jan 182012
 

In oktober werd een moskee in een klein Arabisch dorpje in Galilea in brand gestoken. Op een half zwart geblakerde muur waren de woorden: ‘prijskaartje’, ‘Palmer’ en ‘Revenge’ geschreven. Natuurlijk waren velen verontwaardigd, Israelische politici verontschuldigden zich tegenover het dorp, inwoners van een naburig Joods dorp kwamen hun spijt betuigen. Israel pakte verschillende mensen op, maar die werden wegens gebrek aan bewijs weer vrijgelaten. “Schande”, schreven antizionisten. Daaruit bleek immers dat Israel zulke zaken helemaal niet serieus neemt en alleen pro-forma een paar mensen oppakt om ze even later, wanneer de media aandacht is weg geëbd, weer vrij te laten.

Toen ik een tijdje terug op een rechtse blog een bericht las dat het misschien toch anders zit, en niet zeker is dat Joodse extremisten achter de aanval zitten, nam ik dat in eerste instantie niet serieus. Het gebeurt helaas vaker dat moskeeën worden vernield en Israel had uitgebreid zijn excuses gemaakt.

Maar nu blijken er wel erg veel zaken een andere kant op te wijzen; een maand geleden ging een blogger, Gal Chen, naar het dorp en kwam een paar rare zaken tegen. Je kunt alleen in Zangaria komen (waar de moskee in brand was gestoken) via Tuba, onderaan de berg. Elder of Ziyon schrijft daarover (de Israelische blog is in het Ivriet):

In Tuba itself, the mosque is easily visible and accessible – but it was untouched. The arsonists apparently spent the extra ten minutes to go up the mountain to find a much less prominent mosque to burn.

There are houses surrounding the mosque. Chen wondered how outsiders could have made it to this inaccessible mosque in a small village without residents noticing, as well as how no one smelled the smoke or heard the fire before it became so large.

Ook de manier waarop ‘prijskaartje’ etc. was geschreven vond blogger Chen verdacht. Het was met zwarte kool geschreven, dus waarschijnlijk na de brand, en netjes naast het zwartgeblakerde deel van de muur. Kolonisten gebruiken doorgaans spuitverf om hun leuzen te kalken. Het is ook moeilijk om het dorp binnen te komen zonder dat dat iemand opvalt. Dorpelingen gaven tegenover Chen toe dat het ze normaliter altijd opvalt als er een vreemdeling het dorp inkomt. Ook was het erg vreemd dat de mensen in de huizen direct naast de moskee het vuur pas in de gaten kregen toen de halve moskee was afgebrand. Tot slot wijst een andere blogger erop dat de letters van de woorden op de moskee eruit zagen alsof ze geschreven waren door iemand die Ivriet niet als moedertaal heeft.

Afgelopen week ging ook het Israelische Channel 2 in het dorp kijken, en sprak daar met een bewoner die zei dat de brand niet was gesticht door een lokale inwoner. Tot slot wijst Chen erop dat het dorp een geschiedenis heeft van geweld, criminaliteit en corruptie.

Alles bij elkaar is de kans groot dat de brand inderdaad door een inwoner van het dorp is gesticht, om de kolonisten zwart te maken. Israel zelf is er daarbij te snel vanuit gegaan dat de aanval van Joodse extremisten kwam. Dat is overigens vaker voorgekomen: ook voor de dood van het Palestijnse jongetje Al Dura in 2000 excuseerde Israel zich in eerste instantie, en er zijn meer voorbeelden. Men wil niet de indruk wekken weg te lopen voor de eigen extremisten, en/of is zelf in eerste instantie ook geschokt door het gebeurde. Er blijven overigens nog genoeg zaken over waar Joodse extremisten wel bij betrokken zijn, en ik wil zeker niet beweren dat het Joodse extremisme geen probleem is. Wat echter blijkt hieruit is dat Israel, tegen de populaire notie in, juist te snel de schuld aan eigen kant heeft gezocht.

Ratna

Social Widgets powered by AB-WebLog.com.