weliswaar als land maar niet als staat van het Joodse volk. Het is daarom de vraag wat die erkenning inhoudt of waard is, en hij tegen het idee is van twee staten voor twee volken waarop het VN delingsplan van 1947 was gebaseerd. Essentieel voor elke vredesregeling is dat Israël als Joodse staat wordt erkend, wat Abbas dus niet doet. Zijn gang naar de VN was daarom een belemmering voor de vrede en bovendien voorbarig.

Palestina kan momenteel niet functioneren als een zelfstandig land. Een voorbeeld daarvan is de besteding van Europese subsidiegelden aan Palestina. Het gaat om een bedrag van bijna 600 miljoen Euro per jaar, wat niet aan duurzame projecten wordt besteed. Europa heeft dat aan zich zelf te wijten, want aan de subsidiering van Palestina werd niet de voorwaarde gesteld die te besteden aan duurzame projecten. Dat is dan ook niet gebeurd en de Westbank is vervallen tot een bedelaarsstaat. De wereldgemeenschap heeft op de positie van Abbas, zijn diplomatieke spel en het disfunctioneren van de Palestijnse autoriteit op de Westbank verkeerd gereageerd. Daarom heeft de VN de waarnemersstatus ten onrechte verleend.

Als reactie op de toegekende waarnemerstatus kondigde Israël bouwplannen aan voor ruim drieduizend nieuwe woningen, in het kader van het zogenoemde E1-project. Het E1-project zou de Westelijke Jordaanoever mogelijk in tweeën splitsen en het gebied isoleren van Jeruzalem, waardoor de levensvatbaarheid van een eventuele Palestijnse staat in gevaar kan worden gebracht. Dat zou in het ergste geval een tweestaten oplossing in de regio onmogelijk maken. (Er blijft nog een strook van ca. 20 km over ten oosten van E1. Palestijnen zullen dan om moeten rijden maar er zou ook een tunnel kunnen komen. Tj. T.)

De reactie van Israël op het toekennen van de waarnemersstatus is net zo verkeerd als het besluit van de VN. Israël hoort beslist niet te bouwen als strafmaatregel op een gebied wat niet van hen is en bovendien de ontwikkeling van een Palestijnse staat bemoeilijkt. Het CIDI is van mening dat Israël het bouwen van huizen op de Westbank en het uitbreiden van de bestaande vestigingen juist zou moeten stoppen. Dat geldt echter niet voor -heel- Jeruzalem, waar sinds 1830 een Joodse meerderheid woont en dat bij het delingsplan uit 1947 een aparte status kreeg toegewezen onder internationaal bestuur. Vanwege dat besluit kunnen de Palestijnen juridisch geen automatisch recht claimen op Oost Jeruzalem. Vanwege de sterke Joodse band met Oost Jeruzalem, waar veel heilige plaatsen liggen, is volgens het CIDI daar de bouw van nieuwe huizen wel toegestaan.

Al met al is de nederzettingsproblematiek ook een grote belemmering voor de twee-statenoplossing. Vanwege de Arabische weigering om de Joodse staat Israël te erkennen, de bouw van huizen op de Westbank en de houding van Abbas kon er tot nu toe geen duurzame vrede tot stand komen.

De heer Naftaniel wees er ook op dat Abbas geen goede onderhandelingspartner is voor Israël en ging nogmaals op diens positie in. Abbas wordt door Westerse steun in het zadel gehouden maar niet gesteund door de meerderheid van de Palestijnse bevolking. Als er op dit moment verkiezingen zouden worden gehouden op de Westbank dan zou Hamas die winnen. Dat laat een parallel zien met de revoluties in andere Arabische staten. De staatshoofden van bijvoorbeeld Egypte, Libië, Tunesië en Jemen werden ten val gebracht en de islamisten wonnen aan macht en populariteit. Stel dat Abbas zou tekenen voor een eventuele vrede dan is de kans groot dat hij wordt afgezet en er een nieuw regime komt dat Israel vijandig gezind is. Evenals eenzijdige terugtrekking uit bezette gebieden kan Israël zich ook dit risico niet permitteren. In tegenstelling tot de mondiale wensen en voorstellen is het voor Israël veiliger af te wachten wat de gevolgen van de Arabische revoluties zullen zijn. Wanneer die uiteindelijk mee zullen vallen dan kan men aan een duurzame vrede gaan werken. Tot die tijd moet helaas de bezetting van de Westbank gehandhaafd blijven.

Naftaniel stond tijdens zijn lezing ook even stil bij de verkiezingen in Israël die op 22 januari gehouden worden. De aanwezigen in de zaal werden er op gewezen dat, net als overal elders in de wereld bij verkiezingen, de Israëlische kiezers vooral om economische belangen naar de stembus gaan en de bezetting van de Westbank voor hen geen hoofdthema is. Naar verwachting zal Netanyahu de verkiezingen winnen. Het is daarbij van groot belang welke regeringscoalitie er na de uitslag komt. Onder een rechtse regering komt de twee-statenoplossing onder druk te staan en bij een centrumrechtse coalitie (met een of twee centrum-linkse partijen erin) blijft die oplossing op tafel liggen, maar de realisatie daarvan zal ook dan nog lang gaan duren.

De heer Nafataniël rondde zijn lezing af met de conclusie dat het besluit van de VN onjuist was en een zelfstandig Palestina op dit moment niet gewenst is. Een mogelijke realisatie daarvan zal gaan afhangen van de ontwikkelingen in de Arabische wereld.

 


Commentaar Tjalling

De lezing was helder en goed opgebouwd en gaf een reëel beeld van de huidige situatie. Ik miste hierbij wel enkele belangrijke opmerkingen. Dat Palestina momenteel nog niet bestaat is juist, maar naast de in de lezing genoemde praktische bezwaren daartegen, had Naftaniel er ook op kunnen wijzen dat Palestina op dit moment simpelweg niet een zelfstandig land is. Bovendien had ook genoemd moeten worden dat de toekenning van de waarnemersstatus aan Palestina in strijd is met afspraken in de Oslo-akkoorden waarin beide partijen hebben afgesproken niks aan de juridische status-quo van de Westoever te veranderen.

De Westbank is volgens Naftaniel vervallen tot een bedelaarsstaat, maar in vergelijking met andere Arabische gebieden gaat het op de Westbank behoorlijk goed. Het is jammer dat in de lezing niet expliciet werd genoemd waaraan de Europese subsidiegelden werden besteed en in welke duurzame projecten dat geld wel had moeten worden geïnvesteerd.

De conclusie van Naftaniel aan het eind van de lezing vond ik ook te summier. Realisatie van een zelfstandig Palestina hangt naar mijn mening ook af van de medewerking van de regering(en) van Israël. De Habayit HaYehoedi partij bijvoorbeeld is tegen ontruiming van nederzettingen en tegen een Palestijnse staat. Wanneer Likud in de toekomst zal gaan regeren met een coalitie waaraan Habayit HaYehoedi deelneemt staat dat een twee-statenoplossing evenzeer in de weg.

Tj. T.

 

Social Widgets powered by AB-WebLog.com.